Live, Recensies

Patrick Watson @ Koninklijk Circus: Als een gigantische vloedgolf

© Clyde Henry

De Canadese singer-songwriter Watson heeft met het wonderlijke Wave een pracht van een nieuw album uit. Die presenteerde hij tijdens de gelijknamige tour, die na passages zoals het Parijse Olympia en Londen even halt hield in een genereus gevuld Koninklijk Circus te Brussel, vanwaar het alweer richting Nederland (Tivoli) gaat.

Watson heeft een aantal albums op zijn conto als Wooden Arms, Close To Paradise, Adventures In Your Backyard en Love Songs For Robots (en het in eigen beheer uitgegeven Just Another Day) en zou het zich zoals vele artiesten best comfortabel kunnen maken met een al te gemakkelijk vingeroefeningetje Greatest Hits. Maar dat bleek dus helemaal niet het geval; het nieuwe Wave dat op een enkele uitzondering na vrijwel integraal gespeeld werd, vormde de ijzersterke ruggegraat van een weldadige set, waarbij de stilaan grijzer wordende Canadees naar het einde toe ook enkele oudere nummers opdiepte.

Als opwarmer kregen we de jonge, uit Toronto afkomstige Kyla Charter. Een kleurrijk getooide, maar vooral getalenteerde vocaliste, die zichzelf tijdens een korte set van een half uurtje muziek bediende van een enkele elektrische gitaar en een loopstation. Later op de avond zou zij ook te horen en zien zijn als vocale ondersteuning bij de Patrick Watson band, maar eerst mocht ze haar honingzoete stem rond een aantal eigen songs draperen. Die klonken vaak minimaal, maar al bij al best verleidelijk. Prima werk van Charter, die hoofdzakelijk songs aanbood over voorbije liefdesrelaties met gitaristen en die afwisselde met een enkele, net iets minder geslaagde cover. Het door Otis Redding gepende, maar door Aretha Franklin gepopulariseerde “Respect” kwam er namelijk helaas niet zonder enige kleerscheuren door.

View this post on Instagram

Patrick Watson

A post shared by Tess Meurice (@tess.mrc) on

En dan doofden de lichten. Watson en band werden gelijk warm ontvangen door het publiek. In de Brusselse concertzaal zou de groep het helaas moeten doen zonder uitgebreid koortje (niet zoals onlangs in de Parijse Olympia dus), maar dat lichte euvel kon zeker niet verhinderen dat er hier wel degelijk een concert van formaat gespeeld werd. Dat deze groep op messcherp stond, hoorde je meer dan duidelijk eens opener “Dream For Dreaming” ingezet werd. Die weerklonk als een heerlijke bevestiging. Jazeker, Watson weet immers als geen ander hoe tot dagdromen aanzettende pop in elkaar steekt.

Watson maakte meteen het brugje naar de knappe, wat robuustere titeltrack van de nieuwe plaat, die misschien wel een ijkpunt vormt in zijn al lang lopende carrière. Een plaat ook die losjesweg opgehangen wordt aan het beeld van een immense vloedgolf, een best clever gevonden metafoor voor de manier waarop het leven soms geeft en dan weer neemt, zonder dat je er zelf enige hand in hebt. Op zijn meest recente plaat laten overigens zowel de muziek als de teksten aan duidelijkheid niets te wensen over. Je hoort onder meer hoe Watson een lange, turbulente periode vol zorgen verwerkt: een langlopende relatie die op de klippen liep, het afscheid van zowel Watsons moeder als die van een gewaardeerd bandlid (drummer Robbie Kuster, die ander muzikaal terrein wilde verkennen), én daarbovenop ook nog eens de zelfmoord van een goede vriendin. Maar er was ook gelukkig ook een positievere keerzijde, in de vorm van de ontdekking van (nieuwe) liefde. Die vond hij bij schrijfster Heather O’ Neill. Die gaat gepaard met nieuwe hoop op een andere, betere en meer zorgeloze toekomst.

Het zijn net die uitersten, van zorgeloosheid tot de peilloze emotionele diepten in de woelige krochten van Watsons’ ziel, die de nieuwe plaat mee in evenwicht houden. Net zoals dat tijdens het concert het geval was. Watson presenteerde het publiek bijvoorbeeld slimme, evenwichtige liedjes die dan eens dromerige kamerpop lieten horen, om dan weer zoals met het schijnbaar lichtvoetige, maar sfeervol met rokerige, jazzy accenten ingekleurde “Strange Rain” eerder het terrein van melancholische folk noir ballads op te zoeken. En dat alles aangelengd met een heerlijke portie wild avontuur, chaos en experiment. En met een gulle glimlach bovenop, want Watson bleek duidelijk in zijn sas op het podium. Deels weerklonk de grapjasserij van een rasartiest als Tom Waits, deels wist hij op de meest integere (en grappige) wijze een portie bitterzoet in zijn songmateriaal te steken, zoals bijvoorbeeld de weergaloze weemoed tijdens het met enkele Spaanstalige verzen gelardeerde “Melody Noir”, een ode aan de Venezolaanse folkartiest Simon Diaz. Zo werd het Koninklijk Circus heel even een rustieke bar waar de combinatie van oorstrelende melodietjes en uit het leven getrokken poëzie de haartjes op je arm deed rechtveren.

Iets later volgde via het uit de Close To Paradise getrokken song “Slip Into Your Skin”; nog zo’n moment van weergaloze intimiteit. Slechts voorzien van enkele akoestische gitaren ontroerde Patrick Watson tot op het naakte bot. Een fluistering in de diepe nacht, waarbij Watson weelderige porties gelukzaligheid de zaal in strooide. Heerlijk mooi, en dan waren we maar enkele songs ver in de set. Met het door warrige drumsamples en gebroken beats gedragen “Wild Flower” trok de groep dan weer volop de kaart van het tomeloze experiment. Toch zorgden ze ervoor dat de feel voor goed in het oor liggende pop nooit uit het oog verloren werd, hetgeen je ook uit het tussen pop en flukse, dynamische en volop op de heupen mikkende r&b twijfelende “Turn Out The Lights” zou kunnen halen.

Nog zo’n hoogtepunt: “Broken”, een compositie waarin een man de brokstukken van zijn leven bijeen tracht te scharrelen en aan elkaar te lijmen, om tot de vaststelling te komen dat het geen zin heeft om het verleden telkens terug op te rakelen (‘it just doesn’t work that way’). Initieel solo op gang getrokken, maar naderhand kreeg Watson ook versterking van zijn bandleden, inbegrepen een sterrol voor gitarist Joe Grass die de snaren even mocht geselen. Een moment alweer van rauwe, onbeteugelde emotie. Watson zocht steun bij het publiek, stelde soms harde, maar goudeerlijke vragen (‘Do you feel a little broken?’) en haalde met zijn stem krachtig uit, terwijl de song naar een stevige climax geleid werd. Om met de onstuimige, hoogst aanstekelijke fluisterpop van H” (uit de Love Songs For Robots plaat) weer heel even terug op de illustere voorgeschiedenis te plooien. Dat gebeurde van dan af aan net iets meer, zoals met het herkenningsapplaus gewaardeerde “Adventures In Your Own Backyard” waarin Grass alweer vrij spel kreeg om lustig te freewheelen en heel even mocht demonstreren dat hij als gitarist zowaar niet hoefde onderdoen voor Nels Cline (Wilco).

View this post on Instagram

❤️ #patrickwatson #cirqueroyal #bruxelles #concert

A post shared by Olivier Jottard (@olivier_jottard) on

Iets verderop kregen we ook een wat dromerig naar John Lennon knikkend “Look At You” dat afgewisseld werd door een van plagerige, hoopvolle liefde vergeven “Drive”. En dan maakte het op een wat krakende piano gespeelde “Here Comes The River” nog zijn opwachting: een song die op een of andere magische wijze een knoert van een levensles voorschotelde. Zo vertelde Watson dat de oorsprong van de song te vinden is bij een conversatie met een goede vriend in Toronto, die hem zei dat het beter is niet al zijn emoties op te kroppen, maar om die allemaal net te uiten.Let it flood, and flood, and flood,’ laat je gevoelens gerust de vrije loop. Een machtige compositie over moed, de hoop en de durf om de dingen soms te laten zijn voor wat ze zijn en daar tevredenheid (en wie weet zelfs een portie geluk) mee te hebben. Alleen al daarvoor was de aanwezigheid in het Koninklijk Circus misschien wel een must. Het leek vooralsnog een fraai eindpunt van de set. Game, set, over en match voor Watson.

Een meer dan overweldigend applaus bleek dan ook ruimschoots verdiend. Watson en co trokken vervolgens even de coulissen in, om behoorlijk snel weer op het podium te verschijnen. Eerst kreeg het publiek een ronduit charmerend  “Big Bird In A Small Cage” voorgeschoteld (dat in zijn opbouw en melodieuze aspect misschien wel iets wegheeft van een band als Mercury Rev), waarmee het pleit definitief beslecht werd. Indien het nog geen memorabele avond was, dan hiermee helemaal wel. Iedereen op het podium rond dezelfde micro, het publiek aangespoord voor een bijdrage via handclaps. Fantastisch om te zien, des te meer om live mee te maken.

Iets later volgde nog een verrassing. Zo kreeg Watson het verzoek van een (blinde) fan om een nummer mee te komen spelen, waar hij maar al te graag op inging. Het toonde de speelse zin voor avontuur aan van de Canadees. Ook een cabareteske versie van met een megafoon verrijkte “Je Te Laisserai Des Mots” passeerde nog, alvorens er met “Turn Into Noise” (een experimentele oefening om ambient en knettergekke disco met elkaar te verzoenen) een eind aan te breien. Maar goed, Watson had nog even tijd en liet het publiek beslissen over de laatste bis. Verschillende opties kwamen vanuit de zaal, vooraleer een volledig in het donker gespeeld “Lighthouse” een definitief einde maakte aan een erg gesmaakt optreden.

9 maart 2020

About Author

Philippe De Cleen


ONE COMMENT ON THIS POST To “Patrick Watson @ Koninklijk Circus: Als een gigantische vloedgolf”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief