
© CPU – Jan Van Hecke
We moeten wat langer dan voorzien wachten vooraleer we het nieuwste album van Stanley Clarke op de streamingdiensten kunnen terugvinden, maar met het reeds uitgebrachte “Medieval Overture” en “Last Train To Sanity” wordt onze honger toch gedeeltelijk gestild. De legendarische bassist vertelde ons op de openingsdag van Gent Jazz over het proces achter het immense Last Train To Sanity en blikte terug op zijn experimenteren met Return To Forever, maar ook op samenwerkingen met Paul Simon en een artiest die hij niet bij naam wil noemen.
Eerst en vooral willen we je feliciteren met je vijfenzeventigste verjaardag. Wat zou je nog graag doen vooraleer je zessenzeventig wordt?
Ik ben net klaar met een dubbelalbum en het is eigenlijk ook een kunstwerk. Het is echt een totaalpakket, met de dubbelplaat, maar ook met een cd en een boek. Dat boek gaat over mijn leven. Het begint bij mijn achtste levensjaar en loopt ongeveer door tot vandaag. Eerst twijfelde ik of ik het via de reguliere muziekindustrie en een platenmaatschappij wilde uitbrengen, want veel artiesten zijn daarin teleurgesteld geraakt. Door streaming en de manier waarop tegenwoordig zaken worden gedaan, is de industrie erg veranderd. Toch kiezen we uiteindelijk voor een volledige release, waarschijnlijk ergens begin augustus. Ik kijk er echt naar uit, want het pakket is prachtig geworden. Mijn dochter is kunstenares en heeft een kunstopleiding gevolgd, en mijn vrouw is dat ook. Het project heet trouwens Last Train to Sanity. Via lasttraintosanity.com kun je de plaat nu al krijgen, maar uiteindelijk willen we ze ook via streamingdiensten op de markt brengen.
Dat klinkt als een heus karwei. Hoe lang duurde het voor het project helemaal af was?
Het bestaat uit vijftien nummers en ik ben er meer dan een jaar mee bezig geweest. Het moeilijkste deel was niet de muziek, maar het boek. Ik had nog nooit eerder een boek geschreven. Je schrijft iets op – of je spreekt het uit en het wordt uitgetypt – en als je dan terugleest wat je eigenlijk hebt gezegd, denk je: ik klink als een idioot, dit kan ik niet uitbrengen. Vervolgens moet je het herschrijven of laten aanpassen, zodat mensen begrijpen waar je het in vredesnaam over hebt. Dat heeft ontzettend veel tijd gekost, zeker drie maanden. De muziek was eigenlijk al klaar, maar het boek vergde veel meer tijd. Het is uiteindelijk een prachtige weergave van het hele project geworden. Als iemand van een andere planeet zou vragen wie Stanley Clarke is, dan zou ik die persoon dit album geven, omdat het alles in zich heeft. Omdat ik bassist ben en een bassist doorgaans een dienende rol heeft, heb ik met ontzettend veel bands gespeeld. Daardoor lijkt het boek haast op een muziekgeschiedenis. Ik keer terug naar Horace Silver en Art Blakey, heb het over de ‘old school’ en ga via fusion en funk tot aan wat er nu speelt. Ook de films en filmmuziek waaraan ik heb meegewerkt, komen aan bod. Het is dus een heleboel materiaal en uiteindelijk is het een behoorlijk dik boek geworden.
Het schrijven van zo’n boek doet je vermoedelijk ook wel terugblikken. Is er een goede raad die je aan jezelf zou willen geven, mocht je terug in de tijd kunnen gaan?
Het goede aan mij was dat ik nooit stopte. Ik ging gewoon door. Er is iets in mij, ik weet niet precies wat, waardoor ik altijd blijf doorgaan. Achteraf gezien zijn er vast een paar bands waarin ik niet had hoeven spelen en een paar platen die ik beter niet had gemaakt. Er was bijvoorbeeld een plaat die ik niet bij naam zal noemen. De man achter het project vertelde mij dat een bekende muzikant zou meedoen. Tegen die muzikant zei hij dan weer dat ík al had toegezegd, en zo lokte hij iedereen naar de studio. Hijzelf was uiteindelijk de enige die niemand kende. Daar stond hij dan, tussen al die muzikanten die elkaar wél kenden. De plaat was niet geweldig, maar we lagen in een deuk om die gast. ‘Wie ben jij eigenlijk?’ vroeg ik. Hij antwoordde: ‘Ik ben hier omdat jij hier bent, Stanley.’ Toen zei ik: ‘Wacht even, ik ben hier omdat jij hier bent.’ Ik neem mijn petje voor hem af. Het was een slimme list en ze werkte: we kwamen er allemaal terecht.
Met zo’n omvangrijk oeuvre is het ook niet onbegrijpelijk dat zoiets eens gebeurt.
Ja, precies. Maar goed, over het algemeen heb ik van mijn leven genoten. Ik heb nog veel meer te doen, nog veel dingen die ik wil aanpakken. Dit nieuwe album is een soort statement. Het is ofwel een begin, ofwel een einde van iets. Soms zijn dit soort momenten zowel een begin als een einde, omdat het zo’n belangrijke plaat is. Het is een hoop muziek, een hoop instrumenten en ontzettend veel muzikanten. Ik denk niet dat ik nog zo’n plaat ga maken. De volgende platen worden kleinschaliger, meer ‘boutique’-achtige producties met bijzondere mensen. Ik heb inmiddels al aardig wat materiaal geschreven voor het nieuwe werk. Ik wacht nog even af en laat deze plaat zijn ding doen, daarna ga ik met die andere dingen aan de slag.
Zowel de nieuwe plaat als het boek lijken een hele belevenis te worden.
Het is enorm. Je kunt er simpelweg niet even voor gaan zitten. Als ik je het pakket zou geven, is er geen sprake van dat je er even voor gaat zitten en het vanavond afrondt. Onmogelijk. Je bent er misschien wel een jaar mee bezig om alles te beluisteren. Het boek zelf heeft ook enorm uitgebreide toelichtingen. Het is eigenlijk een soort protest van mijn kant, want bij zoveel platen van tegenwoordig weet je niet wie er precies op meespeelt. Wanneer je naar de radio luistert – of naar iets anders dat instrumentale muziek draait – wordt er niet gezegd: ‘Op drums hoor je die-en-die, op piano…’. Vroeger was dat wel zo. Niemand weet dus echt wie er op de platen speelt. Als protest heb ik daarom enorm uitgebreide hoesteksten gemaakt. Er staat zelfs in wanneer de muzikant zijn voet richting het noorden bewoog toen hij een bepaald stukje speelde. Die teksten zijn dus best interessant.
Je merkt op dat je veel om jouw muzikanten geeft. Vorige maand in Frankrijk had je ook nog een violist mee.
Hij (Evan Garr) is geweldig. Hij heeft een fantastische plaat in aantocht.
Hij is net zoals de rest van je band ook nog erg jong. Wat is het dat je precies zoekt in jouw medemuzikanten?
Ze moeten sowieso de muziek kunnen spelen, zowel op emotioneel als technisch niveau.
Ik ken veel geweldige muzikanten die kampen met een drugs- of attitudeprobleem, of op wie je niet altijd kunt rekenen. Ik probeer jonge muzikanten duidelijk te maken dat het tegenwoordig niet alleen draait om virtuositeit. Natuurlijk telt talent mee, maar veel bandleiders kiezen liever voor een iets minder begaafde muzikant met wie ze wél een hechte band kunnen vormen. Het is belangrijk dat een groep goed georganiseerd is, bij elkaar blijft en dat de leden op elkaar kunnen rekenen. Ik heb op dat vlak veel geluk gehad. Mijn aanpak is om al vroeg met mijn muzikanten te praten en hun voldoende ruimte te geven. Dat heb ik van Chick Corea geleerd. Hij hield van muzikanten en gaf hen vrijheid, maar maakte tegelijk heel duidelijk wat hij wel en niet aanvaardde, zeker tijdens het dagelijkse reizen.
Het helpt wel wanneer Chick Corea je onder zijn vleugels neemt.
Niet alleen Chick Corea. Als we nog verder teruggaan in de tijd, kom ik ook uit bij Horace Silver, eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Hij was de beste bandleider die ik ooit heb gehad en dat is interessant, want hij zei heel weinig. Het enige wat voor hem telde, was dat je op het podium stond en zijn muziek goed speelde. De rest kon hem weinig schelen. Ik weet niet eens zeker of hij me wel mocht, maar zijn bands speelden ontzettend strak. Zijn muziek zat heel goed in elkaar en hij was gewoon recht door zee.
Is dat dan ook meteen je meest favoriete samenwerking?
Dan ga ik toch voor Chick Corea. Toen we voor het eerst samenwerkten, stonden we er financieel ongeveer hetzelfde voor: we waren straatarm. Volgens mij had ik nog meer geld dan hij. Wanneer ik vijfendertig cent op zak had, had Chick er misschien tien. Hij moest geld lenen om een sigaret te kunnen roken. En toch was het mooi, want hij had een droom: Return to Forever.
Wat denk je dat er sinds die tijd het meest is veranderd binnen de muziekindustrie?
Ik wil meteen zeggen dat dat zowel goed als niet goed kan zijn, afhankelijk van de persoon. Wat mij betreft vind ik het eigenlijk wel goed, want er zijn meer kansen en meer toegang. Je kunt vandaag naar huis gaan, je laptop openen, iets spelen en een cover maken met Adobe Photoshop en het op Instagram zetten. Misschien verkoop je maar drie platen, maar je verkoopt wel platen en zo kun je je eigen muziekindustrie creëren. Jaren geleden konden we dat niet, omdat je naar een platenmaatschappij moest. Als er dan honderd mensen naar een platenmaatschappij gingen, waren er misschien vier die een platencontract kregen. Het probleem daarbij is dat een van de afgewezenen misschien wel een geweldige artiest had kunnen zijn. Iedereen heeft in ieder geval toegang.
Ik ben opgegroeid met gasten die heroïne gebruikten; velen van hen zijn dood, weet je. Nu zijn mensen gezonder en daardoor zijn er ook meer muzikanten dan ooit tevoren. Maar goed, voor mij is het prima. Omdat ik zelf heel goed ben behandeld toen ik jong was, vind ik het belangrijk dat jongeren de kans krijgen, op welke manier dan ook, om naar buiten te treden en te spelen. Ik denk trouwens wel dat het voor jongeren tegenwoordig lastiger is, want er speelt nu zoveel. Vroeger was je verbonden aan een platenmaatschappij, en die maatschappij investeerde in jou om haar investering terug te verdienen.
Tegenwoordig geven kleine platenlabels je soms maar een beperkt bedrag voor een album. Dat is misschien net genoeg om een goed drumgeluid op te nemen en dan is het budget al bijna op. Volgens mij klinken sommige platen daarom hetzelfde. Door die lage budgetten is er nauwelijks ruimte om in de studio te experimenteren. Eind jaren zestig en in de jaren zeventig was de opnamestudio haast een extra muzikant. Ik herinner me dat ik eens met Paul Simon in de studio zat en dat Stevie Gadd op een telefoonboek aan het drummen was. Paul betaalde ons allemaal terwijl Stevie daar maar met dat telefoonboek zat. Ik dacht echt: man, dit is te gek. Ik had op vakantie kunnen vertrekken en later terugkomen, maar uiteindelijk klonk het ook wel goed.
Je mist de oude geluidsexperimenten wel.
Ik mis ze inderdaad een beetje en denk dat de apparatuur daar veel mee te maken heeft. Er is een groot verschil tussen werken in een studio met vier- of achtsporentechniek en opnemen met pakweg een laptop.
We hebben het al een paar keer over jonge muzikanten gehad. Welk advies zou jij geven aan jonge, ambitieuze muzikanten?
Ik zou zeggen: verdiep je in alle software. Leer werken met Pro Tools, Logic en Studio One en zorg dat je die programma’s echt goed kent. Neem daarvoor de tijd en neem zoveel mogelijk op. Koop goede microfoons, bijvoorbeeld vintage exemplaren, en laat ze opknappen. Kom ook niet zomaar aanzetten met alleen een trompet. Die tijd is voorbij, want Miles Davis heeft op dat vlak alles al gedaan. Je moet met iets meer of iets anders komen als je een opname wilt maken. Het valt me op dat de muzikanten die nieuwe software gebruiken en echt goed klinken, de technologie ook goed begrijpen of thuis de juiste apparatuur en connecties hebben. Je kunt tegenwoordig perfect thuis opnemen. Ik heb het altijd een mythe gevonden dat je alleen in een studio een goed geluid kunt krijgen. Neem bijvoorbeeld deze ruimte, de Bijloke. Een drumstel zou hier fantastisch klinken.
Heb je dat nieuwe album waar je het over had ook thuis opgenomen?
Ja, grotendeels. De vijftien nummers zijn op verschillende plekken opgenomen, maar het belangrijkste gebeurde thuis. Daar heb ik ook zelf de mix gedaan, want ik beschik over een erg goede opstelling en goede luidsprekers. Als je ergens geld aan uitgeeft, zou ik aanraden daarin te investeren. Zelfs sterke hiphopalbums werden gemaakt door mensen die thuis apparatuur hadden en daarmee experimenteerden. Daarnaast moet je proberen te begrijpen hoe de muziekindustrie er vandaag uitziet. Ze is niet noodzakelijk wat je denkt en is niet echt ingericht op nieuwe artiesten. Als de juiste zakenmensen je geweldig vinden en in je willen investeren, is dat fantastisch. Er zijn alleen nog duizenden andere artiesten die minstens even goed zijn, maar die mensen niet kennen en daardoor geen kans krijgen. Als beginnende artiest bevind je je dus in een erg moeilijke situatie.
Je had het over experimenteren. Je experimenteert nog steeds veel, maar dat deed je ook bij Return to Forever, wat eigenlijk je grote doorbraak was, als ik het zo mag zeggen. Daar speelde je bas op een totaal andere manier dan wie dan ook vóór jou had gedaan; als onderdeel van een experiment, of was het eerder als experiment op zich?
Uniek zijn betekent gewoon dat je afwijkt van de norm, en soms ontstaat dat min of meer toevallig. Ik vraag me bijvoorbeeld weleens af of Thelonious Monk vooraf dacht: ‘Ik ga gekke melodieën spelen, rond de piano dansen en een grappige hoed opzetten.’ Volgens mij was hij gewoon zo. Wees daarom niet bang om jezelf te zijn, want alleen zo komt je eigenheid naar voren. Dat is soms lastig, omdat er zoveel mensen om je heen hun mening geven. Ik zal je één ding zeggen: ik luisterde naar niemand. Nou ja, ik ‘luisterde’ wel, maar liet niet merken dat ik hun advies eigenlijk naast me neerlegde. Mijn moeder zei bijvoorbeeld weleens: ‘Je zou dat moeten doen.’ Dan antwoordde ik: ‘Ja, natuurlijk’, maar vervolgens deed ik toch mijn eigen ding. Als ik naar haar had geluisterd, was ik nu muziekleraar in Philadelphia geweest. Ze bedoelde het wel goed. De meeste mensen geven advies omdat ze je willen helpen, maar als artiest moet je vooral jezelf durven zijn. Net daardoor onderscheid je je van anderen. Kijk bijvoorbeeld naar Prince. Ik ontmoette hem toen hij nog heel jong was, in Minneapolis. Ik was daar met drummer Lenny White en pianist Bobby Lyle. Zij kenden hem en vonden dat ik hem absoluut moest ontmoeten, omdat hij zo bijzonder was. Toen ik naar hem toe liep, kwam er een klein mannetje op me af met een stem alsof hij ruim twee meter lang was. Hij stelde zich voor en ik dacht meteen dat hij het ver zou schoppen. Hij kleedde zich helemaal anders en voelde zich daar duidelijk goed bij. In alle jaren dat ik hem kende, bleef hij zichzelf en luisterde hij naar niemand. Als je weet hoe je wilt klinken, moet je dat proberen te bereiken. Ga ervoor, wat er ook gebeurt. Misschien maak je vijanden of mensen boos, maar so what?
Zo zat het voor mij met de basgitaar. Ik had het gevoel dat er nog vrijwel geen muziek voor de elektrische bas was geschreven. Helemaal niets, nul komma nul. Er bestond één boek van bassiste Carol Kaye, maar verder waren er, op enkele klassieke stukken voor akoestische bas na, nauwelijks voorbeelden. Ik zei tegen mezelf dat ik weliswaar bassist was, maar in hart en nieren vooral componist. Vervolgens schreef ik zelf muziek voor de bas, speelde die en bepaalde wie wat moest doen. Zo ontstond mijn eigen aanpak.
Is dat de belangrijkste boodschap die mensen uit je muziek zouden moeten halen? Dat je trouw bleef aan wie je bent en niet probeerde uniek te zijn, maar gewoon jezelf was?
Ja, ik probeerde helemaal niet uniek te zijn. Ik was gewoon mezelf en deed wat ik nodig had om mezelf tevreden te stellen. Daar is niets mis mee. Bij elke artiest, hoe populair die ook is, vormt dat volgens mij een belangrijk deel van het proces. Door jezelf te zijn en te spelen wat je zelf wilt horen, bereik je uiteindelijk meer. In mijn geval dacht ik: waarom zou ik geen eigen band kunnen hebben? Ik vond dat ik er een moest oprichten en leiden. Charles Mingus had tenslotte ook een eigen band, net als misschien nog een andere bassist. Veel voorbeelden kende ik niet. Ik richtte dus een band op, nam muzikanten aan en kreeg geregeld de vraag of ik dat wel zeker wist, omdat ik nu eenmaal bassist was. Ik bevestigde dan dat ik inderdaad bassist was en vloog er vervolgens gewoon in.
Hoe voelt het voor jou om tegenwoordig met deze jonge muzikanten te spelen en om met hen de muziek van Return To Forever te spelen?
Het is geweldig. Die muziek is erg ingewikkeld, lastig om te spelen, maar ik speel het graag om allerlei redenen. Het klinkt goed en de muzikanten vinden het echt leuk om te spelen. De muzikanten zijn er dol op.
Het is iets waar je enorm veel tijd in moet steken om het ook maar enigszins behoorlijk te kunnen spelen. Het duurt zo lang om het echt onder de knie te krijgen. Je bent dus eigenlijk haast verplicht om ze de nummers te laten spelen waar ze zoveel uren in hebben gestoken.
Er staat een nummer op de nieuwe plaat dat deze jongens heel graag wilden spelen. Het komt van Romantic Warrior, het succesvolste album van Return to Forever. Die plaat ging in de Verenigde Staten een miljoen keer over de toonbank en wereldwijd zelfs meerdere miljoenen keren. Zij wilden het openingsnummer “Medieval Overture” opnieuw opnemen, maar dat stuk is verdomd lastig. Ik heb hen enkele keren gevraagd of ze het wel zeker wisten. Dat waren ze, dus zei ik: ‘Dan kunnen jullie maar beter gaan oefenen.’ Ze moesten het stuk eerst zelf instuderen voordat ze het met mij kwamen repeteren, want ik wil niet bij nul beginnen en dan pas langzaam op het juiste niveau komen. Ik wil meteen op niveau beginnen. Ze zorgden ervoor dat ze het helemaal beheersten en ik moet zeggen dat het verdomd goed geworden is.
Staan er nog andere nummers op het nieuwe album die opnieuw zijn opgenomen – nummers die je in het verleden al eens hebt gedaan?
Ja, er staat een oud nummer van mij op dat “Silly Putty” heet en oorspronkelijk op het album Journey to Love verscheen. Ze wilden dat nummer graag opnieuw opnemen omdat er blazers in zitten. Het is funky, maar draait vooral om de basgitaar. Er doen veel jonge muzikanten mee, maar ook een paar oudere. Daarnaast hoor je een strijkkwartet, funky passages en nog veel meer. Als ik een rapper was en materiaal zocht om te samplen, zou ik deze plaat kiezen. Ook de geluidskwaliteit is erg goed. Ik heb veel tijd besteed aan het geluid en beschik inmiddels over goede apparatuur, microfoons en een geschikte opnameruimte.
Als je naar een onbewoond eiland zou gaan en je mocht maar vijf albums meenemen, welke vijf albums zou je dan kiezen?
Een album van John Coltrane voor het spirituele, gewoon om te onthouden dat er zoiets als spiritualiteit bestaat. Ik ga ervan uit dat er daarna een kernoorlog uitbreekt, toch? Daarnaast neem ik een album van James Brown mee, het maakt niet uit welk. Ook de soundtrack van The Mission, de film met Robert De Niro, mag niet ontbreken. Vervolgens zou ik waarschijnlijk iets van The Rolling Stones of Jimi Hendrix kiezen en tot slot Miles Davis at Carnegie Hall.






