
© CPU – Cédric Depraetere (archief)
Mythische figuren prikkelen al eeuwenlang de geest, en onder die categorie mogen we Father John Misty toch ook wel klasseren. Wie bekend is met de muziek, viel ongetwijfeld meteen in zwijm, al zal iedereen voor wie de naam ergens in de verte een belletje doet rinkelen net door het aura van de man toch ook al snel geneigd zijn om eens door zijn discografie te gaan snuisteren. Heel wat lekkers te vinden daar, daar de Amerikaan al wat watertjes doorzwom. In een vorig leven was hij bijvoorbeeld nog drummer bij Fleet Foxes, maar vandaag de dag opteert Josh Tillman veel liever voor de rol van frontman; en dat is er eentje die hem enorm goed afgaat. Een excentrieke stijl, volle sound en vooral heel veel geduld: recentste plaat Mahashmashana telt zo’n acht nummers, maar klokt net onder het uur af. Dat de Ancienne Belgique dus wat afweek van zijn gebruikelijke settijden en Father John Misty twee uur vrij spel toebedeelde, droeg alleen maar bij aan het feit dat iedereen die daarvoor openstond, met gemak zijn soelaas vond onder Tillmans vleugels.
Voorprogramma Butch Bastard moest dus ook al vrij vroeg de bühne op, maar kon toch rekenen op een aardig gevulde zaal. Van zichtbare stress geen sprake; hij won ogenschijnlijk zelfs wat nieuwe zieltjes. Nu ja, echt vreemd was dat ook niet, gezien het feit dat de man eveneens uit Seattle afkomstig is, ooit deel uitmaakte man Fleet Foxes-spin off Poor Moon en bijgevolg dus niet alleen qua carrièrepad, maar ook qua geluid in het kielzog van Father John Misty trad. Helemaal alleen, geflankeerd door een tweetal akoestische gitaren nam hij de AB mee richting een gezellige saloon, waar het fijn vertoeven was met een handvol aangename meewiegers. Af en toe een leuke kwinkslag, permanent een vleugje melancholie, maar tegelijkertijd ook nooit een moment dat zich boven het gekabbel kon tillen. Dat er dus ook wel permanent een licht geroezemoes door de zaal rolde, verklaart waarom Butch Bastard niet meer dan ‘slechts’ een leuk voorprogramma was. Voor enkelingen een ontdekkinkje, voor de meerderheid een zoethoudertje voor het wachten.
En dat wachten werd meteen beloond met “I Guess Time Just Makes Fools of Us All”. Samen met maar liefst zeven bandleden – allemaal in maatpak én met baard – leverde Father John Misty meteen een eerste visitekaartje af, dat aanschurkte tegen de tien minuten. Een hoofdrol was weggelegd voor de bassist en saxofonist, maar natuurlijk was het Tillman die alle aandacht naar zich toe zoog. Groovy en tegelijkertijd intrigerend; dit kon wel eens een intense avond worden. Ware het niet dat de Amerikaan zélf besliste wanneer hij op het gaspedaal wilde gaan staan. Voor “Josh Tillman and the Accidental Dose” tilde hij zijn voet bijvoorbeeld al wat meer op, al deed dat niets af aan het feit hoe sterk het geheel naar voren werd gebracht. Enige minpuntje zou kunnen zijn dat er binnen zo’n uitgebreide band geen live strijker aanwezig was, maar kijk, een mens kan niet alles hebben.

© CPU – Cédric Depraetere (archief)
Wat we gisteren wel kregen, was een muzikaal verlengstuk van de intreden van de lente. En daar durfde het al wel eens te haperen. Kijk, sommige nummers van Father John Misty zijn enorm aangenaam en gezellig op plaat, maar hebben daarom niet per se een plekje in een live set. “Being You” zakte bijvoorbeeld een beetje weg, terwijl een “Q4” en ”The Night Josh Tillman Came to Our Apt.” gewoon gezellig richting americana kabbelden. Op zich niets mis mee, want de Amerikaan heeft zo’n innemend charisma dat hij songs letterlijk aan de man kan brengen door de tekst te vertellen, maar dit luikje duurde iets te lang om de sterke start bij te houden. Gelukkig bracht “Mr. Tillman” richting het uur terug wat meer stroomversnellingen in de set, en daar zaten ook de muzikanten voor iets tussen. Te pas en te onpas kreeg er wel eens eentje een paar seconden in de spotlights, om op bepaalde punten nog eens de krachten te bundelen als geheel.
“Disappointing Diamonds Are the Rarest of Them All” was eerder een rariteit in de setlist, maar zorgde er wel voor dat de eclectische groove voorzichtig terug de bovenhand durfde nemen. En het was op die momenten dat Father John Misty het meest kon overtuigen in de Ancienne Belgique. Schijnbaar nonchalant en zonder enige moeite overigens, want een ”God’s Favorite Costumer” werd met de handen in de zakken verteld. Een soort tegenstrijdigheid die van Tillman een nog mysterieuzer figuur weet te maken, alsof je nooit echt hoogte van hem krijgt. In “Nothing Good Ever Happens at the Goddamn Thirsty Crow” besloot hij bijvoorbeeld een stukje op te dragen aan een paar fans op het balkon en konden er een paar – weliswaar met wat goede wil – danspasjes van af, terwijl hij net voor “Holy Shit” schijnbaar geïrriteerd een fan afwimpelde die maar met verzoeknummers bleef strooien.
Een mythisch figuur dus, die Father John Misty, die gisteren misschien wel het best omschreven kon worden als een soort kruising tussen Mark ‘E’ Everett en Nick Cave. Althans de intensiteit die die twee uitstralen, want hoewel “She Cleans Up” en “Screamland” mijlenver uit elkaar liggen, speelde Tillman ze wel gewoon vlak na elkaar en voelde dat niet als iets fouts aan. Van groove naar euforische melancholie; een paar hoogtepuntjes werden plots aan elkaar geregen. Zeker bij die laatste. Klaar voor de finale klap op de vuurpijl, zou je denken, maar zoals gezegd koos de Amerikaan zelf wanneer hij op het gaspedaal ging staan. Met “Summer’s Gone” volgde bijvoorbeeld een in tegenlicht gedrenkt piano-intermezzo, terwijl “Mental Health” dan weer heel gemakkelijk aanvoelde. Van hoog naar gemiddeld in een vingerknip.
Voor de echte eindsprint besloot Tillman gelukkig wel om er met gestrekt been in te vliegen. “Mahashmashana” werd een ruim toen minuten durend epos dat je letterlijk opzoog in zijn magie, terwijl voor de bisronde ”Hollywood Forever Cemetery Sings” nog eens van stal werd gehaald; die laatste inclusief ruwe elektrische gitaar. Voor zover dat kan bij een concert van Father John Misty, raakte het hek van de dam. “Chateau Lobby #4 (In C for Two Virgins)” werd hier en daar zelfs voorzichtig meegezongen, en ook uiteindelijke afsluiter ”I Love You, Honeybear” bezegelde een soort zakelijke wederzijdse liefde tussen Brussel en de Amerikaan. Zakelijk vooral, omdat je wel permanent het gevoel had dat Tillman en zijn band hun set zo goed mogelijk wilden afhandelen zonder daarbij al te gek buiten de lijntjes te kleuren. Dat de heren dan ook nog eens allemaal een serieuze uitstraling meedroegen, alsook hetzelfde maatpak aanhadden, hielp niet echt bij die gedachte.

© CPU – Cédric Depraetere (archief)
Maar kijk, mannen met baarden hebben klaarblijkelijk evenzeer gevoelens, want ze leverden in de Ancienne Belgique wel gewoon een oerdegelijke show af. Eentje waarin zijzelf bepaalden wat er gebeurde, hoeveel laagjes er hoorbaar waren of hoe hoog de intensiteit lag. En vooral dat laatste was misschien iets waar Father John Misty zich een beetje aan mispakte. Een show van twee uur (uiteindelijk een uur en drie kwartier) is een mooi idee, maar als je een paar minder interessante nummers zou snoeien en er een meer gebalde, minder kabbelende set van zou maken, bleef de spanningsboog misschien iets meer gespannen. Maar zoals gezegd zijn dat hoogstwaarschijnlijk slechts voetnoten voor de fans, want er werd gisterenavond vooral genoten. Want iedereen die daarvoor openstond, kreeg een plekje toebedeeld onder Tillmans vleugels.
Setlist:
I Guess Time Just Makes Fools of Us All
Josh Tillman and the Accidental Dose
Q4
Being You
The Night Josh Tillman Came to Our Apt.
Mr. Tillman
Disappointing Diamonds Are the Rarest of Them All
Nancy From Now On
God’s Favorite Costumer
Nothing Good Ever Happens at the Goddamn Thirsty Crow
She Cleans Up
Screamland
Summer’s Gone
Mental Health
Mahashmashana
Hollywood Forever Cemetery Sings
Chateau Lobby #4 (In C for Two Virgins)
Holy Shit
I Love You, Honeybear






