Albums, Recensies

Mark Lanegan – Straight Songs of Sorrow (★★★★): De plaat is beter mét het boek

Geen betere periode dan een coronacrisis voor een album getiteld Straight Songs Of Sorrow. Met die zorgwekkende titel verwijst Mark Lanegan naar zijn met heroïnenaalden bezaaide levenspad waarop hij ook terugblikt in zijn memoires Sing Backwards and Weep. Het boek en het daaruit voortvloeiende album bereiken ons amper een half jaar na voorganger Somebody’s Knocking. Kommer en kwel op papier en plaat dus, maar dan wel in het goede gezelschap van een hele bende graag geziene en gehoorde gasten. Zo is Gutter Twin Greg Dulli weer van de partij, en onder vele anderen ook Bad Seed Warren Ellis, Zeppelinbassist John Paul Jones, Adrian Utley van Portishead en singer-songwriter Ed Harcourt.

Zoveel mooi volk samengebracht op de oppervlakte van slechts twee lp-kantjes; dat kan alle richtingen uitgaan. En dat doet het ook. “I wouldn’t want to say” is een donkere, elektronische opener, opgetrokken uit sputterende bits en een synthetisch orgeltje. Daarmee lijkt Lanegan te zullen voortborduren op de eighties elektronica van zijn vorige album. Maar al in het tweede nummer gooit hij het over een andere boeg. “Apples From A Tree” is fruit uit een van Lanegans andere boomgaarden. Niet die waar de Screaming Trees in bloeiden, dat niet; van grunge en rauwe rock geen spoor op dit album. Het Nick Drake-achtig gitaargetokkel roept veeleer herinneringen op aan Whiskey For The Holy Ghost uit 1994. Gitaarplukker Mark Morton van Lamb Of God is de Nick Drake van dienst.

Verder doet de plaat ons vooral denken aan die andere Nick. De viool van Warren Ellis weerklinkt in “At Zero Below”, maar het aura van de Bad Seed hangt over zowat de helft van het album. Zo hadden het subtiel sacrale “Daylight In The Nocturnal House” en het bezwerende “Burying Ground” zeker niet misstaan op de recentste platen van Cave. Om nog maar te zwijgen over de lyrics. Als Lanegan één instrument even goed beheerst als grootmeester Cave, dan is het wel de songschrijverpen. ‘Lord, give me some ketamine / So I can feel alright / To hide my true dark nature / And to keep it out of sight’, bekent hij in “Ketamine”. En wat dacht je van “Skeleton Key”? Een subtiele verwijzing naar Skeleton Tree, zou het?

Hoewel Lanegan ons kan bekoren in al zijn mogelijke gedaantes, zit aan het album toch een licht storend bipolair kantje. Het moodswingt van elektronisch naar akoestisch, van Nick Cave naar Nick Drake, van Tom Waits naar New Order. Dat komt de algemene teneur van de plaat niet ten goede, maar apart bekeken en beluisterd horen we desalniettemin alleen maar ijzersterke songs. Wie de liedjes wat herrangschikt, krijgt eigenlijk twee à drie ijzersterke mini-albums voor de prijs van één. Zo kan je het ook bekijken.

“Bleed All Over” is een voortreffelijk New Order-nummer, maar dan met een zanger die kan zingen. Niet toevallig doet Jack Bates, de zoon van Peter Hook, ook hier en daar zijn ding op het album. Onze excuses voor de overdosis name dropping overigens, maar het is Mark zijn schuld en het is nog niet gedaan. Van de synthpop steken we over naar de strijkers van “Stockholm City Blues”: dat nummer is dan weer van een broze, onderhuidse schoonheid zoals we die hoorden tijdens de samenwerkingen met Isobel Campbell. En “Daylight in the Nocturnal House” trekt nog een ander, zij het even mooi register open: Adrian Utley spint een verfijnd Portisheadweb rond Lanegans hemelse lyrics. Wij laten er ons gedwee in vangen.

Wanneer je het verhaal achter het album leest, begrijp je heel goed waar de schizofrenie vandaan komt. Je kan de vijftien liedjes niet loskoppelen van de autobiografie. Elk van de songs grijpt terug naar een figuur of een periode uit het leven van Lanegan. Van zijn getroebleerde jeugd in Washington, over zijn met drugs doorspoten Seattle grungeperiode tot wat hij zelf beschrijft als zijn redding rond de eeuwwisseling. Zoiets vertaalt zich niet verwonderlijk in een album dat even grillig is als ’s mans leven.

‘Ik kreeg geen catharsis tijdens het schrijven van mijn memoires,’ zegt Lanegan, ‘alleen een doos van Pandora vol pijn en miserie.’ Gelukkig is er licht aan het einde van de tunnel. De protagonist kruipt gelouterd uit de poel van verderf. Dat vertaalt Lanegan muzikaal in “Eden Lost And Found”, een zonnestraaltje dat op de valreep door het sombere wolkendek priemt: ‘Sunrise coming up baby / To burn the dirt right off of me’, besluit hij hoopvol.

Straight Songs of Sorrow is als geheel bekeken en beluisterd misschien niet van de vijfsterrenorde van Bubblegum of Blues Funeral, maar komt toch aardig in de buurt. De plaat bulkt immers van de met veel vakmanschap ineengezette, hoogst aangrijpende Mark Lanegan songs. Songs die stilistisch soms wat te vaak en te ver uiteenlopen, maar die wel stuk voor stuk net zo diep gaan als de man – naar eigen schrijven – zelf ooit heeft gezeten. Ze bieden ons een duizelingwekkende terugblik in zijn afgrond. Gebundeld met zijn memoires blijkt dit album misschien ooit zijn magnum opus. Het boek is alleszins beter mét de plaat, en omgekeerd.

Facebook / Twitter / Website

Volg ons op Spotify voor meer nieuwe muziek.

8 mei 2020

About Author

Tom Berth


ONE COMMENT ON THIS POST To “Mark Lanegan – Straight Songs of Sorrow (★★★★): De plaat is beter mét het boek”

  1. kees wilsing schreef:

    Goed en fraai geschreven recensie, waardevol en kloppend. Is er ook een nieuwsbrief?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief