
© CPU – Senne Houben
Het was op woensdagavond al het derde jaar op rij dat John Fogerty een concert op Belgische bodem kwam geven. Twee jaar geleden deed hij, net zoals nu, het Sportpaleis aan en vorig jaar was hij de grote headliner van Rock Zottegem. Op zijn tachtigste lijkt het erop dat de Amerikaanse zanger dus niet van plan is om het rustiger aan te doen en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Hoe langer de muziek van Creedence Clearwater Revival live kan voortleven, hoe liever.
Twee jaar geleden stond Hearty Har, de band van Fogerty’s twee zonen, nog in het voorprogramma. Deze keer mocht er echter meteen aan het hoofdgerecht begonnen worden. Dat gebeurde een twintigtal minuten later dan in eerste instantie werd voorzien en nadat er een vijftal pogingen waren geweest om een korte video af te spelen. De eerste keren klonk het geluid alsof het van op een andere planeet kwam, inclusief marsmannetjes. De andere keren was er simpelweg geen geluid. Uiteindelijk lukte het toch nog en kregen we nog een aardige montage die een vluchtig carrièreoverzicht, een aangenaam interview en een verkoopspraatje voor de aankomende plaat ineen was.

© CPU – Senne Houben
Daarop aansluitend weerklonken de gitaren van “Bad Moon Rising”, waarvoor de zanger hoog achterop het podium stond, door de speakers en dat is natuurlijk meteen goed om het Fogerty-publiek erg enthousiast te krijgen. Op de voorste rij – het middenplein was van stoeltjes voorzien- stonden wat fans recht, maar zij die van wat verder kwamen aanlopen, werden vriendelijk verzocht weer te gaan zitten. Er had dus bij het begin al wat meer animo in het publiek kunnen zitten, maar uiteindelijk was het Fogerty zelf die voor het entertainment moest zorgen. Na om en bij de zestig jaar in het vak weet hij ook hoe dat moet en zelfs wat huppelende sprongetjes als die van een uitgelaten kind bij het begin van “Up Around The Bend” zorgden voor gejoel. De geweldige riff van dat nummer zat daar misschien ook wel voor een stuk tussen.
Dat het spelplezier bij Fogerty hoog lag, mag dus duidelijk zijn en de beste man bevond zich nog wat meer in zijn element wanneer hij zich kon laten gaan op zijn gitaar. De eerste lange gitaarsolo was weggelegd voor “Green River”, al was zijn leadspel bij het begin ervan niet bepaald goed hoorbaar. Vocaal zat hij op dat moment wel voortdurend goed, al klonk zijn stem wel een stuk dunner en frêler dan op zijn grootste successen. Je mag van een tachtiger natuurlijk ook niet verwachten dat hij nog met evenveel panache kan zingen als in zijn twintigerjaren, en karakteristiek en uniek zijn zijn stem en zang wel altijd gebleven.

© CPU – Senne Houben
Wat je als tachtiger ook kan doen, is verhalen vertellen die dateren uit een tijdperk dat al lang vervlogen is. En Fogerty liet het natuurlijk niet na om dat meermaals te doen. Een prachtig en luidkeels meegezongen “Who’ll Stop The Rain” werd ingeleid met een verhaal over zijn befaamde Rickenbacker, die hij een jaar of veertig kwijt was. Hij vertelde onder meer dat Jimmy Page, Jeff Beck en Eric Clapton de redenen waren dat hij een Gibson humbucker installeerde als bridgepickup op de gitaar, maar ook dat het de gitaar was die hij op Woodstock speelde. ‘Woodstooooooooooock’, schreeuwde hij vervolgens uit klare blijdschap, gevolgd door wat ‘peace and love’. Dat we stonden te kijken naar een artiest die de muziekgeschiedenis heeft veranderd, werd nogmaals duidelijk.
De Rickenbacker bleef maar kort en werd voor “Lookin’ Out My Back Door” ingewisseld voor een Fender Telecaster, die bekend staat als de ideale gitaar om zonder plectrum te bespelen en zogenaamd te ‘chickenpicken’. De Amerikaan deed dat dan ook alsof hij al jaren enkel maar countrymuziek speelt, terwijl een van zijn zonen voor het percussieve akoestische gitaargedeelte van het lied zorgde. De slidegitaar van de studioversie werd ondanks dat alles toch wel gemist. Op “Effigy” toonde Fogerty zich van nog een andere kant wat betreft gitaar en dat was er deze keer eentje die zich baadde in een indringende sfeer en donkere gitaren. We denken bij de Amerikaan zo vaak aan het resem CCR-hits dat we zijn veelzijdigheid maar al te vaak over het hoofd zien.

© CPU – Senne Houben
Na de leuke verrassing die “Run Through The Jungle” was, was het weer tijd voor een praatje. Dat was er deze keer eentje die bol stond van liefde en bewondering, meer bepaald voor zijn vrouw Julie en zijn gezin in totaliteit. Julie maakte deze keer geen korte verschijning op het podium, maar Fogerty wist ons wel te vertellen dat ze zich in de coulissen bevond. Het zeemzoete liefdesliedje dat “Joy Of My Life” is, ging mede door het verhaal binnen als zoete koek. Het andere element dat daarvoor zorgde was de zwoele saxofoon van Rob Stone, die ook op “It Came Out of The Sky” een leuke meerwaarde was.
Gitaargewijs kwam het hoogtepunt van Fogerty net voor “Keep On Chooglin'”, waarbij hij even in Eddie Van Halen veranderde en vrolijk er op los tapte op zijn fretbord, om vervolgens meerdere malen met de feedback te spelen. Nadat hij onder meer het publiek met de microfoon naar hen gericht had laten meezingen met “Have You Ever Seen the Rain” en het catchy “Down On the Corner” bracht, volgde nog zo’n wervelend gitaarhoogtepunt. Deze keer kwam dat in de vorm van “The Old Man Down The Road”, dat ontaarde in een outro-jam met wervelende gitaren van zowel Fogerty senior als de twee juniors. Daarbij moesten we even aan Neil Young & Crazy Horse denken.

© CPU – Senne Houben
Intussen was Fogerty al wat hees geworden en ging het zingen minder soepel dan aan het begin van de avond. Maar wanneer je een riff als die van “Fortunate Son” kan inzetten, ligt er niemand echt wakker van je zangprestaties. Reken daar ook nog bij dat het publiek op het middenplein bij “Cotton Fields” nogmaals recht veerde en richting het podium was gelopen om Fogerty en band van wat dichter te zien. Deze keer was er geen beginnen aan voor de security en dus mocht er uiteindelijk toch nog een uitbundiger feestje plaatsvinden.
Nadat hij een champagneglas had volgeschonken met Duvel, bracht Fogerty ter intro van zijn toegift nog een toast uit op het publiek en het feit dat hij eindelijk eigenaar geworden is van de nummers die hij voor Creedence Clearwater Revival schreef. Die heeft hij nu trouwens heropgenomen met zijn zonen en zouden als album in de rekken moeten liggen op 22 augustus. Een verkoopspraatje zou misschien beter werken van een man die Duvel uit een Duvelglas drinkt, of toch op z’n minst niet uit een champagneglas, maar onze interesse had hij alleszins al gewekt. Na “Travellin’ Band” werd “Proud Mary” de ultieme afsluiter en dat was vanzelfsprekend nog een laatste keer meebrullen met de laatste CCR-klassieker.
John Fogerty bracht zoals verwacht een show vol hits en klassiekers in het Sportpaleis, met hier en daar ook een fikse gitaarsolo. Zijn vrouw deelde onlangs nog een filmpje van een gitaarspelende Fogerty thuis en vertelde daarbij dat hij nog iedere dag oefent om nog beter te worden. De stem zal misschien niet eeuwig meer blijven meegaan, maar goede gitaren kunnen heel veel goedmaken.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!






