
© CPU – Nathan Dobbelaere
Terwijl storm Austen langzaam maar zeker zijn intrede maakte in Rotterdam, maakten wij ons klaar voor een stormachtige tweede dag op Left of the Dial. Het festival schakelt op vrijdag een versnelling hoger met meer locaties, en bijgevolg ook meer bands die het beste van zichzelf kunnen laten zien. Tijdens de dag konden we ons al warm maken met gratis concerten bij onder meer de riffs van Painkiller of de melancholie van AtticOmatic, maar eens de klok vier uur sloeg, was het tijd voor het echte werk. Met een divers aanbod aan acts en beduidend meer mensen op stap, was het soms moeilijk om overal binnen te geraken of bands met de juiste aandacht te zien, maar uiteindelijk waren er ook op vrijdag weer heel wat hoogtepunten.
Ben Kidson @ BIRD
We spreidden onze vleugels en maakten de lange tocht naar BIRD, behoudens vergissing voor het eerst opgenomen in de locaties van dit festival. Ginds stond de goedlachse Ben Kidson te wachten, maker van complexloze poprock die met de glimlach vervelende typetjes en voormalige relaties afserveert. Dat levert wel een aantal toffe liedjes op met pijnlijk herkenbare teksten, maar op geen enkel moment hoorden we iets dat we boven goed zouden catalogeren. Elke song is eenvoudig opgebouwd en steunt op een tof riffje, maar echt in de diepte durft Kidson nooit gaan. Hoeft ook niet natuurlijk, maar zo werden het geen avontuurlijke veertig minuten.
Healing Power of Horses @ Arminius
Het kan soms eens goed doen om een festivaldag gewoon op een heel rustige manier te starten en bij The Healing Power of Horses was dat zeker het geval. De band uit Cambridge heeft wel een dreigende sound in zich, dus het was nu ook niet dat we helemaal tot rust konden komen bij het viertal. Maar binnen de melancholische duistere gitaren stond er een frontvrouw vol overtuiging en charisma die met haar stem en moves iedereen begeesterde. Zij nam de band wel echt op sleeptouw door heel veel met haar stem in andere registers te spelen en ook heel het podium als speelgrond te gebruiken. Die coolness vertaalde zich ook naar de muziek die zeker niet makkelijk in het gehoor ligt, maar waar je wel rustig op kan mee bewegen. Vooral wanneer de intensiteit een upgrade kreeg en alle instrumenten nog dreigender en noisy overkwamen, kregen we het gevoel helemaal mee te zijn in het verhaal van The Healing Power of Horses.
Insider Trading @ Mono
Insider Training stond al heel snel in fluogeel aangeduid in ons blokkenschema, want van de band verwachtten we een even dik schot in de roos als deze woordgrap. De Schotten vliegen dik onder de radar, maar maken van die kille postrock die goed in de smaak zal vallen bij de American Football-fans in de zaal. Openen deden ze met het enige bescheiden hitje in de rangen, al was “Spice Girl” niet bepaald het hoogtepunt van de set. De nieuwe songs – die andere is al wat ouder – bevatten namelijk een stuk meer kleur en grinta. Alleen kwam de gelaagdheid live niet supergoed uit de verf. De zaal was misschien iets te betonnig om haarfijn geluid af te leveren, maar er mist toch nog een zekere panache om ook op het podium dik indruk te maken. Al waren het veertig boeiende minuten, begrijp ons zeker niet verkeerd.
Casual Smart @ V2
Casual Smart uit Wales kon al snel een vroeg hoogtepuntje genoemd worden. Het vijftal blinkt uit in melancholie en brengt zijn postpunk op zo’n uitgesproken manier dat je helemaal betoverd wordt door de sound. Dat konden we horen dankzij de zweverige saxofoon alsook het felle pianospel. Iedere song blonk uit in zijn opbouw en vooral toen bij de climax alles uit zijn voegen brak, werd je helemaal meegesleept in het verhaal. Met verschillende personen die konden zingen en vooral een bepaalde sympathie rond zich, lieten ze ook niemand onbewogen. Het was zo dat ze ook wel wat ruimte hadden voor humor, zo noemden ze hun drummer de zoon van Robert van Persie om de link te maken met Nederland. De muziek voelde toch niet aan als iets voor op een voetbalveld, maar eerder als een remedie tegen de regen die buiten fel aan het vallen was. Casual Smart was zo een baken van frisse lucht in een ruimte van donkere tijden.
Hyd @ Sahara
Er staan jaarlijks wel wat atypische dingen tussen het gigantische aanbod gitaarbands, en met Hyd hadden we meteen een van de uniekste gevonden. De artieste maakt non-conformistische pop die meer dan eens in de donkere diepte durft kruipen. Muziek voor een wereld vol tegenstellingen en slecht nieuws, en diepgeworteld in de strijd om vrouwenrechten. Ze had als begeleiding enkel de casette meegebracht en stond dus alleen op het podium, wat eerst aanvoelde als te weinig, maar nadien net als gepast. De repetitieve slagzinnen van de lang uitgesponnen songs slopen als het ware binnen en misten hun effect zeker niet. Zo werd de set van Hyd een beetje tegen de verwachtingen in toch een betoverend moment op de dag.
The North @ Theater Rotterdam Up
Het was nog eens tijd voor een echt streepje britpop en die kwam er van The North uit Leeds. Het viertal kwam nooit heel verrassend uit de hoek, maar soms hoeft dat ook helemaal niet. De band speelde gewoon zijn songs die binnen het genre gewoon oerdegelijk klinken. Qua performance werd het allemaal nogal licht uitgevoerd en ook het publiek werd niet meegesleept in de set, maar het is wel zo’n band die aan één meezinger voldoende kan hebben om toch een fanbase uit te bouwen. De jongens zien er namelijk uit als idolen en de songs die ze maken, baden in een aanstekelijke sfeer met leuke melodieën. Typische poprockconstructies, maar soms moet het ook niet meer dan dat zijn.
Holly Head @ Mono
Er zijn ieder jaar slechts een handvol shows waarvan we achteraf zeggen: ‘geniaal, fantastisch, deze band komt er ongetwijfeld.’ Vorig jaar hadden we dat met Bleech 9:3 (correct, een jaar geleden stonden die hier nog voor een publiek van twee man en een paardenkop), nu kregen we dat gevoel bij het buitenwandelen van de Mono. Wat een waanzinnige show van Holly Head was dat namelijk? Het viertal puurt muzikale inspiratie uit de betere art- en postpunkbands uit de geschiedenis, en giet dat in hoekige, maar heel sterk gelaagde songs. Heel de set lang bouwde en bouwde het met de ene climax na de andere, tot de boel op “No Country Is An Island” ongezien hard tot ontploffing kwam. De sound piepte, kraakte en schuurde, weigerde ademruimte te geven, maar heelde dan weer op de juiste momenten. Bon, we kunnen er veel woorden tegenaan smijten, uiteindelijk moet je het vooral zelf eens meemaken. Holly Head, de toekomst!
Lawn Chair @ Stalles
Met Lawn Chair kregen we rond etenstijd plots een Duitse furie om onze honger te stillen. De band had namelijk niet gekozen om het rustig aan te doen en al bij het tweede nummer dook de zangeres het publiek in om op de toog van de bar te kruipen en daar haar ding te doen. Toen was duidelijk dat de punkrockmuziek van de band wel eens het adrenalineshot was dat we nodig zouden hebben. Vernieuwend was het allemaal niet, maar door het vol energie te brengen, bleef het publiek ook plakken. Dat de zangeres nadien nog een aantal keer het publiek indook en ook zelfs eens wilde crowdsurfen van achter naar voor, gaf aan dat het qua publieksinteractie wel goed zat. Ook toen er even een rustiger liedje kwam, was dat welgekomen en konden we even op adem komen om nadien de vuile gitaren terug binnen te laten komen. Leuke band, die Lawn Chair, eentje die weet wat een energiek punkconcert brengen is zonder het daarbij te langdradig te maken.
Gardens @ Worm 1
Veel bands uit Oostenrijk kennen we niet en dus is het ook moeilijk om in te schatten hoe de muziekscene er daar precies uitziet. Met Gardens kregen we op Left of the Dial alvast een glimp te horen van hoe dat zou kunnen zijn. Het viertal brengt leuke surfy poprock die tussen de grooves van Khruangbin en de aanstekelijkheid van The Beach Boys ligt. Althans, zo begon de band toch aan zijn set. Van bij het begin leek de gietende regen van buiten even vergeten te zijn door zonnige gitaren en zwoele baslijnen. De dromerigheid die dan meer in de stem doorsluimerde, maakte het dan weer heel eigentijds. Zelfs toen het tempo iets hoger kwam te liggen, bleef het allemaal luchtig en plezierig klinken. Toch raakte de set een beetje in een sleur doorheen het midden, maar dat werd op het eind gecompenseerd door een meezingmomentje te creëren en natuurlijk het tempo op te drijven.
pyncher @ Brewpup Reijngoud
Manchester represent op vrijdag. De stad van wispelturige broers en matige voetbalploegen bracht in 2025 pyncher voort, een band met de voetjes in de postpunkscene van vandaag. Zoals steeds is het hele verhaal daarmee niet verteld natuurlijk, want de band kijkt zoals zovelen wel eens over het muurtje bij de andere genres. In de kleine Brewpup Reijngoud (gezellig konden we het door de drukte moeilijk nog noemen) hoorden we een band die vooral op zoek is naar hoe catchy ze kunnen klinken zonder de vuile rand kwijt te raken. Dat levert songs op die wel een beetje blijven plakken, maar het is nu niet dat we wild stonden te gaan op de ene knaller na de andere. Goed, het was écht wel te druk in het cafeetje, dus is het misschien niet echt representatief, maar op een dag dat we heel wat verbazende nieuwe dingen ontdekten, sprong pyncher er helaas niet echt uit.
Glasshouse Red Spider Mite @ Arminius
Op een festival als Left of the Dial komt verzadiging af en toe wel eens om de hoek loeren. Het is de uitdaging om je planning zo divers mogelijk te maken, maar soms kan je niet anders dan een band checken. Glasshouse Red Spider Mite is een band uit Brighton die een mix van slowcore, shoegaze en postrock brengt. Op het eerste zicht dus niet veel anders dan gelijkaardige bands hier, zijnde het niet dat hun liveshow veel urgentie bevatte. Enerzijds zijn er twee personen die kunnen nummers zingen, anderzijds weten ze perfect hoe je een song moet opbouwen om de aandacht erbij te houden. Zo gaat ieder nummer op een bepaald moment een versnelling hoger en net dan wordt het ook interessant. Door die opbouw en dynamiek uit te breiden en veel emotie en depressieve gevoelens naar voor te brengen, worden we geraakt in het diepst van ons hart. Dat gebeurt zowel bij de meer donkere noisy nummers als de heel zachte intieme songs die epische proporties aannemen. Zo was Glasshouse Red Spider Mite meer dan een hoogtepuntje.
Rampressure @ Mono
Rampressure ontstond als middel tegen de verveling tijdens de lockdown en heeft daarom een bijzondere opstelling. Paul (die echt op McCartney lijkt!) op gitaar, een van zijn zonen ook, de andere achter de microfoon. Om te kunnen kaarten haalde papa er nog een drummende vriend van hem bij, die dan weer net een permanente kerstmancosplay was. Hun eerste shows lieten, niet in het minst op het podium van de Windmill, een danige indruk na. Goed genoeg om voor het eerst naar het Europese vasteland te mogen afzakken en ook hier te komen beuken. We nemen single “Yish” als uitgangspunt om te beschrijven wat we zagen: loeihard gebeuk ergens tussen industrial en noise, geïmplementeerd in songs die zeker wel wat om het lijf hadden. Het geluid in Mono was te beperkt om alles te kunnen waarnemen, maar het klonk wel heel veelbelovend.
Al Cologne @ Arminius Up
Het is altijd lastig om intieme muziek te brengen op een festival, zeker als het later wordt op de dag. Ook Al Cologne had er meer dan last van. De bovenverdieping van Arminius stond namelijk helemaal vol, maar toch vonden veel mensen het nodig om luid te roepen of babbeltjes te slaan. Jammer wel, want de muziek die het viertal brengt, is best mooi om te omarmen. Er is enerzijds de fragiele stem van de frontvrouw en daarnaast de mooie samenzang die alle harmonieën samenbrengt. Het was ook wel niet gemakkelijk als je tussen de nummers door veel moest stemmen en zo de schwung wat uit de set haalde, maar eens de liedjes werden gespeeld, kon je wel de schoonheid omarmen. Alleen past dit beter op een intieme plek dan op een festival laat op de dag.
Hillsboro @ Barrio
We beginnen deze alinea met een warme, doch licht dwingende oproep: houd uw muil tijdens een optreden, alstublieft. Hillsboro stond geprogrammeerd op een van de mooiste locaties van het festival, de vernieuwde Barrio, maar het café was duidelijke te gezellig om elementaire beleefdheid af te dwingen. De muziek van de Canadezen sneeuwde daardoor duidelijk af en toe onder, wat doodzonde was gezien er heel wat moois uit hun instrumenten kwam. Het zat qua geluid ergens op het snijvlak tussen emo en postrock. Niet zo’n bijzonder gekke combinatie dus, maar wel eentje die bloedmooie songs kan opleveren. Zeker naar het einde toe hoorden we nummers met een bijzondere diepgang. Weemoedig en claustrofobisch zonder ooit zeurend te beginnen klinken. Niet heel toegankelijk, maar dat hoefde ook niet, dus mocht er weer een fijne ontdekking bij in het boekje.
Imaginary Husband @ Stalles
Het was een speciaal moment voor Imaginary Husband, want het einde van de band is in zicht. Op Left of the Dial speelde de band zijn laatste shows en daarvoor waren natuurlijk ook enkele fans afgekomen. ‘Yorkshire’ weerklonk al snel vanuit de zaal en dat zou gedurende het hele concert zo blijven. Het is eigenlijk jammer dat de band ermee ophoudt, want wat we te horen kregen, was een furieuze postpunkpotpourri die wild bleef rondknallen. Wel was het duidelijk dat de laatste loodjes zwaar wogen, want veel moeite om te imponeren deden ze niet. Nee, het was vooral plezier maken en de chaos omarmen. Zo moest de gitarist een mop vertellen, werd er tussen de songs door wat rommelig gedaan en mocht een megawilde moshpit op het podium, samen met de bandleden, niet ontbreken. Net die attitude gaf de set iets memorabels, want dankzij dat je-m’en-foutisme werd het net een betere show.
Hammok @ Annabel Down
Een band van het kaliber van Hammok verwachten we eigenlijk niet meer op Left of the Dial, maar je hoort ons zeker niet klagen. De posthardcoreband heeft al heel wat adelbrieven als bewijs: iconische passages op festivals in volledig Europa, met Best Kept Secret als orgelpunt. Dat ze zich alsnog moesten komen bewijzen in Rotterdam is een beetje jammer, want er stond potverdorie een band met karakter op dat podium. Het dreunde en kraakte en piepte zoals het de hardcorescene betaamt, maar wel met songs die echt heel goed in elkaar zitten en de ene mokerslag na de andere toedienden. We zagen er de grootste moshpit van het weekend door ontstaan, inclusief de bandleden die om de beurt mee in het publiek doken. Dit viertal verdient grotere podia, zo veel is (al langer) duidelijk.
Lucky Iris @ Worm 2
Het is altijd leuk als je kunt eindigen met iets onverwachts, en dat was exact wat Lucky Iris te bieden had. Het duo bracht elektronische hyperpop mee naar Left of the Dial en dus was het nagenoeg onmogelijk om stil te staan, wat natuurlijk ideaal is op zo’n laat uur. De ene helft van het duo smeet zich als een bezetene op de synths, terwijl de andere voor de vocals zorgde, die heel aanstekelijk en snel meezingbaar bleken te zijn. Hoe langer de set duurde, hoe vettiger de nummers ook begonnen te klinken, waardoor we naar het einde toe nagenoeg in een echte rave belandden. Het publiek werd meer dan klaargestoomd voor de nacht en dat was dan ook precies de bedoeling van deze boeking op dit uur.
Deze recensies werden geschreven door Niels Bruwier en Simon Vyverman.






