
© Leonardo Scotti
Dubbele pret in Club Wintercircus! Kunstencentrum VIERNULVIER boekte twee interessante projecten als een double bill: Lyra Pramuk en Nele De Gussem. Beide vrouwen spelen met psychedelische electronica en prachtige stemmen. Beiden namen ook een visueel spektakel mee. Dat Club Wintercircus prachtig is wisten we al. De vorm van de zaal (een cirkel) heeft namelijk enorm veel te bieden en dat werd met deze double bill goed bewezen.
De Gentse Nele De Gussem, bekend van onder andere Uma Chine, kwam begin dit jaar met solodebuut The Loom of Longing, uitgebracht door VIERNULVIER. Hiermee wierp ze zich meteen op als frisse stem in de Belgische artpopscene. Ze maakt een mix tussen bonkende electronica, etherische zang en dromerige ambient. Dit project stelde ze eerder al voor in De Koer, maar nu vond een soort tweede releaseshow plaats. Er werd namelijk een duizelingwekkende visuele kant aan toegevoegd, op maat gemaakt van Club Wintercircus. Het brein hierachter is Victor Verhelst, die buiten de live visuals ook alle artwork verzorgde.
Nele was schuchter, verstopt achter een doorschijnend gordijn. De muziek zelf was ook teder en kwetsbaar en af en toe voorzichtig uitbundig. Twijfelend dansbaar. De visuals daarentegen waren groots. De volledige cirkel werd gebruikt als projectiescherm voor de abstracte, maar enorm kleurrijke vormen die uit videospelletjes leken te komen. Al bij al was het een act, die gezien de hoge productie en mooie, licht feestelijke, muziek, goed tot zijn recht zou komen op festivals. Helaas zonder 360° ervaring dan wel.
Nadien was het tijd voor Lyra Pramuk, die de mogelijkheden van de menselijke stem aftast. Haar nieuwe album Hymnal is een uiterst boeiende ontdekkingstocht doorheen repetitieve vioolpartijen, experimentele electronica en eigenaardig stemgebruik. Thematisch is het een soort ode aan alle levensvormen. Door stem en akoestische instrumenten radicaal artificieel te bewerken, brengt ze een haast dystopische kijk op de verhouding tussen mens en machine.
Lyra, alleen ronddansend op het podium, nodigde het publiek uit om niet al te verlegen te zijn en de ruimte in de zaal te gebruiken. Toch was de bevreemdende, haast ritualistische muziek niet de meest dansbare. Het publiek was gering en leek naarmate de set vorderde steeds meer uit te dunnen. Deels begrijpen we waarom, want we weten niet helemaal zeker of Hymnal volledig tot zijn recht kwam op het podium. De vocale productie, centraal op het album, verdween ietwat. Ook leek Lyra met momenten net iets té hard proberen ronduit vreemd te zijn, door bijvoorbeeld dierengeluiden na te doen en luid te juichen. Ook het abrupt stoppen van de structuurloze nummers waren jammerlijk.
Toch was er ook heel wat moois. “Babel” galmde hard door de zaal en “Meridian”, een combinatie tussen weemoedige viool en zowat de enige verstaanbare tekst, was betoverend. Ook de visuals, gemaakt door Lucy Beech, waren – wederom – de moeite. Deze pasten enorm goed bij de unheimliche, dystopische muziek. Zo zagen we mysterieuze vormen, brutalistische gebouwen, close-ups van gezichten en een intieme sextape van twee parende koeien. Dit alles maakte de show over het algemeen moeilijk behapbaar, mysterieus en surrealistisch, maar ook oogverblindend mooi.





