Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Joeri Chipsvingers: ‘Ik kweel, ik schreeuw, ik toeter, ik pomp’

Michiel De Naegel maakt muziek die amok, chaos en heisa uitstraalt. Vandaag brengt hij ons onder label FONS een bombastisch werk met een klassieke invalshoek, De avonturen van Joeri Chipsvingers. Dit doet hij onder het gelijknamige springgrage alter ego dat het vooral gemunt heeft op de chipsrayon in uw lokale supermarkt. Wij gingen met hem praten.

Een jaar geleden al verschenen er hier en daar steeds meer stickers waarop Joeri te zien was. Het concept bestaat dus al even. Hoe komt het dat je het album net nu uitbrengt?

Twee jaar geleden ben ik afgestudeerd met dit project. Daar is het dus eigenlijk begonnen. Het was mijn bedoeling om meteen daarna alles op te nemen, wat die zomer dan ook gebeurd is. Ik had toen een label gevonden, maar daar liep het wat fout – een faillissement. Vervelend, maar dan ben ik dus opnieuw op zoektocht gegaan.

Was het persona Joeri er al direct tijdens het maken van de muziek, of heb je hem gaandeweg samengeschraapt?

De naam was er eerst, al van voor mijn eindwerk. Tijdens het schrijven viel ik dan ook over verdere ideeën, visuele ideeën: hoe Joeri eruit zou gaan zien en dergelijke. Dat ging allemaal best vlot. Ook tijdens het opnemen van de videoclips deze zomer zijn er nog nieuwe zaken bij gekomen. Het is wel een dankbaar typetje.

Bracht je je afstudeerproject dan ook als Joeri?

Ja, dat was wel al helemaal Joeri Chipsvingers, outfit en alles. Dat was toen ook nog een beetje in het kader van dat schoolse. 

Kwam daar dan geen bizarre reactie op? Hoe werd dat alles ontvangen?

Het hokjesdenken is gelukkig niet meer aanwezig, ook in de ‘klassieke wereld’ steeds minder en minder. Je hebt nog altijd mensen die het hier een beetje moeilijk mee hadden, maar voor de rest viel dat echt heel goed mee. Het is nu ook niet dat die wereld zo star is. Er waren zelfs een boel enthousiastelingen die blij waren dat er eindelijk weer iets gebeurde.

Kan je dat enthousiasme linken aan het feit dat er de voorbije jaren wel hier en daar wat cultacts de kop opstaken?

Onderbewust ga je altijd elkaar wat gaan beïnvloeden. Je bent nu eenmaal gedurende dezelfde tijd actief en je komt in contact met elkaar en elkanders muziek. Je kan niet ontkomen aan die wisselwerking. Het typetje heb ik echter niet uitgedacht uit een drang om ook zoiets te doen. Ik zocht vooral iets waarmee ik mezelf en de sérieux weg kon denken.

Het oorspronkelijk idee kwam er wat door rapper Kool Keith. Hij gebruikt in zijn muziek altijd alter ego’s en dat vond ik altijd al heel cool. Zo zou hij een album beginnen als Dr. Octagon, die dan op het einde van de plaat zou worden vermoord. De moordenaar komt dan terug op de volgende plaat en zo creëerde hij een ketting aan personages. Ik heb eerder daarnaar gekeken.

Plan je dan de Joerisaga verder te zetten, al dan niet noodzakelijk als Joeri?

Dat idee speelt wel in mijn hoofd. Ik ga voorlopig nog even verder als Joeri, maar misschien wordt het in de loop van tijd wel zo’n soort Marveluniversum, met allemaal vertakkingen hier en daar.

Naast Joeri speel je ook in andere bands. Heb je het gevoel dat je daar dan ook een personage speelt of een ander imago aanneemt?

Bij Youff zeker, zonder dat dat concreet een naam of invulling krijgt. Dat is nogal intense, felle muziek. Zoals ik mij daar op het podium begeef kan ik niet over straat lopen; dat zou voor niemand fijn zijn. Op die manier is dat dan inderdaad wel iemand anders die daar voor het publiek staat. Bij 30,000 Monkies gaat het er ook wel stevig aan toe, maar daar heb ik niet zozeer dat gevoel. Daar sta ik er meer als mezelf, als Michiel.

Je zegt dat Youff en Monkies heftige muziek zijn. In een zekere zin breng je ook als Joeri heftig gerammel. We mogen het dan wel in dat doosje klassiek pogen te proppen, toch lijkt ons dat onderscheid wat flou.

Ja, dat klopt. Ik houd wel van die hele drukke, intense muziek die echt vol zit. Wanneer ik dingen maak heb ik heel snel de neiging om die helemaal vol te proppen. Een melodietje hier en wat anders daar en dit en dat. Op die manier maak ik vaak muziek waar geen ontkomen aan is: ofwel luister je ernaar, ofwel zet je het af, maar het is nooit iets wat je halvelings kan opzetten. Dat geldt wel voor alledrie de bands.

Dat gevoel kregen we zeker bij het luisteren; zodra je begint zit je volledig vast. Wanneer je zegt dat je alles volpropt kunnen we dan ook louter jaknikken, maar dan is er wel dat ene lelijke eendje op de plaat, zijnde “Joeri Chipsvingers en het Lays Lament”. Hoewel het nog steeds die zuigende kracht bevat is het veel minimalistischer dan je andere werk, wat het als een breekpunt in het album doet voelen. Hoe verliep het maken hiervan?

Dat is zeker waar. Ik ben blij dat het op de plaat staat, want het vormt het nodige rustpunt. Het maken ervan was een beetje zoeken, een beetje die leegte opzoeken. Hoewel ik wel fan kan zijn van minimale muziek, viel het me moeilijk om er zelf te schrijven. Met heel weinig moet je toch nog een spanningsboog zien te creëren en onderhouden.

Het nummer bevat ook langzame melodieën die worden gedragen door romantische, stroperige strijkers. Ik moest mezelf over het kitscherige ervan zetten om schaamteloos toe te kunnen geven dat het oké is om af en toe dat soort dingen te schrijven.

Denk je dan dat je ooit muziek zou kunnen maken die puur minimalistisch is?

Daar ben ik alleszins nog niet, maar ik zou graag meer dingen in die richting maken. Had dat nummer niet op de plaat hebben gestaan, dan zou hij ook niet goed geweest zijn. Ik moet dus wel degelijk op zoek gaan naar dat soort dingen. Wie weet komt er dus ooit een volledig minimale plaat, maar voorlopig zit dat er nog niet in. Dat zou ook gewoon niet bij Joeri passen.

Wanneer je muziek schrijft voor Joeri, schrijf je die dan ook als Joeri?

Soms wel. Op het podium is hij echter makkelijker op te wekken; daar kan ik niet halfslachtig Joeri worden. Als ik thuis zit te schrijven en het vlot goed, dan kan ik ook wel in die mood geraken. Zo gebeurde dat ook bij “het Superrrrthema”. Daar ging ik wel echt in op en dat benaderde Joeri zijn.

De muziek is over het algemeen bombastisch. Wanneer je aan het schrijven bent, kruipt er dan veel tijd in dat neurotisch samenhopen van al die kantjes?

Ik weet niet of ik mezelf neurotisch zou noemen, maar ik ga zeker niet snel te werk. Ik ga initieel heel intuïtief te werk als Joeri, waarbij het ene het volgende gaat inspireren. Het is dus niet alsof ik op voorhand grootse plannen heb. Maar om dan dat alles af te werken, ja, daar steken dan wel eerder mijn neurotische kantjes. Ik zou nooit durven zeggen van: ‘Hier sé! Plats! Klats! Gedaan!’ Ik ga nog herhaaldelijk herzien en aanpassen. Zelfs na het opnemen zijn er nog zaken die ik weer anders zou willen doen.

Kan je je daar dan over zetten als je een nummer publiceert dat nooit die volle honderd procent je goesting is?

Ja, dat moet zelfs. Je gaat nooit volledig tevreden zijn. Ik denk niet dat er een plaat is waaraan ik heb meegewerkt waarvan ik honderd procent tevreden ben. Pas op, wel best tevreden, hee. Ik sta nog achter elke plaat die ik heb gemaakt, maar er gaan altijd details zijn waarvan ik eens denk dat ik het beter anders had gedaan. Daar mag je gewoon niet bij blijven hangen; zo zet je jezelf enkel blok. Op die manier geraak je niet verder, dus de enige optie is je daarvan afzetten.

Je album klinkt ons heel verhalend. Ervaar je dat zelf ook zo?

Soms wel en soms niet. Het is ook geen must voor me om in alles een verhaal te zien. Waar ik wel een verhaal vind voor mezelf ga ik dat ook niet meegeven. Het lijkt me fijn dat mensen zelf zo’n idee kunnen vormen en dat ik niet zomaar zeg van: ‘ah, dit nummer wil dit zeggen en dat nummer dat.’ Dat lijkt me strikt saai.

De muziek is er ook altijd eerst. Als er dan al een verhaaltje opduikt in mijn achterhoofd, dan komt dat pas door er achteraf naar te luisteren. Ik bedenk dus nooit eerst een verhaal om dat dan op muziek te zetten.

Hoe komt de inspiratie voor een nummer dan bij je terecht?

Ik heb dus vooraf geen plan of zelfs niet noodzakelijk een vast proces, ook al heb je wel zo van die mensen die echt alles uitplannen. Zo van: ‘brug hier, overgang daar’. Ik krijg eerder een algemene sfeer in mijn hoofd. Eens iets langs, andermaal iets sobers – vaak loopt dat overigens fout. Als ik wat sobers wil spelen eindigt dat toch weer in iets heel fels. Een sfeer gaat dus vaak mijn insteek zijn, en anders bedenk ik wel af en toe een melodietje, waardoor ik dan ook materiaal heb om verder op te bouwen.

Als Joeri val je wat buiten de hoofdgenres, maar kan je wel perfect gekaderd worden tussen de alom vertegenwoordigde cultacts. Zaken als Shht of Tante Tofu. Zou je jezelf ook in dat doosje nestelen?

Ik heb mezelf daar niet bewust bij geplaatst, maar heb er absoluut geen problemen mee. Als je in het rijtje van Tante Tofu kunt thuishoren, dan kan dat ook onmogelijk.

Niemand zou dat niet willen.

Tegenwoordig ga je ook optreden. Met de huidige maatregelen en normen is dat zonder het elfkoppig orkest erbij. Hoe kader je dat dan?

De plaat stond al voor deze hele coronamiserie gepland op 16 oktober. In maart ging ik zo ook al rondmailen voor releaseshows en dergelijke, met het idee dat dat met de band zou zijn. Dan ineens werd dat alles verre van evident of haalbaar. Ik moest een alternatief zoeken. Deze vervelende periode heeft me op die manier gedwongen om een soloalternatief uit te denken. In mijn optredens breng ik niet enkel nummers van de plaat, maar ook oudere zaken en zelfs een nieuw nummer. Dus dan sta ik daar, zing ik een beetje mee. Ik kweel, ik schreeuw, ik lees de verhaaltjes voor uit mijn boek, toeter wat op een melodica, en zo pomp ik een halfuur vol met chaos. Dat is dusver redelijk gelukt.

De shows vallen dus wel goed mee. Heb je dan niet het gevoel dat sommige plannen in het water zijn gevallen?

Nee. Zelfs zonder corona had ik het gevoel dat ik niet veel optredens ging kunnen inplannen. Je bent een naam die niet gekend is, dus verwacht je ook niet dat een concertzaal ineens twaalf man betaald op podium gaat zetten. Het voelt verder eigenlijk zelfs heel goed aan omdat ik nieuwe ideeën heb gekregen. Ideeën om alles veel chaotischer te laten doorgaan. Mijn afstuderen was dan ook gewoon nog veel te braaf. Daar stond ik zelf te dirigeren, iets wat ik nog nooit gedaan had. Ik was dus ook hoofdzakelijk daar mee bezig en niet met die chaosshow op poten te zetten, wat veel beter past bij de muziek.

De Avonturen van Joeri Chipsvingers komt uit op 16 oktober, met twee consecutieve releaseshows in Vol Pension te Gent.

PS: Over de videoclip wil Joeri nog het volgende melden. Het is belangrijk om te weten dat de vieze dief met zonnebril en petje iemand anders is. Zonnebril en petje = niet Joeri!

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

13 oktober 2020

About Author

Anne-Leen Declercq Streep™


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief