Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Aprile: ‘Het belangrijkste is dat je het voelt’

Onze landgenoot Aprile bracht begin dit jaar zijn ep Giving Up Time uit, die werd gekenmerkt door een heleboel funky kantjes en een speelse, soms flirterige aanpak. Dat we hier allemaal geleidelijk aan voor dat geluid aan het vallen zijn, hoeft dus niet te verbazen. Ook zijn releaseshow in de Brusselse Botanique bleek een feestelijk succes en dus aarzelden we niet om Aprile ook te strikken voor een Winterslaapsessie. Morgen is het zover en in afwachting kan je hier lezen hoe Apriles songs tot stand komen, hoe hij zijn releaseparty beleefde en welke muziektips hij allemaal in petto heeft.

Waarom heb je voor de artiestennaam Aprile gekozen?

Mijn echte naam is Nicolas Donnay, maar daar wou ik het los van maken. Ik zocht een pseudoniem dat bovendien ook minder Frans klinkt. Mijn teksten zijn dan ook in het Engels, dus wou ik iets dat neutraler klinkt. Aanvankelijk heb ik mijn naam verbogen en verdraaid op alle mogelijke manieren, maar dat draaide op niets uit. Dan ben ik teruggekeerd naar de bron: de achternaam van mijn moeder is Aprile, eigenlijk van origine een Italiaanse naam.

Waarom is het voor jou belangrijk om je los te maken van je eigen naam?

Het gaat om een vrijheid en afstand tot mijn muziek. Ondanks dat dit mijn passie en dagelijkse bezigheid is, is dat toch wel nodig. Mijn vader was weliswaar niet heel tevreden met de naamkeuze. (lacht)

Hoe ben je begonnen met muziek spelen?

Al van kindsbeen af ben ik begonnen met zingen, bijvoorbeeld bij het Sinterklaasfeest enzovoorts. Aangezien ik dat geweldig vond, begon ik me er snel op toe te leggen en dat lukte ook goed. Mijn oudere zus en broer hebben me zeker veel beïnvloed. Mijn broer speelde zelf ook muziek en ik was onder de indruk van zijn talent. Ik kreeg zin om muziekgroepen te ontdekken en beetje bij beetje groeide ik.

Toen ik twaalf was, kocht ik dan mijn eerste gitaar: een Squier. Meteen begon ik te componeren. Ik schuimde het internet af naar online lessen. Na een tijdje kwamen er kleine concertjes aan en telkens werd het een beetje serieuzer.

Hoe schrijf je je songs?

Het begint bij het instrumentale, zonder tekst. Vroeger zorgde ik enkel voor de gitaar en de zang, maar na een tijdje werd ik meer vertrouwd met opnameprogramma’s en creëerde ik er een beat bij en de baslijnen die ik had bedacht en in eerste instantie opgenomen met mijn telefoon. De teksten worden vervolgens samen met een Schotse auteur geschreven. Die gaan over verschillende thema’s: soms over ietwat naïef en eenvoudig in het leven staan of over sterke, misschien zelfs duistere relaties. De notie van tijd keert zeer vaak terug, besteed aan een ander of aan jezelf.

Toen ik jong was, luisterde ik veel muziek met Engelstalige teksten. Het typische geluid van die woorden heeft me niet losgelaten. Ook al is het niet mijn moedertaal en spreek ik het niet perfect, voor mij is het vooral een kwestie van emotie. Ik hou ervan om Engelse woorden te gebruiken, omdat er iets anders gebeurt dan in het Frans. Dat neemt niet weg dat ik ook graag in mijn moedertaal zing, maar het gaat dus vooral om invloeden van soul- en funkgroepen die ik hoorde in mijn jeugd, waardoor het onnatuurlijk zou aanvoelen om het anders te doen.

Welke artiesten inspireren je nu?

Jungle inspireert me zeker. Chet Faker ook, iets meer nog dan Nick Murphy. Ik hou er ook van hoe Toro y Moi meerdere stijlen heeft die telkens zeer goed geproducet zijn. Verder denk ik aan Jamiroquai, Homeshake, Parcels, Winston Surfshirt, Unknown Mortal Orchestra, Anderson. Paak en Jai Paul. Soms zoek ik ook wel eens andere en hardere dingen, zoals Danger Incorporated of Ben Khan.

Schrijf je soms samen met de muzikanten die je vergezellen op podium?

Nee, sinds enkele jaren ben ik echt autonoom geworden. Ik heb zo een eerste ep opgenomen, die niet echt gecommercialiseerd is zoals de nieuwste. Het begon toen met brute composities met gitaar en zang. Ik had wel meerdere ideeën, maar had niet de vaardigheid en kon het niet opnemen. Verschillende personen verzorgden die zaken dus in mijn plaats. Dat werkte goed, maar ik had meer zin om het zelf te doen: dat gaat sneller, is makkelijker en vooral ook direct gericht op mijn ideeën.

Nu, eenmaal ik een compositie afgewerkt heb, stuur ik die door naar mijn muzikanten. Zij spelen hun deel dan allemaal op hun eigen manier in. Het is heel belangrijk dat ze er hun ding mee doen, aangezien ik geen bassist of drummer ben. Hun interpretaties zullen veel levendiger zijn, dus ze krijgen veel vrijheid. Het is een goede wisselwerking en iedereen weet goed waar de stukken naartoe dienen te gaan.

Ook op vlak van muziekvideo’s neem je graag het heft in handen, aangezien je de clip voor “Love Inside” zelf geregisseerd hebt.

Ja, dat was mijn eerste muziekvideo en ik ben er best fier op. Het appartement waar de clip zich afspeelt, bevindt zich tegenover het mijne. Toen ik het verhaal schreef, beeldde ik het me in op een balkon van dat gebouw. Ik bereidde dus heel wat brieven voor met de vraag naar goedkeuring en de oude dame van het balkon in kwestie ging meteen akkoord. Het is een heel simpele clip geworden, maar er zit een sterk verhaal achter. Ik wil zoiets misschien wel vaker doen, waarom ook niet. Ook het idee voor de tweede muziekvideo (voor “On Oppression”) komt trouwens van mijn broer en ik, maar daar liet ik het qua realisatie meer over aan iemand anders.

De volgende clip zal voor “Giving Up Time” zijn. Adrien Cronet zal het regisseren, maar we gaan het samen schrijven. Cronet verzorgde trouwens ook de aftermovie van de releaseshow van mijn ep in de Botanique. De kleuren en de stijl komen helemaal overeen met de essentie van Aprile, dus daar kijk ik naar uit.

Hoe heb je de releaseshow in de Botanique beleefd?

Het was bijzonder. Het was de eerste show van het jaar en bovendien wachtte ik al twee à drie maanden op de release van die ep en eindelijk was dat moment aangebroken. Er was ook veel volk aanwezig, wat me zeker raakte en veel zin gaf om er heel het concert voor te gaan. Deze keer kon ik ook vaak mijn gitaar achterwege laten, dus in plaats van vast te hangen aan diezelfde positie kon ik de podiumbeleving wat meer ontdekken door te bewegen en de clown uit te hangen. Het is echt een groot plezier om te doen.

Het viel ons al op dat je een geboren entertainer bent. Veel mensen kenden je songs ook al volledig uit het hoofd, ondanks dat de ep nog maar pas verschenen was.

Ja, supercool. Ik had het niet altijd in de gaten doordat ik met in-ears zat, maar wanneer ik het af en toe opmerkte of achteraf video’s zag, was ik wel onder de indruk. Zelfs met nieuwe stukken werd er meegezongen.

Je hebt toen ook veel andere songs gespeeld die niet op de ep staan. Dus, voor wanneer is het?

Het zal voor volgend jaar zijn. Dan komt er een klein album aan met een achttal nummers. Ik wil niet gemeen zijn, maar ik heb nu eenmaal geen honderd nummers in de aanbieding. (lacht) Liefst kort en krachtig met de sterkste exemplaren. Ik hoop op januari van 2021, en anders maximum september 2021.

Wat is het meest belangrijke in het genre volgens jou?

De groove. Het zit hem in de drum als basis, maar het is zoals in de keuken: alle ingrediënten samen interageren met elkaar en creëren een sterk geheel. Wanneer ik mijn songs bedenk, zoek ik weliswaar niet naar de aparte elementen om het als het ware mathematisch samen te stellen, het komt gewoon vanzelf. Vaak is het zelfs heel eenvoudig. Het belangrijkste is dat je het voelt.

Voor de drummer is het niet altijd makkelijk. Wanneer ik de songs doorstuur om ze te repeteren, merkte hij zeker bij “Evil Love” en “Love Inside” dat het geen logische ritmes zijn om te drummen. Hij zelf zou een song nooit op die manier schrijven en hoort niet te denken als een drummer om het hier gedaan te krijgen. Maar het blijkt dus wel te werken.

Merk je een groot verschil tussen de muziekindustrie in Vlaanderen en Wallonië?

Ik heb toch wel de indruk dat het helemaal anders is. Ik luister niet echt naar Vlaamse radio, maar Vlamingen lijken meer open te staan voor nieuwe muziek en presenteren andere dingen. In Wallonië is het heel moeilijk om airplay te pakken te krijgen, omdat de focus enkel op de grote sterren ligt. Zelfs in de cafés; er is dus bijvoorbeeld echt geen enkele bar in Luik waar er goeie muziek gedraaid wordt, terwijl groepen als Balthazar en Oscar & the Wolf met een bijzondere klank wel een plaats in Vlaanderen krijgen. Bon, we gaan de Vlamingen nu ook niet eenzijdig op een voetstuk zetten, hé. (lacht)

Intussen heb ik al wel wat concerten gedaan, maar qua publiek kan ik niet per se een onderscheid maken. Maar bijvoorbeeld de Rotonde van de Botanique hadden we nu uitverkocht, terwijl dezelfde zaal in Luik veel moeilijker geweest zou zijn. In Brussel lijken ze nieuwsgieriger en zijn er meer dergelijke evenementen te doen die mensen blijken te willen ontdekken. In Luik is er bijvoorbeeld al geen tram en is vijf minuten met de auto al te ver om het huis uit te gaan. Brussel leeft veel meer.

Zijn er tot slot Brusselse of Waalse bands die je kan aanraden voor onze lezers?

ECHT!, Alex Lucas, Glauque, The Feather, Dan San, Pale Grey, Piano Club, Great Mountain Fire en wellicht nog veel meer bands die ik nu over het hoofd zie.

 

Morgenavond om 20u30 kan je Aprile live aan de slag zien op onze Facebookpagina tijdens zijn Winterslaapsessie. Zet je hier aanwezig op het Facebookevenement om ook op de hoogte te blijven van andere komende livestreams.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

28 april 2020

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief