Het lijkt ondertussen al een eeuwigheid geleden dat we Johannes Verschaeve vereenzelvigden met The Van Jets. Van frontzanger van het ondertussen opgedoekte belpopproject ontpopte hij zich tot volwaardig soloartiest onder de noemer Johannes Is Zijn Naam. Zijn gelijknamig debuutalbum deed twee jaar geleden dan ook alle alarmbellen afgaan: dit zou wel eens een grote aanwinst kunnen zijn voor het ‘Nederlandstalige lied’. En zo geschiedde. We maakten op de plaat kennis met zijn alter ego: een eenzame crooner die ongemakkelijk navigeerde in de wereld vandaag. Normaal contact met de samenleving zat er niet in voor het personage, behalve dan op vreemde, nachtelijke feestjes (“De Kooi”) of smachtend en wachtend op zijn geliefde (“Baby Kom Thuis”).
Twee jaar later is er een tweede album, Contact. Daarop maakt zijn alter ego contact met de buitenwereld en gaat hij op zoek naar liefde in alle vormen en maten. Dat blijkt een zoektocht vol kronkels en bochten en loopt allesbehalve van een leien dakje. Maar doorheen een sterke resem songs vertaalt het zich wel opnieuw in hetgeen waar Johannes zo goed in is: poëtische beeldspraak waar je met je ogen toe van gaat zweven en literair hoogstaande nummers met een alternatief jasje.
De intro alleen al, “Johannes 2 1-6″, staat als een huis. Een computerstem dicteert hier de definitie van contact volgens Johannes. ‘In de regen raakt de hemel de aarde’ of ‘het licht van een ster raakt de palm van een hand’: zo eenvoudig kan het zijn, maar o zo krachtig. “Televisie en de zetel” is dan weer een heel ander paar mouwen. Als een foute eighties hit balanceert het tussen kunst en kitsch met een arsenaal aan opwekkende synths. En ook singles “Wildernis” en “Trap” mogen er zijn. Dat laatste nummer ontstond door vrije improvisatie en dat is te merken aan de abstracte tekst, waarin zelfs Mara Donna een plaatsje krijgt. Samen met een pianoloop toveren ze een duistere wereld tevoorschijn. ‘Ik wil breken, ik wil schreeuwen’, horen we de eenzaat van ver roepen. Een schreeuw naar contact, het uitbreken uit de gevangenschap der eenzaamheid.
Titelnummer “Contact” klinkt daarna als de instrumentale vertaling van diezelfde schreeuw. Drumcomputers nemen hier de overhand en in combinatie met hoge achtergrondgezangen krijgen we een hypnotiserend geheel zonder dat ook maar één woord nodig is. Op “Ding” krijgt de crooner dan eindelijk wat hij wil: contact in de vorm van liefde. ‘Jij doet dat ding dat mij doet flippen’, geeft hij liefdevol toe op een ritmesectie vol stekelige percussie. “Durf Je” is daar een verderzetting van en gaat ook over de eerste fysieke aanrakingen. ‘Durf je mijn vingers aan te raken als je passeert voor drank ofzo’ klinkt het zwoel. Het is trouwens het enige duet op deze plaat, samen met de Nederlandse Elmer. Dat levert een fascinerend geheel op, mede dankzij het venijnig synthlijntje dat zich als een slang rond je bindt en niet meer loslaat.
Maar contact maken is niet altijd even simpel voor het hoofdpersonage. “De Rand” flirt zelfs met het nihilisme. ‘God is dood en Nietzsche ook en ik voel me niet zo goed’ is hier de insteek. Het refrein klinkt dan weer als een belpopparel uit vervlogen jaren. Het getuigt van vakmanschap hoe Johannes samen met vaste producer Dijf Sanders een rustieke en stoffige sfeer aan het nummer weet te geven. Dankzij een minimale instrumentatie vol piano’s uit andere tijden en spookachtige drumcomputers wordt een vintage geluid opgewekt waarvan we niet wisten dat het zou kunnen bestaan. Op “Doe Maar” experimenteert de zanger dan weer met geluid allerhande. Drums verstillen en verluiden constant en wisselen van linkeroor naar rechteroor. Zo word je als luisteraar telkens op het verkeerde been gezet.
Net als op “Morgen Als Ik Thuiskom” trouwens, dat een stuk meer opgejaagd klinkt dan de titel doet vermoeden. Zelfs thuiskomst biedt geen rust meer in de unheimliche wereld van deze plaat. ‘Voel het ritme’, fluistert Johannes ons toe. Een ritme dat hoog ligt door snelle toetsen die elkaar constant opvolgen. Op het einde gaat het helemaal los, waarbij we een soort elektro-jazz krijgen voorgeschoteld. Het hoofdpersonage leeft op volle snelheid, zo blijkt, ‘en moet ook nog naar de Colruyt’. Het is een symptoom van deze tijd. Ook daar lijkt dit werk ons iets over te willen zeggen. Hoe we als mens soms vervreemd zijn geraakt van elkaar door individualisme en het gebrek aan hoger doel. En hoe lastig dat ‘contact’ maakt. Visueel uit zich dat ook in het coverbeeld: Johannes in een kubus, tussen licht en duisternis, eenzaamheid en ‘de ander’.
Alles komt samen in “Hou Me Vast”, dat klinkt als een smeekbede voor genegenheid. Een lonesome-ballade waar de triestheid vanaf druipt. Gelukkig is er ook dan nog ruimte voor woordspelingen die voor een lach zorgen. ‘We eten take away, take me away babe’ is trouwens niet enkel leuk gevonden, maar vat alweer krachtig de kilheid van een maatschappij gedrenkt in consumentisme, snakkend naar verbinding samen. “Het einde” zet daarna met orgel de finale in. Meer ceremonieel kan haast niet. Tekstueel is dit ook een van de leukere nummers, muzikaal helemaal uitgekleed waardoor de Johannes’ stem nog prominenter naar voor komt.
Eenmaal de smeekbeden aanhoort zijn en we langzaam uit dit universum ontwaken, staat vast dat Contact een nog sterkere plaat is dan zijn voorganger. Conceptueel zeer sterk, maatschappijkritisch met momenten en bovenal een bevreemdende mix van melancholische verlangens en hoopgevende duisternis. De centrale boodschap en wat je daar als luisteraar van maakt, dat beslis je zelf. De teksten zijn te ingenieus om daar gericht de vinger op te leggen. Maar één ding staat vast: maak contact!
Wie de wereld van Contact live tot leven wil zien komen, kan dat dit najaar nog in Het Depot in Leuven, Het Wintercircus in Gent, De Roma in Antwerpen of Cactus Club in Brugge.
Facebook / Instagram / Bandcamp
Ontdek “Doe Maar”, ons favoriete nummer van Contact, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






