Kristin Hersh speelt graag bij Throwing Muses en vroeger ook bij 50 Foot Wave, maar ze brengt even graag albums uit onder haar eigen naam. Waar bij Throwing Muses de onderwerpen van de teksten over van alles en nog wat kunnen gaan, is haar eigen werk veeleer doorspekt met persoonlijke verhalen, waarin ze zich uiterst kwetsbaar durft open te stellen. Een plaat die we nog steeds aanraden voor het volle pond is Red Heaven van Throwing Muses, een album dat in 1992 werd uitgebracht. Het drumpatroon dat David Narcizo in “Firepile” uit de vellen laat drammen, is van het allerbeste dat we ooit gehoord hebben. Half maart 2025 bracht de band uit Atlanta, nog een fijne voor zijn doen vrij zachte plaat uit met Moonlight Confessions, waarna de leden op tournee gingen en Hersh na het reizen opnieuw eigen muziek begon te produceren. Laat ze opnieuw in haar ziel kijken? Zeker. Meer zelfs, de artieste is ondertussen zestig jaar en geeft zich helemaal bloot op Sugar on Blackstone. Het is geen tripje naar een pretpark geworden. Hoewel, misschien enkele stukjes? We laten Hersh graag aan het woord.
Hersh speelt als vanouds gitaar en staat tevens aan de microfoon. Voor dit album heeft ze zich omringd met oude vrienden: Pete Harvey van Throwing Muses op de cello en Rob Ahlers van 50 Foot Wave achter de drums. De singer-songwriter met (deels) roots in Providence, Rhode Island, fileert haar kinder- en jeugdjaren en het zal dikwijls een taaie brok blijken om te slikken. Dat is echter Hersh ten voeten uit, een zangeres die het mes op haar eigen nekaders durft te leggen met de dreiging om te snijden, maar uiteindelijk ‘slechts’ een rode afdruk zal nalaten. Als kind word je gevormd en wordt de basis gelegd voor alles in je latere leven en die fundering zal er blijven liggen tot je je laatste adem uitblaast. Soms is het nodig om terug te kijken naar het verleden en dat is exact wat op deze plaat zal gebeuren. Elf nummers heeft de Amerikaanse hiervoor gemaakt.
Vanaf de eerste noot van openingstrack “Dark Eyed Junco” horen we de Amerikaanse zoals we haar het liefst hebben: donker, dreigend en hypnotiserend. En toch hadden we liever gehad dat Hersh eens een album kon schrijven dat vrolijkheid en gelukzaligheid uitstraalt. Jammer genoeg is het niet anders en schrijft ze met “Moths” de razende woede van zich af over de dood van haar goede vriend Domonick Knight, een kerel die koudweg werd doodgeschoten door de politie, punt. De woede blijft opvallend beheerst, alsof de artieste nog steeds niet gelooft dat ze dit lied echt moet schrijven omdat het gewoon echt gebeurd is.
De bijna doodse sfeer zal als een rode draad door het album geweven blijven en we horen Hersh zingen over haar kinderjaren, zoals op “Pink Nightgowns”, een lied dat als een nachtmerrie klinkt. We zien het beeld voor ons van een onschuldig kind dat doodsbang op blote voetjes in een roos nachtkleedje van pure angst en ellende haar vermolmde, bijna verrotte beertje tegen zich aangedrukt houdt. Het zijn muziekstukken die met ijskoude klauwen rond de nek en hals tasten om de ader te zoeken die zal afgekneld worden. Muzikaal vinden we “101 Run” de allerbeste song die ze ooit heeft gemaakt. Hersh plakt twee grandioze gitaarpartijen op elkaar en we kunnen alleen maar onze ogen sluiten vanaf de eerste minuut van het lied en snikken, huilen en het snot proeven op onze lippen. We zijn helemaal uitgeteld en weten niet meer wat te moeten denken. Wat een weergaloos prachtig lied!
De dame laat ons geen enkele seconde ademhalen en op “Sundial” zitten we opeens in een spaghettiwestern van Sergio Leone en vrezen we voor ons vege leven. De sfeer die Hersh in het nummer legt, is die van de latere kolonisten die de oostkust verlaten, gedreven door de goudkoorts, en de huifkarren in een cirkel zetten om uiteindelijk de oorspronkelijke bewoners van het land te ontwrichten. Op “Snow White Lies” horen we weer die helderheid, maar dan wel helderheid in de donkerste krochten van de jeugdherinneringen die als een juk om de nek van Hersh en haar (stief)broers en -zussen hangen. We horen steeds hetzelfde muzikale idee terug, dat triumviraat van gitaar, cello en drums, en we voelen tot in het binnenste van onze botten dat het voor ons helemaal werkt. Het vertrouwen werd door Hersh geschonken aan een beperkt aantal medemuzikanten en dat vertrouwen deelt ze met de hele wereld.
Aan de ene kant worden de songs hierdoor enigszins voorspelbaar, maar aan de andere kant hebben we geen idee welke spoken en geesten de zangeres nu zal trachten te verdrijven. We vrezen zelfs voor haar dat het bij benoemen blijft. Die geesten zitten te diep verankerd in haar frêle lichaam met dat hese, gepijnigde stemgeluid. Het spectrum waarin Hersh heeft gecomponeerd, is muzikaal smal te noemen, maar de bloedende teksten voelen als de mespunten die op de halsaders worden gezet. Doorsnijden hoefde dus niet; drukken tot een druppel bloed op de grond viel, dat werd wel gedaan. Hersh is niet afgeweken van haar pad om haar kinderjaren onder de duim te krijgen, maar de schade was te groot, denken we. Grootse uitvoering van kille gevoelens, gespeeld door muzikanten die durven knauwen en hier en daar bijten. Geen verzoening met het verleden, maar wel een prachtig album. Dat is het volgens ons.
In de herfst doet Hersh een hele tournee door Europa. In België staat ze geprogrammeerd op 26 en 27 oktober in De Spil en in CC Maasmechelen. In Nederland zal ze optreden op 28 en 30 oktober in TivoliVredenburg en in PHIL. Op haar website staat alle info netjes gerangschikt.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “101 Run”, ons favoriete nummer van Sugar on Blackstone, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






