Albums, Recensies

Awolnation – Angel Miners & the Lightning Riders (★★): Wie durft nee zeggen tegen Aaron Bruno?

We hebben het carrièrepad van Awolnation al altijd enorm boeiend gevonden, maar vaak niet op de juiste manier. Het verhaal van de formatie begon nochtans veelbelovend: Aaron Bruno was al een tiental jaar actief in een resem aan andere groepen, maar had met zijn eerste solosingle meteen beet. Megalithic Symphony, de plaat waar “Sail” op te vinden was, is wat ons betreft nog steeds een van de beste albums in zijn genre. De elf volwaardige songs springen tussen onweerstaanbare pop met een sinister hiphopkantje en het hardere werk, soms zelfs in hetzelfde nummer (de geweldige odyssee die zich “Knights of Shame” mag noemen), en konden allemaal moeiteloos scoren.

Het ging echter grandioos fout bij opvolger Run. Bruno nam de plaat bijna volledig zelf op, en lijkt in het proces de sterktes van zijn doorbraakalbum totaal te zijn vergeten. Afgezien van één sterk popnummer in de vorm van “Hollow Moon (Bad Wolf)” zijn zowat alle songs sloom, vrij van energie, of soms gewoon ronduit slecht. Here Come the Runts, dat twee jaar geleden verscheen, wist gelukkig wat van ons oude enthousiasme terug te brengen, al betekenden een paar bedenkelijke zijwegen dat het niveau van het debuut nog steeds niet volledig terug in zicht was. We hoopten dan ook dat nummer vier de opwaartse trend zou voortzetten.

Helaas kunnen we na het beluisteren van Angel Miners & the Lightning Riders niet bepaald tot die conclusie komen. Het is wederom een gefragmenteerde plaat geworden, gaande van sterke nummers tot bedenkelijke afkooksels daarvan. We raken er steeds meer van overtuigd dat Aaron Bruno doorheen de jaren langzaamaan is vergeten hoe hij een goed nummer schrijft, en in plaats daarvan ideeën allerhande naar de muur gooit om te zien wat blijft plakken, waar af en toe toevalligerwijs eens een goed resultaat uit komt. Here Come the Runts bood nog heel wat voltreffers, maar op Angel Miners zijn ze eerder schaars.

“The Best” zet het geheel nochtans redelijk goed in. Het nummer klinkt als de themamuziek voor een actieserie, compleet met diepe blazers en ritmische gitaren. Met “Slam (Angel Miners)” stort de plaat echter meteen in de afgrond. Het moment aan 3:52 is misschien het meest schrijnend: Bruno schreeuwt de longen uit zijn lijf, waarna een lachwekkend rustige beat wordt ingezet. Gitaar en bas spelen samen een simplistische riff, een irritant chromatisch melodietje herhaalt zich (Is het een viool? Is het een synthesiser? Wie zal het zeggen?), en Bruno citeert Jason Derulo-gewijs nog even de albumtitel, alsof die enthousiasme zou moeten opwekken. Vervolgens verdwijnt het nummer langzaam in het niets, zonder climax of conclusie. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat iemand bij het label onder de indruk was van dit resultaat, dus gaan we er maar vanuit dat Bruno zich 24/7 laat omringen door een betrouwbare groep ja-knikkers.

Ook de rest van de plaat staat bol van dit soort contradicties. “California Halo Blue”, hoewel niks dat we nooit eerder hebben gehoord, is een charmante ballade die zijn belofte van epiek als een van weinige songs op deze plaat daadwerkelijk waarmaakt. “Mayday!!! Fiesta Fever” is nog beter, en maakt met zijn meezingbaar refrein en geweldige breakdown als enige echt iets in ons los. Ironisch genoeg lijkt “Radical” dan weer een oefening in braafheid begeleid door afgezaagde akkoordprogressies, en was “Pacific Coast Highway in the Movies” met gastzanger Rivers Cuomo net als het gros van het recente oeuvre van Weezer beter op de vloer van de opnamestudio blijven liggen.

Afsluiter “I’m a Wreck” lijkt initieel nog beloftevol, want de rauwe energie die de gitaren beloven was vaak de grote afwezige op deze plaat. Een al te bevredigende conclusie wordt het echter niet, want alweer voelt Bruno de noodzaak om metalriffs te combineren met langzame, in galm gedrenkte beats, die hun impact volledig missen. Dat dergelijke productiekeuzes ons op Megalithic Symphony minder stoorden maakt één ding erg duidelijk: die nummers waren gewoon beter. De zoveelste instantie van de “Sail”-drummachine vervangen door metalinstrumentatie had de verzameling ronduit vervelende nummers in deze lijst niet beluisterbaarder gemaakt.

Het is jammer om Awolnation steeds meer te zien veranderen in een soort minder succesvolle Imagine Dragons, want er zit nog steeds potentieel in de muziek van Aaron Bruno. Dat hij dat potentieel maar af en toe kan waarmaken zijn we intussen echter wel gewend, dus het klopt niet helemaal om Angel Miners & the Lightning Riders een teleurstelling te noemen. We kunnen alleen doen wat we vijf jaar geleden ook met Run deden: twee nummers opslaan en verder gaan met onze dag. Tja.

25 april 2020

About Author

Lyra muziek is cool. • luisterlog: last.fm/user/lyramsr


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief