Features, Interviews

Interview Black Box Revelation: “We gaan het gewoon los in hun strot rammen”

De jongens van Black Box Revelation zijn hét Belgisch rock ‘n’ roll-exportproduct bij uitstek. In Slowakije (Pohoda Festival) kregen we de kans om Jan Paternoster en Dries van Dijck een aantal vragen te stellen. Verscholen onder een parasol hadden we het ondermeer over touren, lauw bier, de aankomende nieuwe plaat en Rudi de pinguïn.

Eerst en vooral, Jan en Dries, hoe gaat het ermee? 

Jan: “Bwah, ça va, heb wat last van een klein zonneslagsje. De zon scheen recht op het podium. Ik kon op de knoppen van m’n pedalen niet zien of ze licht gaven of niet. Dus het was een beetje gokken, maar wel plezant.”

Enkele uren geleden postte je nog een Instagram-story vanuit Bratislava, hoe was de reis? Alles verloopt precies erg vlot?

Jan: “Bwah, we zijn maar een weekend weg van thuis. Gisteren speelden we in Zwitersland en vandaag spelen we hier, morgen keren we dan weer terug naar huis. Het is eigenlijk wat van het ene vliegtuig, naar een camionette, naar een andere camionette. Uiteindelijk beland je dan in een hotelkamer en vraag je jezelf af waar je nu eigenlijk bent.”

Went die fast life na ongeveer 13 jaar, of blijft het een avontuur?

Jan: “Het is iedere keer plezant om weg te zijn…”
Dries: “Gelukkig is het nu met het vliegtuig, meestal zijn we met een busje op schok en is het vaak heel lang rijden. Nu is het eigenlijk een luxe dat we kunnen vliegen, maar dan nog beland je soms in een busje voor een paar uur.”
Jan: “Allez, niet dat we niet graag thuis zijn hé, maar we zijn graag …” – zoekt naar woorden –
Dries: “Content dat we kunnen spelen.”
Jan: “Ja, dat we kunnen spelen!”

Wat zijn jullie ervaringen met Oost-Europese optredens? 

Jan: “Ik vind het altijd wel neig. Goeie sfeer en uiteindelijk ook veel goeie bands die hier allemaal spelen. Maar van de helft heb je ook nog nooit van hebt gehoord, hoort erbij zeker. Oost-Europa is wel supercool, in Praag hebben we al een aantal optredens gedaan en in Polen ook een paar.
Dries: “Hier spelen is wel een primeur voor ons.”

Bereid je je anders voor op dit soort tours, dan voor binnenlandse?

Dries: “Dat maakt niet zoveel verschil, je moet gewoon zien dat je goed ingespeeld bent op elkaar. Vooraf al, dat je niet vertrekt en op het eerste optreden aan het spelen bent en merkt van “ah shit, we zitten er niet goed in”. Een keer dat je goed ingespeeld bent, voel je dat iedere show beter en beter wordt. Dat is wel de max.”

Met welk Belgisch festival kun je dit (Pohoda Festival n.v.d.r.) het best vergelijken?

Jan:  – denkt een tijdje na – “We zijn nog niet echt op de weide geweest, maar qua relaxheid vind ik het op Pukkelpop lijken. Dan wel met minder volk, wat het relaxter maakt. De main stage doet me wel aan Werchter denken, maar dan net iets kleiner.”

Jullie speelden op de Orange Stage (het tweede grootste podium n.v.d.r) een set vol hitjes. Binnenkort staan jullie op Rock Herk, zullen jullie het daar anders aanpakken?

Dries: “We gaan het gewoon los in hun strot rammen!”
Jan: “Hier hadden we maar een uurtje, daar hebben we wat meer tijd. We kunnen misschien een aantal nummers meer op sfeer gaan spelen, of meer onze tijd nemen tijdens de nummers.”

Jullie laatste album, Highway Cruiser, dateert al van 2015. Is er nieuw materiaal onderweg?

Jan: “Ja, we zijn volop aan het schrijven aan een nieuw album. Voor de herfst begint zou hij moeten opgenomen zijn”

Welke richting zal de muziek uitgaan? 

Jan: “Terug meer gitaar!”
Dries: -ironisch lacherig- “Geen drum meer, enkel keiharde gitaren”

Zou het wat op Royal Blood gaan lijken dan?

Jan: “Ze zijn later begonnen, maar toch zijn ze groter hé, haha. We hebben onze vorige plaat meer geïnspireerd op blues, waardoor de gitaren melodieuzer waren. We gaan nu meer teruggrijpen naar de akkoorden, wat meer Neil Young-gehalte.”

Meer akkoord-gebaseerd, ook wat harder misschien?

Jan: “Bwah, hard. We zijn eigenlijk nooit hard geweest. We zullen nooit klinken als een Royal Blood of Foo Fighters.”
Dries: “Daar komen we gewoon niet toe.”
Jan: “Zelfs als we het proberen niet.”
Dries: “Het zal reggaeton worden, want we kunnen niet hard spelen.”

Tijdens jullie optreden vonden we dat de vocals tamelijk stil stonden in verhouding tot de instrumenten, was dat een bewuste keuze?

Dries: “Aha, een puntje voor onze geluidsman!”
Jan: “Straks zullen we hem op de rooster leggen, want op onze platen staat de stem meestal luid. Toch tegenover andere bands hun platen. Er mag wel wat volume aan de vocals zitten. Het zal dus eerder de geluidsman zijn keuze geweest zijn.”

Jan, toen je het podium betrad, sprak je het publiek toe met “We are from Brussels”. We weten dat je een grote Anderlecht-supporter bent, wat denk je voor komend seizoen?

Jan: “Ik heb het de laatste niet zo hard meer gevolgd. – Jan somt nagenoeg alle transfers op-, allez, eigenlijk toch best wel gevolgd, haha. Sterke ploeg hé, ik denk dat we wel voor een 35e titel kunnen gaan. Gemakkelijk. Of Dendoncker (speler bij Anderlecht n.v.d.r) heel het jaar gaat blijven, weet ik niet. De Champions League spelen is wel een motivatie voor veel spelers om te blijven.”

#COYM

A post shared by Jan Paternoster (@janpaternoster) on

Hoe relevant is de spreuk “Sex, Drugs and Rock ‘n’ Roll” in jullie levens?

Jan: “Helemaal niet, we zijn eigenlijk helemaal niet dronken.”
Dries: “Het is echt triestig.”
Jan: “We zouden hier eigenlijk pottoe moeten zitten om het allemaal waar te maken”
Dries: “Shit, alles is om zeep hé”
Jan: “Ja, zie ons hier zitten zonder vrouwen en zonder bier.”

Dat Slowaaks bier, wat vinden jullie ervan?

Dries: “Ja, haha, ze waren net iets te warm. Omdat de zon op’t podium zat, dacht ik “ik ga een pintje nemen”. Dat was echt al niet meer fris na vijf minuten. Wanneer het nog koud was, viel het wel te drinken.”
Jan: “Bwah ik vind het minder goed dan Belgisch bier. Ik vond het eigenlijk echt vuil.”
Dries: “Ik vond het niet vuil.”
Jan: “Na een halve liter was het toch sowieso een beetje vuil, hé?
Dries: “Het was wel lauw. Ofja, wat is lauw? Is lauw 36°C of 15°C of 20°C?”
Jan: “Hangt ervan af of je je erin moet wassen of niet hé.”
Dries: “Bier zit in een glas hé, maar als je dat dan tien minuten laat staan, is dat dan lauw of warm?”

-We probeerden serieus te blijven, maar konden door een spontane lachbui niet meteen een antwoord geven op de vraag van de twee-

Jan: “Het is een discussie die we eeuwig zullen blijven aangaan, Dries.”

Hier in Slowakije zijn jullie nog nobele onbekenden. In België is dat niet het geval. Hoe gaan jullie om met het herkend worden op straat? 

Jan: “Het hoort erbij. Op festivals gebeurt het het vaakst dat mensen ons om een handtekening komen vragen of om een foto.”

Weegt dat mentaal niet wat door dan, altijd bekeken te worden? 

Jan: -twijfelt even“Er is sowieso wel ergens een klik nodig van ‘Ja ok, dit hoort erbij’, meestal blijf ik het wel plezant vinden. Zolang de mensen maar niet te lang blijven plakken of geen duizenden foto’s willen nemen vind ik het geen probleem.”

Na ons gesprek, hebben jullie nog een aantal interviews met de Slowaakse pers. Wat is de meest bizarre interview-vraag die je ooit kreeg van buitenlandse media? 

Jan: “Geld, neenee grapje, haha.
Dries: “Waarom we geen bassist hebben.”

En, is er een antwoord daarop?

Jan: “Haha, allez, die kutvraag”
Dries: -probeert zich serieus te houden- “Neen.”
Jan: “Ja, daar is wel een antwoord op…”
Dries: “Gaan we nu echt die vraag beantwoorden, haha?!”
Jan: “Niemand van onze maten speelde er basgitaar. Nadat we waren begonnen, waren we te koppig om nieuwe vrienden te maken die wel basgitaar konden spelen.”

Aangezien we zelf een gooi willen doen naar ‘meest bizarre vraag ooit gesteld aan Black Box Revelation’, volgende situatie. Veronderstel dat er straks een pinguïn met een sombrero langsloopt, wat zegt hij tegen ons?

Jan: “Die gaat ons proberen ijscrème te verkopen en ik ga daar sowieso intrappen. Ik koop gans z’n winkel leeg, tot ik een brainfreeze heb. Een handtekening of een foto zal hij waarschijnlijk ook vragen. Dan zou ik wel graag zijn naam willen weten.
Dries: “Rudi!”
Jan: “Ik ben Rudi de pinguïn met een sombrero en ik ben op vakantie geweest naar -met Spaans accent- Mexico. Waar waren die pinguïns weer, Dries?
Dries: “Mexico?”
Jan: “Nee, dat was in Costa Rica zeker? Zullen wel warmwaterpinguïns geweest zijn.”

Als we jullie één ding mogen wensen voor de toekomst, wat mag dat dan zijn? 

Dries: “Een private jet, voila, dat is het. Ça va, hé? Haalbaar. Het is niet dat we de lat te hoog leggen, of wel? Ik vind van niet.”
Jan: “Dat de volgende plaat een goeie knaller wordt, want dan kunnen we een private jet hebben. Stel je voor dat die plaat niets wordt, dan zitten we daar met die jet. Dan gaan we gewoon naar Frankrijk, naar de Mediterraanse Zee. Kroatië… Italië….  Dolfijnen spotten vanuit de jet en misschien Rudi de pinguïn ook.”

 

13 juli 2017

About Author

Tijs Delacroix

De bedreigde winterse Tijsbeer is er een die overleeft op indiegeluiden en de zoete krieksmaak. Tijdens het paarseizoen vind je deze Tijsbeer vaak in de Gentse Sioux. Soms jaagt ie al eens op een vers stukje muziekvlees in Brussel, meer bepaald in de Botanique. Weliswaar verstopt hij zich meestal in zijn West-Vlaams kusthol. Zijn dagdagelijkse bezigheden omvatten de opleiding tot Cultuur Manager volgen, tijgerwelpstage lopen bij SKYTIGER (artiestenmanagement en concertorganisatie) en rondsnuisteren op zoek naar nieuwe indiepareltjes. Verder knuffelt de Tijsbeer al eens graag zijn gitaren (Freddy en Julia), maar wegens gebrek aan skills blinkt toch meestal een smartphone in zijn klauwen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *