AlbumsFeatured albumsRecensies

Ash – Ad Astra (★★½): Kometen en een alien, maar geen sterren

‘Oh yeah, she was taking me over. And oh yeah, it was the start of the summer.’ In 1996, tijdens de hoogdagen van de Britpop, trapte Ash met zijn album 1977 voor zichzelf de deur naar de grote bekendheid open. Het trio “Oh Yeah”, “Girl From Mars” en “Goldfinger” lieten een band horen die zijn eigen plaatsje in het Britpop-universum opeiste door Britpop met zowel een punky als een gevoelige snaar te benaderen. Was in 1996 ‘the start of the summer’ voor de Britpop dan is zijn de jaren twintig ongetwijfeld de herfst ervan. De grote kanonnen als Blur, Pulp en Suede verrassen in de jaren twintig ook nog steeds met kwalitatieve albums, en ook allemaal gingen ze weer aan het touren, met de reünie-tournee van Oasis als klap op de vuurpijl.

Ook Ash heeft de laatste jaren niet stilgezeten, want met Race The Night liet de band in 2023 voor het eerst weer van zich horen na een lange stilte. Het album werd geen onverdeeld succes, maar liet wel een Ash horen die mee evolueerde met de tijd, met een wisselende resultaat. Tussen fuzzy indierocknummers zaten een paar sterke songs, maar hier en daar begon er toch wat sleet op de banden te komen. Van een raceplaat gaat Ash nu over naar een spaceplaat compleet met opstijgende ‘Flying V’-gitaar, want met Ad Astra trekken Tim Wheeler, Mark Hamilton en Rick Murray hun ruimtepak aan om de sterren te veroveren. Een aantal nummers was na Race The Night nog op de plank blijven liggen en wordt hier aangevuld met nieuwe nummers, een cover en een acte-de-presence die kan tellen.

Een theatrale rockversie van “Also sprach Zarathustra” van Richard Strauss, hier gewoon “Zarathustra” geheten, opent Ad Astra en laat onmiddellijk merken dat we de space-associatie serieus dienen te nemen. De iconische muziek uit ‘2001: A Space Odyssey’  krijgt hier echter een potsierlijke behandeling waaruit duidelijk te merken is dat de band het laatste jaar met The Darkness heeft getourd. Dat je daardoor de rest van de plaat minder serieus neemt, werkt hier echter als een voordeel, want het geheel voelt daardoor lichtvoetiger aan dan waarschijnlijk de bedoeling is. De eerste single “Jump In The Line”, die het album vooraf ging, laat ook die lichtvoetige insteek horen. Een cover van Harry Belafonte, bekend geworden door de film Beetlejuice, en hier in een versie waarin het lijkt of Vampire Weekend en Weezer de handen in elkaar slaan. Een springerige uitschieter die ze live ook al een tijdje brengen, mag mee op reis naar de sterren.

Het valt op dat de songs die zich het meeste in je vasthaken toch vaak de meer punky of uptempo nummers zijn. “Which One Do You Want?” en “Hallion” zijn zo’n vintage Ash-nummers die zich gerust schouder aan schouder kunnen stellen bij het eerdere werk van de Noord-Ieren. Het zijn nummers die zich direct comfortabel in je gehoorgang nestelen en laten horen met welke songsmeedkunst Ash groot geworden is. Maar voor de echte kleppers is het goed dat Blur-gitarist Graham Coxon zich als buitenaards wezen ook van een zeteltje in de raket verzekerd heeft. Op de beide nummers waarop hij meespeelt, schiet Ash pas écht richting de sterren. “Fun People” is een geweldig rocknummer dat zijn roots uit de jaren negentig niet verloochent, maar er juist een leuke eigentijdse (Blur-)twist aan geeft met zijn opzwepende riffs en gescandeerde refreinen. De titeltrack helemaal achteraan draagt ook duidelijk de signature van Coxon met zijn perfecte opbouw en perfect meezingbare herhalende teksten op een euforische melodie. Met de solo op het einde scheurt Ash even dwars de kosmos door naar een hemels hoogtepunt.

Helaas is het daartussen wat zoeken naar songs die niet onder de noemer generiek geklasseerd moeten worden. Mildheid mag er nog zijn voor “Deadly Love” dat de luisteraar nog heerlijk op leuke piano- en gitaargolven laat meedrijven door de melkweg, al duurt het met zijn zes minuten misschien net iets te lang. Helaas is het vet daarna wel van de soep want de rest van de nummers hinken soms op een goed idee, maar klinken als doorslagjes van beter werk dat de heren van Ash al bij elkaar speelden. Zeker een serieus nummer als “Dehumanised” werkt niet echt op een plaat die thematisch meer met pastiche en de eighties flirt dan met bittere ernst .

Ash mikt met Ad Astra op de sterren, maar slaagt er helaas slechts in de ruimte in ons zonnestelsel te verkennen. De ruimte-associaties zitten hier en daar sporadisch in de teksten en de muziek verborgen, maar gelukkig staat dat ietwat gewrongen ruimte-raamwerk de goede songs niet in de weg. Zonder de bijdrages van Graham Coxon als alien aan boord scoort Ash een onvoldoende, met zijn twee gastbijdrages tilt hij hen op Ad Astra gelukkig hoger en verder, en dus met de hakken over de sloot. Gelukkig zijn de nummers die goed zijn, ook echte kometen en eindigen we met een uitstekende plaat. Voor het derde deel van de synthwave-stijl-trilogie, waar Ad Astra het tweede deel van vormt, zal er toch deels uit een ander vaatje moeten getapt worden om te blijven boeien.

Facebook / Instagram / Website

Ontdek “Ad Astra”, ons favoriete nummer van Ad Astra, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.

Related posts
AlbumsFeatured albumsRecensies

War Child Records - HELP(2) (★★★½): Wij tegen de wereld

Eerlijk? Normaal zijn we bij Dansende Beren niet al te happig op verzamelalbums. Niet dat we ze niet sympathiek vinden, of tegen…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Ash - "Give Me Back My World"

We waren nog jonge gasten toen Ryanair de markt van de luchtvaart penetreerde met belachelijk goedkope tickets naar Londen. Tweeënhalve euro voor…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single The WAEVE - "City Lights"

Misschien zegt de groepsnaam The WAEVE je niet veel, maar de namen Graham Coxon en Rose Elinor Dougall zouden wel bekend in…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *