Jill Scott hoeft na meer dan vijfentwintig jaar carrière nog maar weinig te bewijzen. Sinds Who Is Jill Scott? en Words and Sounds Vol. 1 haar aan het begin van deze eeuw tot een van de grote stemmen van de neosoul maakte, groeide haar repertoire uit tot een mengeling van soul, r&b, jazz en spoken word. Toch kijkt ze niet alleen achterom. Met To Whom This May Concern verscheen dit jaar haar eerste nieuwe album in meer dan tien jaar en dus was er eindelijk weer reden voor een uitgebreide tournee. Dat haar oudere werk ondertussen voor velen bijna heilig is, werd in een goedgevulde Bozar al duidelijk voor ze één noot had gezongen.
J Bambii leek een ideale keuze als opener. De rapper uit Chicago moest het zonder haar band stellen en vond dat zelf duidelijk jammer, maar vulde het podium verrassend gemakkelijk alleen. Haar intro over beautiful Black American people leidde een set in waarin vrijheid, geloof, tegenslagen en haar ervaringen als zwarte vrouw centraal stonden. Chaos bracht dat mooi samen: haar volle, iets lagere stem rustte op een repetitieve instrumentatie die herinnerde aan haar grote inspiratiebron D’Angelo.. Later werd het geheel dromeriger en schoof ze dichter richting soul, al hadden wat meer muzikale verrassingen de set goed gedaan. Veel maakte dat niet uit, want voor we het beseften zat haar tijd erop. Toen J Bambii zichtbaar emotioneel werd bij het besef dat ze ver van huis met Jill Scott op tour mocht zijn, kreeg een degelijk voorprogramma bovendien nog een bijzonder oprecht einde.
Scott zelf begon opvallend klein. Eerst wat woorden voor de zaal, vervolgens haar stem zonder begeleiding en dan pas barstte “Be Great” open. Meteen stond iedereen recht. The Freemans legden indrukwekkende harmonieën rond haar zang, blazers schoten er tussendoor en Scott zette doodleuk haar hoed op terwijl haar stem voor de eerste rillingen zorgde. Dat dit meer dan een gewoon concert zou worden, maakte ook het decor snel duidelijk. Een typisch witte omheining, een kast vol hoeden en zonnebrillen en mysterieuze dozen vormden het decor, terwijl tijdens “OffaBack” beelden van iconen als Aretha Franklin, Miles Davis en Malcolm X verschenen. Scott maakte van het podium haar eigen kleine wereld en bewoog daar met zoveel vanzelfsprekendheid doorheen dat ze nauwelijks iets hoefde te forceren.
Ook het nieuwe materiaal vond gemakkelijk zijn plek. “Beautiful People” en “Liftin’ Me Up” klonken vertrouwd genoeg om naast de klassiekers te staan, maar bij “A Long Walk” werd pas echt duidelijk hoeveel geschiedenis er in de zaal zat. Scott hoefde hele stukken amper zelf te zingen en keek zichtbaar genietend toe hoe het publiek haar werk teruggaf. Dat werd een terugkerend gegeven. Soms maakten The Freemans haar noten af, op andere momenten nam de zaal het volledig over, waardoor Scott haar stem slim kon doseren. Wanneer ze dan zelf voluit ging, bleek die na al die jaren nog steeds even warm, vol en indrukwekkend te zijn. Alleen ging het soms allemaal wat snel. Ook een rustig “Cross My Mind”, ingeleid door een lang verhaal over liefde en groei, had gerust nog wat langer mogen blijven hangen.
Dat gevoel werd ruimschoots gecompenseerd door een band waarop werkelijk niets aan te merken viel. Soms was het de bas die een nummer voorttrok, dan weer gitaar of keys, terwijl drums, percussie, trompet en fluit ervoor zorgden dat Scotts soul voortdurend bleef ademen. Het nieuwe “Pressha” profiteerde bijvoorbeeld van een heerlijk diepe bas, waarna The Freemans zelfs even zelf de aandacht kregen terwijl Scott zich omkleedde. Nog belangrijker dan al die muzikale finesse, was de warmte waarmee alles werd gebracht. Scott praatte uitgebreid, deelde relatieadvies en levenslessen uit en kreeg vanuit alle hoeken antwoorden terug. Een verhaal vloeide haast vanzelf over in “He Loves Me (Lyzel in E Flat)” en plots stond de hele zaal weer mee te zingen. Het voelde bij momenten minder alsof we naar een superster stonden te kijken en meer alsof auntie Jill een gigantische familiebijeenkomst leidde.
Zelfs na een eerste afscheid was die bijeenkomst nog niet afgelopen. “The Way” kreeg iedereen opnieuw recht, waarna eindelijk duidelijk werd waarom er al de hele avond dozen op het podium stonden. Toxic love, fear en andere zaken die je leven alleen maar zwaarder maken, moesten volgens Scott simpelweg in een doos en voor de deur worden gezet. Een eenvoudige boodschap misschien, maar na een avond vol persoonlijke verhalen voelde ze oprecht. Met “Golden” werd daarna nog één keer gedanst en uit volle borst meegezongen. De storende zaklampen waarmee security doorheen de avond mensen probeerde te laten zitten, waren tegen zoveel warmte gelukkig maar een voetnoot. Scott zei zelf dat muziek uiteindelijk mensen bij elkaar moet brengen en veel beter had ze haar eigen show niet kunnen samenvatten. Haar stem is er nog steeds, haar band speelde fantastisch en zelfs wanneer ze een noot aan The Freemans of haar publiek overliet, bleef zij het onbetwiste middelpunt. Misschien gingen sommige nummers iets te snel voorbij, maar na een avond vol soul, humor en levenslessen stapten we vooral met één gevoel buiten: auntie Jill heeft het nog altijd.
Op 10 oktober staat Jill Scott in de AFAS Live.






