Patrick Watson laat vandaag zijn nieuwe album Uh Oh de wijde wereld in fladderen. Hij doet dat na een traumatische periode waarin een stemverlamming de songwriter dwong zijn carrière anders te belichten. Met al vijftien filmscores en zeven door de critici bejubelde albums op de teller stond hij ineens aan de figuurlijke afgrond Het noodlot noopte Watson ertoe zijn dromerige, naar klassiek en filmscores ruikende indiepop voor te schotelen aan elegante vrouwenstemmen. Een ideale vluchtweg uit zijn penibele fysieke toestand, vooral omdat het onzeker was of Watsons stem ooit zou herstellen. Een paar damesstemmen stonden al even op ‘s mans verlanglijstje, zoals Martha Wainwright en de Portugese MARO. Anderen vond hij al scrollend op Instagram. Solann en lokale favoriete Klô Pelgag (die eveneens uit Quebec komt) kwamen zo in Watsons vizier. De schier onbekende Charlotte Oleena kan je in het dagelijks leven zomaar achter de toog van de koffiebar nabij Patrick Watsons werkplek tegenkomen.
Toen het stemorgaan van Patrick Watson na een drietal maanden toch opnieuw fit voor de dienst was, zag de muzikant geen reden om zijn vooropgestelde werkwijze aan te passen. Hoewel gezegend met een geenszins vervelende zangstem, hoeft die voor Watson niet per se op de voorgrond te treden. Vandaar nemen op maar liefst negen tracks op Uh Oh de dames het voortouw.
Met “Silencio” neemt de plaat meteen een hoge vlucht. Parisienne November Ultra – doorgaans gespecialiseerd in intieme folk – doet haar partijen in het Spaans, wat in combinatie met de neoklassieke instrumentatie onze armhaartjes omhoog doet rijzen. Bij de tweede of derde luisterbeurt kregen we in de gaten dat de zangeres in de tekst getuigt over haar stemproblemen en op die manier een boeiende dialoog aangaat met Patrick Watson. Die antwoordt ergens schertsend en treffend tegelijk met ‘I’ve been too many lives / I’ve been too many tries / Too many times losing my mind thinking about what I said last night / I think you like me better since I Iost my voice’. Zoals op meerdere tracks op het album gebeurt er trouwens zoveel op de achtergrond dat je van “Silencio” lichtjes gaat zweven. De experimentele instrumentatie wordt trouwens in precies juist afgemeten dosissen aan je opgelepeld. Immer functioneel, bijna permanent bloedmooi. De kraakheldere productie maakt het plaatje af.
In dezelfde sfeer bevindt zich de titeltrack. Charlottte Oleena, die door Patrick Watson dus werd overtuigd eventjes de transfer vanuit de koffiezaak om de hoek te maken, brengt je als de beste hypnotiseur met een vingerknip in een koortsdroom waarin subtiel belgerinkel aanzwelt tot een klassieke, wondermooie ballade waarop pakweg Beirut erg jaloers zou kunnen zijn. Volledig aan de andere kant van het spectrum treffen we “Ami imaginaire”, de samenwerking met Klô Pelgag. Patrick Watson gebruikt wel vaker modulaire synthesizers, maar dichter bij Four Tet als met deze track kwam hij nog nooit.
Als het titelnummer “Uh Oh” en “Ami imaginaire” twee tegenpolen zijn, dan positioneert een track als “Peter and the Wolf” zich netjes in het midden. Er is de klassieke songstructuur, maar het nummer dikt wel stelselmatig aan dankzij beats en strijkers die ook in de hiphop gangbaar zijn. Minder opzwepend, wel spookachtig: de bossa nova van “The wandering”. Nodeloos te zeggen dat het Portugees van MARO hier de exotische touch vormt die de song naar een nóg hoger plan tilt.
En hoe zit het met “House on Fire” met Martha Wainwright? Zij is toch de bekendste naam uit het lijstje deelnemende zangeressen? We horen het je denken. Wel, het blijkt zo ongeveer de meest conventionele song op Uh Oh te zijn geworden. Een potentiële evergreen is het zeker, maar het lijkt erop dat Patrick Watson voor mevrouw Wainwright zijn experimenteerdrang eventjes in de koelkast heeft gezet. Dan hebben wij het nét iets meer voor “Ca va” met Solann, dat met zijn gitaarriedel en hymne-achtige achtergrondzang doet denken aan het latere werk van Canada’s meest geliefde bard: de ongeëvenaarde Leonard Cohen. Grappig trouwens om een boeiend, zwevend lappendeken van een album de kinderlijke, korte titel Uh Oh mee te geven, en te besluiten met een triviaal, vluchtig “Ca va”. Het is Watson ten voeten uit, een babbelaar die zijn serieuze imago ziet wegvallen zodra hij begint te praten en het kwinkslagen regent.
Patrick Watson bracht bijna op de dag negentien jaar geleden zijn tweede album Close to paradise uit. 364 dagen later won hij er de prestigieuze Polaris Music Prize voor beste Canadese album van het jaar mee. In die periode betrad hij ook de toenmalige Pyramid Marquee van Rock Werchter, toch geen evident festival voor de breekbare muziek die Watson opdient. Sindsdien is zijn pad er een van contrasten. Er is de internationale lof en het te benijden record van eerste Franstalige song met een miljard streams op Spotify – voor Covid-hit “Je te laisserai des mots” – enerzijds, en anderzijds de avant garde uitstraling van zijn oeuvre. Met Uh Oh heeft hij een indrukwekkend in elkaar vloeiende puzzel afgeleverd waarmee die dualiteit vlotjes verder kan blijven bestaan.
De plaat zal ook live te bewonderen zijn, hoewel de meeste vrouwelijke zangpartijen dan door vast bandlid La Force zullen gezongen worden. Nijmegen (op 10 november – uitverkocht), Brussel (11 november – uitverkocht) en Amsterdam (op 12 november) staan op Patrick Watsons speellijst.
Website / Facebook / Instagram
Ontdek “Ami imaginaire”, ons favoriete nummer van Uh Oh. in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






