
© CPU – Peter Verstraeten
Wanneer het warm is, hou je best je suikerwaarden in de gaten. Laat Zucchero nu net Italiaans zijn voor suiker, wat hem het ideale uitstapje maakt in een periode van warmte als deze. De Italiaan had ook wat te vieren, namelijk de vijfentwintigste verjaardag van monsterhit “Baila (Sexy Thing)”. Voor de Antwerpse fans was het ook een speciaal weerzien, want het was van 2004 geleden dat de Italiaan er nog eens een concert gaf. De Lotto Arena was voor hem nog geen bekend terrein, maar de ligging kent Zucchero ongetwijfeld nog van zijn talloze optredens op Night of The Proms in het toen nog zo geheten Sportpaleis, waarvan de laatste dus tweeëntwintig jaargangen geleden was. Dat ze hem ondertussen niet vergeten zijn, mocht alvast blijken aan de uitverkochte zaal.
Zucchero staat gekend als voetballiefhebber en heeft er zelfs een verleden als doelman opzitten, maar terwijl de scheidsrechter floot voor het einde van de reguliere speeltijd van de Champions League-finale, ging de spreekwoordelijke teller op het podium af. Er werden projecties getoond van een perkamentpapier, waarop in het Italiaans een boodschap geschreven werd. Wat dat precies was, moeten we je schuldig blijven, want met ons Italiaans geraken we niet veel verder dan ‘spaghetti’. Het concert zelf werd niet op gang getrapt door Zucchero zelf, maar wel door Oma Jali, een van zijn twee achtergrondzangeressen. Ze bracht een indringende versie van “Oh, Doctor Jesus”, best bekend door Ella Fitzgerald en Louis Armstrong.

© CPU – Peter Verstraeten
Zucchero zelf maakte zijn entree met een recentere knaller in de vorm van “Spirito Del Buio”, waarbij het doek achter het podium viel en een gigantische zon werd onthuld waarin beelden van de Italiaan en zijn band geprojecteerd werden. Naar het einde van het lied toe, werd er even kalm aangedaan met een stukje dat haast a capella door Zucchero en zangeressen werd gebracht, om vervolgens weer te knallen.
De energie ging nog wat verder de lucht in met “Music In Me”, dat op gang werd getrapt door hoog gezang van de zangeressen en verder werd aangedreven door pompende drums en gitaren. Dat de vrouw naast ons een papieren zakdoekje aanbood voor ons zwetende voorhoofd, had voor een groot deel te maken met de temperatuur, maar Zucchero en band zaten daar zeker ook voor een stuk tussen. Er viel wat te zeggen voor die band, die met momenten haast meer uitblonk dan Zucchero zelf. Zo speelde zijn gitarist fantastische blueslicks tijdens “Menta e Rosmarino”, om er vervolgens een al even knappe solo bij te gooien. Voor “Fatti di sogni” werd dan weer een dobrogitaar en bijhorende slide bovengehaald en ook op het lange en bovenal knappe “Partigiano Reggiano” werd veel gesoleerd. Reken daar nog eens de rauwe stem bij van een Zucchero die voor het eerst echt in overdrive gaat en je zit goed voor de zoveelste temperatuurverhoging.

© CPU – Peter Verstraeten
Het kon er ook minder intens aan toe gaan, zoals bijvoorbeeld bij “Pene”, dat zich liet kenmerken door de logge drums. Terwijl er richting het einde psychedelische effecten geprojecteerd werden, kregen we daarbij blazers die elkaar met lange solo’s aflosten, met vervolgens ook nog een vleugje piano en bas. De drums bleven vervolgens een centrale rol opnemen met een epische basdrum bij “Ci si arrende”, waarbij Zucchero nog eens het schorre in zijn stem naar boven haalde. Het voelt dan ook haast verkeerd om te zeggen dat Zucchero misschien wel niet de beste stem op het podium had, maar wel Oma Jali die bij het prachtige duet “Facile” zich even van haar aller strafste kant liet zien met geweldige uithalen, een gigantisch bereik en die blueskenmerkende grom.
Zo waren we voor we het goed en wel beseften aan die eerste monsterhit beland en voor “Baila (Sexy Thing)” gaat men zelfs bij dertig graden nog gretig rechstaan om een danspasje te placeren. De vele gsm’s die de lucht in gingen om de hit vast te leggen, waren vanzelfsprekend en wie er op sociale media eentje ziet, zal daarbij ook zien dat Zucchero daarvoor voor het eerst zijn elektrische gitaar ter handen had genomen. We zoomen daar met plezier op in om zijn prachtige SG met meer detail te bestuderen. We bleven dansen met “Vedo Nero”, dat exact dezelfde taferelen opleverde als diens voorganger, zij het met een stuk minder smartphones.

© CPU – Peter Verstraeten
Zucchero heeft een hele waslijst aan samenwerkingen. Voor “Ci si arrende” kwam Mark Knopfler helaas niet opdagen, maar Miles Davis was er wel bij voor “Dune Mosse”. Dat was natuurlijk niet in levende lijve, want de legendarische trompettist die dit jaar zijn honderste verjaardag zou hebben gevierd, is al vijfendertig jaar niet meer onder de onzen. Hij was echter wel aanwezig in de projecties en in de geest van de vele trompetsoli, die zelfs bij deze temperaturen voor kippenvel zorgden. We kregen even tijd om daarvan te bekomen, want “Scintille” kwam in eerste instante toch voornamelijk over als een vrij platte ballad, waarvoor de lampjes dus logischerwijs de lucht in gingen.
De Italiaan sprak ergens halfweg voor het eerst het publiek toe en deed dat eerst in het Engels, om vervolgens over te stappen op Italiaans. We verstonden daarbij enkel dat muziek hem beter afgaat dan vertellen, dus dan ligt het misschien toch niet enkel aan ons Italiaans. In de mate dat het mogelijk was, werd de intimiteit daarna opgezocht, daar Zucchero met zijn akoestische gitaar vooraan op het podium ging zitten. Dat leverde drie knappe songs op, waarbij hij wel nog steeds door zijn band werd ondersteund en waarvoor hij er de eerste twee keer een mooi einde aan floot. Toch was het de laatste van die drie dat het meeste indruk maakte, al is het maar omdat de Italiaan “Nella casa c’era” deze tournee voor het eerst live speelt. Met het persoonlijke verhaal achter het lied wou hij ons dan weer niet lastigvallen. De Italiaan wilde ons sowieso niet meer lastigvallen, want na het emotionerende “Miserere”, dat samen met een opname van Pavarotti werd gespeeld, liet hij het even volledig aan zijn band over. De zaallichten bleven daarbij wat helderder en zo zagen we hoe een groot deel van het publiek dat aangreep als verfrissings -of plaspauze. Dat de band ons beloofde mee te nemen naar Havana voor wat salsa, maakte daarbij geen verschil en ook het rockende “Say It” van Oma Jali kon op niet veel enthousiasme rekenen.

© CPU – Peter Verstraeten
Gelukkig was Zucchero daar na een pianobluesje alweer terug en pakte hij meteen uit met de knapoe ballad “Il Volo”, waarbij hij vocaal ferm de hoogte in ging voor het einde. Tot slot van zijn reguliere set gooide de Italiaan er ook nog het erg strakke “Diavolo In Me” tegenaan, voor een enthousiast publiek dat tijdens “X colpa di chi” door de zangeressen werd aangemaand om weer recht te gaan staan. De grootste hit moest nog komen, dat wist iedereen en zoals zo vaak werd dat dan ook als toegift gebracht. “Senza una donna” werd vol overtuiging meegezongen en was de kers op de taart.
Zucchero bracht in de Lotto Arena een knap concert, waarbij zowel hij als zijn band rijkelijk hun kunde konden tonen. De Italiaan opteerde zowel voor hits als recenter werk en pakte ook uit met een fractie van zijn grote hoeveelheid aan samenwerking met de allergrootste legendes.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Setlist:
Oh, Doctor Jesus (Ella Fitzgerald & Louis Armstrong cover)
Spirito nel buio
Music in Me
Menta e rosmarino
Fatti di sogni
Partigiano reggiano
Pene
Ci si arrende
Facile
Baila (Sexy Thing)
Vedo nero
Dune mosse
Scintille
Un soffio caldo
Diamante
Nella casa c’era
Miserere
Pana (Malo cover)
Say It (Oma Jali cover)
Honky Tonk Train Blues (Meade Lux Lewis cover) (
Il volo
Così celeste
X colpa di chi?
Diavolo in me
Senza una donna (Without a Woman)





