Eerlijk? Als je ondergetekende 25 jaar geleden had verteld dat hij naar een avondvullende voorstelling zou gaan waarin de songs van Patsy Cline centraal staan, dan was een dwangbuis misschien wel je deel geworden. Het helpt dat John Grant en Richard Hawley met zijn band de steunpilaren van dit idee zijn. Met een van de beste baritons op deze aardbol in het midden van het podium en een meester van de filmische retrosound met zijn band eromheen, verdiende de affiche van de avond in het OLT Rivierenhof op zijn minst het predikaat ‘beloftevol’. Voor ze op 5 maart 1963 op slechts dertigjarige leeftijd in een tragisch vliegtuigongeluk omkwam, had Patsy Cline al een fijne discografie van liefdesliedjes in de country pop-stijl bij elkaar gesprokkeld. Ze werd onder andere wereldberoemd met het door Willie Nelson aangereikte “Crazy” en songs als “I Fall To Pieces” en “Sweet Dreams”. Patsy Cline was ook vrijgevochten: ze nam haar eigen carrière resoluut zelf in handen, wat zeker in die tijd nog zeer ongewoon was.
De avond werd op gang getrapt met een zoveelste incarnatie van Bjorn Eriksson, de voormalig gitarist van Zita Swoon die je ook kan kennen van Eriksson Delcroix of als drijvende kracht van The Broken Circle Breakdown Band. Bij Rum Cola Quartet krijgt hij de hulp van Tomas De Smet op contrabas (Think Of One , Zita Swoon), Sander Smeets op mellotron en gitaar (Calicos, Sandy Good) en Maximilian Dobbertin op percussie (Flying Horsemen). Samen creëren ze volgens de aankondiging ‘een warm, speels en licht surrealistisch klanklandschap waarin tropische dromen, vintage soundtracks en improvisatie moeiteloos in elkaar overvloeien’. Precies wat een door een dagje typisch Belgische zomerhitte murw gebrand publiek wel kan smaken! In zo’n bio wordt al eens overdreven, maar dit keer niet: Rum Cola Quartet lepelde zijn swingjazz recht uit de kokosnoot op, wat bij ons tevens beelden uit stokoude westerns opriep waarbij een ratelslang in een desolaat landschap tussen de cactussen kronkelt. Elk motief – afgewerkte songs kon je het moeilijk noemen – leek in aanvang te solliciteren naar airplay op Radio Minerva, tot de groep zichzelf steevast saboteerde door express een onverwachte afslag te nemen. Sympathiek was Rum Cola Quartet alleszins, en absoluut zeker passend voor het vervolg van de avond. Ze zouden een uurtje later trouwens nog een terechte shoutout van John Grant krijgen.
Voor hardcore fans van Grant komt de keuze om Patsy Cline te eren niet helemaal als een verrassing. Op het feitelijke afscheidsalbum van zijn eerste band The Czars, de coverplaat Sorry I Made You Cry, staat namelijk een prachtige renditie van Cline’s “I Fall To Pieces”. De weg die naar het oeuvre van Patsy Cline leidde, is wel eerder ongewoon: thuis in Denver raakte Grant namelijk zwaar geboeid door actrice Jessica Lang, van wie hij uiteindelijk ook haar hoofdrol zag in de biografische film Sweat Dreams, over het leven van Patsy Cline. Toen de gelijknamige song aan de beurt was, kwam John Grant nog eens terug op deze anekdote.
Dat Richard Hawley en zijn band de geknipte figuren zijn om in het oeuvre van Patsy Cline te duiken, wekt evenmin verbazing. De songs van Hawley ademen in de regel altijd de grandeur van de jaren vijftig en zestig, en zelfs in hun kledingkast zal je eerder de stijl van toen aantreffen dan pakweg een brede skatebroek. Het verhaal wil dan ook dat Richard Hawley met een gortdroog ‘Well… Us, you doofus’ reageerde toen John Grant bij hem polste welke begeleidingsband hij zou vragen voor dit eerbetoon. Opvallend genoeg stuurde de jongste helft van het vaste doelpubliek haar spreekwoordelijke kat voor deze openlucht t-dansant. De gemiddelde leeftijd lag daardoor wat hoger dan gewoonlijk in OLT – we zagen heel wat kranige types genieten – waardoor je een interessante mix van generaties in het publiek had.
De afwezigen hadden ook dit keer ongelijk: vanaf hun eerste noot was het duidelijk dat iedereen op het podium in zijn nopjes was. Met grijnzende gezichten namen ze het openluchttheater mee in het oeuvre van Patsy Cline, de ene keer met een honky Tonk, de andere met die typische, meeslepende sound van eind jaren vijftig. Richard Hawley’s band bestaat zoals geweten enkel uit heersers in hun vakgebied. Dat de man zelf ook een subtiele masterclass op de gitaar kan geven, waren we even vergeten. Misschien dat het harder opviel nu hij voor een keertje niet de centrale rol op de bühne had opgeëist? Die spot was voor John Grant, die we gisteren leerden kennen als een kolossale knuffelbeer in een met glitters bekleed kostuum. We konden ons niet van de indruk ontdoen dat hij een beetje nerveus was. Hij praatte de show aan elkaar met droge feiten over de schrijver(s) en moment van release van elk lied. Gaandeweg kwam er net genoeg scherpe humor bij, zodat je uiteindelijk aan zijn lippen hing.
Hoogtepunten kiezen uit deze hoogst amusante viering van Patsy Cline’s discografie is moeilijk. Onder dwang zouden we gaan voor “Shoes”, droogkomisch door Grant aangekondigd als ‘een song over een belangrijk maatschappelijk probleem dat brandend actueel blijft, namelijk: schoenen’. De aandachtige luisteraar had daarna misschien wel in de gaten dat de rode draad uit Patsy Cline’s werk in de tekst van dit lied verweven zit: liefde en het verlangen ernaar. Het refrein ‘But them shoes don’t fit me anymore / They lost their shape when I lost all that I cared for / And someone else will fill the shoes that I once wore / Because them shoes don’t fit me anymore’ liegt er niet om. Dezelfde boodschap kwam even later terug in het tekstueel bijtende “She’s Got You” waarin de tragische regel ‘I’ve Got Your Picture / She’s Got You’ je met de neus op de feiten drukte.
Het enthousiasme van de band en de appreciatie vanuit het OLT groeiden evenredig met elkaar. Een eerste kookpunt werd bereikt met het swingende “Heartaches”, dat het grootste en langste applaus tot dan toe oogstte. Dat de groep het publiek helemaal op de hand had, werd helemaal duidelijk toen Richard Hawley bij de afsluiter van de reguliere set pas voor de eerste keer echt van de ketting mocht. Hij voorzag “Blue Moon Of Kentucky” samen met zijn band middels een gierende, uitwaaierende gitaarsolo van een outro die een spontane ovatie uitlokte. Onze verwachting was dat de groep de bisronde ging aftrappen met “Paint The Moon” van The Czars, zoals ze dat tijdens de vorige tournee met het oeuvre van Patsy Cline deden. Dat gebeurde – waarschijnlijk door tijdsgebrek – niet. Al kon dat de pret niet drukken: de diepe buiging van de groep en het lange applaus aan het einde van deze avond waren meer dan verdiend. Het einde kon overigens niet toepasselijker: voor “If I Could Only Stay Asleep” werd ingezet, jubelde John Grant over de klaterende pianopartij in dat lied. Die zou aan zachte regendruppels aan het begin van de herfst refereren. Net op dat moment vielen de eerste verdwaalde spatjes naar beneden van wat een half uur later een stevige onweersbui zou worden. Toeval of niet?
Setlist:
There She Goes
Seven Lonely Days
Just Out of Reach
Crazy Arms
I Fall To Pieces
Loose talk
Walking After Midnight
Strange
So Wrong
Shoes
She’s Got You
Sweet Dreams
Ys I Understand
Heartaches
You’re Stranger Than Me
Your Cheating Heart
If You’ve Got Leaving On Your Mind
Never No More
Crazy
Blue Moon of Kentucky
If I Could Only Stay Asleep






