
© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
Laatste dag, pff, whatever. We lieten het niet aan ons hart komen dat het vanaf morgen weer werkendag is en zetten onze meest kritische bril op in de zoektocht naar de volgende grote naam. We kropen ervoor mee aan boord van de Bands on a Boat, pikten een stukje van The Official Unofficial mee en dwaalden nadien door een overstromende stad van zaal naar zaal. Nee, we gaan niet beginnen zagen over het weer, het enige belangrijke is de muziek! En die was er, in veelvoud en van een bijzondere kwaliteit!
Nico & Linus @ Bands on a Boat
Nico & Linus bestaat nog maar sinds begin dit jaar en dus is het altijd wat afwachten hoe zo’n gloednieuwe band het ervan afbrengt. Dat viel in het geval van de band uit Londen best wel mee, want hun psychedelische sound bracht ons helemaal terug naar de jaren zestig, waarbij vooral de zwoele stem van de frontman de aandacht opeiste. Dat was naast de fuzzy gitaren die in het begin echt wild in het rond zwierden, om daarna toch wat gas terug te nemen en meer te dobberen op het water. Want ook voor Nico & Linus is spelen op een varende boot iets nieuws, maar ze kwamen ermee weg. Iedere song werd vol overgave gebracht, waardoor het vroege uur waarop ze speelden al snel vergeten was.
LEMONSUCKR @ Bands on a Boat
Hoge golven, windkracht tien, LEMONSUCKR op zee! Een gevaarlijke zet van de organisatie om deze bende op een boot te laten spelen, zo bleek al na dertig seconden. De band heeft net een ep uitgebracht die in het zog van Adukt DVD de nieuwe synthpunkrevelatie is. Echt retestrak met heerlijk Britse teksten, niet de meest innovatieve sound, maar ongetwijfeld de plezantste. Zeker vanaf “Instant Kinks” ging het hek van de dam en ontbond de volledige boot zijn duivels. Moshpit, crowdsurfen (tegen het plafond, want veel ruimte was er niet) en een sitdown… we mogen van geluk spreken dat we niet op de bodem van de Maas zijn beland. En moest u twijfelen: dit was ook gewoon een heel sterke set van een band die op de goede weg is. Zeker de moeite waard om in het oog te houden.
Tooth @ Arminius
Een van dé hypes van deze Left of the Dial. Tooth kwam gewapend met ochot ocheire zes nummers in de catalogus, maar is onder rockcritici een van de absolute ones to watch. Denk geluidsgewijs aan Catfish and the Bottlemen met wat meer peper en beter geschreven songs. Zeker de debuutsingle, “Medicine” gedoopt, komt binnen als een bommetje. Ook live werd dat overigens het hoogtepunt, maar elk nummer had wel zo zijn meerwaarde. “Restless In Bloom” had een beklijvende outro, nieuwe single “Take Me As I Am” was de aanstekelijkste. Het enige gevaar is dat de band op automatische piloot moet overschakelen, want dat tourschema doet een gewone sterveling duizelen. Oké nog een risico: de zanger die oververhit doodvalt, want ondanks het druppende zweet weigert hij zijn jas uit te doen. Bizar!
We zagen Tooth overigens op The Official Unofficial, niet tijdens hun officiële slot tijdens Left of the Dial.
Gnarcissists @ Arminius
Op een zaterdag mag de energie al eens een niveautje hoger liggen en dus was Gnarcissists uit New York een meer dan wel gekomen opener. De garagerockband had er veel zin en zorgde al snel voor veel energie en power. Die kregen we in de vorm van pubrock met veel chaos en vooral veel riffs. De songs van de band zijn ook uitstekend opgebouwd, waardoor ieder liedje best makkelijk in het gehoor ligt. Daardoor hoeven ze ook helemaal niet zo lang te duren en voor we het wisten was de set ook voorbij. Dat het leek alsof het er zo snel op zat, was niet eens een gevoel, want na 25 minuten gaven ze er al de brui aan. Voor ons had het gerust langer mogen duren, want de energie en power waarmee ze uitpakten, lieten ons meteen vol energie de rest van de dag aanvatten.
STONKS @ De Doelen Up
Een wist-je-datje: voor de helft van Vlaanderen Nirvana in de Vooruit zag spelen, passeerde het trio uit Seattle eerst nog in De Doelen. Vorig jaar zagen we Bleech 9:3 op hetzelfde podium, wie weet hè. Nu dus STONKS, een Brusselse band die opgroeit omringd door artrockbands en een melodieuze twist aan het lawaai van Gilla Band probeert te geven. Vanzelfsprekend levert dat goeie muziek op. Het trompetgeschal vormt een aangename aanvulling op een band constant probeert te balanceren. Dreunen, catchy zijn en ook subtiliteit brengen is niet makkelijk, maar ze slagen er eigenlijk wel goed in.
Omertà @ Uniek
‘We are here to destroy your life’ werd al vroeg in de set gezegd. Het is niet moeilijk om rock uit te stralen, maar als band moet je natuurlijk je limieten kennen. Omertà had veel energie in zich, maar misschien net iets te veel. Er leek al iets te veel alcohol geconsumeerd te zijn door de frontman van de band. Die was net iets te veel een ongeleid projectiel. Dat zorgde zowel voor een onvergetelijke set als voor een heel chaotische potpourri. Het probleem zat hem vooral in het feit dat hij de andere bandleden mateloos leek te irriteren, waardoor er constant ruzie tussen de leden ontstond. Nochtans werd de potige postpunk van de band zeker op een goed niveau gebracht en kon je muzikaal niets merken van de spanningen die wel zichtbaar waren. Hoe langer de set duurde, hoe wilder de band ook werd. Naar het einde toe dook een deel van de band zelfs het publiek in, waar de leden wild met elkaar tekeer gingen. Een coole punkcover van “These Boots Are Made for Walking” was een streepje herkenbaarheid, maar verder had Omertà veel meer potentieel dan het door de omstandigheden liet zien.
Rageflower @ BIRD
Is het een soloproject? Is het een band? Awel, het is ergens tussenin volgens Rageflower zelf. Een liefdesbaby van Chappel Roan en The Japanese House met te veel platen van Buzzcocks, zo omschrijft ze het zelf. Dan kom je ergens rond Wolf Alice uit, en die vergelijking is zo slecht nog niet. Rageflower steekt wel wat mooie betekenis in haar teksten. Engelen spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol. Niet omdat ze katholieke kerkmuziek wil maken, wel omdat het een mooie vergelijking met de gemiddelde levenswandel creëert. Muzikaal klonk het bovendien ook zeker oké, met enkele uitschieters die toch wel wat bijt en passie in zich hadden.
Pushbike @ Stalles
Voor het publiek van Left of the Dial was het op de derde dag een beetje warmlopen en zo stonden de Stalles niet volledig gevuld bij de show van Pushbike. Gelukkig voor de band uit Exeter stonden de aanwezigen wel helemaal vooraan, waardoor het gevoel voor de band nooit echt slecht was. Dat hoorde je ook in de muzikale vertaling, want wat ze brachten was iets noisier dat tussen Cloud Nothings en The Men lag. Net met die krachtige songs wisten ze het meest te overtuigen. Door de nineties naar voren te brengen, met een streepje shoegaze en vooral leuke melodieën in de songs, namen ze iedereen wel mee. Toch voelde het na een twintigtal minuten verzadigd aan. Ondanks dat alles uitstekend werd gebracht, miste de show een extra charismatisch element om te blijven boeien.
Family Stereo @ Salsability
De Salsability zit verstopt dit jaar. Na wat tuureluurs gedraaid te zijn tussen Annabel en Barrio en alle kleine zalen in de buurt, waaiden we dan toch eindelijk binnen in de gezellige dansclub om er ietwat ongepland naar Family Stereo te kijken. Het bleek een van de betere beslissingen van de dag te zijn! Het begin van de set had nog wat te kampen met technische problemen, maar nadien ontplooide zich er iets heel teder en echt voor onze ogen en oren. Family Stereo verstopt zich achter een gordijn van toegankelijke altfolk songs die diep in de huid snijden, maar tegelijk helende krachten hebben door de eigen verzuchtingen te verzoenen met die van de wereld. Weinig zalen zagen we zo aandachtig aan de lippen van iemand hangen, dus dat zegt ook wel iets natuurlijk.
Thank @ Rotown
Als je als band een extra drumstel meebrengt om voor de voorbereide drums te zetten, dan eis je al snel de aandacht op. Thank uit Leeds stond met zijn vieren vooraan en liet ons proeven van noisepunk vol fuzzy gitaren. Het was postpunk in zijn puurste vorm, met veel intensiteit en ook genoeg agressie. Dat vertaalde zich in een stampvolle Rotown, die zo vol bleef als maar kon. Thank was dan ook niet gekomen om gas terug te nemen en hoe langer de set duurde, hoe agressiever het allemaal leek te worden. De intense slagen op de drums, de verhalende vocals en de repetitieve sounds gaven de muziek van Thank een eigen smoel. Live was het ook een hevigere beleving dan op plaat en dan ben je als band goed bezig als je er iets extra mee kunt doen.
Child of Prague @ Annabel Down
Een child of Prague is een klein christusbeeldje dat je de dag voor je trouwdag ergens moet leggen ofzo, en dan zou er goed weer moeten zijn. Haha, duidelijk niet gedaan dan gisteren! Lolletjes! Soit, we stonden hoog en droog op het balkon gepositioneerd om het wondermooie Child of Prague te aanschouwen. De band mixt Ierse folk met hedendaagse artrock. Zeker niet de enigen in hun vak dus, de geest van een Madra Salach en Lankum zweven altijd ergens in de buurt, maar op zich wel een aangename toevoeging aan de scene. Live zat dat duidelijk ook wel al snor. We zagen een band die meer dan prima op elkaar is ingesteld en ook als een blok zijn sound produceert. De gitaar leidt de dans, viool en saxofoon zorgen voor de schwung en kleur. Een heel fijne band, dit Praagse kindje!
The Slow Country @ Uniek
Soms kan muziek gewoon heel mooi zijn en in het geval van The Slow Country was dat zelfs prachtig. Het zevental heeft zijn roots zowel in Manchester als in Londen en met die breed uitgewaaierde ledenpoel krijg je ook meer invloeden. Op het podium waren onder meer een viool, wat accordeon, veel gitaren en vooral ook heel veel stemmen aanwezig. De samenzang die ze brachten wanneer de songs wat grootser gingen klinken, gaf iedereen in de zaal een warm gevoel. Het was fantastisch om te zien hoe de bandleden samen zulke mooie muziek konden maken. Iedere keer werd ons hart alleen maar voller en invloeden van bands als Arcade Fire en The War on Drugs waren nooit echt ver weg. Zo klonk een song als “Firing Line” live nog schoner, omdat je zag dat de bandleden zich echt smeten. Door er af en toe ook een schreeuw in te gooien, niet agressief maar eerder melodieus, voelde je dat ze de songs met veel bedachtzaamheid in elkaar hadden gestoken. Een fantastisch optreden dat zonder twijfel een van de mooiste van het weekend zou worden.
Hungry @ Theater Rotterdam Foyer
Veel echte, pure postpunk was er dit jaar niet echt te vinden op Left of the Dial, maar Hungry kwam toch dicht in de buurt. Met een sound die lijkt op die van IDLES en Deadletter weet je wat je kunt verwachten en dat is maar goed ook. De foyer van het theater werd al snel omgetoverd tot een zweterige club, waarbij een moshpit er dan ook bij hoorde. Het publiek was mee en dat lag vooral aan het feit dat de songs die de band bracht heel energiek waren en vol power zaten. Nergens leek er een rustmomentje in te zitten, maar dat was ook niet nodig als je de fuzzy gitaren in aanslag kon nemen en het tempo op oneindig kon zetten. Af en toe wat hoekig, maar altijd met riffintensiteit: zo overtuigde Hungry mateloos.
TOAST CLUB @ Salsability
Wat doe je zoal in een dansclub? Juist ja, dansen hé. Het festival begon stilaan op zijn einde te lopen, maar had een van de betere verrassingen helemaal achter zijn line-up verstopt. TOAST CLUB maakt namelijk muziek die een houten hek kan doen bewegen. Super jazzy strandbarmuziek, wat eigenlijk een slechte vergelijking is aangezien de drie heren bijzonder goeie muzikanten zijn. Met het gloednieuwe en trouwens heel toffe album Lift onder de arm wekten ze swingend een indommelende Salsability tot leven met vingervlugge toetsen, enkele echt heerlijke drumpartijtjes en een gitaar die tokkelde en friemelde tot het kietelde achter je oren. Ja, bon, we gaan het zeggen: hoogtepunt van de dag!
The Sewing Club @ Theater Rotterdam Down
Uit Nashville krijgen we meestal alleen maar countryrocknamen mee, maar met The Sewing Club gaf een dreampopband uit die stad het beste van zichzelf. De naam van de band is niet meteen heel sexy, want bij naaien en breien stellen we ons niet meteen donkere shoegazey grungemuziek voor. Toch was dat exact wat The Sewing Club bracht en dat deden ze op overtuigende wijze. De zangeres liet haar felle stem naar voren komen om de intensiteit naar een hoger niveau te tillen. Ook de gitaren, die af en toe fel invielen, zorgden voor meer diversiteit in de dromerige sfeer die rond de muziek hing. Het was dus een meer dan degelijke set van The Sewing Club, al had er hier en daar misschien wat meer spanning in het muzikale spectrum kunnen zitten.
Twenty One Children @ Annabel Down
Hoe meer het einde van een festival nadert, hoe meer je nog eens een goeie stamp in het gezicht kunt gebruiken. Dat was zeker het geval bij de Zuid-Afrikanen van Twenty One Children. De hardcorepunkband bracht een verschroeiende energie mee naar de Annabel en zorgde zo net voor het einde van het festival voor vroegtijdige afbraakwerken. Nummers die soms niet meer dan dertig seconden duren, waren schering en inslag. Vooral de power en agressiviteit waarmee de songs gebracht werden, sloegen aan. Dat zag je zeker aan het publiek, dat alleen maar wilder werd en nog een keer alles uit zichzelf probeerde te halen. Maar ook de band zelf liet geen spaander heel van wat er nog rechtstond. Er waren furieuze riffs en natuurlijk heel snelle drums, maar het was toch vooral de agressieve zanger die het geheel naar een hoger niveau tilde. Allemaal vernieuwend was het niet, maar in de context van dit festival, leek het publiek daar niet wakker van te liggen. Lekker bandje, dat Twenty One Children, en het two-steppen kon zo op het einde van het festival toch echt boven worden gehaald.
Ferguson Hi-Fi @ De Doelen Up
Onze oprechte excuses voor de slechte Schotse woordmoppen dit weekend. We gaan het niet meer doen en maar gewoon focussen op de muziek. Meer bepaald op Ferguson Hi-Fi, de best geluimde band van heel het festival! Het Schotse vijftal speelde nog maar zijn negende show ooit in De Doelen, al is dat moeilijk te geloven als je hoort hoe strak en vlot de nummers uit de speakers rollen. Onder leiding van frontman Peter en zijn permanente glimlach maakt de band toffe, explosieve indierockers die volledig complexloos op zoek naar de aanstekelijkste melodie in de geschiedenis. Of dat al gelukt is laten we in het midden, maar tussen de twaalf prima nummers hoorden we er zeker vier die uitstekend waren. Zeker de afsluiter, waarbij het publiek zelfs ‘I’m alriiiight’ begon mee te zingen. Als dat op je negende show al lukt, dan heb je goed gewerkt. Daarmee ronden we af. Tot volgend jaar, de leute ciao!
Deze recensies werden geschreven door Niels Bruwier en Simon Vyverman.






