InstagramLiveRecensies

Left of the Dial 2023 (Festivaldag 2): Rotterdam in de mix

© CPU – Nathan Dobbelaere

Na regen kwam gisteren in Rotterdam jammer genoeg geen zonneschijn, al deerde dat de pret op de tweede dag van Left of the Dial allesbehalve. Na een uitgeregende boottocht door de Rotterdamse haven op de tonen van Tummyache en Hot Face, dokten we weer aan en gingen we op een boeiende en zeer gevarieerde ontdekkingstocht in de binnenstad. Her en der zagen we spannende, leuke en harde sets van onder meer onze landgenoten Gros Coeur, de Britse dancepunkers van CARSICK en de genrefusionisten van Melin Melyn.

Tummyache @ Bands on a Boat

© CPU – Nathan Dobbelaere

Tummyache beet de spits af op een boot vol met muziekmatrozen. De band stak van wal met een paar gemoedelijke nummers vol groove en zo bleef ze een tijdje voor zich uit schipperen. Het viertal hield ons echter continu bij de les door de spanning op een vloeiende manier op te bouwen. Tummyache speelde veel recent werk, met zijn meest recente single “Circling the Drain” als een soort van orgelpunt. De vier gingen woest te keer en deinsden er, ondanks de omstandigheden (zijnde een varende boot), niet van terug om op een kolkende manier te eindigen. De rustige bootvaart door de haven van Rotterdam begon dus gezapig, maar werd tegen het einde van de twintig minuten durende set lekker energetisch. Een leuke start met andere woorden.

Hot Face @ Bands on a Boat

© CPU – Nathan Dobbelaere

Bij het keren van de boot was het tijd voor band nummer twee, voor de verandering nog eentje die onlangs debuteerde op Speedy Wunderground. Hot Face, wiens drummer voor de gelegenheid verkleed was als piraat, was dan ook een redelijk populaire keuze onder de Bands on a Boat. Niet meer dan terecht zo bleek, want de immens intense sound van riffs klinkt net vernieuwend en verrassend genoeg om boven de competitie uit te steken. Zeker debuutsingle “dura dura” van eerder dit jaar en een razende cover om de boel af te sluiten deden de boot schudden en net niet kapseizen. Het had alleszins een afscheid in schoonheid voor de opvarenden geweest.

Joyeria @ Roodkapje 

© CPU – Nathan Dobbelaere

Joyeria is nog zo’n project dat zich ergens op het postpunkspectrum bevindt. In plaats van zalen kort en klein te willen slaan met agressief gitaargeweld, zit het bij deze band vooral in de details. De debuutsingle van het project, “Here Comes Trouble”, was namelijk allesbehalve direct en evident, maar besloop je eerder op een intelligente en bijna bezwerende manier. In Roodkapje was dat niet anders. Zeker de nieuwere nummers klonken dankzij de uitgebreide liveband heel vol en rijk, en de set rolde via verrassende songstructuren van het ene in het andere hoogtepunt. Jammer dus dat Joyeria nog niet veel meer erkenning heeft gekregen dan een handjevol luisteraars.

The Grogans @ Arminius

De meeste bands op Left of the Dial komen uit de Europese contreien, maar The Grogans was een uitzondering op de regel. De Australiërs hadden net hun nieuwste album uitgebracht en dat was natuurlijk een goeie reden om te vieren in Arminius. De kerk was al goed gevuld om het drietal te horen knallen en dat deed het ook wel. Muzikaal is het verfrissend om eens wat meer surfrock te horen op een festival dat vooral in het teken staat van donkere rockmuziek, maar het was niet dat The Grogans gas terugnam. “I Cannot Read Your Mind” en “Nowhere To Be” waren voorbeelden van iets meer snedige songs die voor een bepaalde urgentie in de set zorgden. Het publiek moest nog wat wakker worden, maar The Grogans bracht op korte tijd toch heel wat nummers, waardoor er toch al snel heel veel plezier inkroop.

Gros Coeur @ Salsability 

Het was nog niet eens avond, maar we konden dankzij onze landgenoten van Gros Coeur meteen van een eerste hoogtepunt spreken. De Luik-Brusselse bende bracht begin oktober haar debuutalbum Gros Disque uit waarin ze bijtende melodieën en exotische grooves samen hevelden tot een koortsachtige droomreis. In een aanvankelijk bescheiden gevulde Salsability haalde de band niet meteen de grove middelen naar boven en dat was een slimme zet. Iedereen kreeg de kans om geleidelijk aan erin te komen en zich te laten verleiden door de dansbare ritmes. De drummer nam een tamelijk centrale rol in, maar ook de andere drie bandleden moesten niet onderdoen. Tegen het einde schroefde Gros Coeur het tempo omhoog en werd het alsmaar eclectischer. De Salsability was inmiddels mooi gevuld en maakte haar faam als Rotterdamse danszaal helemaal waar. De dansbenen waren los en Gros Coeur legde ons met een fulminant slot nog eens in de watten.

Scrounge @ WORM 1

© CPU – Nathan Dobbelaere

Scrounge moest het met z’n tweetjes doen in WORM; een opstelling van enkel drums en gitaar deed ons al snel denken aan Blood Red Shoes en The White Stripes, maar het duo klonk toch veel donkerder en daardoor ook wat experimenteler. De drums hadden een heel belangrijke invloed, waardoor het ook wel goed was dat het geluid juist in de mix zat. De gitaar gaf het tempo aan, dat altijd iets meer angstaanjagend naar voor kwam. Zeker wanneer de drums iets feller tekeergingen en de vocals wat agressiever werden, kwam de sound goed naar voor, al kan je met je twee niet veel meer doen en was Scrounge na een tijd toch iets te veel eenheidsworst zonder te kunnen beklijven.

Aoife Nessa Frances @ Paradijskerk

© CPU – Nathan Dobbelaere

Op Left of the Dial heb je ook altijd ruimte om even de rust op te zoeken. Wij deden dat bij Aoife Nessa Frances uit Dublin. In de prachtige Paradijskerk stond ze helemaal alleen vooraan, maar het voelde nooit aan alsof ze een priester was. De kaarsen achter de zangeres werden opgelicht vlak voor de show en eenmaal ze met haar prachtige stem fragiele nummers naar voor bracht met enkel een gitaar, kon je rustig je ogen sluiten en wegdromen. Het waren mooie liedjes, maar op haar eentje komt het heel naakt over. Dat maakte weliswaar niet echt uit, want de setting was hiervoor perfect. Zeker als je de mooie architectuur van de kerk in je opnam terwijl je de vocals van Frances omarmde. De zangeres deed het naast met haar gitaar ook eens met een synthesizer, al was dat net iets minder interessant. We kunnen ons inbeelden dat ze met band net nog iets rijker in de sound klinkt, maar nu was het wel allemaal heel magisch.

MSS FRNCE @ De Doelen

Even dachten we dat Anthony Fantano in alle sereniteit een band was gestart, maar niets was minder waar. De look-a-like bleek de frontman van het Parijse viertal MSS FRNCE te zijn, ware het met dan wel met iets meer haar. Over hetgeen wat de Fransen ons brachten in De Doelen kunnen we kort en bondig zijn: heel luide punk die al snel eentonig werd. Nummers kon je maar moeilijk van elkaar onderscheiden en de zang in het Frans was allesbehalve verstaanbaar. De vonk wilde maar niet overslaan en we konden ons niet van het gevoel ontdoen dat we naar een paar hobbymuzikanten zaten te kijken. Ze hielden de vaart er wel in en rammelden heel wat nummers in korte tijd door de ether, maar afstralen op het publiek deed dat niet. Plezier hadden ze in ieder geval en ze waren ook nog eens heel dankbaar dat ze eens in het buitenland mochten optreden. MSS FRNCE zien we zo dus niet meteen de grote potten breken.

Egyptian Blue @ Arminius

Weinig bands blazen ons tegenwoordig meer van de sokken dan Egyptian Blue. De hoekige, retestrakke en bijzonder inventieve sound van het viertal heeft er dan ook voor gezorgd dat er wat hype rond de groep is, getuige de mooi volgelopen Arminius. Veel ruimte voor onnodig getreuzel was er duidelijk niet, want de kerkset van Egyptian Blue schoot pijlsnel uit de startblokken met knallers als “Matador”, waarna het tempo ook niet meer te stoppen was. Als een denderende trein vuurde de band riffs af met tussenin magistrale ritmewendingen die ook voor heel wat gelaagdheid zorgden. Bescheiden hitje “Nylon Wire” was als slotstuk dan nog eens een welgekome kers op de taart. Op 27 oktober kom het debuutalbum van de groep uit, dat vermoedelijk enkele maanden later te vinden zal zijn in heel wat eindejaarslijstjes.

Max Fulcrum & The Win @ Sahara

Dominic Rose is stilaan de mascotte van Left of the Dial aan het worden. Niet alleen treedt hij al drie edities na elkaar op – vroeger met Fake Turins en nu als Max Fulcrum -, maar tussendoor was hij ook al eens mediapartner en parttime hartendief. In Sahara stelde hij zijn nieuwste band voor. Dit zevental was meteen als Alex Turner gekleed en probeerde even zwoele muziek te spelen, hoewel dat niet vanzelf lukte. Qua sound ging de Britse bende wel eens het experimentele Belgische Flying Horseman achterna, met de songstreken van onze Gabriel Rios in het achterhoofd. De gitarist waande zich Wes Montgomery. De keyboard- en slagwerkspeler hadden sterallures. De achtergrondzangeres nam soms een Armeense doedoekfluit vast, maar kon zich er niet langer dan een minuut aan binden. Deze combinatie van funky rariteiten vond niet meteen zijn weg. Gelukkig hielden de Britten natuurlijk hun beste iteraties voor het laatst.

CARSICK @ Centraal

© CPU – Nathan Dobbelaere

CARSICK had de lastige taak om Centraal om te bouwen en volledig naar de vaantjes te spelen. Voor de Britten was dat weliswaar geen moeilijke job, want de muziek die ze spelen is gemaakt om een publiek volledig hyped te krijgen. Er zitten stevige riffs in, van die Britse arrogantie en ook heel aanstekelijke knallende refreinen. De eerste nummers voelden als een opwarming, waarbij de band het publiek toch probeerde aan te manen een moshpit te starten. Het gebeurde pas bij de vierde song, maar toen was het hek wel volledig van de dam. Vooraan ging iedereen wild en ook de bandleden zelf gingen bij momenten de pit in. Bij een cover van “Omen” van The Prodigy ging het zelfs zo ver dat de bassist op de toog van Centraal ging staan, om zo zeker de volledige zaal mee te krijgen. De krachtige powersongs gaven iedereen de energie die nodig was om de dag door te komen, want CARSICK nam nergens gas terug en dat was maar goed ook.

Play Dead @ Poing

© CPU – Nathan Dobbelaere

Jong en meedogenloos! Play Dead kwam met een duidelijke missie naar Rotterdam en dat was alles tot de laatste restjes plat spelen. De Poing was daar de ideale setting voor en heel wat schouwlustige bezoekers wilden een glimp van de jonge veulens opvangen. Het enthousiasme van Play Dead was er niet naast en zorgde al gauw voor grote zweetdruppels op de voorhoofden van de leden. Hun discografie is voorlopig nog niet al te uitgebreid, maar variatie zat er hoe dan ook wel al in. “Barbershop” animeerde tot een eerste moshpitje, terwijl ze “Pretty Little Thing” de spot dreven met de Instagram-filters. Een halfuurtje vullen was het maximale wat de band er voorlopig uit kan persen en dat voelde gisteren ook gewoon juist. Geen nodeloos uitrekken van nummers, maar gewoon lekker knallen. Het jonge grut vuurde met “Body Image” als voorlaatste liedje nog een leuke verrassing uit de mouw en gaf ermee een veelbelovende kijk op de toekomst. Het groen achter de oren van Play Dead is aan het verdwijnen en dat juichen we enorm toe.

The Itch @ Rotown

© CPU – Nathan Dobbelaere

The Itch kwam duidelijk om de dansbenen van de Rotownbezoekers te testen. Zijn eclectische geluid komt voort uit heel wat inspiratiebronnen. Enerzijds schommelt het tussen de dancepunk van bands als Working Men’s Club of LCD Soundsystem, anderzijds zit er dan weer een heel hoog gehalte Britpopgehalte à la Squeeze en Babyshambles in verwerkt. Hoe dan ook klonk het gisteren in Rotown allemaal heel tof. De songs van het gezelschap bleven nooit te veel aan het oppervlak drijven en enkele meeslepende spanningsbogen in combinatie met hyperactieve dansbaarheid maakten de set meer dan memorabel. Een toffe afwisseling tussen alle donkerheid die we doorheen de dag op onze boterham kregen.

Splint @ Centraal

© CPU – Nathan Dobbelaere

Niet te verwarren met Slint, is Splint een van de laatste bands die mee in het zog van de recentere postrock- en punkbands treedt. Muzikaal is de groep in se dus niet heel erg ver verwijderd van zijn naamburen, maar Splint een ordinaire kopie noemen is enkele bruggen te ver. Het gezelschap bleek gisteren namelijk heer en meester in het brengen van spanning en sfeer. Nummers van boven de vijf minuten en daar voorbij presenteerden zichzelf als gigantische, rammelige lawaaimuren die steeds gelaagder en intenser werden zonder dat het echt opviel. Niet alles klonk perfect, maar net dat chaotische, bijna shoegazegehalte maakte het aura rond de show nog een stuk meer bezwerend. Een van dé shows van de dag, als je het ons vraagt.

Jeanie White @ Paradijskerk

Er werd door de organisatoren ook gedacht aan degenen die af en toe nood hadden aan een streepje rust. Met name de Paradijskerk werd gisteren de plek bij uitstek voor de zachte doch zeer mooie klanken. Wij gingen alvast een kijkje nemen bij Jeanie White, een nog maar redelijk recent gestarte zangeres die helemaal in haar eentje de Paradijskerk muisstil kreeg. De zachte klanken van de piano in combinatie met de fluwelen stem van White zorgden voor een welgekomen rustmomentje om je gedachten terug even op een rijtje te kunnen zetten. “Chemical Blues” golfde zeer mooi door ons gehoorkanaal en kwam toch net dat tikkeltje beter binnen dan op plaat. Ze speelde in avant-première overigens een paar nummers van haar debuutplaat waar ze net volop mee bezig is, en dat klonk allesbehalve slecht.

Girl Scout @ Rotown

© CPU – Nathan Dobbelaere

Met Girl Scout kregen we uit Zweden een klassieke indierockband te zien in Rotown. Toch was het allesbehalve klassiek wat er uiteindelijk uit de boxen begon te schallen. Het begon weliswaar een beetje braaf met rustige dreampop waarbij we toch wat op onze honger bleven, maar met “Weirdo” werd die sfeer helemaal omgedraaid. Het nummer bloeide mooi open met een stevig refrein dat meteen toonde dat Girl Scout ook grootse songs kan schrijven. Zeker als alle gitaren iets meer power begonnen te geven, zag je dat de goed gevulde Rotown zich helemaal liet inpakken. Zangeres Emma Jansson vertelde telkens over wat de nummers gingen, waardoor ze de sympathie van de zaal kreeg. Ook als ze dan bij de gitaarsolo’s zich volledig liet gaan op het podium, zag je dat ze oprecht plezier beleefde. Het voelde aan als de nineties, maar dan in een hedendaags jasje.

The New Eves @ Arminius

© CPU – Nathan Dobbelaere

In Arminius kan je van de ene verrassing in de andere vallen, en bij The New Eves werden we heel aangenaam verrast. Een gitaar was voor het viertal bijzaak, want we zagen een hele reeks andere instrumenten staan. Zo werd gebruik gemaakt van een dwarsfluit, een cello, een viool en vooral de harmonieën tussen de vier muzikantes. Die cohesie van stemmen zorgde voor een streepje magie in de zaal en zeker op een locatie als Armanius kwam dat heel betoverend binnen. Het voelde alsof we in een sprookje terechtgekomen waren, waarbij PJ Harvey in interactie ging met Goat. Artfolk is de correcte omschrijving voor dit genre en het is ook iets die je live moet beleven, want wij geraakten er volledig door in trance. Dat was vooral doordat de nummers ook de tijd namen om te ontplooien, wat de muziek alleen maar ten goeie kwam. Het publiek dat er stond, bleef ook, wat aantoonde dat de bezoekers van Left of the Dial soms ook gewoon de grenzen graag opzoeken. En dat is mooi.

mui zyu @ WORM 2

In de WORM was het gisteren iets rustiger dan gewoonlijk en dat lag voor een groot deel aan het type acts dat er werd neergezet. mui zyu, een Britse van Hong Kongse afkomst, staat niet meteen bekend om haar opzwepende en energieke liedjes, al waren we uiteindelijk toch behoorlijk verrast hoe monotoon haar set uiteindelijk in elkaar zit. Ze heeft sowieso al niet de meest extroverte podiumprésence en dat hielp haar in de verste verte niet om het publiek bij de les te houden. Zo mooi en persoonlijk als de nummers op haar allereerste album Rotten Bun for an Eggless Century ook zijn, zo zeer we de magie in de WORM 2 misten. Het publiek slankte af en zocht voor een groot deel andere oorden op. Met dit prikkelarm optreden bleef mui zyu trouw aan zichzelf, maar op een festival als Left of the Dial krijg je het daardoor wel moeilijk.

Winter Gardens @ V2_

Winter Gardens is een veelbelovend vijftal dat zichzelf zowel newwave als disco toeschrijft. Wij zagen vooral een klassiek rocktrio, plus twee zangeressen waarvan er eentje haar synths meenam. De band speelde rigide, al kon ze niet kiezen of ze zich op rock-‘n-roll of dreampop wilde focussen. Bij twijfel nam de gitarist het roer zelfzeker in handen; hij lijkt ons de leider te zijn van een project dat zichzelf wel erg serieus neemt. De wissels tussen genres bleken namelijk nogal abrupt. Enkel wanneer de dames samen een etherische harmonie zongen, raakte Winter Gardens een gevoelige snaar. Wanneer de band haar krautrock de kans gaf om gestaag op te bouwen, kwam het in de buurt van een epos van pakweg Airiel.

Plattenbau @ Roodkapje

Veel bouwwerken laat Plattenbau eigenlijk niet achter in zijn zog, want het dreunt ze schijnbaar allemaal plat. Het noisy en industrial geluid van het viertal zou recht uit een Sovjetbunker komen en liet Roodkapje dan ook moeiteloos daveren op zijn grondvesten. De verschroeiende baslijnen kwamen alleen maar meer tot hun recht door de schrille en quasi angstaanjagende synths. Ook zat er heel wat tempo en groove in de set. Plattenbau heeft duidelijk niet als enige doel om zo veel mogelijk lawaai te maken. Achter de songs zit er wel degelijk wat denkwerk om heel gericht een publiek in verroering te brengen.

15 15 @ WORM 1

Op Left of the Dial kom je ook geregeld bands tegen die je compleet weten te verrassen en in die categorie is 15 15 er zeker eentje. Eerder dit jaar kon je ze nog aan het werk zien op Boomtown en tijdens Les Nuits Botanique, maar onder die ‘nieuwe’ bandnaam (vroeger gingen ze nog als QuinzeQuinze door het leven) heeft het vijftal klaarblijkelijk vleugels gekregen. Waar 15 15 ons mee in de ban sleepte was tevens experimenteel en tegelijk toegankelijk genoeg om een volgelopen WORM 1 aan het dansen te krijgen. Het was daarnaast ook fijn om te horen hoe de band zijn Tahitiaanse en Polynesische roots kon verwerken in zijn muziek en ons daarmee liet proeven van andere, ons niet al te bekende culturen. Het was enorm vibey en dansbaar, wat op het moment van de dag als geroepen kwam. 15 15 deed zowat alles juist en mocht als een van de winnaars van de tweede festivaldag huiswaarts naar Parijs keren.

Pozi @ Perron Small

Wanneer je denkt dat de grenzen van de recente postpunkrevival stilaan bereikt zijn, tovert de scene toch steeds weer een nieuw konijn uit zijn hoed. Deze keer: vioolpostpunk! Pozi bestaat uit slechts drie bandleden, waaronder een bassist, drummer en een violiste, die ook heel wat vocals voor haar rekening neemt. Gek genoeg werkt dat ook wel. “Detainer Man” schoot de boel nog heel speels en dansbaar in gang, maar nadien werd het steeds mysterieuzer en meer uitgesponnen. Qua sound werkte dat in het begin meestal wel goed, maar hoe langer songs duurden, hoe meer merkbaar was dat een dergelijk geluid toch net iets te mager was om lang te blijven boeien. Soit, een portie creativiteit is natuurlijk altijd welkom.

Melin Melyn @ De Doelen

© CPU – Nathan Dobbelaere

Uit Wales kregen we Melin Melyn op ons bord in De Doelen. Daar zagen we meteen dat er hier wel iets unieks zou kunnen gebeuren. De bandleden waren namelijk allemaal in dezelfde groene kleur gekleed, terwijl de zanger een rood hemdje droeg. Dat was nog niet alles, want het werd vervolledigd met een rood hoedje voor de bandleden en een groen hoedje voor de frontman. Nadat we dat allemaal verwerkt hadden, konden we ons focussen op de muziek. “Hold The Line” was de heel aangename opener en daarmee zette Melin Melyn meteen de toon voor de rest van de set.

Simpele, aanstekelijke songs over het dagelijkse leven met een streepje humor. Zo mochten de bandleden een Snickers eten terwijl de zanger een soort van opera-achtig staaltje stemgebruik etaleerde. Hiermee toonde hij ook nog eens aan een heel goeie zanger te zijn, maar ook de songs van de band zijn daarnaast prachtig. Het gaat van speelde indierock naar knallende gitaren met een pedalsteel en zelfs jazzy invloeden door een saxofoon. Dat het publiek telkens een grotere glimlach op het gezicht kreeg tijdens de show, bewees dat de band ook in zijn opzet slaagde om toffe muziek te brengen waar niemand iets tegen kan hebben. De band speelt vandaag nog eens op Left of the Dial en we raden iedereen aan dat te bekijken.

Nze Nze @ Arminius

Nze Nze is een van de meest atypische acts op dit festival dat zich onofficieel louter op postpunk focust. Het duo rond Matthieu Ruben N’Dongo gebruikte duistere soundscapes en organische klankopnames. De Frontman scandeerde oerklanken in een Bantu-dialect of in een verzonnen taal zoals magma’s Kobaïan. Het is moeilijk om op dit soort fascinerende sets te haten of om ervan te houden. Nze Nze bracht geen muziek, maar een ritmisch exorcisme.

The Homesick @ Perron Big

Voor publieksfavoriet DEADLETTER het perron in brand kwam steken, mocht The Homesick als een van de weinige Nederlandse groepen eerst wat dansbenen aanvuren. Als een van de oudere bands op de affiche, hadden ze wel genoeg materiaal om een slordige veertig minuten te vullen. Helaas bleken dat geen al te interessante veertig minuten. Qua sound was er nochtans weinig op aan te merken. Er zat behoorlijk wat gelaagdheid en dansbaarheid in quasi elk nummer, maar het duurde allemaal net iets te lang om echt emoties naar boven te krijgen. Een publiek dat op een totaal andere band zat te wachten, kreeg duidelijk hetzelfde gevoel, want het tot de nok gevulde Perron Big was maar net half gevuld naar het einde toe. Prima show, maar waarschijnlijk op het foute moment op de foute locatie.

Porchlight @ V2_

Porchlight haalde mogelijks de mosterd bij de epische ninetees cultband Swirlies. De enige klanken die niet matchten, waren de vocalen, waaraan de zanger natuurlijk niet altijd iets kan doen. De Britten hielden de spanning erin met snedige tempowisselingen en abrupte wendingen, zonder in te boeten op hun hoekige riffs en effectlagen. De bedreven gitaristen plooiden hun vingers dubbel om de desgewenste dissonantie te verkrijgen. De zanger holde zowat de hitsige golven van die van Squid achterna, en als deze Britten zo strak blijven spelen, staan ze binnenkort wellicht op hetzelfde podium!

UNIVERSITY @ Rotown

© CPU – Nathan Dobbelaere

Een kleine week geleden zagen we het viertal UNIVERSITY reeds aan het werk als voorprogramma van The Murder Capital en het moet gezegd dat ze de verwachtingen toen allesbehalve waar konden maken. Met een lager gelegde lat gingen we een kijkje nemen in Rotown, waar de laatste vleugjes livemuziek van de avond nog eens voor een gezellige drukte wist te zorgen. Het leek wel alsof UNIVERSITY een kleine week naarstig in de schoolboeken is gedoken, want de band klonk veel overtuigender en zelfverzekerder dan een week geleden.

Bevreemden probeerden ze niet alleen op muzikaal vlak, maar ook door de centrale figuur op het podium die tijdens de nummers door zielsrustig op zijn Xbox een gewelddadig computerspelletje aan het spelen was. Zijn enige echte bijdrage was het aankondigen van de nummers op een papier, en dat met een behoorlijke kwinkslag. “Egypt Tune” werd bijvoorbeeld aangekondigd als ‘business secrets of the Pharaohs’. Muzikaal klonk het in ieder geval baldadig en de opgezette chaos kwam netjes tot haar recht. UNIVERSITY hoeft dus toch niet naar een tweede zit te gaan, al mogen ze in augustus wel gerust terugkomen. Maar dan op een festivalweide ergens in België.

Cardinals @ Perron Klein

© CPU – Nathan Dobbelaere

De frontman van Cardinals zag eruit als een gemiddeld lid van The Jesus and Mary Chain indertijd en ook qua sound lag de band niet zo veraf van deze oeract. Het zestal versmeltte tevens vakkundig schijnbaar tegengestelde stijlen tot een emotioneel geheel. Steeds met een wortel in late seventies punkrock, wisselde de band intieme dreampop of daverende psychrock. De grote revelatie hier was de accordeon, die het geheel in een Parijse je ne sais quoi dompte. Deze combinatie hadden we vooralsnog niet gehoord!

DEADLETTER @ Perron Groot

© CPU – Nathan Dobbelaere

DEADLETTER was de headliner van de vrijdag en dat het druk zou worden, wisten wij al door de focus die Left of the Dial legde op de cover van The Replacements. Frontman Daniel Bluer vervolledigde de derde generatie in de lijn van Iggy Pop en Liam Gallagher, en kreeg een overvol gepropte kelder mee in een zweterige pit van tien meter diep. De gemoederen in het publiek lagen ergens tussen een zelfopgelegde striptease en staalharde concentratie. De punkband speelde feilloos en de saxofoon zorgde voor een fijn accent. Een schitterende vooruitgang sinds het vijftal vorig jaar de Rotown opende. Voor het eerst dit weekend zagen we een band die zo op Rock Werchter mag passeren!

Onze recensie van de eerste festivaldag lees je hier.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Deze recensies werden geschreven door Niels Bruwier, Simon Vyverman, Renaat Senechal en Simon Meyer-Horn.

Related posts
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Eerste lading namen voor Left of the Dial 2024 met o.a. Lou Terry, Twen en Better Joy!

Als er een festival is dat we een warm hart toedragen, dan is het wel Left of the Dial. De laatste jaren…
LiveRecensies

Eurosonic 2024 (Dag 3): Alles op alles

Nog één dag lang hield Eurosonic Groningen in zijn greep. Zelfs tijdens de laatste uren bleef de eierballenmuur overuren draaien en de…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single PLAY DEAD - "Thameslink"

Niets zo geschikt om de barre wintermaanden van je af te schudden dan een stevige streep garagepunk. Hofleverancier van dienst is ditmaal…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.