
© CPU – Marvin Anthony (archief)
Normaal gezien waren we een tweetal weken geleden al aan dit artikel begonnen, maar daar stak Kevin Parker in hoogst eigen persoon een stokje voor. Fcukers mocht namelijk mee op tour met Tame Impala, waardoor enkele Europese data naar achter werden geschoven. Geen enkel probleem, want het leverde het duo uit New York ook gewoon weer wat extra naambekendheid op en dat is hen van harte gegund. De band is namelijk een ruwe diamant waar heel wat festivals plezier aan kunnen hebben, alsook al hadden. Afgelopen zomer kleurde Fcukers – wat een fantastische bandnaam is dat ook – al de affiches van onder meer Best Kept Secret en Primavera Sound, volgend jaar volgen er ongetwijfeld nog een pak. Het project rond Shanny Wise en Jackson Walker Lewis is dus wel een dingetje, dat zonder een album en met slechts een handvol nummers het Museum van de Brusselse Botanique bíj́na wist te vullen.
Zoals dat negen keer van de tien het geval is in de Botanique, was ook gisterenavond het voorprogramma van Belgische makelij. Movulango is op zich nog wel iemand met naam, die ook nog eens in hetzelfde laantje als Fcukers fietst. Dat er bij aanvang slechts een handvol mensen in het Museum stond, zorgde ervoor dat zijn set echter nogal moeilijk van de grond geraakte. Dat Mozes Mosuse daarbij ook geen onuitputtelijke energiebron is, speelde het geheel uiteindelijk simpelweg parten. Het waren een paar enkelingen die in beweging durfden te gaan op zijn zwoele beats en in autotune gedrenkte stem, en daardoor was een woord als ‘levenloos’ enigszins op z’n plek. Door de hoekige lichtshow viel het nog wat meer op dat Movulango na verloop van tijd gewoon op automatische piloot ging. Dat de man, al dan niet ironisch, benadrukte hoe hard hij zich amuseerde, was misschien ook gewoon tekenend voor zijn halfuur. Een van de jongste paarden uit de DEEWEE-stal had het met andere woorden alles behalve makkelijk in de Botanique, maar probeerde toch gewoon te doen waarvoor hij gekomen was: opwarmen voor Fcukers.
En die hadden er zin in. Zoveel zin zelfs, dat er op drie kwartier tijd een volledige set van vijftien nummers werd door gejaagd. ‘Daarvoor ga ik niet helemaal naar Brussel’, horen we je al denken, maar Fcukers had simpelweg niet meer dan dat. Maar goed, de Amerikanen deden ook wel alles wat in hun kunnen lag om er een waardige show van te maken. Zo staan ze met vier op het podium, met dus een live drummer en een dj die makkelijk kan deelnemen aan het wereldkampioenschap scratchen. Walker Lewis opende de avond door met de riff van Becks “Devil’s Haircut” hitje “Homie Don’t Shake” in te zetten, waarna Wise haar stappenteller zonder het te vertikken tilt sloeg. De zangeres staat namelijk geen enkele seconde stil eenmaal ze het podium betreedt en springt meer dan dat ze stapt. Het droeg allemaal bij aan het feit dat er meteen leven in de brouwerij kwam en ook de voorste regionen van het publiek meteen aan het bewegen sloeg.
Fcukers had geen tijd te verliezen en kegelde alle nummers, verschenen en onuitgebracht, als een sneltrein de zaal in. “To My Party” is er eentje dat een serieuze steen kan bijdragen aan een grote doorbraak, net doordat de band daarin alles in de strijd gooide: van die opzwepende fluisterzang over een vleugje underground tot een knotsgekke telefoonsample. De live drums en fantastische scratches maakten die cocktail tot een licht ontvlambaar iets dat in de Botanique lang bleef borrelen voor het tot ontploffing kwam. Dat had echter ook wel te maken met het pad dat Fcukers bewandelde in onze hoofdstad, want in de eerste helft van de set besloot het om wat gas terug te nemen. “Shake It Up” zocht de zwoele, bijna exotische sferen op, terwijl “Lucky” verder bleef sudderen in de donkere roes die de band over zich had gedrapeerd.
Daarin viel ook wel het principe van de Amerikanen steeds nadrukkelijker op: korte nummers waarin een specifiek zinnetje tot in het oneindige onthaald werd, terwijl een ruw randje voor een cool imago zorgt. De beamer die permanent eclectische en psychedelische beelden bleef projecteren, zoog je daar nog wat verder in mee. Het was met andere woorden grooven geblazen in het Museum, met af en toe eens een hardere opflakkering. Bij “Get Away” bijvoorbeeld, of bij “Mothers”, want dan voelde je de sfeer ook echt oplaaien in de zaal. En dat was precies waar Fcukers het publiek wilde hebben. Waar het voordien allemaal wat in hetzelfde water bleef spetteren, begon het nu dus al vrij vroeg aan het slotsalvo. En daarin schakelden de Amerikanen enkele versnellingen hoger. “I Like It Like That” mag je gerust een hitje noemen en stak op coole wijze het vuur aan de lont.
Het voorste gedeelte van het museum durfde het zo nu en dan op een springen zetten, zeker omdat Walker Lewis daar ook steeds nadrukkelijker naar durfde vragen. Fcukers trok iedereen mee de donkerte in, om met “Lonely” nog eens lekker door te knallen. Altijd zonder daarbij echt buiten de lijntjes te kleuren – de fluisterzang van Wise bleef vrij braafjes. Dat hield ze voor de duidelijkheid wel in evenwicht met haar energie die in de slotminuten een kookpuntje bereikte. Als een schurende stuiterbal ging “Tommy” over in “Play Me” waarvoor ook Walker Lewis de microfoon ter handen nam en zo de gebalde energie nog wat meer deed ontploffen. “Bon Bon” was daarom de perfecte afsluiter van een kort, maar krachtige set, waarin Fcukers nog eens alles wat het in zich had onderstreepte en aantoonde dat het wel degelijk een in de gaten te houden band is.
Geen al te zotte taferelen in de Botanique, daarvoor was het op een doodgewone dinsdagavond misschien allemaal iets te braaf, maar Fcukers heeft het wel in zich om in de latere uurtjes of op een festivalweide de boel op z’n kop te zetten. De uitstraling die elk lid heeft, draagt daar ook enorm aan bij, waardoor elke kaart voorlopig goed lijkt te vallen voor het duo.
Setlist:
Homie Don’t Shake
To My Party
Shake It Up
Lucky
I Don’t Wanna
Get Away
Beatback
Mothers
I Like It Like That
UMPA
(Nieuw nummer)
Lonely
Tommy
Play Me
Bon Bon






