
© Kasper Van Lombeek
Er is er één jarig, hoera, hoera! Voodoo Village blaast dit jaar tien kaarsjes uit en trakteerde zijn bezoekers vrijdagavond op een extra festivaldag met drie geopende podia. Ideaal voor wie zich graag laat meeslepen door de minder voor de hand liggende elektronische muziek en ook houdt van kunst, wellbeing en natuur. Want zo profileert Voodoo Village zich al jaren aan het einde van het festivalseizoen, ook dit jaar weer. Drie vernieuwde podia, een bredere non-muziek-affiche en artiesten als Camelphat, Kölsch en Job Jobse stonden ons samen met 42.500 andere bezoekers te wachten in de bossen van het kasteeldomein in Humbeek.
De eerste stage die we in een volledig nieuwe, wat contrasterende gedaante zien, is The Shelter. De overdekte tent met de ledbalken van de afgelopen jaren kreeg namelijk geen dak meer, maar een rond en open karakter dat gebaseerd is op Stonehenge. En wanneer Alycia Bezgo de eer krijgt om die vernieuwde stage te openen, kunnen we aan de verleiding niet weerstaan om als eerste naar de achterkant van het terrein te wandelen. De Brusselse dj nadert het einde van haar zomertour die al ettelijke hoogtepunten kende op Paradise City, het Marlon Hoffstadt-KI/KI-event in Zeebrugge en Pukkelpop en tracht vandaag hetzelfde niveau te bereiken. Dat lukt net niet, al gaan we een stapje te ver als we zeggen dat ze maar een matig setje op de toonbank legt. Aangezien ze de eerste twee uur en half van de dag voor haar rekening neemt, hanteert er een iets softere aanpak dan gewoonlijk, met een iets hoger booty-gehalte en een beetje minder rechtlijnige ravebeats. Alsnog stelt een van de ontdekkingen van onze festivalzomer niet teleur en levert ze tussen de rotsachtige torens een set op vol opzwepende ritmes van groove en minimale techno.

© Margo Lavign (archief)
Intussen is onder leiding van Sentin het feestje aan de Aperol-stand ook op gang getrapt, zeker omdat de met oranje details opgesmukte serre dekking biedt tegen de vallende regendruppels. Het volgepakte standje wordt voorzien van zomers beats en hoewel we ons op Belgisch grondgebied bevinden, is het motto ‘hoe meer oranje, hoe meer vreugd’. Wanneer we het gezien hebben, trekken we tussen de buien door naar The Yard. Enerzijds om de officieuze mainstage van dit jaar te aanschouwen, anderzijds om MËSTIZA’s mysterie te ontluiken. In de grootste tent blijkt de Comfort-zone een heel stuk opgeschoven, wat de beleving op de dansvloer een stukje naar beneden haalt. Meer dansen, minder opdeling: daar zijn wij voor en het is jammer dat MËSTIZA dat – weliswaar niet bewust – een beetje in de hand werkt met hun afrohouseritmes.
Wat stoïcijns staat het damesduo achter hun draaitafel en we krijgen de indruk dat hun set meer draait om gezien te worden – zowel fysiek als online gezien de vele telefoons in de lucht – dan op de real time sfeer. Versta ons niet verkeerd: de sfeer zit goed en de muziek is best scherp gekruid, maar soms hebben we het gevoel meer tussen influencers of in een modeshow dan tussen feestvierders te staan. Desalniettemin genieten we van de Oosterse en Zuiderse vocals en ritmes, maar wanneer we doorgaan naar het volgende hebben we toch niet echt het gevoel een van de hoogtepunten van het festival te hebben meegemaakt. Van de beloofde latin- en vooral flamencocultuur waarvoor we naar het Spaanse duo afzakten kwam niet al te veel in huis, waardoor onze honger niet helemaal gestild is en we richting de foodmarkt trekken om onze maag wat te spijzen – op de letterlijke manier dan.

© Fille Roelants (archief)
Een heerlijke Indian roll later verkennen we The Observatory, waar Carista het roer in handen heeft. Een dikke shout-out naar de foodstands op Voodoo Village overigens, want elk jaar opnieuw ontdekken we hier iets nieuws dat onze innerlijke zelf extreem gelukkig prijst. Maar goed, Carista dan: het is moeilijk om beats met veel tempo en intensiteit te vinden vandaag op het festival en dat is ook hier niet anders, maar onder de nieuwe overdekte The Observatory treffen we toch een iets hoger energiepeil aan dan op de rest van het terrein. Zeker in haar laatste halfuur speelt de Nederlandse wat happy hardhouse à la Malugi, al is het jammer dat de stage een overkapping kreeg. Niet alleen het zicht is daardoor kariger, ook de sfeer in het publiek lijkt eronder te lijden. Het CORE-achtige spiegelattribuut mag dan wel een hoge Instagrammable-waarde hebben; het reclameborddesign van de vorige jaren kon ons meer bekoren.
Wanneer de donkerte om de hoek loert en er een hogedrukgebied aan rookwolken het terrein wordt opgezonden, verandert ook The Shelter in een vanop afstand geïsoleerd, maar van binnenin hectisch raveoord. Aan het stuur daarvan staat Patrick Mason, dé Beierse hofleverancier van techno-extravaganza. Zijn typische danskunsten, waarvoor hij meer geroemd is dan om zijn muziekcollectie, laat hij vanavond af en toe zien, maar door het rookgordijn zijn we genoodzaakt om ons vooral op de muziek te focussen. Erg is dat echter niet, want bij de Duitser vinden we uiteindelijk wel de intensiteit en het mysterieuze gevoel waar we al heel de dag een beetje naar snakken. Een remix van “We Wanna Party” klinkt goed, al blijkt die leuze niet van toepassing op The Shelter. Hoewel het podium een van de betere stagedesigns vormt die we afgelopen zomer tegenkwamen, blijft het kolkende arenagevoel waarop we gehoopt hadden vandaag uit; de motiverende happy techno en hypertrance ten spijt.

© Fille Roelants (archief)
Tijdens de laatste twee uur van de zaterdag hadden we een stormloop verwacht aan The Observatory voor Job Jobse, al blijkt de toestroom al bij al mee te vallen voor een Lowlands-headliner. Het is dan ook vooral in eigen land dat de Nederlander bekendheid geniet, al rijgt hij ook in ons land regelmatig tracks aaneen. Na bondgenoot KI/KI in 2023 sluit Jobse vandaag Voodoo Village af, en zoals we dat van hem gewend zijn doet hij dat met een zeer selectief gekozen assortiment aan tracks. In lijn met zijn contante glimlach draait hij zeker in de eerste tientallen minuten een euforische mix van vrolijke nummers uit hoeken van de scene die ons nog niet bekend zijn, om nadien beetje per beetje op te bouwen naar stevigere ritmes.
Onder een zeer subtiele belichting primeert de muziek bij de Nederlander en dat is waarschijnlijk hoe hij het zelf het liefste heeft. Jobse staat namelijk bekend om zijn onuitputtelijke drang om nieuwe muziek te vinden en te ontdekken en die bijgevolg ook te delen in settings als deze. Na zijn headlinerkrachttoer met KI/KI laat hij ook hier een goede indruk na, zij het met een wat alternatievere set dan in de Alpha. “Illegal” van PinkPantheress en “Spookstad” van Gotu Jim gaan de remixer in en zorgen zo voor hoogtepunten doorheen de set.
Jobse polijstte zo ruwe diamanten tot hapklare amuses op de softe tweede dag van Voodoo Village 2025, waarin afrohouse en minimale techno de bovenhand namen. Een van de weinige, maar wel belangrijke opmerkingen, was dat de programmatie op de verschillende podia redelijk homogeen klonk. De zaterdag had zo veel toeren nodig om op gang te komen, maar kwam net zoals een oude dieselmotor traag maar gestaag op gang, om uit te monden in een euforisch badje bij Job Jobse.





