Wees gerust, het is gewoon het Mandela-effect, het effect waarbij (tien)duizenden mensen volledig hetzelfde geloven, maar dat de werkelijkheid toch helemaal anders was. Zo geloven we collectief dat Darth Vader de zin ‘Luke, I’m your father’ uitsprak terwijl het altijd al ‘No, I’m your father’ is geweest. Wanneer een volgende pandemie zijn intrede doet, zullen we dan met miljoenen tegelijk toiletpapier kopen en er eventueel voor op mekaars gezicht kloppen om het nog maar aangeschaft te krijgen? Doveland, Wisconsin, is een gehucht dat nooit echt bestaan heeft, maar dat in het geheugen gegrift staat van duizenden Amerikanen die beweren dat ze er vrienden of familie hadden wonen. Het overgrote deel van die mensen geloofde écht dat het dorpje opeens was verdwenen van de aardbol en dat het omzeggens was weggekrast op de wegenkaarten. Ruimtewezentjes, een mislukt militair bolwerk, the twilight zone, the red room van Twin Peaks? Nope, gewoon iets dat duizenden stervelingen als grote groep tot in het diepste van hun botten voor waar aannemen, maar dat dus een reusachtig hersenspinsel is. Ziezo, de titel van het nieuwe album van Django Djanog uitgelegd. Doveland telt twaalf songs en klokt af op tweeënveertig minuten. De plaat is geen urban legend, ze bestaat echt en ze werd door ons al een aantal keren beluisterd.
Django Django is een band die samengesteld is uit vier Schotten die tegenwoordig resideren in Londen. In 2012 bracht het viertal het sublieme Django Django uit, voor ons nog steeds een van de beste psychedelische indierockplaten ooit. Hier begint de band rustig met “Meteorite”, een lied dat niet veel meer nodig heeft dan enkele gitaarnoten, een beetje getik op het ivoor van pianotoetsen en wat gestrijk op de viool. Het is best gewaagd om het album zo rustig te beginnen, maar het werkt perfect. Meer zelfs, zet de lp op op een moment dat je tijd en ruimte helemaal voor jezelf hebt en je gaat je wanen in een soort parallelle wereld. We komen terecht in een letterlijke tunnelvisie die al heel zwaar doorslaat in het volgende nummer, “Cameos”. We zien de band ergens heel ver van ons op een podium staan dat honderden meters van ons verwijderd is. De zaal is slechts enkele meters breed en pikdonker. We staan helemaal alleen, de band is verlicht met een enkele, helle spot, maar het geluid is fantastisch, helder en duidelijk ondanks het feit dat de band vanop deze afstand slechts verlichte mensenstipjes zijn.
Op “Still Life” en zeker op “Little Me” worden we terug keihard de realiteit in gezogen en Hak Baker zegt enkele prachtige verzen op. Hij schrijft een briefje naar zijn verleden-ik en op het einde ook nog eentje naar zijn toekomst-ik. Baker maakt er bijna een mantra van en belooft zijn kleine zelf dat alles wel zal goed komen. Django Django legt er een flinterdunne sluier van bezwerende instrumenten over en rond anderhalve minuut in het lied zitten we weer ingekapseld in onze eigen gedachten. Eerlijk, we krijgen er bijna een heel lichte paniekaanval van, maar het wilt voor ons in dit stadium van de plaat zeggen dat we aan het luisteren zijn naar iets dat ons heel erg aangrijpt. Het duurt maar enkele seconden maar bij “Year Of The Snake” voor we héél kort de begintune van “Twin Peaks Theme” horen. We beseffen dat het allemaal toeval moet zijn of dat we helemaal in het thema zitten dat de band in zijn plaat heeft gelegd, maar gelukkig gebruikt het kwartet een tribaal drumritme waardoor we even gewoon kunnen landen. Hmm, psychedelisch dus. Lynchiaans misschien?
En dan stopt het opeens voor ons. We hadden dit liever niet geschreven, maar de muzak die “Quicksand” is, doet ons werkelijk niets. Het lijkt een momentje alsof we uit een trip komen die bruusk wordt stopgezet. We staan gewoon te leunen tegen de uitschuifbare bestekbak in onze keuken en komen op adem, hoewel we dit eigenlijk niet willen. “Left Adrift” doet ons ook niet zo heel veel. Het is een beetje Merseybeat, maar dan van het niveau van een singletje uit de jaren zestig dat ergens ooit nummer zevenhonderdachtenveertig heeft gestaan in een of andere top 1000. Verwaarloosbaar dus, hoewel dit wel heel erg stout klinkt.
Neen, het is heel jammer, maar voor ons zakt de plaat een beetje als een drilpudding in elkaar. Het is zo ontzettend goed begonnen met die eerste vijf nummers, maar de volgende vijf songs doen ons werkelijk niets. Eerlijk, we hebben geprobeerd omdat we dachten dat we iets misten, maar het zit er nergens in. Het zou nochtans perfect kunnen dat er een pak mensen zijn die deze liedjes wel geweldig mooi vinden en we zouden er zeker in mee gaan, maar wij horen het nu even niet. Hallelujah wel voor de laatste twee nummers op Doveland. “Dirty Hotel Blues” is een steengoede schijf die mooi aanschurkt bij de Britpop uit de jaren negentig en we zijn terug helemaal mee met de band.
Eindigen doen de Schotten met “Feel Alright” en dat vinden we de sterkste song van de hele plaat. We hebben in die tunnel gezeten daarstraks, helemaal trippend, en nadien domweg voor het fornuis gestaan in onze keuken, meewarig rondkijkend, maar we eindigen met letterlijk en figuurlijk een vrolijke noot. ‘5, 6, 7, 8 leaving all my troubles behind, the more that I try to search, the less that I find.’ Dat klopt toch helemaal! ‘But I know in the morning light, I know I’m gonna feel alright.’ De boom in met die vijf songs die we niet mooi vinden. We genieten van de rest van de lp en dat zijn nog steeds zeven liedjes. Op 26 februari staat de groep in Tolhuistuin in Amsterdam. Op 28 februari in Le Botanique in Brussel. Beide zalen zijn geen tunnels van vier meter breed en honderden meters lang. We vinden dat oké. Het bestek ligt ondertussen correct op tafel.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Feel Alright”, ons favoriete nummer van Doveland, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







