
Sinds Zach Condon in 2006 Als Beirut de lp Gulag Orkestar op de wereld losliet, heeft hij een speciale plaats in ons hart: de melancholische, lo-fi-ketelmuziek raakte meteen de gevoelige snaar en riep met zijn warme Oost-Europese invloeden een weemoedige sfeer op. Opvolger The Flying Club Cup sprak in 2007 een nog groter publiek aan, voornamelijk door alternatieve hit “Nantes”. Met daaropvolgende albums bleef Condon trouw aan zijn unieke mix van Balkan-folk, chanson, barokpop en zigeunerinvloeden. Toch leek de intensiteit soms wat af te nemen. Zo liet zijn laatste langspeler Hadsel ons twee jaar geleden wat lauw achter. De plaat, opgenomen op een afgelegen eiland in Noorwegen, klonk weliswaar intiem en introspectief maar miste voor ons de magie van vroeger. Gelukkig is er intussen alweer een nieuwe Beirut beschikbaar en met een teneergeslagen titel als A Study of Losses kan het al niet meer mis gaan. Toch?
De nieuwe worp ontstond uit een bijzondere samenwerking met het Zweedse circusgezelschap Kompani Giraff dat Condon vroeg om de soundtrack te maken voor een acrobatische theatervoorstelling met dezelfde titel. De opdracht groeide uit tot Beiruts meest ambitieuze project tot nu toe: een achttien nummers tellende plaat, bestaande uit elf reguliere songs en zeven instrumentale composities genoemd naar de maanzeeën. Het album is losjes gebaseerd op Verzeichnis einiger Verluste, de roman van de Duitse auteur Judith Schalansky, waarin verlies en het conserveren van het verleden centraal staan. Ook de klassieker 69 Love Songs van The Magnetic Fields diende als inspiratiebron.
Condon buigt zich muzikaal over abstracte thema’s zoals uitgestorven diersoorten (de gevoelige single “Caspian Tiger”), vergane architecturale glorie (“Villa Sacchetti”) en de vergankelijkheid van de mens. Doorheen de plaat grijpt hij regelmatig terug naar oude muzikale invloeden zoals koorzang en rijkelijke orkestraties, maar ook zijn geliefde orgeltjes, gammele drumcomputers en retro-elektronica uit de kringloopwinkel krijgen opnieuw een prominente rol. Zo opent het album met spacey drone-geluiden en ouderwetse synths op “Disappearances and Losses”. In “Forest Encyclopedia” zorgen zonnige beats, een klavecimbel en loepzuivere gitaartokkels vervolgens voor die typische melancholische sfeer die we zo graag horen van Beirut. De muzikale gelaagdheid van A Study of Losses wordt zo al vanaf de eerste nummers duidelijk gemaakt.
Als het sobere Hadsel een moment van stille bezinning en wedergeboorte was na een periode van mentaal en fysiek ongemak, dan is A Study of Losses de warme tweede jeugd én de intrede in volwassenheid. De thematiek van de plaat gaf Condon een heleboel inspiratie voor rijkelijke songs, alsof hij zijn oud geluid opnieuw ontdekt had. Luister bijvoorbeeld naar de magistrale orkestratie op “Oceanus Procellarum”, een schitterende, instrumentale song die ons al vroeg in de plaat onderdompelt in een muzikaal bad van warme strijkers. Het is slechts één voorbeeld van de symfonische pracht die op deze lp te vinden is. Zo zijn er ook de knappe singles “Tuanaki Atol” en “Guericke’s Unicorn”, maar evengoed het schilderachtige “Villa Sacchetti” en het hypnotiserende “Ghost Train”. “Sappho’s Poem” is dan weer een ingetogen, minimale ballad waarin de singer-songwriter zijn stem laat betoveren.
Met achttien nummers op de afspeellijst is de nieuwste Beirut een uitgebreid album geworden, al blijft de afspeelduur beperkt tot een uur. Toch schiet Beirut niet altijd raak. Zo is “Garbo’s Face” wel inventief door een nerveus ritme haaks op de zweverige zang te zetten, maar het nummer bevat onvoldoende afwisseling om te blijven boeien. En ook al zijn de instrumentale stukjes nergens slecht, toch raken we na een tijdje wel de focus kwijt. Waarschijnlijk komen deze composities beter tot hun recht bij de voorstelling van Kompani Giraff, maar op plaat houden ze niet altijd even goed de aandacht vast. Zo is het afsluitend duo “Mare Nectaris” en “Mare Tranquillitatis” wat ons betreft teveel van het goede en had de plaat beter gestopt bij “The Moonwalker”, een sacraal nummer waarin Condon in koorzang gaat met zichzelf.
Met A Study of Losses bewijst Zach Condon dat hij als Beirut nog steeds kan betoveren. Hij slaagt erin zijn vertrouwde melancholie te vertalen naar een gevarieerd, gelaagd en vaak wondermooi klanklandschap, waarin orkestrale grandeur en lo-fi-charme hand in hand gaan. De combinatie van klassieke invloeden en persoonlijke mijmeringen zorgt voor een album dat tegelijk intiem en groots aanvoelt. Het is misschien geen perfecte plaat, maar dat neemt niet weg dat Condon hier opnieuw bewijst waarom hij een unieke stem blijft binnen het hedendaagse muzieklandschap. Een eervolle vermelding voor de mooie titel ook, die in essentie alles samenvat waar Beirut voor staat: weemoed, melancholie en gemis naar vervlogen tijden. En als dit de tweede jeugd van Beirut is, dan hopen we dat er nog vele levens volgen.
Op 5 en 6 mei speelt Beirut in het Koninklijk Circus. Op 1 en 2 mei zal de band dan al in Utrecht opgetreden hebben in TivoliVredenburg.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Oceanus Procellarum”, ons favoriete nummer van A Study of Losses, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






