Instagram, Live, Recensies

Inhaler @ Trix: De vloek van Bono?

© CPU – Nathan Dobbelaere

Dinsdagavond 3 maart zou een geweldige avond in de Trix worden. Met een optreden van het New Yorkse DIIV in de club en revelatie Inhaler in de grote zaal was het als muziekliefhebber moeilijk kiezen. Beide optredens waren dan ook razendsnel hopeloos uitverkocht.

We schatten de kans dat je ooit al van Inhaler gehoord hebt intussen best hoog in. Als je de voorbije maanden zo af en toe eens naar de radio hebt geluisterd, is hun grijsgedraaide hit “My Honest Face” zeker wel al eens gepasseerd. Mocht je dit nummer op de een of andere manier toch gemist hebben, dan ken je hen waarschijnlijk als ‘de band van de zoon van Bono’, een titel die nog steviger aan hen blijft plakken dan superlijm aan je vingers. Hoewel er slechts een achttal nummers de Spotifypagina van de succesvolle Ieren sieren, stonden ze vorig jaar met hun aanstekelijke rocknummers op zowat elk gerenommeerd zomerfestival en het ziet ernaar uit dat ze deze trend ook dit jaar zullen verderzetten. Ook verkopen ze zonder moeite zalen overal op het Europese continent uit. Na een knallende show in een bomvolle Orangerie eind vorig jaar, waagden ze gisteren hun kans in een uitverkochte Trix.

Fuzzy Sun had de eer om de bomvolle zaal op te warmen. Net als de hoofdact van de avond hebben ze nog maar een handvol singles uitgebracht, die ze gisteravond voor het eerst aan een Belgisch publiek kwamen voorstellen. Hun nummers klonken dan wel zomers in de oren, maar het publiek werd er heet noch koud van. Het aanstekelijke enthousiasme van de langharige frontzanger liet tegen het einde toe de voorste rijen toch wat bewegen, al was dit vooral te wijten aan het inzetten van het refrein uit meezingschijf “Black Betty”.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Iets vroeger dan gepland verlieten de mannen uit Manchester het podium en stilaan liep de zaal vol voor Inhaler. Alle 1.100 aanwezigen werden wakker geschud door de funky intro die het niet op Spotify aanwezige “When I’m With You” inleidde. Elijah Hewson en zijn kompanen vlogen er stevig in – en dan vooral de extreem energieke drummer Ryan McMehon, die al na het eerste nummer nat in het zweet stond. Opvolger “It Won’t Always Be Like This” zorgde bij het merendeel van het publiek voor de eerste vlagen van herkenning. Het goed meezingbare festivalanthem deed de eerste weifelende handen vooraan de lucht in gaan. Tijdens “Falling In”, een song met een opvallende opbouw, stortte de sfeer weer wat in, al werden we door het volgens onze buren zeer U2-achtige “A Night on the Floor” weer een beetje energieker. We konden ze niet volledig ongelijk geven: soms klinkt Hewson nu eenmaal als zijn vader. Ook de door airplay ietwat bekendere opvolger “Ice Cream Sundae” werd op enthousiast geroep van de voorste rijen onthaald. De helft van de zaal was mee, maar de andere helft was niet overtuigd en bleef akelig stil. 

Hewson vertelde iedereen voor het inzetten van “My King Will Be Kind” dat dit het gepaste moment was om nog een drankje aan de bar te gaan halen. Wat de frontzanger tegen dit nummer heeft, begrijpen we niet helemaal: de folky invloeden zorgden voor een opvallende afwisseling. Degenen die het advies van de frontzanger wel hadden opgevolgd, misten dan wel een aardig intermezzo, maar werden bij het terugkeren onthaald door het gitaar-beladen “We Have to Move On”, het ‘stevigste’ nummer op hun palmares. Voor het eerst werd er ook achteraan wat schichtig gesprongen en gewoeld, al bleef het enthousiasme bescheiden. “Cheer Up Baby”, net zoals in de Botanique met akoestische gitaar, deed ons wegdromen en toverde een kleine glimlach op het gezicht.

© CPU – Nathan Dobbelaere

Uptempo zomerhit “My Honest Face” was de gedoodverfde afsluiter en moest idealiter leiden tot een climax. Er vlogen overal massaal gsm’s in de lucht die de strakke uitvoering van het nummer vastlegden, maar ondanks de vraag van Hewson om helemaal los te gaan, bleef het op wat klappen na over het algemeen opnieuw rustig. Het enthousiasme van het publiek stond in schril contrast met dat van de aanwezigen in de Orangerie anno 2019. Na vijftig minuten spelen zat het erop en verlieten we met een dubbel gevoel de uitverkochte Trix.

Hoewel zowat alle singles van Inhaler een zekere bekendheid bereikt hebben, werd er op dinsdagavond niet enorm veel meegezongen of bewogen en bleef het concert niet echt hangen. De nummers die niet op klassieke muziekmedia terug te vinden zijn, werden – behalve door de hardcore fans – vaak lauw onthaald en misten hierdoor hun doel. Verder hoorden we meermaals de stilstaande mensen rondom ons refereren aan de band als die ‘van de zoon van Bono’, een trend die onbewust gestart is door radiozenders. Deze sticker is voor Inhaler zowel een vloek als een zegen: enerzijds trekt het label veel mensen naar hun optredens, anderzijds komen sommigen eerder omwille van de associatie dan voor de muziek. De vier jonge kerels zijn zonder twijfel sterke muzikanten, maar moeten meer op zoek naar een uitgesproken, eigen identiteit als ze zich willen loswrikken van de Bonoassociatie. De jongere generatie lijkt al volledig overtuigd van Inhaler en als ze zo verder doen, zien zelfs de grootste Bonofans de band binnenkort ongetwijfeld niet langer enkel als die ‘van de zoon van’. 

© CPU – Nathan Dobbelaere

Op vrijdag 3 juli kan je nog eens naar Inhaler gaan kijken in The Barn op Rock Werchter. Tickets zijn nog steeds beschikbaar.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Setlist:

When I’m With You
It Won’t Always Be Like This
Falling In
A Night on the Floor
Ice Cream Sundae
My King Will Be Kind
We Have to Move On
Cheer Up Baby
There’s No Other Place
My Honest Face

4 maart 2020

About Author

Lupé Van Rijmenant


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief