Albums, Recensies

Neil Young – Homegrown (★★★★): 45 jaar wachten grotendeels beloond

Eerlijk is eerlijk. Ook al was Colorado best wel een sterke plaat, we zitten niet meer te wachten op nieuw werk van Neil Young. De man durft de laatste jaren nogal eens door te drammen, zowel in belerende (maar daarom niet minder terechte) lyrics als in ellendig lang uitgesponnen gitaarsolo’s. Maar wanneer hij 45 jaar na datum een mythische plaat uit zijn hoogdagen uitbrengt, dan blazen we meteen het stof van onze pick-upnaald en spitsen we onze oren. Homeground heet het langverwachte, half verloren gewaande album. Gemaakt in 1975, ergens tussen Harvest en Tonight’s The Night in. De golden years dus. Dat maakt ons razend benieuwd, vooral naar de zeven onuitgebrachte liedjes; vijf van de twaalf songs hoorden we al. Zo werd “Star of Bethlehem” in 1977 uitgebracht op American Stars ’n Bars, stond “Love is a Rose” op Decade uit datzelfde jaar en mochten we “White Line” opsnuiven in 1990 op Ragged Glory. Het zijn nummers die nu eindelijk echt thuiskomen op het album waarvoor ze initieel bedoeld waren.

Het valt niet mee om uit het uitgebreide en invloedrijke oeuvre van Young een of twee favoriete albums te selecteren. Als we dat toch proberen, grijpen we wellicht niet als enigen terug naar de prille americana van After The Gold Rush en Harvest. Hoe is het mogelijk dat een plaat die muzikaal in dat rijtje thuishoort bijna een halve eeuw ergens stof heeft liggen vergaren? Voor het antwoord moeten we terug naar begin 1975. Neil Young verzamelt op een avond enkele vrienden rond zijn stereo. Onder hen de bandleden van Crazy Horse en Rick Danko en Richard Manuel van The Band (Bob Dylans vaste begeleidingsband). Hij laat het gezelschap twee albums horen: het persoonlijke, van liefdespijn doordrongen Homegrown en het rauwere, aan gevallen vrienden opgedragen Tonight’s The Night. Eros of Thanatos? Welk album zal hij uitbrengen? Het lijkt alsof Neil de keuze van zijn vrienden volgt, maar hij heeft eigenlijk zelf al beslist. Het wordt nummer twee. Neil acht de tijd niet rijp voor een break-upplaat en laat – zeer tegen de zin van zijn platenmaatschappij – liever zijn donkerste demonen los. Demonen die vooral zijn gewekt door de fatale overdosissen van Crazy Horse-lid Danny Whitten en een roadie. “The Needle and The Damage Done”, weet je wel. Hij rouwt liever publiekelijk verder om dit pijnlijke verlies dan om zijn stuklopende relatie met actrice Carrie Snodgress, moeder van zijn jongste zoon Zeke. Dus bergt hij Homegrown op. Tot nu.

Met één druk op de playknop van onze teletijdmachine stuurt nonkel Neil ons al van bij de fantastische opener “Separate Ways” naar het tijdperk waarin dit mythisch album tot stand kwam. De lome bas, de spaarzame akoestische gitaar en de pedal steel van Ben Keith smelten prachtig samen met het liefdesverdriet van Neil Young: ‘As we go our separate ways / Lookin’ for better days / Sharin’ our little boy / Who grew from joy back then’. De mondharmonica laat nog een sprankeltje hoop waaraan Young zich even later helemaal laaft in het wondermooie “Try”, met backing vocals van Emmylou Harris. ‘Darlin’, the door is open / To my heart and I’ve been hopin’ / That you won’t be the one / To struggle with the key’. Onbegrijpelijk dat Neil deze wondermooie liefdesliedjes te pijnlijk vond om te delen. Bob Dylan durfde rond dezelfde tijd wel zijn privéleven te bezingen en schonk ons zo Blood On The Tracks. Al evenaart Young nu ook weer niet het torenhoge niveau dat Dylan op dat album haalt.

Muzikaal sluit Homegrown grotendeels aan bij Harvest: akoestische gitaar, mondharmonica, pianootje nu en dan, vleugje slide en die kenmerkende nasale stem. Heerlijk. Maar waar Harvest puur goudgeel koren was, is hier toch wat kaf achtergebleven. Het spoken word intermezzo “Florida” is misschien wel geestig, maar voegt weinig toe. Bij een tweede luisterbeurt lonkt de skipknop. “We Don’t Smoke It No More” is een banaal bluesje waarin Robbie Robertson en Levon Helm van The Band even de liefdespijn mogen komen verzachten in een doorrookte jam die klinkt alsof hij per ongeluk op de plaat is beland. Geef ons dan maar “Homegrown”, de titelsong waarvan alleen al de naam ruikt naar een goede oogst huisgeteelde wiet. We hoorden al een mindere versie van dit nummer op American Stars ’n Bars, maar hier zorgt de aanstekelijke, nonchalant gespeelde countryblues van bovengenoemde The Band-leden wel voor een heerlijke roes. In gedachten zien we een jonge Young rondkuieren op zijn ranch. Saf in de mondhoek, handen in de zakken, houthakkershemd nonchalant rond de frêle schouders. Aan niets, behalve aan de grootte van de ranch, merk je dat de wereld de Buffalo Springfield- en CSNY-gitarist sinds zijn recentste soloplaat helemaal op een voetstuk heeft geplaatst.

In “Vacancy” haalt Young, bijgestaan door Stan Szelest op Wurlitzer, zijn beste, en ook wel enige, rockriff van de plaat boven. Een naar Zuma vooruitblikkende brok bluesrock die zich met enige aandrang in je gehoor nestelt, net als de tekst ‘Are you my friend / Or are you my enemy’. De psychedelische gitaarsolo stuwt het nummer finaal naar een onvergetelijke climax. Dit was in 1975 misschien wel een hit geweest, en verdient alleszins meteen een plaats in onze ‘road rock’ playlist. Verder houdt Young het rocken voor bekeken. Hij ruilt de elektrische Gibson opnieuw in voor de akoestische Martin in het aangrijpende “Little Wing”. Het nummer bezorgde ons al kippenvel op het mooie Hawks & Doves uit 1980, maar is op dit album nog meer op zijn plaats. Hetzelfde geldt voor afsluiter “Star of Bethlehem”, een fonkelend duet met Emmylou Harris dat blijft hangen ter hoogte van waar zich doorgaans kroppen in de keel vormen.

Zelf noemt Young Homegrown de missing link tussen Harvest en Comes a Time. We zouden niet zo ver gaan om de oude nieuwe op de hoogte van ’s mans meest iconische platen te plaatsen. De plaat bewijst wel nog maar eens hoe productief Young in de jaren zeventig was. Hij schreef de straffe nummers sneller dan zijn platenfirma ze kon uitbrengen. Alle begrip voor de platenbaas die destijds liever dit album had uitgebracht dan het donkerdere, elektrische Tonight’s The Night. Het lag muzikaal meer in de lijn van Neils eigenhandig geschapen verwachtingen. Laat dat nu net iets zijn waar hij lak aan heeft. Dat hij een album van dit kaliber 45 jaar lang op de plank liet liggen, spreekt boekdelen. Wie er een halve eeuw heeft op zitten wachten, wordt nu toch grotendeels beloond voor het engelengeduld. Fans kunnen nu uitkijken naar wat de Canadese grootmeester nog allemaal opdiept uit zijn Neil Young Archives.

Facebook / Instagram / Twitter

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify!

 

 

 

19 juni 2020

About Author

Tom Berth


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief