Albums, Recensies

Panda Bear – Buoys (★★½): Saai

In de afgelopen twintig jaar is de Brooklynse band Animal Collective uitgegroeid van obscure cultgroep tot vaste ster aan het indie firmament. In het vorig decennium brachten ze het ene geniale meesterwerk na het andere uit, wat zou culmineren in het grote succes van Merriweather Post Pavillion (een album dat vorige maand tien kaarsjes mocht uitblazen). Ook solo lieten ze zich niet onbetuigd. Vooral Noah Lennox a.k.a. Panda Bear oogstte veel lof met Person Pitch uit 2007. In de jaren die daarop volgden, leek Panda Bear zowel solo als met het dierencollectief te proberen om die succesalbums te recreëren. Helaas resulteerden alle pogingen om dat geluid opnieuw te doen herleven in steeds vlakkere en inspiratieloze platen. Maar sinds kort gooien ze het weer over een andere boeg.

Vorig jaar kwam Animal Collective met hun audiovisuele album Tangerine Reef. Het klonk erg rustgevend en was dan ook eerder een soundtrack dan een album. Wild enthousiast werden de fans er niet van, maar het getuigde toch van een poging om niet in eenzelfde gat te blijven zitten. Nu lijkt Panda Bear ook solo dezelfde weg te willen volgen. Tangerine Reef hing volledig samen met het aquatische milieu en ook op Buoys lijkt het vaak alsof de klank vanuit het midden van de oceaan komt. Een kalm en vredevol deel van de oceaan weliswaar. Noah Lennox brak door met  een sound vol drukke, hyperactieve experimenten, maar met Buoys keert hij terug naar een gedempt geluid. Het herinnert aan de ‘elektroakoestische’ albums die in het begin van deze eeuw uit de Animal Collective hoek kwamen.

Tot zover de sfeer van het album. Rest nog de vraag of er eigenlijk iets aan deze plaat te beleven valt. Dat blijkt een dubbeltje op zijn kant. Single “Dolphin” (daar zijn we al met oceaan-referenties) diende zich aan als een degelijke, luchtige track waarop vooral de heldere vocals opvallen. De andere single “Token” is ook een aardig nummer, alhoewel het per luisterbeurt zijn glans wat meer verliest. Daarna komt het mysterieuze “I Know I Don’t Know”, dat een raadselachtige sfeer krijgt door een fluittoon die Lennox doorheen het hele nummer uitspint. Had de rest van het album zo geklonken, we waren nog enigszins tevreden geweest. Helaas gaat het vanaf hier vrij snel bergaf.

Het leeuwendeel van Buoys krijgt vorm door monotoon en repetitief getokkel, weinig opzienbarende vocals en ronduit middelmatige nummers. Eenzelfde motiefje siert in ongeveer elk nummer de achtergrond. Dat zorgt ervoor dat het allemaal wel soepel in elkaar vloeit, maar tegelijkertijd krijg je een eenvormig, wazig geheel dat je langzaam, maar zeker in slaap wiegt. “Inner Monologue” kan er nog mee door, vooral omdat Lennox manier van zingen daar wat uitdagender klinkt. Verder valt er in de tweede helft van het album bitter weinig te genieten.

Het album is niet zen genoeg om als meditatiemuziek te gebruiken, maar het is dan weer té zen om er een prikkelende, intrigerende luistersessie van te maken. Laten we wel wezen, Panda Bear heeft nooit gestaan voor platen die je na een keer luisteren kan doorgronden. Dat is ook bij Buoys weer het geval. Hoe meer je luistert, hoe meer je ontdekt. Maar zelfs dan blijft het allemaal nogal doelloos, vaag en weigert het indrukwekkend te zijn. Het mist finesse en voelt vaak wat te gemakkelijk en slordig aan. Als we in de toekomst naar een introspectief album uit de Animal Collective-stal willen luisteren dat tegelijk prikkelend klinkt, zullen we dit album laten voor wat het is. Dan leggen we in de plaats het ondergewaardeerde Sleep Cycle van Deakin nog eens op.

Panda Bear staat op 23 april in de Botanique in Brussel. Info & Tickets

8 februari 2019

About Author

Jan Sucaet


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter