Toen Lucinda Williams in 2020 geveld werd door een ernstige beroerte, leek haar imposante en invloedrijke loopbaan abrupt aan een vroegtijdig einde te komen. De artieste uit Lake Charles, Louisiana kwam in haar leven echter al voor hetere vuren te staan. Zo kampte ze jarenlang met de gevolgen van een traumatische jeugd en worstelde ze met de implicaties van haar geflirt met drank en drugs. Wie grasduint in haar recente autobiografie (met de toepasselijke titel Don’t Tell Anybody The Secrets I Told You (2023)) wordt al snel geconfronteerd met zowel wilde feestjes met cultschrijver Charles Bukowski als een pijnlijke adolescentie, bemoeilijkt door een geesteszieke moeder. Lucinda werd vaak verwaarloosd, soms zelf opgesloten. Pas later kwam ze van haar vader (dichter Miller Williams) te weten dat haar moeder op jonge leeftijd seksueel werd misbruikt door enkele van haar familieleden.
Die wetenschap tekende Lucinda voor de rest van haar leven. In plaats van te verdrinken in een poel van zelfmedelijden, werd het aanvaarden van deze harde realiteit echter een flagrante wegwijzer voor haar latere muzikale carrière. Die combinatie van empathie en strijdvaardigheid is terug te vinden in bijna al haar albums. De eerste plaat na haar infarct, Stories from a Rock N Roll Heart (2023) was misschien wel een onverwachte prestatie an sich, maar blonk vooral uit in flauwe, ietwat gladde klassieke rock. En daar konden zelfs gasten als Bruce Springsteen en Margo Price niets aan verhelpen.
Op dit zestiende studioalbum ligt de lat gelukkig terug hoger. Williams kan nog steeds geen gitaar spelen, maar daar heeft ze een ronduit briljante oplossing voor gevonden. Naast haar trouwe bandleden Doug Pettibone (gitaar), David Sutton (bas) en Brady Blade (drums), heeft ze zonder pardon Marc Ford ingehuurd. Ford kennen jullie zonder twijfel van zijn periode tijdens de hoogdagen van The Black Crowes, maar is ook als soloartiest en producer alom gewaardeerd. Check in dat opzicht zeker zijn livealbum Live In Germany uit 2021 en het debuutalbum van zijn onderschatte band Burning Tree (1990). Met het titelnummer “The World’s Gone Wrong” opent de plaat meteen erg sterk en vastberaden. Het geluid is vol, maar toch relaxed en het stoelt op een verslavend amalgaam van country, blues en rock. Die lijn wordt imposant doorgetrokken op het venijnige “Something’s Gotta Give” waarop Pettibone en Ford subliem duelleren. Dat broeierige kunstje herhalen ze ietsje later even geslaagd op “Sing Unburied Sing”, bijgestaan door het pompende orgel van Rob Burger.
Er wordt echter muzikaal ook uit andere vaatjes getapt. Zo is er “Low Life”, een verrassende samenwerking met Adrianne Lenker en Buck Meek van Big Thief, over een jukebox in een lokale bar met muziek van blueslegende Slim Harpo. Het is overigens ook een van de weinige hoopgevende songs op het album. De algemene tekstuele teneur is immers desperaat doch lankmoedig berustend. In interviews verkondigde Williams zonder verpinken dat ze een statement wilde maken tegen de Amerikaanse politieke polarisatie. Opgegroeid in een gezin waar raciale integratie vanzelfsprekend werd geacht, ziet Lucinda de destijds zo moeilijk verworven burgerrechten als sneeuw voor de zon verdwijnen. De samen met Mavis Staples gezongen cover van Bob Marley’s “So Much Trouble In The World” spreekt wat dat betreft boekdelen. En ook het bluesy tweeluik van “Black Tears” (‘The dream is deferred and the churches are burning’, gebaseerd op de rassenrellen in Birmingham, Alabama van 1963) en “Punchline” is veelzeggend. Toch herbergt deze rebelse, halsstarrige houding van Williams ook een instinctieve acceptatie van het onvermijdelijke lot van de mensheid. Onze evolutie zal altijd worden bepaald door een archetypische strijd tussen goed en kwaad. En daar zullen we hoe dan ook vrede mee moeten nemen.
Eindigen doet ze met het countryachtige “We’ve Come Too Far To Turn Around”. Initieel uitgebracht op Vanished Gardens (2018), haar collaboratie met saxofonist Charles Lloyd, is het nu een teder duet met Norah Jones geworden. De tijdloze ballad, gedragen door een sensuele piano, weigert toe te geven aan de moderne, filosofische malaise en is een oproep tot verzet. Het is die constatatie die van World’s Gone Wrong een oprecht en waardig kunstwerk maakt. Met zin voor detail en ruimte geproduceerd door haar man Tom Overby en Ray Kennedy. En ook al is Lucinda Williams op het moment van schrijven bijna drieënzeventig jaar geworden, haar stem is sterker dan ooit. Het lijkt wel alsof het ontbreken van de afleiding van het gitaar spelen haar concentratievermogen heeft aangescherpt. Nu eens Dylanesk op de garagerocker “How Much Did You Get For Your Soul” dan weer soulvol op het funky “Freedom Speaks”. Alles bij elkaar opgeteld is het op World’s Gone Wrong ronduit genieten geblazen. Om het met de woorden van Lucinda zelf te zeggen: ‘Looking for comfort in a song, everybody knows the world’s gone wrong’.
World’s Gone Wrong is te beluisteren op YouTube Music
Ons favoriete nummer is “Something’s Gotta Give”.







