LiveRecensies

Lowlands 2025 (Festivaldag 2): Zien en gezien worden

© Ivo Goossens

Na een kort nachtje stond dag twee al ongeduldig op de deur te bonzen. Het vooruitzicht loog er niet om: een stevig gevulde line-up met onder meer Sylvie Kreusch, The Beaches, Vampire Weekend en headliner deluxe Chappell Roan. Daartussenin lagen nog heel wat verrassingen te wachten, want net als op de openingsdag bleek Lowlands opnieuw een festival waar werkelijk iedereen zijn gading vindt.

Wat België al langer weet, mocht Nederland nu eindelijk zelf ervaren: Sylvie Kreusch die, gehuld in een volledig witte outfit inclusief laarzen, het publiek in de Heineken inpakte met haar dromerige indiepoprock. Hoewel de tent vroeg op de dag nog maar halfvol stond, kregen de aanwezigen een overtuigende show voorgeschoteld. Waar ze in eigen land soms iets meer op routine kan leunen, moest ze in Biddinghuizen meteen voluit gaan. Hitjes als “Walk Walk” en “Comic Trip” hielpen haar daarbij op weg. De weg naar een doorbraak in het buitenland is nog lang, maar optredens als deze zetten haar duidelijk op het juiste spoor. De kop was eraf en we vlogen weer over heel het festivalterrein. Lowlands staat erom bekend dat je er, tussen de grote namen door, telkens weer nieuwe ontdekkingen kan doen. Been Stellar was zo’n vondst. Met hun debuutalbum Scream from New York, NY in de achterzak maakte het New Yorkse vijftal zijn Lowlands-debuut in de intieme X-Ray. En daar waren we lang niet de enigen die nieuwsgierig binnendropen. Hoewel ze vaak in het postpunk-vakje worden gestopt, vermengen ze hun geluid met een brede waaier aan indierockelementen. Drumster Laila Wayan hield de boel strak in de hand, terwijl zanger Sam Slocum met zijn ingetogen présence als vanzelf de rol van dirigent vervulde. Hun songs vloeiden haast geruisloos in elkaar over, altijd met een sluimerende dreiging die zelden écht ontplofte. Been Stellar liet zo zien waarom ze een band is om in de gaten te houden.

Niet elke act uit Oceanië klinkt als punk of garagerock. Toegegeven, onze aardrijkskunde liet ons even in de steek, want Balu Brigada komt niet uit Australië, maar uit Nieuw-Zeeland. De broers Henry en Pierre Beasley brachten hun zomerse, dromerige rock mee naar de India en lieten daarmee de zon een beetje doorbreken boven Biddinghuizen. Een vleugje psychedelica gaf de songs live wat extra kleur, waardoor de hele tent zachtjes mee begon te deinen. Met een reeks ep’s en singles achter de rug verschijnt eind deze maand eindelijk hun debuutalbum Portal. We kregen al enkele voorsmaakje voorgeschoteld van die aankomende plaat en die gingen vlot naar binnen. Een band die duidelijk nog maar aan het begin van zijn verhaal staat, maar live al meteen voor warme vibes zorgde. Vijftig meter verderop in de Bravo was Suki Waterhouse aan de beurt. Wat kan mevrouw Waterhouse eigenlijk níét? Ze begon als model, werd actrice en stortte zich nu ook nog eens op muziek. Het gevoel voor drama dat ze in haar carrière altijd meedraagt, bracht ze duidelijk mee het podium op. Alleen bleek de muzikale vertaling minder sterk: haar poprock voelde eerder als zevenendertig in een dozijn en miste het scherpe randje om echt binnen te komen. De songs kabbelden voort zonder veel blijvende indruk na te laten. Leuk geprobeerd, maar als muzikante wist ze de lat dit keer niet te halen.

© CPU – Larissa Zenner (archief)

Heel anders klonk het in de India, waar Good Neighbours meteen vanaf de eerste noten de sfeer aanwakkerde. Het Londense kwintet, met Oli Fox en Scott Verrill als spilfiguren, bracht een frisse mix van vrolijke indierock die strak en stevig in de mix zat. Al snel stond het publiek te dansen en mee te zingen. Niet toevallig kennen velen de band van hun TikTok-hit “Home”, maar nog voor dat succesnummer gespeeld werd, maakten ze indruk met een set vol aanstekelijke melodieën en enkele nieuwe songs uit hun aankomende album. Toch viel niet te ontkennen dat “Home” het absolute hoogtepunt van hun optreden was. Good Neighbours bewees zich als een band om in de gaten te houden. Nog een artiest die op onze radar stond was Ecca Vandal. Voor wie het wat ruiger en experimenteler mocht, bood de Zuid-Afrikaanse/Australische artieste de perfecte tegenhanger. Met haar maatschappijkritische teksten, rauwe energie en speelse wisselwerking tussen gitaren en beats hield ze het tempo hoog. De X-Ray zat stevig gevuld en de zangeres bewees een geboren volksmenner te zijn: handjes in de lucht, publieksparticipatie en een opvallend sterke connectie met de zaal. Toch was het geheel nog niet helemaal in balans. Soms greep ze onze aandacht stevig vast, om die even later weer wat te laten verslappen. Het potentieel is onmiskenbaar aanwezig, nu nog de juiste focus vinden.

Soms is één hit voldoende om een carrière op gang te trekken. Als dat dan ook nog eens je debuutsingle betreft, mag je gerust spreken van een flinke dosis geluk. Twee jaar geleden viel dat lot de Canadese band The Beaches te beurt met “Blame Brett”. De Heineken was aardig volgelopen voor de vier dames en al vanaf de eerste noten voelde je dat ze intussen flink wat stappen vooruit hadden gezet. Met “Touch Myself” stelden ze nieuw werk voor dat duidelijk meer om het lijf had dan hun oudere songs. Ook de podiumpresence klonk overtuigender: frontvrouw Jordan Miller praatte de nummers vlot aan elkaar en straalde zelfvertrouwen uit. Met enkele extra singles onder de arm werd duidelijk dat The Beaches meer in hun mars had dan de typische eendagsvlieg. En ja, “Brett” mocht aan het einde nog eens de volle lading krijgen – een slot dat bij het publiek in de smaak viel, al wellicht wat minder bij Brett zelf. Aan de India was het ondertussen allemaal iets afgelijnder. Wie Squid zegt, zegt muziek voor gevorderden. Ze bracht een set die tot in de puntjes afgewogen en uitgedokterd was. Tempo’s en ritmes wisselden elkaar in razende vaart af, zonder ook maar een moment aan scherpte te verliezen. Met hun derde album Cowards, dat ze op Lowlands voorstelden, daagde ze het publiek stevig uit. Rondom ons keken mensen elkaar regelmatig vragend aan: niet iedereen kon volgen waar Squid precies naartoe wilde. Technisch zat het onberispelijk in elkaar, maar af en toe sloeg de balans door naar te complex. Het maakte de show fascinerend, maar niet altijd even toegankelijk.

© CPU – Chris Stessens (archief)

Toen de zon begon te zakken, vulde Vampire Weekend de Alpha met hun kenmerkende indiepop. Ezra Koenig en zijn kompanen brachten een bloemlezing uit hun carrière, van het luchtige “A-Punk” tot de meer gelaagde songs van hun latere platen. De mix van speelsheid en subtiliteit werkte wonderwel op de festivalweide, al bleef de opkomst in de Alpha opvallend mager. Het onderstreepte wat Lowlands doorheen de jaren geworden is: een plek waar zien en gezien worden vaak belangrijker lijkt dan de muziek zelf. Zestien jaar na hun vorige passage voelde dit voor Vampire Weekend ongetwijfeld als een heel andere ervaring; minder massaal misschien, maar nog steeds met die eigenzinnige glans die hen groot maakte. Dan bracht de volgende artieste op de Alpha heel wat meer volk op de been. Wie er eerder dit jaar bij was op Rock Werchter, wist dat RAYE iets bijzonders in handen had. Daar was het al drummen om een goed plekje te bemachtigen en op Lowlands was dat niet anders. Haar carrière schiet pijlsnel omhoog en dat is niet moeilijk te begrijpen. De glamour waarmee ze het podium betrad, de muzikaliteit van haar band, haar ontwapenende persoonlijkheid en vooral die onmiskenbaar soulvolle stem maakten diepe indruk. Waar veel artiesten tegenwoordig een ingestudeerd setje lijken af te draaien, voelden we bij RAYE de oprechte liefde waarmee ze elk nummer brengt. Nieuwe single “Suzanne”, haar samenwerking met Mark Ronson, ademde de geest van Amy Winehouse, terwijl “Ice Cream Man” uitgroeide tot een hartverscheurend hoogtepunt dat de pijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag onvergetelijk in de verf zet. Op Lowlands bewees ze nogmaals dat ze klaarstaat om een van de allergrootsten te worden – als ze dat al niet is.

Daartegenover zette The Murder Capital een heel ander soort intensiteit neer. Postpunk bleek dit weekend een terugkerend thema, maar de Ieren gaven er hun eigen donkergetinte draai aan. Met hun derde album Blindness op zak leek de band een nieuw hoofdstuk in te luiden: de set leunde grotendeels op dat verse materiaal. Vanaf opener “The Fall” werd duidelijk dat de toon broeierig en dreigend zou blijven, een uur lang gedragen door de charismatische James McGovern, die het publiek met de flair van een doorwinterde frontman in zijn greep hield. Het was geen set die mikte op lichtvoetig meedeinen, maar wel een die onder de huid kroop en daar bleef schuren. En dan was er FKA Twigs, die nog maar eens aantoonde dat pop ook radicaal anders kan. Met haar derde album Eusexua verkent ze de grenzen tussen techno, pop en trance, en live giet ze dat in een verbluffend spektakelstuk waarin muziek, dans en performance art één worden. In de Bravo voelden we ons meermaals overweldigd: lichamen vlogen over het podium, outfits wisselden elkaar razendsnel af en de visuals dompelden alles onder in een hallucinerende roes. Niet alles was perfect; bij de stevigere nummers werd al eens geplaybackt en enkel de intiemere momenten werden live gezongen, maar de show leed er allerminst onder. Verdeeld in drie acts denderde het geheel voorbij als een wilde negentigerjarenrave, compromisloos en bedwelmend. FKA Twigs bewees dat pop niet altijd de veilige weg hoeft te kiezen om te triomferen.

© CPU – Chris Stessens (archief)

Het leven komt en gaat in golven, en dat geldt ook voor Papa Roach. In de hoogdagen van de nu-metal stonden ze vooraan als vaandeldragers van het genre. Toen de hype ging liggen, verdween de band wat naar de zijlijn, gedoemd tot vroege middagshows op festivals. Toch bleef frontman Jacoby Shaddix met zijn band koppig en bescheiden verder werken. En zie: hard werk loont. In de Heineken stond het propvol en vanaf de eerste seconde ging het dak eraf. “Even If It Kills Me” en Tony Hawk Pro Skater-anthem “Blood Brothers” zetten meteen de toon, en het tempo zou ruim een uur lang niet meer zakken. Voor wie gekomen was voor de oude hits, viel er genoeg te smullen. Toch weigerde Papa Roach zich te laten herleiden tot een retro-act: naast de opener liet de band ook nieuw werk horen met “BRAINDEAD”. Maar telkens de klassiekers voorbij kwamen, ging de opwinding een versnelling hoger. De slimme keuze om onderweg een stukje “In The End” van Linkin Park te verweven, werkte wonderwel. Het hoogtepunt werd tot het einde bewaard: een medley vol nu-metal-monumenten – van Deftones tot Limp Bizkit en System Of A Down – mondde uit in hun eigen onsterfelijke “Last Resort”. Het resultaat: een uitzinnige massa die luidkeels elke regel meeschreeuwde. Missie geslaagd, en een overtuigend eerherstel voor Papa Roach.

Chappell Roan zorgde aan het einde van dag twee op Lowlands ervoor dat alle ogen dit jaar op haar gericht waren. De Amerikaanse brak pas echt door toen debuutalbum The Rise and Fall of a Midwest Princess maanden na release alsnog een fenomeen werd en sindsdien lijkt haar opmars niet meer te stoppen. Met wereldhits als “Good Luck, Babe!” en het virale “HOT TO GO!” heeft ze haar status als nieuwe popicoon stevig verankerd en die sterkte vertaalde zich probleemloos naar de Alpha. Die werd voor de gelegenheid omgetoverd tot een donker sprookjesdecor met een fonkelende twist: vuurwerk, bloemen en een geheel vrouwelijke band die het theatrale plaatje compleet maakten. Vanaf de mysterieuze openingsscène met glamrockriffs voelden we dat er iets bijzonders stond te gebeuren. “Femininomenon” bracht meteen de eerste golf meezinggekte, waarna Roan zich in songs als “Naked in Manhattan” en het intiemere “Casual” emotioneel toonde. Met de uitbundige climax van “The Subway” en het dansbare hoogtepunt “HOT TO GO!” kookte de wei over. Daarna volgden nog een vurige “Barracuda”-cover en een ontroerende “Kaleidoscope” vol smartphone-lichtjes. In de finale werd elk restje energie opgebruikt: “My Kink Is Karma” en “Pink Pony Club” zorgden voor collectieve euforie. Een sprookjesachtige show van een ster die zichzelf opnieuw overtrof.

Zo kwam dag twee tot zijn eind, alhoewel het feest zoals gebruikelijk op Lowlands nog wel een eindje doorgaat. De gitaren worden ingewisseld voor de draaitafels en zo gaan ze al feestend de nacht tegemoet. Voor ons was het alleszins wederom een drukke, maar zeer vruchtbare dag.

Ons verslag van dag 1 kan je hier lezen.

Related posts
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Suki Waterhouse - "Tiny Raisin"

We hadden het eigenlijk al iets eerder verwacht, maar het was pas afgelopen week dat Suki Waterhouse met de wereld deelde dat…
AlbumsRecensies

Anne Hathaway - Mother Mary: Greatest Hits (★★★): Euforie in het donker

Je zou het misschien niet geloven, maar je hebt niet altijd een TikTok-hype nodig om op te vallen. Soms kan je ook…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Anne Hathaway - "My Mouth Is Lonely For You"

Een nieuwe single van Anne Hathaway – jawel, de actrice! De Amerikaanse is de voorbije twee jaar voor de duidelijkheid niet door…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *