Gezegend met de gave van het woord heeft Colin Meloy, frontman van The Decemberists, er zes drukke jaren op zitten. Na de tournee rond het weinig overtuigende I’ll Be Your Girl uit 2018 en tijdens de mondiale crisis die het muziekleven lam legde, wijdde hij zich aan het schrijverschap. Zo schreef hij samen met zijn illustrerende vrouw Carson Ellis Wildwood, een succesvolle trilogie romans voor jongvolwassenen, waarvan het eerste deel momenteel in stop-motion verfilmd wordt. Ook voor de soundtrack van die film wordt op hem beroep gedaan, terwijl hij ondertussen nog twee fictiewerken uit zijn mouw schudde.
Tegelijkertijd ontstonden enkele nieuwe liedjesideeën voor The Decemberists. Na een vruchteloze poging om zelf de productie voor hun rekening te nemen, keerden de Amerikanen terug naar de vertrouwde producer Tucker Martine om de klank in de perfecte vorm te gieten. ‘Reculer pour mieux sauter’ bleek terecht het credo, want het resultaat mag er wezen. As It Ever Was, So It Will Be Again is een dubbelalbum dat zich in vier zijdes verdeelt, zoals dat hoort op vinyl. De delen van dit vierluik hebben elk hun muzikale eigenheid en vertegenwoordigen de verschillende aspecten van The Decemberists. Het omslaat maar liefst dertien nummers, drie keer vier plus één, want het laatste neemt een volledige zijde op zich met gastbijdragen van songwriter James Mercer van The Shins en bassist Mike Mills van R.E.M. Qua anticipatie kan dat tellen!
Met alleen maar treffers geeft het eerste luik geeft onmiddellijk al zijn visitekaartje af, zowel aan jarenlange fans als aan nieuwe ontdekkers. Wie houdt van verhalende indierock in bijna oratorisch Engels, met aandacht voor de juiste klanken tot aan de lettergreep toe, zit hier aan het juiste adres. Geestdrift lijkt hier het thema te zijn, met bevlogenheid en ruimte voor prachtige arrangementen, en inhoudelijk telkens dansend tussen morbide verhalen en gevatte formuleringen. Opener “Burial Ground” liet eerder al horen dat het een fantastische catchy vintage Decemberists-single is over een samenkomst op een kerkhof, met in zijn staart nog een trompet die de puntjes op de i zet. Maar meteen erna gaat het feestje door want op “Oh No!” leidt een swingende calypsomelodie ons op geniale wijze naar een uit de hand lopend huwelijksfeest (trouwens gebaseerd op Kusturica’s film Underground). “Long White Veil” brengt met zijn pedal steel gitaar een soort spookachtige kruisbestuiving tussen surfrock en country en rondt de eerste zijde prachtig af. ‘I married her, I carried her. On the very same day I buried her.’, The Decemberists weten nog steeds hoe ze een lach en een traan in één liedje kunnen brengen.
Ingetogenheid wordt in het tweede segment voorop gezet en daarin gaan de vijf muzikanten uit Portland ook voor een meer folky toets. Dat hoor je treffend in de mix: de blaasinstrumenten klinken hier duidelijk wat gedempter om de akoestische gitaren de leiding te geven. Ook hier weer vier kleppers die zich onderling perfect tot elkaar verhouden. The Decemberists verstaan als geen ander hoe ze met woorden nakend onheil kunnen aankondigen. “Don’t Go To The Woods” hoeft al niet veel uitleg. Ook “The Black Maria” – antieke term voor een zwart politiebusje – wordt veel meer dan alleen maar een rouwwagen en verandert in de slee van Magere Hein: ‘For when it comes for you, nothing to be done for you, write down your name on the dotted line’. “All I Want Is You” mag zijde twee afsluiten met een liefdeslied zoals je van The Decemberists mag verwachten. De fingerpickende gitaarpartij steelt hier terecht de show en de harten.
Het derde kwart laat horen dat er toch ook minder sterke nummers op de plaat staan. Met wat alleen als politieke vervreemding kan omschreven worden, is ook hier muzikaal en tekstueel wel een link te vinden, al voelt het soms teveel als een ratjetoe van verschillende invalshoeken. Er wordt geschopt tegen de pijlers van de VS in het bijna musical-achtige “America Made Me”, gepleit tegen de graaicultuur en voor het opnieuw leren genieten van zonsopgangen in “Never Satisfied”. Als hier iets te leren valt, is dat in de handen van multi-instrumentalisten Jenny Conlee en Chris Funk zelf mindere nummers nog steeds een bezielde behandeling krijgen.
En dan dat laatste hoofdstuk, deze zijde wordt volledig ingenomen door het epische “Joan In The Garden”. Met een speelduur van bijna twintig minuten is dit het langste nummer uit het oeuvre van The Decemberists, die nochtans al een zekere historiek van lange nummers hebben opgebouwd. Van “The Mariner’s Revenge Song” over “The Crane Wife” tot “The Tain” en zelf “Rusalka, Rusalka”, het zijn steevast memorabele nummers van op vorige platen die naast verhalen vertellen ook muzikaal een meeslepend mini-universum vormen. Dat is met “Joan In The Garden” niet anders. Dit keer liet Colin Meloy zich volledig meeslepen in de figuur van Jeanne d’Arc. Hij verdiepte zich in middeleeuwse literatuur, alsook ook het meterslange werk van de Romantische schilder Jules Bastien-Lepage, waarin Jeanne in de tuin van haar ouders haar spirituele roeping van drie heiligen zou ontvangen hebben. Het nummer valt uiteen in drie grote delen. Van een sobere start wordt de sound steeds voller gemaakt met binnen kruipende kerkklokken en orgels, steviger gitaren, en de langzaam aanzwellende drums van John Moen. Bassist Nate Query liet zich ontvallen dat hij speciaal voor dit nummer de galopperende baslijnen van Steve Harris (uit Iron Maiden) bestudeerde. Met R.E.M.’s Mike Mills op de backing vocals zwellen de ‘Hosannah’s geleidelijk aan tot aan het middenstuk waarin het nummer minutenlang dreigt te verzanden in een soort drone-ambient-progrock-werkstuk. Was het om dat langste nummerrecord te doen, feit is dat dit voor de spanning toch iets te lang aansleept. Het voelt dan ook als een ware bevrijding wanneer de gitaren de boel weer doen opveren en in de laatste rechte lijn alle wind terug in de zeilen wordt geblazen om met een heerlijk krachtig orgelpunt te eindigen.
Kortom, tussen perfecte popsong “Burial Ground” en uitgesponnen afsluiter “Joan In The Garden” in, geven The Decemberists op hun negende studioalbum een ware bloemlezing van het beste wat ze in huis hebben. Geen grote vernieuwingen hier, maar een sublieme verdieping van alle terreinen die ze dusver betreden hebben, van geestdrift tot ingetogenheid en van vervreemding tot epiek. De titel trapt misschien een open deur binnen: As It Ever Was, So It Will Be Again brengt The Decemberists terug door de grote poort, en tekent voor een nieuw creatief hoogtepunt in hun meer dan twintigjarige bestaansgeschiedenis. The Decemberists brengen ook live altijd een verrukkelijk muzikaal buffet dus het is wachten op Europese data (voorlopig werd enkel London aangekondigd) om hen ook bij ons aan het werk te zien met dit nieuwe album.
Website / Instagram / Facebook
Ontdek “Oh No!”, ons favoriete nummer van As It Ever Was, So It Will Be Again in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






