Albums, Recensies

Elvis Costello – Hey Clockface (★★★★): Alleen Costello blijft bestaan

Een naam als Declan Patrick Aloysius MacManus lijkt recht uit een Ierse sage of legende te komen. Onder zijn alter ego Elvis Costello werd MacManus sinds de jaren zeventig echter een legende in de Londense pubrockscene. Elvis, naar zijn grote voorbeeld, en Costello, naar de artiestennaam van zijn vader. Zijn eerste album nam hij nog alleen op, maar sindsdien vormde hij zijn eigen genre met zijn begeleidingsband The Attractions, bestaande uit bassist Bruce Thomas, drummer Pete Thomas en toetsenist Steve Nieve. Hun debuutplaat uit 1978 This Year’s Model was meteen een voltreffer en staat momenteel nog steeds in de ‘100 Greatest British Albums Ever’. De single “Chelsea” maakte hen prompt wereldberoemd en ook “This Years Girl” werd recent nog gebruikt als titelsong voor HBO’s The Deuce. Zijn begeleidingsband The Attractions kreeg vanaf 1996 een nieuwe bezetting en naam, The Imposters, waarvan Pete Thomas en Steve Nieve ook deel uit maakten. Costello in één genre proppen is vrijwel onmogelijk, want deze duizendpoot is zowat van alle markten thuis, getuige zijn 31ste (!) album Hey Clockface.

In januari 2020 won Costello (en zijn Imposters) met zijn dertigste studioalbum Look Now nog de Grammy Award for Best Traditional Pop Vocal Album. Een jaar eerder werd hij uitgeroepen tot Officer in the Order of the British Empire (OBE). Met al deze honneurs op zak zou menig artiest eventjes een pauze inlassen om alles wat te laten bezinken… of om gewoon even te genieten van de rust. Costello niet dus, want hij reisde naar Helsinki om daar enkele nieuwe nummers op te nemen, waar hij zelf de instrumenten bespeelde. Later die maand, in februari 2020, doken Steve Nieve en hij de studio in Parijs in met een handvol muzikanten en namen daar een aantal nieuwe tracks op, die later (in lockdown) werden uitgewerkt en aangevuld tot dit nieuwe album. Het resultaat is een plaat met twee verschillende stemmingen, waarbij de sessies in Helsinki een intiemer en intenser karakter hebben, terwijl de Parijse nummers meer jazzy en poppy kunnen worden omschreven, als we er dan toch een genre op moeten vastpinnen.

Hey Clockface is als een muzikale kameleon die constant van kleur verandert en zich perfect aanpast aan zijn nieuwe omgeving. De mystieke opener “Revolution #49” zet meteen de toon van dit album, onder de vorm van een mystiek beatnikgedicht van hoop, met als hoofdboodschap ‘Love is the one thing we can save’. We zijn er vrij zeker van dat Costello hiervoor zijn mosterd haalde bij de legendarische Eden Ahbez en zijn “Full Moon”. Dat Costello zich niet in een vakje laat drummen en vooral zijn eigen ding doet, komt tot uiting in “No Flag”, een anti-nummer tegen vooroordelen en principes, waarin hij duidelijk stelt: ‘I look in the mirror and see who I used to be. Made out of plastic in a factory.’ Meteen volgt het akoestisch/intieme “They’re Not Laughing At Me Now” als adempauze op het voorafgaande geweld.

Intussen wordt het stilaan duidelijker dat de hedendaagse media en vormen van (vluchtige) communicatie niet meteen zijn vrienden zijn. “Newspaper Pane” gaat verder op dit elan en je voelt dat Costello (op licht cynische wijze) bepaalde dingen achter zich probeert te laten. “I Do (Zula’s Song)” schept even wat oprechtheid in deze hectische (en moeilijke) tijden. Onder begeleiding van een trompet en klarinet komt de kwetsbare stem van Costello volledig tot zijn recht in deze bloedmooie ballade. In “We Are All Cowards Now” herkennen we Costello op z’n best. Dit nummer, opgenomen in Helsinki, werd in augustus 2020 al uitgebracht als single en is een groovy compositie waarin Costello’s grillige stem begeleid wordt met enkele funky drumritmes.

 

Halfweg het album volgt het titelnummer “Hey Clockface”, een burlesque en speels nummer dat recht uit een Parijse vaudeville zou kunnen komen. De ondertoon is echter minder vrolijk dan gedacht, hoewel Costello hierin zich wel degelijk verzoent met de vergankelijkheid van ons bestaan. “The Whirlwind” is weer zo’n bloedmooie ballade, waar de fragiele stem van Costello onder pianobegeleiding even meeslepend en ontroerend lijkt als in dat andere meesterwerk van hem, “I Want You”. Wanneer we denken dat zowat alles in dit album aan bod kwam, waagt hij zich aan een funky beatbox/slowrap song, “Hetty O’Hara Confidential”, waar hij de draak steekt met de roddelpers. Misschien is “The Last Confession Of Vivian Whip” wel het meest tormenterende nummer van deze plaat, deze (wederom) prachtige ballade toont nogmaals de capaciteiten van Costello. Bij “What Is It That I Need That I Don’t Already Have?” stelt hij enkele levensvragen die we ons allemaal wel eens afvragen. Is dit het nu? Is dit alles? Wat heb ik nu nodig dat ik nog niet heb?

Met “Radio Is Everything” komt de beatnik in Costello weer naar boven. Nogmaals, dit ís gewoon geïnspireerd door Eden Ahbez. Hij neemt ons mee doorheen zijn hersenspinsels, met middeleeuwse zinsconstructies en subliminale boodschappen via het spoken word, als een grootvader die zijn kleinzoon in slaap wil wiegen met een oude spookverhaal uit zijn eigen kindertijd. “I Can’t Say Her Name” gaat weer de vaudeville-toer op, met koperblazers en een speelse piano, dat uiteindelijk een beetje vervalt in overdaad. Met “Byline” zoekt Costello wederom het sentiment op, iets waar hij énorm mee scoort, en breidt hiermee een einde aan deze mysterieuze reis.

Hey Clockface lijkt omwille van zijn variatie tussen verschillende genres en emoties een enorm strijdperk. De keuze van de volgorde van de nummers lijkt initieel nogal wat slordig en vrij onzorgvuldig gekozen. De ene emotie is nog niet verteerd, of er wordt een tegenstrijdige tegenaan gegooid. Uiteindelijk is dit misschien net de bedoeling van de enorme moodswing waar Costello mee afrekent. ‘The world is a fine place and worth fighting for’, zei ene Ernest Hemingway ooit, maar soms moeten we nu eenmaal doorbijten wanneer het allemaal even té jachtig wordt. Hey Clockface lijkt enerzijds op een vreemde droom uit het brein van Lewis Carroll, maar anderzijds is het in al zijn totale onvoorspelbaarheid vooral een typisch album van Elvis Costello. En wát voor eentje! Sterren komen, sterren gaan, alleen Costello blijft bestaan.

30 oktober 2020

About Author

Tom Verhavert Kind van de jaren '80 en '90 en daar ook een beetje blijven hangen...


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief