Live, Recensies

Thee Oh Sees + La Jungle + The Glücks @ Les Nuits: Formule 1 van gitaren

Op Les Nuits hadden ze voor de laatste avond in de Chapiteau een opkuisdienst voorzien. Drie garagerockers in hun eigen stijl zorgden er voor dat de tent vakkundig werd afgebroken. The Glücks begonnen met de vloer te molesteren waarna La Jungle de deuren er uit knalde en tot slot speelde Thee Oh Sees het dak er af. Het werd een avond boordevol stevige riffs, de nodige reverb en vooral een extatisch publiek.

Een bericht gedeeld door kayzer (@kayzer_tk) op

Het begint met een duo uit Oostende onder de naam The Glücks. Hoewel het nog redelijk vroeg is, staat de tent in de tuin van de Botanique al redelijk vol. Ze zien twee uiterst gelukkige mensen die het beste van zichzelf geven. De band windt er geen doekjes om en laat van begin tot eind de reverb doorheen de zaal weergalmen. Boordevol energie en met enkele sloophamers, breken ze al een klein deel van de zaal af. Gelukkig beperken ze hun set tot een halfuur, want anders was er geen plaats meer geweest voor de volgende bands. De afwisseling tussen vrouwelijke en mannelijke zang is perfect getimed en ook de ruwe klanken die uit de gitaren en zang komen, zorgen er voor dat het concert echt blijft boeien. Als ze op plaat nog iets te ruw klinken, komt dat live ruimschoots goed door de betere klank en vooral de vurigheid die tussen het duo op podium ontstaat. Hoogtepunten zijn “I Don’t Wanna Be Like You” en “Cu Cu Cool”.

La Jungle is een ander paar mouwen. Het duo uit Bergen maakt een unieke mix van krautrock, noise en evenwel wat garage. Het geheel ontstaat vooral door een opbouw aan de hand van loops. Hoewel dit allemaal erg simpel en niet zo aantrekkelijk klinkt, slaagt het duo er in om dit heel fascinerend te maken. Een soort goed georkestreerde chaos. Nummers duren ook altijd meer dan vijf minuten maar in die tijd ben je wel op een grote reis meegenomen. Zo gaat het nummer “Ape In A Python” van enkele gitaarnoten en subtiele percussie naar donkere noise en doordringende drums. Soms komt er zelfs nog wat geschreeuw bij, waardoor een angstgevoel nooit ver weg is. Dankzij de repetitiviteit is het geheel wel erg dansbaar en staat de volgelopen Chapiteau bescheiden te dansen op de speciale deuntjes van La Jungle. In de gaten houden, die gasten.

Ondanks twee puike voorprogramma’s, blijkt niets te kunnen tippen aan de wervelwind die Thee Oh Sees brengen. Van begin tot eind spelen ze in zesde versnelling en laten ze geen spaander heel van wat ze op hun weg tegenkomen. Het begint nog relatief kalm bij “Plastic Plant” waarbij vooral de opbouw van belang is. Het publiek komt bij de uithalen wel al wat los van de grond, maar het gaat pas echt tekeer bij “Tidal Wave”. De hele voorzijde van de zaal verandert in een dansvloer, maar dan boordevol getrek en geduw. Die dansvloer blijft standhouden tot het eind van de set en ook het bier blijft stevig in het rond vliegen.

De snelheid blijft maar de hoogte in gaan zonder dat de band echt uit de bocht vliegt. Iedereen geeft zich volledig en de twee drummers op het podium bepalen telkens het verschroeiende tempo dat door de set raast. De Chapiteau is tot de nok gevuld en iedereen draagt dan ook zijn steentje bij aan de opruiming van de zaal. Door heen en weer te springen, af en toe eens goed tegen elkaar te duwen en een crowdsurfer hier en daar weet de security alvast geen blijf met zichzelf. Als Thee Oh Sees er dan nog eens nummers zoals “Withered Hand” en “Ticklish Warrior” tegenaan gooien, is er geen houden aan. Iedereen geeft hier alles wat hij in zich heeft.

Zo knalt de set aan een snel tempo door en na een tijdje moet iedereen wel wat bekomen van wat er op hen wordt afgevuurd. Nummer zoals “Gelatinous Cube” en “Toe Cutter – Thumb Buster” spreken tot de verbeelding en daar kan je niet anders dan los op gaan. De band speelt de laatste show van hun tour en dat is ook te voelen. Ze geven voor een laatste keer alles. John Dwyer vuurt de zwaarste gitaarsolo’s af en de set bestaat alleen maar uit powersongs. Ons hoor je alvast niet klagen en alsof dat allemaal nog niet genoeg is, serveert de band het hoogtepunt pas op het einde. Met een jam die volgens ons rond de twintig minuten duurt, knallen ze een einde aan de set. Minutenlang serveren ze gitaarsolo’s, komt het fuzzy geluid door ons lichaam en laat iedereen zich volledig gaan. De snelheid maar tevens de beheerstheid waarmee de band speelt, is wonderbaarlijk. Zonder fouten slagen ze er in om super snel en strak te spelen; we zien niet velen het hen nadoen. Thee Oh Sees is zonder meer één van de beste garagebands van deze generatie, wat een sterren!

Wie een rustige zondagavond in gedachten had, kwam best niet naar de Botanique. Het werd een avondje waarin onze fysiek nog eens werd getest en de snelheid van gitaren een hoogtepunt bereikte. Iedereen kwam bezweet uit de tent, of ze nu in de moshpit belandden of niet. Het hele publiek wist zich volledig te smijten en vond Thee Oh Sees de perfecte afsluiter voor Les Nuits in de Chapiteau. Het grote voordeel was dat niemand nadien de tent nog hoefde te verlaten, want die stond er toch niet meer. Afbreken doe je het best met Thee Oh Sees, dat is bij deze nogmaals bewezen.

Nog enkele sfeerbeeldjes:

#theeohsees #bxl

Een bericht gedeeld door kayzer (@kayzer_tk) op

22 mei 2017

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief