Het is druk geweest voor hiphopfans de afgelopen weken. Niet alleen kwam Drake intimiderend met drie (!) platen tegelijk op ons afgestapt, ook fakemink. dropte zijn eindeloos opgehypet debuutalbum. Daarnaast brachten artiesten zoals Bladee en 6LACK nieuw materiaal uit. Ergens tussen al dat geluid loopt JPEGMAFIA met een gevoel van wrok rond, vanuit zijn eigen hoeksteen van hiphop schreeuwend om aandacht die hij niet bepaald subtiel opeist.
Op EXPERIMENTAL RAP, zijn zesde soloalbum, kroont Peggy zichzelf tot gedoodverfd koning van experimentele hiphop, terwijl hij tegelijk duidelijk probeert te maken dat andere figuren binnen het genre minderwaardig aan hem zijn. Die chip op zijn schouder die hij al jaren meedraagt, heeft hij nu ingeruild voor iets goud en glimmend. Als vastberaden boze koning klinkt hij groter, luider en arroganter dan ooit tevoren, maar tegelijk ook bitter, emotioneel platgedrukt en vervuld van de nodige grootheidswaanzin. Speelt hij een karakter of is Peggy gewoon echt zo kleinzerig en opgefokt? Wie zal het zeggen, vermoedelijk is het een half-half situatie.
En of dat gevoel altijd honderd procent authentiek is, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Je gelooft dat hij zich écht zo voelt, zoals een professioneel worstelaar via kayfabe zijn publiek volledig onderdompelt in een personage zonder ooit de illusie van het geënsceneerde te doorprikken. In een recent interview met Pigeons & Planes claimde hij zonder verpinken dat hij experimentele rap praktisch eigenhandig bezit en dat niemand hem kan kopiëren. Een ego-trip die ergens gerechtvaardigd aanvoelt, ook al doet het denken aan dat streverige ASO-kind dat voor de zoveelste keer opschept over zijn 10 op 10. Ook al heeft die gelijk, het blijft toch een arrogant eikeltje waar we liever niet te veel persoonlijke tijd aan spenderen.
Om terug te komen op het verkopen van een façade: zijn obsessie met professioneel worstelen sijpelt al jaren door in zijn muziek, maar hier wordt het haast een volledig esthetisch kader en tastbaar karakter. Peggy presenteert zichzelf als een soort Hulk Hogan-versie van een experimentele rapproducer: redneck energie, cowboyboots, stadiongitaren en een gouden kampioensriem rond de schouder. Dat was letterlijk het beeld tijdens zijn Lollapalooza-show van vorig jaar. Waar hij vroeger als een bezeten eenmans-dj over het podium vloog, kiest hij nu voor een koelere, afstandelijkere aanpak, compleet met zwijgende figuranten die eruitzien alsof ze rechtstreeks uit Ye’s Yeezus-era zijn weggelopen. Ook in het recente en enige interview dat Peggy gaf naar aanleiding van de nieuwe plaat, duiken gemaskerde NPC’s op achter Peggy, alsof hij zich bewust als cultleider probeert neer te zetten. Dat theatrale ego-tripgehalte voelt bewust overdreven aan, alsof hij zijn eigen mythe kunstmatig probeert op te blazen.
Het terminaal online aspect van zijn muziek speelt daarin ook een gigantische rol. Peggy’s muziek voelt vaak aan alsof het rechtstreeks uit een obscure subreddit komt of de soundtrack vormt voor een nachtelijke deepweb-scrollsessie. Om volledig mee te zijn met alles wat hij zegt of sampled, moet je haast even diep vergiftigd zijn door internetcultuur als hijzelf. Dat hyperonline karakter maakt zijn muziek tegelijk uniek én vermoeiend.
Op de intro “投影の芸術” maakt hij zijn intenties meteen duidelijk. Met een monoloog van comedian Paul Mooney – ‘This is America, fuck you. You can be talked about too, motherfucker’ – zet Peggy meteen het sentiment neer dat als een rode draad doorheen het album loopt: zowat iedereen en zijn moeder kan het doelwit worden van zijn frustraties. Nepo babies, trustfund-rappers, Charlie Kirk, Taylor Swift, online haters en eigenlijk alles wat hem irriteert krijgt de volle laag. Toch functioneren zijn lapidaire lyrics hier vooral als decorstukken voor zijn delivery. Het gaat minder om wat hij exact zegt dan om de attitude waarmee hij het brengt.
Peggy blijft de absolute meester in dissonante klanken laten klinken alsof ze naaste familie van elkaar zijn. Leadsingle “Babygirl” blijkt achteraf wel een wat teleurstellende muzikale introductie voor de plaat. De track voelt eerder aan als een leftover van zijn vorige album I Lay Down My Life For You, met kale drums, rustige 808’s en een vocal sample van Saul Williams. Hoewel die elementen respectievelijk prima werken, kondigt het niet bepaald de experimentele revolutie aan die de titel EXPERIMENTAL RAP belooft.
“Burning Hammer” doet dat gelukkig wél. Als een mokerslag start het nummer met Peggy die over militaristische drums, akoestische gitaren, grauwe noise en verstrooide synths schreeuwt, allemaal afwisselend in een verslavende rollercoaster. Zelfs de titel, een verwijzing naar de beruchte en gevaarlijke wrestling-finisher van Kenta Kobashi, voelt als een perfecte metafoor voor Peggy’s aanpak: spectaculair, destructief en net iets té intens. Het nummer vat perfect samen waar de plaat voor staat: een producer die constant van vorm verandert zonder ooit volledig uit elkaar te vallen. Trap, industrial, brostep en rock worden niet netjes geserveerd, maar eerder smaakvol in je gezicht gepleurd.
Toch voelt dit album anders aan dan zijn vorige platen. Sinds All My Heroes Are Cornballs werd Peggy’s muziek stelselmatig toegankelijker en emotioneler, culminerend in het relatief gepolijste I Lay Down My Life For You. Op EXPERIMENTAL RAP zegt hij daar deels ‘fuck you’ tegen. Dit is geen plaat die je probeert te overtuigen van zijn gevoeligheid, dit is een gedecideerde artistieke flex. Een muzikaal borstklopperig statement waarin Peggy voortdurend wil bewijzen dat hij élke uithoek van experimentele rap beheerst.
Dat hoor je vooral in de opeenvolging van tracks als “Meet The Dealers”, “head” en “Degenerates Prayer”. Eerstgenoemde klinkt als een electro-discobanger voor een nachtclub in Mass Effect 2, terwijl “head” en “Degenerates Prayer” klinken als één geheel en samen verdrinken in ruige vervormingen, luidruchtige ambiance en kapotte brostepstructuren. Het aantal productieswitches in die gezamenlijke vier minuten is ongeremd en compleet gestoord. Soms voelt dat indrukwekkend, soms ook een tikje vermoeiend, alsof Peggy eerder zijn technische spierballen toont dan sterke songs probeert te schrijven. “The Ghost of Emmett Till”, dat direct na deze nummers volgt is dan weer heel rock-heavy. Na vijf minuten lang murw gebeukt te worden door agressieve elektronische variaties van dubstep en noise voelt dat gitaarrijk nummer niet op echt zijn plaats en had een soort rustmoment beter gepast. Hoewel JPEGMAFIA albums nooit echt een vast kader hebben qua flow, is de sequencing op dit album opvallend all over the place.
Wat ook niet helpt is dat hij doorheen grote delen van de plaat grotendeels dezelfde flow blijft hanteren. Peggy klinkt hier regelmatig alsof hij op automatische piloot staat: rapid-fire flows die technisch strak blijven, maar emotioneel vaak leeg aanvoelen. Zeker op een album van deze lengte beginnen bepaalde cadansen en deliveries in elkaar over te vloeien, waardoor sommige tracks minder individueel blijven hangen dan je zou hopen. Dat repetitieve aspect wringt soms met producties die instrumentaal nochtans compleet ontsporen.
Hoewel op inhoudelijk vlak emotie vaak ontbreekt, komt die op muzikaal vlak wel verschillende momenten bovendrijven. “Pop This Heat” is een van de mooiste momenten van de plaat, gedragen door gospelachtige piano’s, soulvolle samples en achtergrondkoren die het album een bijna christelijke ondertoon geven. Ook “¥ (Yen)” behoort tot de absolute hoogtepunten: explosieve texturen, een absurd catchy sample en een perfect evenwicht tussen experimenteel geluid en melodische toegankelijkheid. Meer nummers met die structuur waren welkom geweest op de plaat.
“War Over Land”, eerder al als single uitgebracht, trekt dat gevoel verder open met weemoedige en moeilijk te benoemen nostalgische gitaren die opgaan in een opvallend grootser geluid. Opmerkelijk: Peggy werkt sinds I Lay Down My Life For You met een mastering engineer: hierdoor klinkt alles properder en groter. Soms mis je daardoor wel wat van de chaotische volumeschommelingen die projecten als Veteran zo uniek maakten.
Niet alles werkt even goed. “GYBB” blijft wat kleurloos hangen en “TSAR BOMBA” geraakt pas echt interessant wanneer het zijn eerste, opvallend tamme gitaarpassage naar Peggy-standaarden achter zich laat. “Since I Met Ye” is ook een nummer dat niet echt een blijvende impact achterlaat. Dat laatste nummer voelt extra vreemd aan omdat Peggy zich vroeger expliciet uitsprak tegen extreemrechtse figuren, maar nu openlijk flirt met zijn vriendschap met Kanye West tijdens diens meest controversiële periode. Maar dat is een conversatie voor een andere dag.
Daartegenover staan rustigere, soms bijna zeemzoete nummers als “Bridges On Fire”, waarop Buzzy Lee een warme, bijna hartverscheurende hook aflevert, of “Chat”, dat bewust teruggrijpt naar de kille, skeletachtige productie van Peggy’s Black Ben Carson-periode. Het voelt alsof hij zichzelf probeert te heruitvinden maar naar oudere identiteiten en sounds reikt. Is dat niet het tegenovergestelde van ‘experimenteel’? De korte choir-passages en spirituele toetsen verspreid over de plaat zijn een leuke toevoeging maar dragen niet echt bij tot een groter geheel. Als er al een dieperliggende boodschap in verscholen zit, ontgaat die ons alleszins.
Gaat EXPERIMENTAL RAP hard? Absoluut. Is de tracklist even consistent als bij zijn voorgaande releases? Helaas niet. Pusht het de grenzen van experimentele rap even hard als Peggy zelf beweert? Niet echt. Dit album is het product van een artiest die geen nood meer heeft aan toegankelijkheid of goedkeuring en zichzelf liever neerzet als een groteske kampioen van een genre dat volgens hem volledig van hem is. Soms werkt die over-the-top houding op de zenuwen, soms resulteert ze in ronduit geniale momenten. Maar zelfs wanneer Peggy struikelt, blijft hij interessanter klinken dan bijna iedereen binnen zijn niche. EXPERIMENTAL RAP is rommelig, arrogant, vermoeiend en tegelijkertijd ontzettend entertaining. Exact zoals JPEGMAFIA het waarschijnlijk bedoeld heeft.
JPEGMAFIA staat deze zomer op Pukkelpop in Hasselt en op Lowlands in Nederland.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Burning Hammer”, ons favoriete nummer van EXPERIMENTAL RAP, in onze Plaatje van de plaat-playlist op Spotify.






