Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Gordi: ‘Elk album verdient het om eerst met koptelefoon beluisterd te worden’

In de schaduw van de coronacrisis verschijnt het tweede album van de Australische Sophie Payten. Onder de naam Gordi, een ‘family nickname’, maakt ze prachtige folkpop die het dichtst aanleunt bij artiesten als Bon Iver, James Blake en S. Carey. Vanuit haar ouderlijke huis in Canowindra, zo’n vier uur ten Westen van hoofdstad Sydney, vertelt de Australische ons met veel plezier over haar album en de samenwerking met Zach Hanson en Chris Messina. Het is inmiddels een jaar geleden dat ze zich samen met de twee muzikale genieën isoleerde in een huisje in Canowindra om het album op te nemen. 

Volgens de planning zou Payten op het moment dat we haar spreken op tour moeten zijn door Amerika met Of Monsters And Men. Door de coronacrisis werd de Australische genoodzaakt na de shows met Bear’s Den en het opnemen van de videoclip voor “Aeroplane Bathroom” in Thailand terug te keren naar ‘the land down under’. De shows met Bear’s Den vormen dan ook het beginpunt van ons gesprek. 

‘Ik heb er ontzettend van genoten om te mogen openen voor Bear’s Den, wat een fantastische live band. Zelf ben ik al jaren fan en dus stuurden we begin januari een mailtje met de vraag of ze al iemand hadden in het voorprogramma. Iets meer dan een maand later opende ik voor de band, dat was echt cool. De fans van Bear’s Den zijn mensen die echt naar muziek luisteren, heel fijn. Bovendien waren het mijn eerste shows in ongeveer dertien maanden, ‘perfect to get back on the horse’.’

Het is alweer drie jaar geleden dat je debuutalbum Reservoir verscheen. Wat is er in de tussentijd gebeurd? 

Reservoir verscheen in 2017, het jaar dat daarop volgde heb ik mijn opleiding tot dokter afgewerkt. In 2018 ging ik naar New York voor een residentie en speelde ik met onder meer The Tallest Man On Earth. Ik schreef toen ook het merendeel van de nieuwe plaat. Terug in Australië, heb ik even bij een rozenkwekerij gewerkt. In januari (2019) begon ik als stagiaire in een ziekenhuis in Sydney, op 31 januari 2020 gaf ik m’n ontslag, klaar om een jaar te touren, al gaat dat nu ook niet meer gebeuren. Wie weet eindig ik wel in beschermende kledij en met een mondmasker in een van de COVID-klinieken die als paddestoelen uit de grond rijzen.

Hoe voelt het om in deze spannende tijden je tweede album uit te brengen? 

Het voelt wel goed, we hebben erover nagedacht of we het album moesten uitstellen en dat soort dingen. Ik denk dat je op verschillende manieren naar deze situatie kan kijken. Ik probeer positief te zijn en het als een kans te zien voor iemand als ik die normaal moet opboksen tegen de grotere artiesten. Heel wat releases zijn uitgesteld, misschien ben ik wel helemaal alleen met m’n album op 26 juni. Daarnaast is het ook een kans om innovatief om te gaan met sociale media, al blijft het ook een vreemd gevoel om niet op tour te zijn in de maanden rondom de albumrelease. Ergens past deze periode ook wel bij de plaat: in het opnameproces stond het wegnemen van toegang centraal, want we hadden geen wifi, geen telefoonverbinding, geen fancy studios. Alles werd opgenomen in een klein huisje, waar we alleen onze favoriete ‘gear’ mee naartoe namen, dan word je gedwongen om creatief te zijn.

Was die isolatie belangrijk voor het album? 

Zeker. Je kon niet de hele dag op je telefoon zitten scrollen en moest dus wel muziek maken. Daarnaast paste het in zekere zin ook bij de ingetogen sfeer die we hadden bij het album. Het huisje bevond zich tegenover de schuur op het landgoed van mijn ouders. In die schuur vonden we een oude stereo-installatie met een wespennest erin. Voor een van de nummers, “Radiator”, hebben we het geluid opnieuw opgenomen door die stereo-installatie. Zo’n geniale ideeën kunnen alleen maar van Zach (Hanson) en Chris (Messina) komen, zelf zou ik dat nooit bedenken. Ik zie nog steeds levendig voor me hoe ze die kabeltjes tegen elkaar drukten aan het eind van “Radiator” en naar elkaar keken: ‘damn this is sick’.

Zach Hanson en Chris Messina zijn verantwoordelijk voor heel wat muziek die uit de Bon Iver studio komt. Hoe was het om met hen samen te werken? 

Zach en Chris zijn goede vrienden van me. Ik heb Zach een paar jaar geleden ontmoet als drummer van The Tallest Man On Earth. Hij hielp ook bij mijn vorige album dat ik in zowat alle hoeken van de wereld opgenomen heb. Zach en ik zaten tien dagen in de Bon Iver studios in Wisconsin om Reservoir te maken tot wat het uiteindelijk geworden is. Sean Carey zong ook mee op die plaat en vroeg me in 2018 mee op tour als voorprogramma en om een nummer met de band mee te spelen. Zo begon het, maar uiteindelijk speelde ik de hele set mee. Zach en Chris waren allebei mee op die tour, Chris als FOH, Zach als drummer. Daarna heb ik nog vier weken met hen doorgebracht in een tourbus. Ik had heel wat nummers geschreven en deelde die met hen. Achteraf stuurde Zach me een mail met de vraag wat ik van plan was met het album en dat hij en Chris graag betrokken wilden zijn.

Aan het eind van het jaar (2018), toen ik besloten had dat ik het album wilde opnemen in Canowindra, heb ik hen gecontacteerd met de vraag of ze het wat vonden om al het materiaal naar Canowindra over te brengen en in vier weken tijd een album op te nemen. Ik ben heel blij dat ze meteen enthousiast waren, want naast goede vrienden, zijn het ook fantastische ‘engineers’ die op een heel bijzondere manier nadenken over dingen. Wanneer ze een geluid horen, gaan ze meteen op zoek naar de meest interessante manier om dat geluid te produceren of op te nemen. Ze begrepen ook gewoon heel goed de sfeer van het album dat ik wilde maken. Ik sprak vandaag nog met Chris en we hadden het erover dat we het gevoel van tijdens het opnemen van het album missen, we waren echt het perfecte team en met hen werken was puur genieten.

Hoe kijk je terug op dat creatieproces? 

Ik omschrijf het album graag als ingetogen, specifiek en weloverwogen. Alles wat je hoort is het resultaat van bewuste keuzes. Waar Reservoir zo gelaagd en ‘over the top’ was, wilde ik met dit album op zoek naar het absolute minimum. Ik was me er heel erg bewust van om niet weer hetzelfde te doen als op het eerste album. Het voelde alsof ik een soort rugzak gevuld had met trucjes die ik telkens opnieuw kon gebruiken. Our Two Skins is heel anders in de zin dat het veel rauwer is, er is niks om je achter te verbergen. Dat komt vooral tot uiting in de manier waarop we de vocalen opgenomen hebben, het grootste deel komt namelijk van demo’s en ook tijdens de opnames in Canowindra hebben we een doorsnee microfoon gebruikt terwijl ik ergens op de grond zat. Onze studio was een huisje gebouwd in 1860 en dus wat akoestiek betreft niet het meest voor de hand liggende. We waren ook heel bewust bezig met ruimte in de nummers, waardoor de keuze van instrumenten weloverwogen was. Ik denk dat je alleen maar ruimte in een liedje kan creëren door dingen weg te halen en terug te keren naar de kern, dat absolute minimum.

Veel rauwer ging het er ook aan toe in de video voor “Aeroplane Bathroom”, het eerste nummer van het album. Hoe was  die videoshoot? 

Dat was echt een heel bijzondere ervaring. De ochtend na de Bear’s Den show in Amsterdam vloog ik naar Bangkok om de video voor “Aeroplane Bathroom” op te nemen. Het was ontzettend warm, plakkerig en stoffig in het vliegtuig waardoor we na een paar uur een bezoekje brachten aan de markt aan de overkant van de straat, Pad Thai aten en bier dronken om daarna weer door te gaan met de shoot. Het was absoluut geen dag vol glitter & glamour, maar de regisseur was fantastisch. Ik heb ontzettend veel respect voor hem, in de omstandigheden waarin we opgenomen hebben, heb je echt iemand nodig die vastberaden is, maar ook bereid is om net dat beetje meer te doen.

Ik vind het altijd heel interessant om video’s op te nemen. In de studio heb ik altijd een idee van hoe het eindproduct moet klinken, ik hoor altijd wel waar het heen gaat. Wat video betreft heb ik echt geen idee wat ik toen aan het doen was. Op een bepaald moment moest ik twintig seconden lang uit een raam staren en ik kon me echt niet voorstellen hoe dat eruit zag en hoe dat in het plaatje zou passen. Dat komt pas wanneer alles samenkomt en ik opeens de verhaallijn zie zoals de regisseur die al vanaf het begin zag.

Our Two Skins is een heel persoonlijk album, vanwaar die titel? 

M’n hele leven lang woonde mijn oma op zo’n honderd meter van me vandaan. We waren heel erg close en belden vaak. Aan het eind van 2018 is zij gestorven, ik kwam toen net terug van een tour en woonde net weer in Canowindra voor zes weken. Dat waren haar laatste zes weken, maar ik heb toen heel wat tijd met haar kunnen doorbrengen. Ze stierf terwijl ik haar hand vast hield en ik was me op dat moment zo bewust van haar huid op de mijne en hoe ik dat achteraf moment nooit meer zou voelen. Dat was de eerste aanzet voor de titel.

Daarnaast gaat het album grotendeels over intimiteit en intimiteit met een partner in een relatie. In “Radiator” zing ik ook ‘the warmth of our two skins’. Our Two Skins staat ook voor de verschillende huiden die we kunnen dragen als maskers, bijvoorbeeld op het werk of op een podium. Sommige daarvan vragen heel wat moed en durf. Terwijl er in Australië gestemd werd voor het homohuwelijk, leerde ik in mijn nieuwe relatie delen van m’n eigen identiteit kennen die ik nog niet kende. Vooral basisvragen wat identiteit betreft kwamen op dat moment bovendrijven.

Was het voor jou belangrijk om over die nieuwe relatie te praten bij de release van Our Two Skins

Ja toch wel. Ik ben me heel bewust van m’n eigen privacy en wil dan ook niet m’n persoonlijke leven gaan uitstrooien, maar sommige dingen zijn belangrijk genoeg om te vertellen. Ik hoop dat mensen kracht en inspiratie uit mijn album halen, maar ook wanneer ze horen hoe ik pas op mijn 25ste een queer identiteit omarmde, wat best uitzonderlijk is. Ik merk dat heel wat queerjongeren weinig referentiekaders hebben wanneer ze uit een traditioneel gezin komen met een moeder en vader. Ze hebben vaak geen idee hoe een niet-heterorelatie eruitziet wanneer ze ouder zijn, een gezin willen of willen trouwen. Velen moeten naar creatievelingen en artiesten kijken om verhalen te vinden waar ze zichzelf in kunnen herkennen.

Naar welke muziek luisterde je tijdens het maken van het album? 

Goeie vraag. Ik luisterde heel veel naar Trouble Will Find Me van The National en naar Big Thief, maar ook het album van Middle Kids (Lost Friends), een fantastische Australische band. Daarnaast luisterde ik naar Amanda Bergman, Sharon Van Etten, artiesten die gewoon ‘damn good records’ maken en waardoor je zelf heel erg creatief wordt en mee gaat viben. Dat is ook het type album dat ik wilde maken.

Op welk nummer van het album ben je zelf het meest trots? 

Ik luister zelf het allerliefst naar “Free Association”, vooral door de manier waarop we het nummer gecreëerd hebben. We gingen ‘s ochtends fris de studio in, ik speelde op m’n harmonium en Zach en Chris besloten dat geluid door een van de gitaarversterkers te sturen. We hebben toen de hele dag aan dat nummer gewerkt tot ik ‘s avonds gitaar ging spelen, dat is ook de gitaarsolo die je aan het eind van het nummer hoort. Er is ook iets heel bijzonders aan de manier waarop Zach drumt op dat nummer, zo’n simpel patroon waarbij je de hi-hat zachtjes hoort openbloeien, daar luister ik heel graag naar. Al denk ik dat ik het meest trots ben op “Volcanic”, vooral hoe alles samenkomt. Ik denk dat ik bij dat nummer het meest ontwikkeld ben wat songwriting en productie betreft. Daarnaast hebben “Sandwiches” en “Radiator” een speciaal plekje in m’n hart.

Ten slotte, hoe zouden mensen (volgens jou) naar jouw album moeten luisteren? 

Er zijn twee categorieën album: albums waar je met een koptelefoon naar luistert en albums voor de platenspeler. Reservoir was echt een koptelefoon-album, maar ik wilde dat dit album het allebei was. Ik denk dat je altijd een of twee keer moet luisteren met een koptelefoon, op een rustige plek waar je jezelf helemaal kan verliezen in het album, alsof je het voor de eerste keer ontmoet. Tegelijkertijd hoop ik ook dat het een album kan zijn dat je aan zet wanneer je met je partner bent en een plaat wilt opleggen. Of wanneer je met vrienden in de auto zit en je weet niet meteen wat je moet aanzetten. Ik hoop dat dit dan zo’n album kan zijn dat altijd wel goed is. Uiteindelijk denk ik dat elk album het verdient om eerst met koptelefoon beluisterd te worden om een oordeel te vormen, daarna hoort het een plekje te vinden op een mooie platenspeler.

Sophie Payten beloofde ons ook headline shows, maar wanneer die precies zullen plaatsvinden is momenteel nog onzeker. Over de lange vluchten van Australië naar Europa en Amerika maakt ze zich alvast niet te veel zorgen, ‘aan het eind van de dag is dat het allemaal waard en zou ik het een miljoen keer opnieuw doen, alleen om dat onbetaalbare gevoel te krijgen wanneer ik op podium sta’.

Facebook / Instagram / Website

16 juni 2020

About Author

Leni Sonck


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief