Albums, Recensies

The Jungle Giants – Quiet Ferocity (★★★★): Een uiterst geslaagde zoektocht naar vernieuwing in de indiepopwereld

Powerpop brengen met een zomers gevoel in is een van de vele redenen waarom wij fan waren van de twee vorige albums van The Jungle Giants. Het is een vierkoppige band uit Australië die dansbare indiepop met zich meebrengt. Zoals al gezegd, brachten ze al twee volledige langspelers uit, Learn to Exist (2013) en Speakerzoid (2015). Vandaag toonden ze hun derde langspeler aan het grote publiek, Quiet Ferocity. In hun vorige albums slaagden The Jungle Giants er steeds in om een extreem zomers gevoel te creëren aan de hand van gitaarriffjes en andere gekke effecten, een goed voorbeeld hiervan is “Every Kind of Way”, één van de singles van het tweede album Speakerzoid.

The Jungle Giants brachten twee singles uit om hun fans te teasen voor het album, “Feel The Way I Do” en “On Your Way Down”. Dit zijn tevens ook de eerste twee nummers op het album. Al snel werd duidelijk dat de band, net zoals veel indiebands deze tijd, veel meer synths injecteerden in hun muziek. Bij veel groepen zorgt dit vaak voor een negatief effect, maar The Jungle Giants leverde dit ons twee heel zomerse en uiterst dansbare singles af. Hierop ondergingen ze duidelijk een evolutie tegenover hun vroegere muziek, maar toch blijven ze zichzelf, wat kan je meer verwachten?

Op “Bad Dream” gaat de band door zoals op de twee singles: veel synths, een eenvoudige gitaarlijn en dansbare drums. Toch is deze een pak minder catchy als de vorige twee en heb je op het einde een beetje het gevoel dat het gerust wat korter had mogen zijn. Desalniettemin merk je zeker dat het viertal in elk lied op zoek gaat naar iets nieuws en dat weten we te appreciëren, want zoiets komt deze tijden niet vaak meer voor. “Used To Be In Love” start een pak rustiger dan de vorige drie en zorgt voor wat ademruimte. Het is een aangename luisterbeurt en vooral de baslijn in het lied is heel aanwezig. Naar het einde toe worden we weer ondergedompeld in synths en krijgen we toch weer een dansbare climax.

In de helft van de plaat krijgen we de titeltrack, “Quiet Ferocity”, te horen en horen we weeral vernieuwing. Frontzanger Sam Hales schakelt over op vlakke zang, wat in combinatie met de snelle drums, een zeer uniek gevoel geeft. De strofes hebben wat weg van The Fall, wat ze zeker als compliment mogen zien. Heerlijk nummer! Op “Time And Time Again” schakelen ze terug een versnelling hoger. Tijdens het refrein wordt er een effect gezet over de gitaar wat ervoor zorgt dat we ondergedompeld worden in de gitaarlijn, wat wij als een zeer aangenaam ervaren! Naar het einde toe slaat de band toch weer aan het experimenteren voordat het nog één laatste keer volledig ontploft met een upbeat variant van het refrein.

Op “Waiting For A Sign” wordt het experimenteren grotendeels achterwege gelaten en kan je gewoon lekker de zomer in dansen met The Jungle Giants. Het is een poppy nummer dat zelfs je grootmoeder aan het dansen zou krijgen. “Blinded” doet meer denken aan de oudere liedjes van de band en zou recht van één van de vorige platen kunnen komen. Zanger Sam Hales gaat enkele keren aan de haal met zijn stem en toont dat dit zeker een van de sterke punten is van de band. Zijn vocale mogelijkheden zijn enorm en verdienen dus een dikke pluim! Wat opvalt is dat op bijna elk nummer gebruik wordt gemaakt van de ‘cowbell’ op het drumstel, op “Blinded” wordt er geen uitzondering gemaakt hierop. Maar dat is niet erg want het zorgt voor een exotische toets aan het geheel.

“In The Garage” begint heel snel en zet je weer aan het dansen met zijn heerlijke baslijn. Na een halve minuut worden er duistere synths aan het geheel toegevoegd en behalve enkele ‘eh eh ehs’ zijn er weinig vocals. Het nummer kon evengoed het liefdeskindje zijn van Bonobo en pakweg New Order. Het is extreem hard dansen maar voelt zeer elektronisch aan en is dus een raar moment op de plaat. Vet nummer maar heel atypisch voor het genre waar de band zich in bevindt. Op het einde gaan ze weer eens helemaal aan het experimenteren en zit je precies in één of ander science-fiction spel. Het is heel trippy maar zorgt voor een explosieve danservaring. Eindigen doen we met “People Always Say”. Een goede samenvatting van wat The Jungle Giants doet met deze plaat: dansen met synths en upbeat drums. Weeral een lekker dansnummertje dus, het zou ons heus niet verbazen als er binnenkort enkele nummers van deze plaat gedraaid worden op indie feestjes als ‘R U Mine?’.

The Jungle Giants gooit ons van het ene experiment in het andere, wat op zich een zeer aangename ervaring is, maar soms wordt je toch net iets te veel overrompeld, niet altijd op de positieve manier. Het is dus goed dat de plaat niet langer is dan tien liedjes, want het is een heuse trip. Toch appreciëren we enorm wat ze doen en toont deze plaat hoe muziekaal het viertal is. Dit is nu al één van de meest geslaagde, experimentele indiepop platen van 2017!

Facebook / Website / Twitter

8 juli 2017

About Author

Bauke de Langhe


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief