Na veertig jaar vond Fat Mike het welletjes geweest en gingen, na een wereldtour, de gitaren en drumsticks definitief aan de haak. We kennen maar weinig punkbands die hun eigen nalatenschap zo schaamteloos ontregelen als NOFX. De beginjaren verliepen nog een beetje rommelig en nooit werd hen een grote toekomst voorspeld. Maar sinds de vroege jaren negentig heeft het viertal zijn plekje gebetonneerd in het pantheon van de Californische skatepunk. Altijd gewapend met wrange humor, melodische hardcore-injecties en een totaal gebrek aan eerbied voor welke heilige huisjes dan ook: zo werd dat plekje opgeëist. Punk in Drublic, So Long and Thanks for All the Shoes, The Decline: het zijn titels die allang tot de canon behoren. Maar de band zelf? Die bleef koppig de spot drijven met hun eigen legendestatus.
Al verloor de band doorheen de jaren wat van zijn relevantie, de marketingtrucs bleven best grappig; de documentaire Backstage Passport gaf de fans een hilarische kijk achter de schermen op tour langs de meest exotische plaatsen. Fat Mike probeerde een dubbelalbum te schrijven, maar faalde, wat resulteerde in Single Album. Met Rock Against Bush toonde de band dan weer een politiek kantje, al moeten we daarvoor al twintig jaar terug in de tijd. Ondertussen verdwenen de scherpe kantjes van de songs, al bleef de band live nog steeds veel volk op de been brengen. Maar op den duur heb je de wereld wel gezien, vond Fat Mike. Een mens kan maar zoveel keer de wereld rondtrekken, zeker? NOFX kondigde hun pensioen aan, plande nog veertig shows (een show per actief jaar) overal ter wereld en beloofde plechtig nooit meer live te spelen. En toch hangt er tot op de dag van vandaag nog een zweem van onduidelijkheid rond dit einde.
Zo krijgen we weer een marketingstunt op ons bord: een drieluik van archiefstukken, demo’s, nooit-uitgebrachte takes en live-opnames. Ergens doet het ons denken aan 45 or 46 Songs That Weren’t Good Enough To Go On Our Other Records, met het enige verschil dat we toen alle overschotjes op één plaat aangeboden kregen. Om het wat op te leuken begint nu elke song met een andere letter van het alfabet. Deel 1 brengt ons de letters A tot H; amper acht songs sieren dus dit album. Die worden in een recordtempo van negentien minuten afgewerkt, waardoor je dit geheel eerder als een ep kan beoordelen. Daar wringt het schoentje toch, want zo ruikt heel deze operatie naar geldklopperij, een verwijt dat tijdens de afscheidstournee links en rechts al te horen viel.
“The Audition” opent best verrassend. Niet Fat Mike of Eric Melvin nemen de vocalen voor hun rekening, maar Karina Deniké, die de laatste jaren als vast tourlid diende, mag haar auditie doen. De song heeft weinig om handen en laat vooral horen dat Fat Mike nooit de fantastische zanger is geweest. De aanwezigheid van “Barcelona” – een song die twaalf jaar geleden ontstond als idee, maar pas na de allerlaatste shows werd afgewerkt – verleent dit album een onverwachte emotionele kern. Het is de allerlaatste nieuw geschreven NOFX-song, en die wetenschap hangt als een lichtgewicht, maar scherp mes boven de hele release. Wat “Barcelona” zo intrigerend maakt, is dat het voelt als een synthese van hun latere stijl: muzikaal scherper, thematisch complexer, maar nog altijd vastgeankerd in dat absurde gevoel voor humor waarmee ze zichzelf nooit té serieus namen. In die zin is het een perfecte zwanenzang: niet pathetisch, niet groots, maar precies wat NOFX altijd was – imperfect, oprecht en ronduit eigenwijs.
De andere tracks vormen samen een panoramisch beeld van de band doorheen de jaren. Je hoort de overdrive-gedreven jeugdige furie van de jaren negentig doorsijpelen in de snellere stukken, maar evengoed duiken de meer melodieuze en soms donkerder getinte arrangementen op die NOFX in hun latere werk verkende. Toch vallen songs als “Cigarette Girl” op een koude steen: te flauw, te inspiratieloos, te weinig inhoud. Ook de demo’s van “Don’t Count On Me” en “Everything in Moderation (Especially Moderation)” klinken in hun uiteindelijke versie gewoonweg een pak beter dan deze schetsmatige demo’s. Daartegenover staat de snedige hardcore-banger “Hardcore 84”, waarin gitarist Eric Melvin in zijn gekende stijl mag ‘zingen’. Maar het hoogtepunt is “Fleas (Live at MySpace)”. De onbezonnenheid druipt eraf en neemt ons mee naar de echte hoogdagen van NOFX.
A to H is geen klassiek NOFX-album, en het pretendeert dat ook niet te zijn. Het is een curatieve tijdscapsule, een rauwe bloemlezing van momenten die anders in archiefdozen waren blijven schimmelen. Het toont de band zoals ze echt was: creatief ontembaar, slordig op de juiste momenten, en volstrekt ongevoelig voor de verwachtingen van buitenaf. Wie op zoek is naar een gepolijste finale, zal hier niets vinden. Wie NOFX heeft gevolgd omwille van hun compromisloze eigenzinnigheid, zal A to H herkennen als een waardig eerste deel van een laatste alfabet.
Ontdek “Fleas (Live at MySpace)”, ons favoriete nummer van A to Hin onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







