
© Courtesy Gabriel Shepherd
Mark Kozelek is niet de man van snelle hits of extravagante optredens. Onder de naam Sun Kil Moon bouwt hij al jaren aan een oeuvre dat je zowel verstilt als meesleept. Vaak doet hij dat door langgerekte composities, halve dagboekfragmenten en nummers die balanceren tussen poëzie, realiteit en zelfreflectie. Wie hem live aan het werk ziet, weet dat er geen licht verteerbare set vol hits te verwachten valt, maar eerder een avond waarin luisteren centraal staat. Dat was ook zo in De Casino, waar Kozelek met niets meer dan een piano, een elektrische gitaar en zijn eigen stem het publiek meevoerde op zijn tempo.
Zonder voorprogramma begon de set opvallend met “Carry Me Ohio”, een lied dat hij zelden live speelt en dat zorgde meteen voor een speciaal moment voor velen. Zijn stem klonk aanvankelijk wat dof, wellicht door de microfoon of de weerkaatsing van de zaal, maar naarmate het optreden werd die warmer en scherper, net als de sfeer. Het publiek had wel geduld nodig, want de opbouw van elk nummer duurde lang en Kozelek nam rustig zijn tijd; soms met een anekdote, soms in stilte. Het was alsof hij zelf nog even moest beslissen wat hij wilde spelen, maar telkens wanneer het echt begon, kwam dat ook binnen.
Tussen de nummers door dreef zijn spoken word-kant steeds meer naar boven. In verhalen over dromen en Elliott Smith wist hij af en toe een lach uit het publiek te ontlokken met wat luchtigheid. Andere momenten zoals tijdens “Mindy”, waarin een prachtige pianosolo de hoofdrol even kreeg, waren dan weer ontwapenend mooi. Kozeleks stem bleef zuiver en oprecht, ook toen hij soms zijn lyrics een beetje leek af te lezen, kwam zijn overgave alsnog gemeend over. Hoewel de gitaar toen niet helemaal synchroon liep met de vooraf opgenomen akoestische track, bleef het geheel eenvoudig en deed het geen afbreuk aan de sfeer.
De avond kende ook onverwachte hoogtepunten. Bij “Wolves”, vroeg Kozelek het publiek om samen met hem te huilen als wolven. Wat op papier misschien vreemd klinkt, werkte in de zaal verrassend goed en gaf het nummer een unieke en speelse meerwaarde. Een ander bijzonder moment kwam wanneer hij iemand uit het publiek op het podium haalde om samen een duet te zingen. Het resultaat: een intiem en broos duet tussen Mark Kozelek en een 21-jarige jongeman. Zo onder de indruk van de jongeman zijn zangkunsten, vroeg hij hem om nog twee extra nummers samen te zingen, waaronder een cover van “What the World Needs Now Is Love” van Burt Bacharach.
Hoewel hij zijn bekendste nummers grotendeels links liet liggen, kregen we veel terug in de plaats. Twee nummers die hij zelden live brengt, een cover en meerdere spoken word fragmenten die hij over loops legde. Zo eindigde hij ook zijn show, en dat kwam overigens niet plots, want na tweeënhalf uur viel de spanning wat weg en leek de energie van de mensen een beetje weg te zakken, tot net op tijd dat duet voor een laatste wending zorgde.
Sun Kil Moon speelde dus geen grote show, maar eerder eentje die zich ongemerkt in je hoofd nestelde. De eenvoud van piano en gitaar bleek meer dan voldoende te zijn om zijn melancholische verhalen over te dragen. Niet elk moment was raak en soms kabbelde het iets te lang door, maar wie bleef staan, werd beloond met bijzondere versies, onverwachte keuzes en een zanger die het publiek stil kreeg en soms aan het lachen bracht.






