AlbumsFeatured albumsRecensies

Albumreviews Beire Kort #50

Het aantal albums dat wekelijks verschijnt, is meedogenloos groot. Daarom is het onmogelijk om alles binnen de correcte tijdspanne van een degelijke review te voorzien. Gelukkig hebben we daarvoor een oplossing ontwikkeld in de vorm van ‘Beire Kort’. Reviews van in de voorbije maanden verschenen albums of ep’s die we nog niet recenseerden, vinden hier een plaats. Het is zoals steeds een opmerkelijk divers overzicht geworden vol verschillende muziekstijlen.

A.G. Cook – The Moment (The Score) (★★★)

Als afsluiter van haar BRAT-verhaal maakte Charli xcx met The Moment nog een mockumentary. En zoals dat gaat bij muzikale films, hoort daar ook een soundtrack bij; dit keer vanzelfsprekend gemaakt door partner in crime A.G. Cook. Verwacht van The Moment (The Score) echter niet te veel – het is vooral een instrumentale begeleiding bij wat er op het scherm gebeurt. Dat fluctueert tussen duister en cool, alsook dromerig en een beetje wazig. Eigenlijk alles wat je bij het beeld dat rond BRAT hangt perfect samenvat. Met altijd wel een gloeiende synth (“Bird in the Rafters”) die om de hoek loert, is de club nooit veraf. Al overrompelt de Britse producer bewust niet altijd. “Removal” doet de hersengolven trillen, waarna “Dread” het feestje besluit aan de hand van een glitchende “I Love It”-sample. Als je iets van The Moment (The Score) écht moet onthouden, dan is het die laatste. En het werkt, bevestigd uit eigen ervaring, natuurlijk beter met de film erbij.

Chet Faker – A Love For Strangers (★★★½)

Je was misschien een beetje vergeten dat Chet Faker bestond, en echt gek is dat eerlijk gezegd niet. De man stapte een tijd weg van zijn artiestennaam en werkte verder onder Nick Murphy, maar het grote publiek raakte hem daardoor wat uit het oog. Dat de voorganger deze nieuwe A Love For Strangers alweer vijf kaarsjes mocht uitblazen, hielp ook allerminst. Maar goed, de Australiër is terug, en ook al gebeurde het allemaal wat meer onder de radar: hij klinkt wel nog steeds goed. Een beetje als zichzelf, maar met een verdere omarming van meanderende elektronica. In De Roma eerder dit jaar werd al duidelijk dat Chet Faker zich meer en meer stortte op meer experimentele instrumentatie, wat hier twaalf nummers lang bevestigd wordt. In A Love For Strangers gloeit elke noot, zacht en hoopvol, alsof hij na jaren zoeken eindelijk vrede met alles heeft gevonden. Dat zorgt soms voor duizelende synths, dan weer voor een lekkere groove. Less is more, met als mooiste voorbeelden nummers als “Can You Swim?” en “Inefficient Love“. In die laatste sluipt overigens ook wat soulpop, net als in “Remember Me”, en zo lijkt Chet Faker met zijn nieuwste creatie toch vooral de logische volgende stap te hebben gezet in zijn carrière.

Daphni – Butterfly (★★★)

Het grootste publiek kent Dan Snaith vooral als Caribou, maar de Canadese doctor kan ook met draaitafels en knoppen overweg. Dat doet hij onder de naam Daphni, waarmee hij dit jaar zelfs zijn vierde album uitbracht. Butterfly klinkt, inclusief zijn cover, eigenlijk perfect zoals je zou kunnen verwachten: een vlinder die door de club vliegt en van genre naar genre fladdert. Zestien nummers en een uur lang, dus je weet ook al op voorhand dat het op verschillende momenten wat langer duurt dan nodig. Daphni zorgt met andere woorden voor een langgerekte clubnacht, die op het ene moment al wat interessanter is dan op het andere. “Waiting So Long” omarmt de disco, in “Talk To Me” wordt het even vloeibaar en “Clap Your Hands” voelt als een hypnotiserende mantra. Hoogtepuntjes in een voor de rest altijd dansbaar geheel, maar zoek op Butterfly niet naar hits of vernieuwing. Dan Snaith is goed in wat hij doet en heeft voor heel wat dj’s ongetwijfeld beats en inspiratie gegeven voor hun sets, maar als album had het misschien vooral wat compacter gekund.

Pitou – P2 (★★★★)

Altijd als we bij Dansende Beren over Pitou schrijven, vermelden we dat haar debuutplaat Big Tear altijd gruwelijk ondergewaardeerd is gebleven. ‘Komt wel goed bij de tweede’, dachten we in de nasleep ervan, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we pas enkele weken na de release beseften dat P2 was verschenen. Een fantastische woordspeling trouwens, net zo mooi als het artwork van de plaat. En dan hebben we nog niets gezegd over de muziek die erop staat. Zowaar nog beter dan zijn voorganger, want Pitou Nicolaes omarmt op haar tweede creatie meer dan ooit de chaos. Soms overrompelend, soms zoekt ze het oog van de storm bewust op. De Nederlandse vindt altijd (echt altijd) het midden tussen kriebelende, prikkelende en triggerende volle instrumentatie en prachtige elektronica. Alsof het heldere ochtenddauw (“Morning Star”, “Pirate“) wordt weggevaagd door een ontsporing (“To Do What“). Het was héél nipt, of hierboven had nog een halve ster meer gestaan.

Naaz – The Sky Knows I Exist (★★★½)

Vanuit Nederland zet Naaz al enige tijd enkele voorzichtige stapjes in het internationale muzieklandschap, met ondertussen al enkele gedaanteveranderingen achter de rug. Van slaapkamerpop naar indierock, en nu de popvariant van die laatste. The Sky Knows I Exist is al het derde album van de zangeres met Koerdische roots, waarin ze zichzelf meer dan ooit verliest, terugzoekt en vindt. De plaat borrelt permanent in euforie met een ruwer randje, waarin Naaz een kat- en muisspel speelt met (zelf)vertrouwen. In het begin lijkt ze dat vooral na te jagen (“Bark“, “White Liar”), later klinkt ze steeds krachtiger (“Everything I Am”, “Something Good”). Dat de zangeres een heel eigen stemgeluid heeft, legt nog wat meer diepgang en emotie in het geheel, waardoor The Sky Knows I Exist het in zich heeft om na afloop nog wat na te zinderen. Soms kabbelt het allemaal een beetje te vlakjes, maar de op de grote momenten staat Naaz er. Klaar om haar muziek opnieuw aan een groter publiek te tonen.

Florence Road – Spring Forward (★★★★)

Vier sterren voor een ep met maar vier nummers op de tracklist? Dat moet dan toch een héle straffe zijn. En dat is zeer zeker het geval bij Florence Road, dat zich bij deze ook steeds verder begint te ontpoppen als next big thing. Het viertal uit Dublin zet met Spring Forward namelijk enorme stappen aan de hand van enorm goeie tracks. De meeslepende melancholie van bands als The Last Dinner Party loopt over in het ruwe randje van pakweg Wolf Alice, waardoor je het idee krijgt dat de dames van Florence Road permanent hun duivels ontbinden. “Hanging Out To Dry” is zo een hit die je nog niet kent, terwijl “Rabbits Can Swim” je helemaal onderdompelt in een bad van liefde. Dankzij Spring Forward krijg je het gevoel dat dit zo’n band is die aan de vooravond van een hele grote doorbraak staat, net omdat het viertal zo’n eigenheid en imago in die nieuwe nummers kan verwerken. Nog niet overtuigd? Laat “Storm Warnings” dan alles wegblazen.

My First Time – My First Time (★★★)

My First Time was een band die begin dit jaar terugkeerde in heel wat lijstjes van in de gaten te houden artiesten in 2026. En voila, daar is het viertal uit Bristol al. Na een paar jaar enkele losse singles de wereld in te hebben gestuurd, is daar met My First Time nu ook een eerste ep. En daar zit zeker wel potentieel in. De groep brengt namelijk een vorm van opgepompte poprock, gepolijst met toch wat ruwere randjes – van dat soort dat het goed doet op TikTok en consorten. My First Time kan dus zeker wel een dingetje worden, want in elk nummer zit wel iets dat blijft hangen: het riffje in “Picture of Health”, het aanstekelijke in “The Kids Are”, het dramatische in “Wellington Boots”… Soms voelt het een beetje aan als een TikTok-versie van YUNGBLUD, maar tegelijkertijd blijven de Britten ook gewoon zichzelf. My First Time is ruw en leuk, en klinkt altijd in your face. Met de juiste omkadering (lees: op sociale media) is dit nog niet het laatste wat we van de groep uit Bristol hebben gehoord.

Anna Calvi – Is This All There Is? (★★★½)

Er zijn weinig artiesten als Anna Calvi en dat speelt de Engelse zangeres en gitariste ongewild misschien wel een beetje uit. Met haar innemende geluid weet ze je binnen de kortste keren in te pakken, maar voelde je aan alles dat ze ook dat spectrum eens onverwachts moest opentrekken. Met Is This All There Is? heeft ze dat eindelijk geprobeerd, en met succes. Vier nummers, vier totaal uiteenlopende samenwerkingen: Iggy Pop, Perfume Genius, Matt Berninger en Laurie Anderson mochten aantreden op deze ep. Die artiesten hebben niet echt iets met elkaar gemeen, maar op deze kortspeler fungeert de Britse zelf als bindende factor. Ze schikt zich telkens een beetje naar de feature, met wat meer rock-‘n-roll op “God’s Lonely Man” en een vleugje besluipende dromerigheid op “I See A Darkness”. Het is altijd helemaal anders op Is This All There Is?, maar tegelijkertijd toch ook altijd helemaal Anna Calvi. Nee, dit is niet alles wat er is: de mogelijkheden zijn legio.

WASTE – Scream Until It’s Beautiful (★★★½)

WASTE is een coole band, dat wisten we al voor het De Nieuwe Lichting won en Studio Brussel de hype aan probeerde te wakkeren. Maar eigenlijk had het viertal uit het Antwerpse dat allemaal niet nodig. Debuutplaat Scream Until It’s Beautiful lag sowieso al klaar in de steigers en had het zonder die overwinning ook wel tot in de naamsbekendheid geschopt. Waarom? Omdat het een album is dat live ervaren moet worden, maar ook binnen de groeven van het vinyl bol staat van de energie. “Get Up” spreekt als opener voor zich, een nummer als “Dog House” voegt dan weer een zekere toegankelijkheid toe aan het geheel. Want laat ons eerlijk blijven, dat is WASTE verre van altijd. “Auto Pilot” voelt als een opgefokte vuistslag die elk moment in je gezicht kan ontploffen, maar neemt dan een onverwachtse U-bocht richting elektronica. Zulke dingen springen er daarentegen wel uit op Scream Until It’s Beautiful, want soms loop je het gevaar dat de nummers iets te veel op elkaar beginnen te lijken (door de overdaad aan riffs en screams). Maar in z’n geheel blijft WASTE wel altijd op het juiste pad en lijkt het golven te veroorzaken in hetzelfde vaarwaters als bands zoals IDLES en Ronker. Tot in de pit!

Slayyyter – WOR$T GIRL IN AMERICA (★★★★½)

Terwijl Charli xcx beweert dat de dansvloer dood is, komt Slayyyter misschien wel met een van de strafste popplaten van het jaar op de proppen. Dankzij alles krijg je namelijk het gevoel dat er heel wat te gebeuren staat rond de Amerikaanse zangeres: op Coachella zorgde ze voor een bomvolle tent, haar Europese tour is hopeloos uitverkocht… en deze WOR$T GIRL IN AMERICA barst simpelweg van de bangers. In z’n geheel lijkt Slayyyter een beetje terug te grijpen naar de pop van begin jaren ’10, maar ze maakt het meer badass. Invloeden van pakweg Robyn gaan op in het geluid van Ninajirachi, en daar kan je ontegensprekelijk niet niet goed op gaan. “DANCE…” breekt de ban, “CRANK” gaat in overdrive en zorgt voor een beenharde clubnacht. Het is bij deze dus nog slechts een vraag hoe lang het duurt voordat “YES GODDD” een wereldwijde hit is en “I’M ACTUALLY KINDA FAMOUS” de volgende TikTok-hype in gang zet. WOR$T GIRL IN AMERICA heeft met andere woorden het potentieel om Slayyyter tot aan de sterren te katapulteren, en dat zou zeker verdiend zijn.

Tiffany Day – HALO (★★★)

Moderne problemen hebben moderne oplossingen nodig. Tiffany Day is met 26 lentes een kind van deze tijd, dus haar muziek vindt ook zijn weg via de media van deze tijd. Doorbreken deed ze via Twitter en Vine, tegenwoordig is het TikTok dat ervoor zorgt dat haar debuutplaat HALO een publiek krijgt. De Amerikaanse met Chineese roots is echter al sinds jongs af aan klassiek muzikaal geschoold, maar daar valt nu niets meer van te merken. Het is namelijk een mix van hyperpop en EDM die we hier voorgeschoteld krijgen, en we snappen wel dat die werkt. In de nasleep van het succes van onder meer Ninajirachi kan ook deze producer wel hypnotiseren (“SAME LA”) en er tegelijkertijd een toegankelijk poppy randje aan autotune in verwerken (“PRETTY4U”). HALO zit met andere woorden permanent heel cool in elkaar, maar na een tijdje volgt de keerzijde van de medaille onverbiddelijk: Tiffany Day werkt altijd volgens een vast recept, en dan ontbreekt de variatie. Een “TELL ME WHAT I DID” op het einde springt er nog een beetje uit, door de knipoog naar Tate McRae, maar afgezien daarvan is de conclusie rond dit debuut toch vooral: heel leuk, maar ook veel van hetzelfde.

Dermot Kennedy – The Weight of the Woods (★★)

Ooit was er een tijd waarin Dermot Kennedy gold als de vaandeldrager van de dramatische gitaarpop, maar die plek is hij eigenlijk meteen na de release van zijn eerste plaat al kwijtgespeeld. De Ierse singer-songwriter werd voorbijgestoken door de Dean Lewissen, Alex Warrens en James Arthurs van de wereld, en verkocht zijn ziel aan de popduivel. Een echte hit is er sindsdien niet meer gevolgd, maar muziek bleef de man nog altijd maken. Volledig onder de radar verscheen afgelopen april zo The Weight of the Woods, al is het niet meteen erg als je die effectief gemist hebt. Wie Dermot Kennedy namelijk een beetje kent, weet namelijk al perfect hoe zijn derde studioalbum klinkt: als afgelikte, dramatische Q-music gitaarpop met rauwe vocals. In “Refuge” schiet al vrij snel het woord ‘cringe’ door onze gedachtengang, en dat brengt ons meteen naar de essentie van de plaat. De Ier lijkt té graag terug die radiohit willen te pakken, waardoor er een zekere authenticiteit en ziel ontbreekt in de nummers. En dat voor iemand met zo’n dramatisch stemgeluid. Op The Weight of the Woods geloven we de zanger eigenlijk maar één keer écht: op “The Only Time I Prayed”. De eerlijkheid in combinatie met de pianotoetsen doet denken aan de begindagen, waarin we hem oprecht een groots artiest zagen worden. Nu is het allemaal een beetje zo zo. Lauwtjes en te geforceerd.

SOFIA ISELLA – Something is a shell . (★)

Soms kan het snel gaan voor bijzonder jonge artiesten. SOFIA ISELLA werd geboren in 2005, maar het lijstje aan artiesten wiens voorprogramma ze mocht verzorgen is al bijzonder indrukwekkend: Taylor Swift, Tom Odell, Florence + The Machine… Dat in combinatie met TikTok, maakt van de zangeres een rijzende ster, die met regelmaat van de klok singles op de wereld loslaat. Nu wordt een deel daarvan echter verzameld op de ep Something is a shell . en daarmee introduceert de Amerikaanse zich meteen ook voor een groter publiek. De muziek die ze maakt zou je het makkelijkst kunnen omschrijven als een soort goth-versie van Florence Welch, al voegt ze er wel een ruwer randje aan toe alsook doet ze vooral haar eigen ding. Binnen het minimalistische komt ze vaak vernuftig uit de hoek, zoals op het gotisch en tegelijk tropisch klinkende “Star v”, of op “The Chicken Is Naked and Afraid” dat letterlijk aan elkaar hangt met een sample van kipgeluiden. Je weet bij SOFIA ISELLA dus nooit echt wat je kan verwachten binnen de perken van haar kleurenpallet, en dat zorgt ervoor dat het ook op Something is a shell . misschien iets te veel richtingen uitschiet om echt als samenhangend geheel te dienen. Cool is het langs de andere kant op momenten zeker en vast.

Amma – Middle Child (★★★½)

Je weet het of je weet het niet, maar RAYE komt uit een enorm muzikale familie. In de AFAS Dome eerder dit jaar, werd de show geopend door twee voorprogramma’s: haar beide zussen. En die brachten in het eerste kwart van dit jaar ook allebei een album uit. Lauren Keen doet dat onder de naam Amma en met een debuutplaat waarvan de titel voor zich spreekt. Middle Child gaat over hoe het leven eraan toegaat tussen een oudere en een jongere zus, die ook nog eens zoveel talent hebben. Deze zuster doet dat aan de hand van een plaat die drama ademt, hetzij op een totaal andere manier dan bij RAYE. Amma houdt het kleinschaliger en legt de nadruk veelal op haar stemgeluid en haar verhaal. Een nummer als “If You Don’t Love” is daar helemaal in het begin van het album het perfecte voorbeeld van. De combinatie van hitgehalte met vleugjes pop, r&b en melancholie. Het meandert bij Lauren Keen altijd tussen lichtvoetig en een duister randje, getuige het verlies in verdovende middelen in “Killing Cupid”. Moet daarbij wel gezegd dat Middle Child als geheel altijd lekker wegluistert, met “Blame Game” in de tweede helft als wederom een hitje dat je nog niet kende. Amma maakte met andere woorden een album dat het naar alle waarschijnlijkheid nooit zover zal schoppen als dat van haar bekendere zus, maar verdient toch wel de aandacht om zeker één keer beluisterd te worden.

Nine Inch Nails & Boys Noize – Nine Inch Noize (★★★★)

Wie de afgelopen weekends liever zijn bed opzocht dan een YouTube-livestream vanop Coachella, die raden we toch zeker eens aan om opzoekwerk te doen naar Nine Inch Noize. De bandnaam verklapt het natuurlijk zelf al: het gaat hier om een samenwerking tussen Nine Inch Nails en Boys Noize. Het project trad in Indio voor het eerst het podium op, waar meteen ook de laatste hand werd gelegd aan het zelfgetitelde debuutalbum. Nine Incho Noize werd namelijk drie kwartier aan herwerkingen en remixes, die werden opgenomen tussen vliegtuig, studio en podium. Mooie woorden voor een album dat in de praktijk niet minder dan een smerig pompende massa is geworden die je tot in elke vezel van je lichaam voelt trillen. Ervaring genoeg natuurlijk, maar nooit hadden we gedacht dat “Closer To God” nog harder zou binnenkomen op een technobeat. De stem van Trent Reznor kan klaarblijkelijk nog veel meer aan dan we hadden durven dromen, getuige ook de Soft Cell-cover van “Memorabilia”. Nine Inch Noize is zo’n plaat geworden die je in het holst van de nacht uit het niets toch nog het nodige adrenalineshot kan geven, zéker omdat de nummers voor het overgrote deel in elkaar overvloeien. Een “Heresey” is het toonbeeld van wat beide projecten hier voorschotelen: donkere groove, ruwe chaos en experimenteel afgelijnde beats. Een project dat wat ons betreft ook eens tot bij ons mag komen!

Apparat – A Hum Of Maybe (★★★½)

Bij het grote publiek ongetwijfeld bekend als de stem achter Moderat, maar Sacha Rings is eigenlijk toch vooral Apparat. Al liep het daar de afgelopen jaren niet per se op wieltjes. Het is te zeggen, je zal ongetwijfeld wel iets hebben horen voorbijkomen dat van de hand van de Duitser kwam, maar dan eerder als soundtrack van een serie of film. Maar zeven jaar na zijn laatste echte studioalbum is de man nu toch terug met een nieuw exemplaar. Op A Hum Of Maybe op zich niets dat we hem nog nooit hoorden doen: hij gaat van diepe elektronische mysterie naar Bon Iver-achtige melacholie, en neemt alles wat daartussenzit op zijn weg mee. Is dat daarom slecht? Zeer zeker niet! Vooruitgestuurde singles als “Hum Of Maybe” en “An Echo Skips A Name” tonen nog altijd aan dat Apparat zijn duistere pulsatie nog lang niet is verloren, maar in “Williamsburg” laat Rings dan toch weer zien dat dat alles ook gewoon bloedmooi kan gloeien. De Duitser schuwt het experiment nooit, maar laat het tegelijkertijd ook niet expliciet doorsijpelen, waardoor A Hum Of Maybe een langgerekte reis vol te ontdekken subtiliteiten in een grotere massa is geworden. Langgerekt is overigens een bewust gekozen woord, want met elf nummers op de plaat sluipt hij richting het uur. Soms dus een tikkeltje langdradig, maar dat maakt een volgende ontdekking dan weer goed!

IDK – e.t.d.s. A Mixtape by .idk. (★★★★)

Als hij zijn oorspronkelijke celstraf had uitgezeten, was Jason Mills pas vorig jaar terug op vrije voeten geweest. Niet dat hij daar over het algemeen mee uitpakt, het grootste deel van zijn carrière heeft hij met geen woord over zijn veroordeling gerept. Maar nu, rond het eind van zijn oorspronkelijke straf, kijk e.t.d.s. – voluit even the devil smiles – het verleden in de ogen. Vijftien nummers lang, één voor elk jaar onder de hamer. IDK haalt herinneringen uit de rechtszaal op, vecht de vete met de agent die hem arresteerde verder uit op “C.O.P”, rookt de dagen in de cel weg op “FLAKKA” en vertelt op “SCARY MERRi” verhalen uit het dagboek van een tienercrimineel.

Het talent van IDK is altijd al duidelijk geweest, maar het niveau dat hij op e.t.d.s. haalt is een absoluut hoogtepunt in zijn carrière. Zijn hooks zijn catchier dan ooit – probeer die van “HALO” of “P.O.” maar eens uit je hoofd te halen – en hij vindt de perfecte balans tussen persoonlijke verhalen en gratuit spierballengerol. Regelmatig zelfs binnen één verse, zoals op de eerste van “MiSOGYNISTICAL”. IDK kan trouwens zelf een aardig potje producen, maar wat hulp van zwaargewichten als Madlib, No I.D. en Kaytranada kan natuurlijk nooit kwaad. En het lijstje features is ook niet om je neus voor op te halen. Met als uitschieter de verse van The Roots-MC Black Thought, die zich met elk nieuw grijs haar in zijn imposante baard verder ontpopt tot een soort transcendente hiphop-goeroe.

Van rappen in de gevangenis naar rappen over de gevangenis, het lijkt een kleine stap. Maar IDK heeft er bijna vijftien jaar over gedaan om die te durven zetten. e.t.d.s. gaat eindelijk terug naar de tijd van zijn opsluiting, maar viert vooral de vrijheid.

Lip Critic – Theft World (★★★½)

De electropunk band Lip Critic balanceert volgens zichzelf ergens tussen gimmick en oprechtheid. Met hun tweede studioalbum Theft World vuren de Brooklynites een explosieve cocktail van digital hardcore, glitchy texturen, experimentele hiphop en opgefokte elektronica de ether in. De lore achter het album is minstens even fascinerend als de muziek zelf: een obsessieve fan stal de identiteit van frontman Bret Kaser, deed talloze aankopen, waaronder de volledige catalogus van de band via Bandcamp en geloofde dat de groep geheime boodschappen in hun nummers voor hem verstopte. In plaats van juridische stappen te ondernemen, nodigde de band hem uit om zijn verhaal te doen, waarna hij uitgroeide tot de inspiratiebron voor het album. Hoewel die situatie eerder onverantwoord en ronduit gevaarlijk klinkt, maakt net dat bizarre randje het album zo intrigerend. “Jackpot” springt er voor ons uit: een overprikkelende trip door de destructieve onderbuik van de gokwereld. Rinkelende schoolbellen, dreunende 808’s en hallucinerende synths vliegen je om de oren, terwijl het nummer aanvoelt als een casinotrip op mescaline, met 2 lijntjes coke als enige houvast. Fans van kleurrijke, experimentele en energetische muziek die moeiteloos genres door elkaar mengt, krijgen met Theft World wat hun hartje begeert.

 

3012 posts

About author
only love <3
Articles
Related posts
LiveRecensies

Backyard Festival 2026 (Festivaldag 2): Uitgeboenkt

Aan alles komt een einde en zo ook aan de Kempense festivalzomer. Na maanden vol tenten, weides en vooral een hele hoop…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Slayyyter - "crank 2"

Het verhaal van Slayyyter is best wel opvallend; de zangeres is al een tijdje bezig, maar plots is ze een van de…
InstagramLiveRecensies

Crammerock 2026 (Festivaldag 1): Anders en beter

Als in Stekene de deuren van Crammerock openen, weet je dat de festivalzomer echt in zijn finale plooi valt. De succesformule van…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *