
© CPU – Frauke Cludts
Toen Gavin Friday vorig jaar in de concertzaal van Kunstencentrum VIERNULVIER optrad, stond hij voor het eerst in meer dan twaalf jaar nog eens op een Belgisch podium. Deze keer laat hij allesbehalve zo lang op zich wachten, want de iconische frontman van The Virgin Prunes komt in februari voor maar liefst drie concerten naar België. Op 21 februari staat hij in Het Depot in Leuven en de dag erna in de Bourla Schouwburg in Antwerpen, om vervolgens na een Nederlandse tussenstop De Spil in Roeselare op te zoeken op 25 februari. We hadden het met Friday dus onder meer over zijn voorliefde voor België en Europa, maar ook de release van Ecce Homo en artistieke vrijheid.
We waren er vorig jaar bij op je show in Gent. Mogen we deze keer dezelfde show verwachten?
Nee. Er zal ook deze keer veel van Ecce Homo zijn, maar ik ga wel andere solonummers en andere Virgin Prunes-nummers doen. Het geraamte en het hart van de show zal hetzelfde zijn, maar het zal opgeschud zijn.
Je doet een vrij kleine tour en kiest ervoor om drie keer in België op te treden. Heb je een speciale band met de Belgen?
Ze zijn altijd vriendelijk en respectvol geweest tegenover mij, al sinds The Virgin Prunes-dagen. Het is een geweldige connectie. Ik ben altijd al dol geweest op Gent en ik hou ook van Antwerpen. In Leuven en Roeselare ben ik nog nooit geweest. FKP Scorpio, die zich in België bevindt, boekt de concerten en stelde deze plaatsen voor. Het Belgische publiek is volgens mij een publiek dat nog steeds om muziek geeft en dan bedoel ik dat ze er echt om geven. Ik hou eigenlijk ook gewoon van Europa: België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, … .
Ik herinner me van de show in Gent dat de visuals een uitmuntend element van de show waren. Je bent zelf een beeldend kunstenaar. Hoe nauw ben je betrokken bij het visuele aspect van je optredens?
De volle honderd procent. Ik neem het visuele erg serieus en was zelfs betrokken bij de outfits van Carly, de vrouwelijke zangeres. Dat is maar goed ook, want ik wil een levendige ervaring creëren, een intieme sfeer, maar ook een theatrale, emotionele en agressieve kant. Dus ik hou van een hele mengelmoes, liever dan alleen maar tien nummers brengen en dan weglopen. Ik wil dat het als een echte ervaring in een echte wereld zou aanvoelen, want alles wordt tegenwoordig zo generiek.
Je doet heel veel artistieke dingen en hebt de grenzen tussen muziek, theater en visuele kunst al vaak vervaagd. Beschouw je jezelf als een volledig multidisciplinaire kunstenaar of evolueer je in de loop der tijd? En wat kwam eerst, als het zich in de loop der tijd ontwikkelde?
Het is in de loop der tijd geëvolueerd. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in kunst en heb er altijd een liefde voor gehad. Het enige waar ik goed in was op school was Engels en schilderkunst. De muziek waar ik als jonge jongen door aangetrokken werd, was altijd best wel artistiek, punk of radicaal, dus dat zit een beetje in mijn DNA. Maar na The Virgin Prunes was ik geneigd om niet van tevoren te plannen wat ik ging doen. Er komt altijd wel iets op mijn pad en dan denk ik: oh wauw, dat ga ik doen. Toen ik Catholic af had zei ik dat ik over twee jaar een nieuw album ging maken en toen waren het er ineens twaalf. Ik laat me gewoon afleiden en dan denk ik: ‘oh, hier is deze film. Daar wil ik echt aan werken’ of ‘oh, hier is Gavin Bryars and the Shakespeare Company.’
Ik volg eigenlijk een beetje mijn instinct, maar als ik dat soort dingen doe, is het alsof ik terugga naar de universiteit of mijn studie. Ik heb zoveel geleerd tijdens het werken aan films, bijvoorbeeld over arrangementen en geluid voor breedbeeld. Het is net als toen ik Ecco Homo maakte, samen met Dave Ball. Het was heel minimalistisch en elektronisch. Ik zei dat ik het theatraler en meer visueel wilde hebben. Het ging natuurlijk en zo nam ik strijkers, cello’s, hoorns, zangeressen en weet ik veel wat mee uit Dublin. Het zit gewoon in mijn DNA om dat te doen. Ik denk dat ik vooral nieuwsgierig ben. ik hou van een uitdaging en ik hou van gevaar. Ik vind het leuk om in het water te springen, ook al weet ik niet hoe ik moet zwemmen, en het toch te proberen. Het zit gewoon in me. Ik verveel me als ik steeds hetzelfde moet doen.

© CPU – Frauke Cludts
Je zei net dat je met Dave van Soft Cell hebt samengewerkt. Je hebt in de loop der jaren en gedurende je hele carrière veel samenwerkingen gehad. Zijn er specifieke samenwerkingen die je creatieve instincten of je kijk op kunst hebben veranderd?
In de vroege jaren werkte ik met Coil. De band bestaat intussen niet meer, want beide jongens zijn dood. Het was Peter Christopherson van Throbbing Gristle en Geoff Rushton van Psychic TV en met hen werken was uiterst uitdagend. Ik heb ook met The Fall gewerkt. Ik ben eigenlijk een van de weinige mensen die ooit als gast op een The Fall-plaat heeft gezongen. Dat is mijn ‘claim to fame’, want ze hebben ook een heleboel platen gemaakt, maar dat was behoorlijk uitdagend en ik heb er veel van geleerd, maar waarschijnlijk was de meest uitdagende samenwerking vreemd genoeg met Scott Walker.
In 2008 deed hij drie shows in de Barbican in Londen, gebaseerd op twee albums, Tilt en The Drift. Hij liet drie verschillende zangers – waaronder Jarvis Cocker en Damon Albarn – met hem optreden, maar ook operazangers en boekte daarbovenop een 48-koppig orkest. Het was echt uitdagend omdat het 48-koppig orkest ontstemd was en ook het verdomde geluid waar ik tegen vocht. Ik vroeg me constant af waar ik mijn noten kon plaatsen en waar ik überhaupt was. Nadien vertelde hij me dat hij zag dat ik moest vechten om er iets van te maken en hoe geweldig hij dat vond. Het was bijna alsof hij ons voor de gek hield. Maar ja, The Virgin Prunes waren op hun eigen manier ook nogal avant-garde, dus over dat soort dingen denk ik dat het een beetje in ons DNA zit. Ik hou van een uitdaging en ik hou van iets anders, iets moeilijks. Ik hou van mysterie en ik hou ervan om iets nieuws te proberen. Daarom geniet ik er echt van om live te spelen, want ik had al heel lang niet meer live gespeeld en ik heb het zo gemist. Daarom doe ik dus weer meer shows.
We zijn blij dat je optreden hebt gemist. The Virgin Prunes waren inderdaad avant-garde en ik denk dat jouw solomuziek ook avant-garde is, maar op een compleet andere manier, zelfs op verschillende manieren tussen je soloalbums. Het is bijna elke keer weer anders. Is het iets wat je bewust doet, of is het iets wat spontaan ontstaat?
Het is iets spontaan, dat ontstaat door de mensen waarvoor ik kies om mee samen te werken. Er zit bijvoorbeeld een sterk elektronisch gevoel in Ecce Homo, omdat ik besloten had om met Dave Ball samen te werken, maar dat was eigenlijk een ongelukje. Hij stuurde me zo’n tien jaar geleden een coverversie van Suicide, genaamd “Ghost Rider”. Hij zei dat hij het geweldig zou vinden mocht ik erop zingen en dat deed ik ook, maar van op een afstand. Ik nam het op in Dublin. Hij nam het op in Londen en het kwam uit als single. Toen begon hij met het sturen van kleine ideeën. Na ongeveer drie jaar, zei de engineer met wie ik in Dublin werk: “Je moet dit allemaal samen beluisteren. Ik denk dat je hier de basis voor een album hebt.” Dus het was niet alsof we besloten om dit album te maken. Ik bots als het ware tegen projecten aan in plaats van er bewust voor te kiezen. Doordat ik er tegen aan bots is er ook een element van spontaniteit en daar probeer ik zo veel mogelijk aan vast te houden. Er is de dag van vandaag zo weinig spontaniteit. Alles klinkt hetzelfde en dat vind ik simpelweg saai.
Heb je dan wel een routine voor je aan een optreden begint?
Ik heb een routine, dat moet wel. The Virgin Prunes waren twintig en wij waren compleet gestoord. Dus we gingen gewoon het podium op en deden wat we deden. Maar nu ben ik in de zestig en begrijp ik ook meer van muziek als vak. Ik heb jarenlange podiumervaring, dus zo word je een veel meer verfijnde artiest. Ik doe ook vocale warming-ups en stretch omdat ik nu eenmaal niet langer twintig ben en dat is nodig. Je bent bijna een atleet wanneer je twee uur op een podium staat. Ik neem het nu erg serieus. Om twaalf uur ga ik soundchecken en om zeventien uur stoppen we, eten we en dan ga ik in de kleedkamer mijn vocale warming-ups doen en me mentaal voorbereiden. Het is een soort van meditatief patroon voor ik optreed. Toen ik jonger was gaf ik geen fuck, maar nu ben ik ouder.
Toen The Virgin Prunes doorbraken waren jullie erg controversieel en was daar heel wat commotie rond. Denk je dat muzikanten de dag van vandaag nog zo provocatief kunnen zijn als The Virgin Prunes in de jaren tachtig waren?
Bovendien was het een heel andere wereld en we hadden toen met andere problemen te maken. Ierland was een land dat geregeerd werd door de katholieke kerk. Ierland is de afgelopen 30, 40 jaar zo veranderd en ook de wereld is veranderd, dus het is anders. Ik denk niet dat The Virgin Prunes de dag van vandaag zouden kunnen ontstaan.
Het moet moeilijk zijn om anno 2026 nog vernieuwend te zijn.
Gelukkig is dat er wel bij jazz, avant-garde en meer. Ik vond Rosalìa’s laatste album een geruststelling. Toen ik het luisterde dacht ik ‘oh mijn god, dit is zo mooi, maar ook zo uitdagend’. Ze heeft ballen. Waar een wil is, is een weg, weet je, je moet het gewoon willen doen.
Denk je dat Ierland de afgelopen veertig jaar meer is veranderd dan de rest van de wereld?
Er zijn helaas nog steeds landen die nogal ouderwets zijn, zoals in Afrika en Zuid-Amerika, waar ze nog steeds in de greep zijn van slechte religies, maar Ierland heeft de rest van de wereld echt ingehaald en is vervolgens heel liberaal geworden We zijn een van de meest liberale landen ter wereld; het eerste land met een volledig homoseksuele president, ook wel Taoiseach geheten. We zijn ook het eerste land dat stemde voor het homohuwelijk. Het is een heel liberale plek en een heel energieke plek met veel jonge mensen en je ziet dat terug in sommige bands, zoals Fontaines DC die geweldige energie hebben. Er is een band genaamd Lankum, die behoorlijk geweldig is; een soort donkeredrone-folkband, dus het is een heel andere plek. Zoals je weet, zijn de Ieren heel erg politiek en erg betrokken bij Gaza en Palestina, dus we voelen de rechtse invloed niet zo sterk als de rest van de wereld. God mag weten wat er nu gaat gebeuren. De eerste twee weken van dit jaar waren wild met Venezuela en nu Groenland. Waar gaan we naar toe? De wereld staat in brand. Ik ben nu in de zestig en heb de wereld nog nooit zo gek gezien als nu.
Je geeft ons niet veel hoop.
Ik beschouw mezelf als een pessimistische optimist. Ik denk dat ik me richt op de ellende, maar ik denk wel dat we slim genoeg zijn om er overheen te komen. Ik denk dat het goede uiteindelijk overwint, maar we maken een erg moeilijke periode door. Ik ben niet echt geïnteresseerd in complottheorieën, maar toen COVID kwam en de hele wereld op slot ging, dacht ik: wow, dit is waanzinnig. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Toen vroeg ik me wel eens af of het een test zou zijn voor wanneer er een of andere waanzinnige nucleaire troep is? Of voor het geval dat Poetin alle satellieten weghaalt en er geen internet meer is. Ik geloof wel nog dat het goedkomt. Mensen beginnen nu ook wel te zien dat Trump een krankzinnige is.

© CPU – Frauke Cludts
Is je Ierse identiteit iets dat je bewust in je muziek verwerkt, of gaat dat ook gewoon vanzelf?
Gek genoeg zou ik zeggen dat veel van mijn invloeden Europees zijn. Ik ben een grote fan van Europese literatuur en muziek. Ik ben bijvoorbeeld dol op Brel die een enorme inspiratiebron is voor me. Ik hou ook van Kurt Weill en chansons. Als je naar mijn muziek luistert, hoor je niet veel Ierse invloed, maar ik denk dat ik van nature een echte Ier ben. We kwamen uit een zeer onderdrukt verleden, met achthonderd jaar overheersing door Groot-Brittannië. Ik groeide op ten tijde van de Troubles, de bommen en de oorlog tussen Noord-Ierland, Ierland en Groot-Brittannië. De Ieren zijn taai, we zijn vechters, maar dat zie je meestal in culturen die onderdrukt zijn. Meestal worden mensen dan behoorlijk uitgesproken en onbevreesd. Kijk maar naar alle zangers die uit Ierland komen, of het nu Bob Geldof, Bono of Sinéad O’Connor is, die doen het verdomme niet rustig aan. Ze gaan ervoor en ze zeggen wat ze denken.
Zou je zeggen dat die Ierse ‘fighting spirit’ van The Virgin Prunes gemaakt heeft wat het was?
Ik denk dat het een beetje zo was, maar ik denk ook dat wat echt interessant was aan de Virgin Prunes, naast het Ierse aspect, iets was dat je niet begrijpt als je jong bent. Ik was goed bevriend met Guggi en we hadden allebei een heel moeilijke relatie met onze vaders; een heel onderdrukte relatie met onze vader, met veel agressie. Dat was een soort gemeenschappelijke band, maar The Virgin Prunes waren ook behoorlijk multicultureel, met twee katholieken, twee protestanten en twee Plymouth Brethren. Een Plymouth Brethren is bijna een soort Quaker, dus dat was een heel vreemde mix in een land dat gedomineerd werd door de katholieke kerk. Er was een oorlog gaande in het noorden en er was enorme werkloosheid. Al die dingen dreven ons ertoe om ertegen in opstand te komen. Ik denk dat het de tijd en de plaats was. Het zijn altijd de yin en de yang die een band vormen.
Hebben jouw vroege jaren een soort litteken achtergelaten?
Nee, het had wel degelijk een emotionele tol en dat op een vreemde manier. Ik had een moeilijke jeugd en zijn er veel zware dingen met me gebeurd. The Virgin Prunes was bijna als een exorcisme, een rebellie en een schild tegen de wereld en dat had een grote emotionele impact. Ik ben niet bang om te zeggen dat ik, toen ik 40 was, in therapie ben gegaan. Gewoon om uit te zoeken wat er in godsnaam in mijn hoofd omgaat. Ik denk dat therapie voor iedereen verplicht zou moeten zijn. Het zou moeten gaan over: wat is die wrok die je koestert, wat is die brok in je keel, waarom ben je boos, waarom ben je onzeker, waarom ben je dit? Je moet je eigen psyche begrijpen. Het is als een sportschool voor de ziel.
Om terug te komen op je liefde voor Jacques Brel: er zijn veel gelijkenissen in jullie werk, namelijk thema’s als dood en vergankelijkheid, maar ook liefde. Hoe groot was zijn invloed?
Veel mensen weten dat ik ben opgegroeid met Bowie en punk, maar ik heb Jacques Brel nooit live gezien. Ik heb wel elke opname die hij ooit heeft gemaakt. Toen ik in Frankrijk tourde met The Virgin Prunes, waarschijnlijk begin jaren 80, weet ik nog dat een journalist ons uitnodigde voor een etentje bij hem thuis en zei dat we een bepaalde video absoluut moesten zien. Ik had wel van Brel gehoord omdat Bowie een coverversie had gemaakt van “My Death” en ook door “Seasons In The Sun”, maar ik had er verder niet echt naar geluisterd. Deze journalist liet me een video zien, van een van zijn laatste optredens in de Olympia in Parijs en ik was stomverbaasd. Alleen al de fysieke kracht, de beweging en de emotie; het leek bijna alsof hij op het publiek spuugde en op hen zweette. Ik raakte geobsedeerd en begon al zijn platen te kopen en vertalingen zoeken om het te begrijpen. Dus hij was een heel, heel belangrijk ijkpunt voor me. Als performer moet hij zelfs mijn grootste invloed zijn.

© CPU – Frauke Cludts
Wanneer je optreedt is het inderdaad ook erg theatraal en vol emotie, met een zekere rauwheid.
Dat is wie ik ben. Het is een soort spontaniteit, maar het geeft zoveel voldoening. Ik voel me soms het meest normaal op het podium.
Als ik in de stemming ben, is het geheim om helemaal op te gaan in de muziek. We worden allemaal een beetje een acteur en professional, en dat weten we, maar het gaat erom dat je helemaal in het nummer opgaat en je er door laat meeslepen.
Als iemand je muziek nog niet kende en net als jij met Brel helemaal in je muziek zou duiken en alles zou kopen, zou je dan liever zien dat die persoon je carrière in bepaalde fases bekijkt of juist als één groot continuüm?
Ik zou hen aanraden om het retrospectief aan te pakken. Ik zou waarschijnlijk beginnen met If I Die I Die luisteren. Dat is een beetje wat ik doe. Je vindt een album, bijvoorbeeld Gainsbourg, en je denkt: wow, ik ben dol op dat album. Vervolgens begin ik weer helemaal bij het begin. Mensen zijn nu makkelijk en hebben het ook erg makkelijk wat dat betreft. Wat ik zo fijn vind aan streaming is dat je naar iets kunt luisteren en dan denkt: ‘Nou, dat koop ik niet, het is waardeloos.’ Dat is geweldig, want kocht je een album of cd gebaseerd op één nummer en zat de kans erin dat je het toch niet goed vond, terwijl je het nu gewoon kunt uitproberen. Ik koop wel nog gewoon cd’s en vinylplaten.
Je deed iets speciaals met de release van Ecce Homo, namelijk het uitbrengen van acht nummers op de vinylplaat, maar op streaming zijn dat er dertien.
Dat waren twee dingen, economische zaken. Ten eerste zeiden de platenmaatschappijen dat als ze twee vinylplaten zouden moeten drukken, dat ze dan vijftig pond zouden kosten en dat wou ik niet, dus dat wou ik niet. Zo besloot ik om de rest van de nummers gewoon op streaming uit te brengen. Er komt wel een volledige versie aan op vinyl, met ook nog wat remixes erbij. Het heeft allemaal met economie te maken. Alles wordt toegeschreven aan COVID en de oorlog in Oekraïne. Papier is duur. Plastic is duur. Eten is duur en daarbovenop verandert alles. Vinylalbums zijn zo duur geworden. Ik zie een cd-boom aankomen, omdat die wel nog goedkoop zijn.
Ben je dan nog steeds artistiek vrij?
Ja hoor, want ik kon wel de keuze maken om geen vijfenvijftig euro te vragen voor een vinylalbum. Ik had het kunnen doen en ze zouden het wel hebben uitgebracht, maar ik vond het echt gewoon te duur. Ik heb liever dat het 35 is en dan kan ik de rest zelf wel gewoon online zetten. Ze zeggen me niet wat ik moet doen. Het is trouwens nog ingewikkelder omdat ik bij een Brits bedrijf onder contract sta en er extra kosten zijn door de Brexit. Het is echt een enorme ellende.
Ben je altijd al artistiek vrij geweest?
Ja, min of meer. Niet bepaald tot grote vreugde van de platenmaatschappij. ‘Waarom doet hij dit nu weer?’ vragen ze dan, maar daar vecht ik wel voor. Ik denk dat platenmaatschappijen daarom van AI houden, omdat het geen weerwoord geeft.
Zijn er mensen die je laatste plaat nadrukkelijk beïnvloed hebben?
Ja, er waren wel wat invloeden. Er was duidelijk een element van terugblik en andere nummers zijn behoorlijk eigentijds. Sommige gaan over het verleden, dus ik zag sommige als een eerbetoon aan de vroege jaren tachtig, mede door de natuurlijke samenwerking met Dave Ball. Ik heb daar geen probleem mee, want ik hou best wel van muziek uit de vroege jaren 80 tachtig. Elektronische muziek heb ik altijd al geweldig gevonden. Ik ben dol op het vroege Kraftwerk. Trans-Europe Express is een van mijn favoriete albums.
Vind je het moeilijk om een heel album coherent te maken als je experimenteert met geluiden en verschillende songstructuren en -vormen, of is dat iets wat je altijd al gemakkelijk afgaat?
Ik denk dat je, als je begint, misschien wel wat ideeën hebt, maar dan beginnen de liedjes je te vertellen wat ze zijn. Dus je volgt instinctief wat het is en denkt wat het bijvoorbeeld zou kunnen zijn wanneer we daar cello’s of een sopraanstem aan toevoegen. Zo veranderde het min of meer spontaan in het album en dat vond ik best leuk. Ik kon aan het begin van de Dave Ball-sessies niet voorspellen hoe Ecce Homo zou klinken. Toen Dave het hoorde nadat ik al die strijkers erin had gezet, zei hij ‘Jezus’ en vond hij het geweldig.
Heb je nog andere leuke verhalen of interessante weetjes over het maken van het laatste album?
Nou, Ecce Homo, improviseerde ik rond een synthesizerjam van Dave Ball en ik was zo woedend dat die klootzak Trump net aan de macht was gekomen. Dus de ‘Kill Kill King’ is een verwijzing naar hem. Toen ik dat nummer schreef kwamen de opkomst van rechts en fundamentalisme en al dat soort dingen weer terug. Die klootzak inspireerde het nummer, net zoals Poetin. Ik heb ook veel verlies geleden. Ik verloor mijn moeder en ik verloor hele goede vrienden, waaronder ook producer Hall Willner en dat had een invloed op het album, zeker op “Lamento” en “When The World Was Young”.
De dood is ook een terugkerend thema in het album. Heb je het gevoel dat je relatie met de dood zelf, of met sterfelijkheid, in de loop der jaren is veranderd of hou je vast aan If I Die, I Die?
Nou, dat is zeker zo. If I Die, I Die. We hebben geen zeggenschap over hoe we ter wereld zijn gekomen, maar we kunnen wel kiezen hoe we eruit gaan. Ik was er echt heel erg door geraakt toen Sinead O’Connor overleed, zij was een hele goede vriendin.
Je droeg “Stations of The Cross” ook op aan haar.
Ik liet een jaar voordat haar zoon zich liet opnemen in het ziekenhuis “Stations of the Cross” aan haar horen. Ze vond het prachtig en ik vroeg of ze het als duet met me zou willen doen en dat wou ze absoluut. Vervolgens stierf haar zoon en daarna ook zij, dus het is er nooit van gekomen. Het is iets triest en doordat ze er bijna op meedeed, draag ik het nummer ook op aan haar.
Om af te sluiten, welke vijf albums en welke vijf boeken neem je mee naar een onbewoond eiland?
Ik zou dan kiezen voor The Picture of Dorian Gray en Alice in Wonderland . Het is een gek boek, maar ik ben er dol op en ik heb het heel vaak gelezen. Natuurlijk zo ik kiezen voor James Joyce, ja, met Ulysses. Mijn advies voor James Joyce’s Ulysses is: probeer het niet alleen te lezen, luister ernaar, want het is geschreven voor geluid en audio. Er zijn opnames van mensen die het voorlezen en de klanken nabootsen, want er zitten woorden tussen die anders klinken wanneer je ze hoort dan wanneer je ze leest. Het klinkt belachelijk, maar ik zou ook de complete werken William Shakespeare meenemen. Ik vond hem niet leuk toen ik op school zat, maar toen ik met Gavin Bryars ging werken en ik de sonnetten begon te lezen, dacht ik: oh mijn god, elke zin is verbluffend, ja, gewoon de diepte ervan. Geloof het of niet, ook al ben ik niet religieus, neem ik ook de Bijbel mee. Het zijn twee geweldige ijkpunten als je ooit iets moet bedenken of improviseren, wanneer ik improviseer, komt er altijd wel iets van Shakespeare of de Bijbel uit.
Voor de albums zou ik zeggen Trans-Europe Express en Low van David Bowie. Ik ben er dol op. Mijn derde is van een oude Amerikaanse jazzpopzangeres genaamd Peggy Lee, bekend door “Fever”, maar ze heeft een album dat heel moeilijk te krijgen is. Het staat misschien niet eens op streaming. Het heet Mirrors en het is geschreven door Leiber en Stoiler die ook “Jailhouse Rock” schreven. Ik ben ook helemaal gek op Kate Bush. Ik denk dat iedereen het heeft over Hounds of Love, wat een kunstwerk is, maar ik denk zou The Dreaming meenemen. Ik zou iets klassieks nemen in de vorm van Mahlers vijfde symfonie, maar georkestreerd en gedirigeerd door Leonard Bernstein. Ik denk dat die gebruikt werd in de film Death In Venice. Het is een van de mooiste muziekstukken die ik ooit in mijn leven heb gehoord.
Gavin Friday staat op 21 februari in Het Depot in Leuven en de dag erna in de Bourla Schouwburg in Antwerpen. Op 25 februari speelt hij in De Spil in Roeselare.






