
© CPU – Marvin Anthony (archief)
Rondje één rondom de grote, blauwe bol zat er op, tijd voor de tweede ronde. Ook vandaag vliegen we van land naar land op Down The Rabbit Hole, zonder ook maar een greintje last te hebben van een jetlag. Dat zou ook moeilijk zijn, want dag twee was wederom tot de nok toe gevuld met goede sfeer, goede mensen en bovenal goede muziek. Dat begon in Engeland bij Wunderhorse en eindigde eveneens daar met Underworld, maar tussendoor pakte we ook nog bestemmingen mee in Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten.
Wunderhorse @ Teddy Widder

© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
We begonnen onze rondtocht relatief vroeg op de festivaldag bij Wunderhorse, helemaal vooraan op het terrein en eigenlijk pal naast de ingang. De perfecte plek voor die band, want met zijn rustige sound was het de uitgelezen artiest om iedereen rustig te laten ontwaken van hun eerste, brakke festivalnacht. Wunderhorse pakte namelijk zelden echt groots uit, hield het qua show minimaal en liet vooral de muziek spreken. Die sprak ook daadwerkelijk boekdelen, want die zakte nooit door het ijs. Echter maakte dat Wunderhorse ook niet heel spannend en je zag mensen halverwege de set al richting de achterkant van de grote tent lopen. En om eerlijk te zijn hadden we het na een vijftigtal minuten ook wel gezien. Omdat de volgende band op de planning aan de andere kant van het terrein lag, besloten we toch tien minuten voor het einde door te gaan, maar geen enkel moment waren we ongerust dat Wunderhorse ineens alles liet inzakken. Nee, daar speelde de groep de eerste vijftig minuten te solide voor.
Royel Otis @ Hotot

© CPU – Peter Verstraeten (archief)
Aan de andere kant van het grote terrein was het de beurt aan Royel Otis en hoewel het een fikse afstand wandelen was, was die wandeling het dubbel en dwars waard. De Australische groep bracht namelijk een fikse lading fijne gitaarmuziek richting de Hotot en strooide daar rijkelijk mee. Qua niveau wist de band zijn voorganger op de Teddy Widder te evenaren, maar de energie die wij bij Wunderhorse misten, kwam hier met bakken uit de speakers. Maar waar het vooral in uitblonk, was het zijn van de perfecte festivalband. Met de nodige kunde wist de formatie met tracks als “Kool Aid” en het recente “car” het publiek goed te entertainen. De cover van “Murder on the Dancefloor” kreeg de toeschouwers zelfs zo ver om de kelen te openen en de bekende tekst van Sophie Ellis‐Bextor letter na letter mee te laten brullen. De sfeer zat met andere woorden meer dan prima en dat gold ook voor Royel Otis, want echt verslappen gebeurde het nooit. Misschien had de groep wel iets minder op een eiland mogen leven, want echt interesse tonen in datzelfde publiek wat zo los ging op zijn muziek deed het amper tot niet. Ach ja, het zijn details.
Throwing Bricks @ Holding
Wie Holding zegt, zegt uitslaande decibelmeters. Een perfecte habitat voor Throwing Bricks dus, want de Utrechters gooien het liefst een bootlading aan decibels doorheen de speakers. In de zwetende kerktent was het dan ook vanaf de eerste noot raak. De groep had zijn trouwe fanbase niet mee, maar overrompelde de onwetende toeschouwers moeiteloos met gitaargeweld. Met een gitzwarte muur van geluid walste Throwing Bricks nietsontziend doorheen de tent, waarbij de sound als een bulldozer over het publiek denderde. Het zeil had het duidelijk lastig, want door de overload aan intensiteit leek die met iedere riff verder opgerekt te worden. Niet de meest toegankelijke set van de dag, maar wel eentje die precies deed wat ze moest doen: alles kort en klein spelen.
Nieve Ella @ Teddy Widder

© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
We beschouwen onszelf als een verfijnde meme-fanaat en slikken doorgaans elk filmpje als zoete koek, maar onze favoriet van Britse bodem is toch wel een schreeuwende man in een auto die herhaaldelijk roept dat hij Ronnie Pickering heet. Nieve Ella heet eveneens zo van achteren, al deelt ze verder weinig met haar luidruchtige naamgenoot. Schreeuwen deed ze namelijk allesbehalve en ze koos eerder voor een ingetogen, dromerige aanpak, aangevuld met een perfect gedoseerd portie indiepoprock waar het publiek van deed smullen. Wij smulden rustig mee, want het viertal wist ons al snel in te pakken met zijn sterke performance. De drummer sloeg zich letterlijk een slag in de rondte, terwijl zowel de gitarist als de bassist van dienst met speels gemak hun riffs door de tent lieten rollen. Toch was het vooral Nieve Ella zelf die de spotlight terecht opeiste, want zij wist met haar warme stem en oprechte glimlach moeiteloos harten te veroveren.
ZALM @ Holding
Grindcore op een groot, mainstream festival was niet een van de dingen die we hadden verwacht begin dit jaar, maar op Down The Rabbit Hole is het allemaal mogelijk. Terwijl op de Hotot Wet Leg letterlijk haar spierballen toonde, maar vooral dezelfde show gaf als op Werchter, gingen wij voor het hardere werk weer terug naar de Holding-tent. Met ditmaal ZALM op het bordje die zijn kunsten mocht tonen. Waar bestonden die kunsten uit? Nou, kneiterhard door een microfoon blèren op de tonen van een overstuurd mengpaneel, afgetopt met een hoge dosis aan Nederlandse meme-soundbytes. De nummers waren bijna nooit langer dan een minuut, waarbij de het uitspreken van de titel soms langer duurde dan de track die eraan gekoppeld was. Het was enorme pleurisherrie in zijn puurste vorm, maar precies de herrie die we met liefde en plezier onze trommelvliezen laten binnendringen. Niet dat dat heel moeilijk was, want na twee nummers van ZALM lagen deze al volledig aan diggelen.
Zaho de Sagazan @ Teddy Widder

© CPU – Nathan Dobbelaere (archief)
Terwijl vanuit de Desperados-schuur de laatste klanken van de K3 dj-set wegebden, vulde het terrein vooraan bij de Teddy Widder met een heel ander geluid. Weg was de luchtige meezingerij en kleurrijke spielerei, want vanaf het een-na-grootste podium van het festival, vulde de lucht zich al snel met donkere Franse elektroklanken. Schuldige was Zaho de Sagazan, die diep in haar eigen universum dook en vervolgens ook iedere toeschouwers zonder pardon meesleurde. Met een Frans vocabulaire en een hoge dosis aan onheilspellende synths en industriële drums, bouwde ze samen met haar band een performance op die balanceerde tussen een pulserende rave en een emotionele biecht. Wij spreken überhaupt geen woord Duits, laat staan Frans, dus veel van de teksten ging aan ons verloren, maar de emotie die ze erin legde was duidelijk voelbaar. Nee, hier hadden we geen Duolingo voor nodig, want alles wat de zangeres bracht, kwam met volle vaart binnen. Wat het allemaal extra mooi maakte was de verbinding met het publiek die ze moeiteloos tot stand bracht. Ze keek mensen recht aan, soms zelfs pal voor hun neus, en was daarmee iets dat bij vele muzikanten hedendaags ontbreekt: een mens. Mooie set en een terecht applaus van enkele minuten lang.
Iggy Pop @ Hotot

© CPU – Senne Houben (archief)
Gisteren was een speciale dag voor rockliefhebbers. Ozzy Osbourne zwaaide gisterenavond in een uitverkocht Villa Park af en zette daarbij op zesenzeventigjarige leeftijd een punt achter zijn roemrijke carrière. Maar waar de ene legende stopt, denkt de andere daar nog zeker niet aan en zo mocht Iggy Pop op achtenzeventigjarige leeftijd voor de tweede keer aantreden op Down The Rabbit Hole. En daar kunnen we eigenlijk alleen maar respect voor hebben. Ja, de teksten vloeiden helaas niet meer zoals vroeger en het lichaam oogde net iets minder afgetraind dan in zijn beginjaren, maar hij wist nog altijd het ware showbeest uit te hangen. Hij zweepte het publiek moeiteloos op tijdens “Gimme Danger” en ook tijdens “The Passenger” liet hij de armen stevig heen en weer gaan, waardoor de beste man geen enkele seconde verveelde.
Toch was het vooral de liveband die we een pluim moeten uitdelen, want die verzwakte op geen enkel moment. De zevenkoppige groep diende als de ruggengraat die bij Osterberg Jr. zelf helaas ver versleten was en zorgde ervoor dat het totaalplaatje van begin tot eind volledig klopte. Met Iggy Pop in zijn eentje win je hedendaags helaas geen oorlog meer, maar inclusief zijn bandleden moet het net lukken. Althans, dat bewees het tijdens afsluiter “Nightclubbing” wel, want daar knalde de groep en dus ook Iggy zelf nog een laatste maal op volle oorlogssterkte doorheen de geluidsboxen. Wel leek hij tegen het einde echt een zuurstoffles nodig te hebben en takelde hij met de minuut verder af, maar opgeven deed hij nooit. Iggy, het gaat je goed en hopelijk tot snel, al weten we dat, en dan vooral door het laatste beeld dat we van hem hebben, het ook zomaar de laatste keer geweest kan zijn dat we deze legende aan het werk hebben gezien.
Fat Dog @ Fuzzy Lop

© CPU – Marvin Anthony (archief)
Er zijn maar weinig bands die zo’n slechte timetable-programmering krijgen als Fat Dog op Nederlandse festivals. De groep rond de charismatische Joe Love moest afgelopen weekend op Jera nog concurreren met headliner Turnstile en ook op Down The Rabbit Hole had het met FKA Twigs een geduchte tijdslotconcurrent. Toch kozen wij, net als velen, om richting de Fuzzy Lop af te zakken, omdat we inmiddels weten dat je bij Fat Dog zelden met lege handen naar huis gaat. Lees: blauwe plekken, vermoeide benen en een hoofd dat nog minstens een nacht nadreunt van alles wat je daarvoor over je heen kreeg.
Ook op Down The Rabbit Hole was dit het geval, waar de groep bewees waarom het nog altijd een van de wildste honden in het rondreizende festivalcircus is. De set opende zoals op plaat en kende met “Vigilante” meteen de juiste opbouw voor de rest van de show, waarna het een uur lang beuken was. “Boomtown” en “Angry Duck” werden als projectielen het publiek in geslingerd en er was geen houden meer aan. Joe Love blafte zijn teksten de tent in, terwijl de rest van de band als een chaotische maar strak geoliede machine door de set denderde. De combinatie van smerige sax, pompende beats en opgefokte energie hield zich geen seconde stil en ook het publiek kreeg amper tijd om op adem te komen. Met een extra rafelige versie van “Wither” en een vernietigend “Running” als finale, sleurde Fat Dog alles en iedereen richting totale uitputting en was het handjes op de knieën om even bij te komen. Wat een band blijft dit toch!
Underworld @ Hotot

© CPU – Peter Verstraeten (archief)
Cardiff zag eergisteren iets speciaals. De broertjes Gallagher deden na vijftien jaar de strijdbijl begraven en stonden voor het eerst weer samen op de planken. Hoelang dat gaat duren weten we niet en we zullen er niet raar van opkijken als de twee elkaar weer binnen één maand de pan inslaan, maar voor even was de stad het epicentrum van muziekminnend volk wereldwijd. Echter was dit niet het eerste moment dat Cardiff vol in de muzikale picture stond, want enkel decennia terug was de stad aan het Bristolkanaal de broedplaats voor een inmiddels iconische andere act: Underworld.
Op Down The Rabbit Hole mocht Underworld gisteren de Hotot afsluiten, waar het een fikse lichtshow en een nog heftigere sound op het publiek los liet. De opbouw was met “Dark & Long (Dark Train)” traag maar doelgericht en het duurde niet lang voor de menigte stond te hossen op de pompende lagen techno en spookachtige zanglijnen van Karl Hyde. Wat begon als een voorzichtig deinende golf, groeide op de pulserende muzikale lagen van Rick Smith al snel uit tot een kolkende tsunami aan licht, rook en op hol geslagen ledematen. Met “King of Snake” gooide het duo definitief alle remmen los en meteen voelde je hoe het veld voor de Hotot transformeerde tot een zwetende, pulserende mensenzee. De beat ramde onverbiddelijk door, terwijl Hyde als een ravepriester zijn teksten moeiteloos predikte en het publiek tot hoogtes stuwde waar ze nog niet vaak geweest zijn.
Afsluiten deed Underworld vanzelfsprekend met “Born Slippy .NUXX”, de klassieker der klassiekers die zelfs in openlucht nog voor kippenvel zorgde. De lichtshow ging nog één keer in overdrive, gevolgd door het duo dat er in sneltreinvaart een laatste brok euforie uitperste. Honderden, dan niet duizenden of zelfs nog meer, armen gingen de lucht in en bewogen synchroon op de iconische beat. Iedereen was één geworden, één met Underworld en daarmee kon het festival, na een dag vol hoogtepunten, zich geen betere headliner wensen.
Tijd om weer ons slaapvertrek op te zoeken, want ook op dag drie wordt het kilometers vreten met onder meer een bezoek aan Zweden, Zwitserland en uiteraard het Verenigd Koningrijk.
Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.






