Instagram, Live, Recensies

Bear’s Den @ Vorst Nationaal: Perfect als zelfreflectie

© CPU – Cédric Depraetere

Vanavond bood Vorst Nationaal ons een concert aan dat helemaal op ons lijf geschreven was. Dansende Beren trok naar zijn meer ingetogen, maar zeker niet minder prachtige variant: Bear’s Den. De band heeft ondertussen al drie albums en een handvol ep’s op de teller en we kregen het beste van hun muzikale palet. Het best-ofconcert was bovendien een ideale manier om te kijken waar Bear’s Den nu staat en of ze in een zaal als Vorst Nationaal thuishoren. Het werd een honingzoete avond die de sterktes van de band in de verf zette, hoewel ook hun pijnpunten de kop opstaken.

De bedoeling was dat support Gordi ons klaarstoomde voor de hoofdact van de dag. De rustieke huiskamersfeer waar de Britten zo graag in vertoeven werd deels al gecreëerd door een verlegen en vooral enorm dankbare Australische self-made woman. In het begin waanden we ons nog thuis, want haar nummers en performance waren te onzichtbaar en fungeerden bijgevolg als vertrouwde achtergrondmuziek. Toch zette ze op het einde de puntjes nog eens op de i; vooral tijdens de twee laatste tracks toonde de artieste haar kunnen. Hoewel ze ook nog eens uit de voeten kon met een basgitaar, speelden een keyboard en een klok van een stem de hoofdrol. Door haar stem te loopen en zuivere noten uit haar piano te toveren, kon je plots een speld horen vallen. Met nog wat ervaring en progressie zou deze voorlopig onbekende Gordi zichzelf wel eens als de nieuwe James Blake kunnen gaan profileren. Ze bedankte vooral Bear’s Den enorm hard, maar het stevige applaus na een dik halfuur had ze toch aan zichzelf te danken. 

© CPU – Cédric Depraetere

Bear’s Den wilde het publiek meteen mee op sleeptouw nemen en daarom werd er direct met een hit van wal gestoken. Toch was opener “Dew on the Vine” minder glansrijk dan we gehoopt hadden. Die constante zette zich eigenlijk verder doorheen hun show: het is voor zo’n band moeilijk om zijn fans voortdurend in hun wereld vast te houden. Wat dan ook opviel, is dat ze toch niet zoveel meezingers in hun oeuvre meedragen als we hadden vermoed en gehoopt. Op zich verrasten minder bekende nummers ons soms wel, maar al snel werd hun trukendoos bovengehaald. Daar haalden ze dan toch nog bijzonder veel origineels uit, maar je kon er niet omheen dat deze beren al veel in dezelfde vijver hadden gevist.

Die trukendoos omvatte de bekende aansporing om mee te klappen, waar ze gretig van gebruik maakten. Zo trad “Think of England” al iets meer uit de vergetelheid. Vlak daarna kozen ze om even af te stappen van de traditionele micro’s en klonk “Don’t Let the Sun Steal You Away” recht uit de huiskamer gegrepen, waardoor iedereen spontaan begon mee te zingen. Voor nog sfeermomentjes konden we ons ook naar de bisnummers begeven: “Blankets of Sorrow” en “Above the Clouds of Pompeii” waren door de verlichting weer intiem gemaakt, maar dat was buiten Bear’s Den en het publiek gerekend. Beide partijen gaven nog voor een laatste keer het beste van zichzelf: denk handgeklap en zangstondes uit volle borst. Ook “Agape” en “Laurel Wreath” baadden in dezelfde sfeer en bereikten hetzelfde hoge niveau. Heel wat ingetogener was “Crow”, ‘a good sad song’ aldus frontman Andrew Davie. Wat daarna volgde was een harmonie van licht, geluid en onze emotionele zelf die even van zich liet horen!

© CPU – Cédric Depraetere

Dat praten niet de sterkste kant is van het collectief werd ook min of meer toegegeven. Zingen daarentegen is wel meer aan Davie besteed: met alle gemak haalde zijn stem de noten, alleen bleef die nagenoeg altijd hetzelfde. Dat geldt trouwens voor Bear’s Den in zijn geheel; ze kleuren graag binnen hun vertrouwde lijnen, wat hun muziek soms eenzijdig en braaf maakt. Op gegeven momenten was dat echt wel te merken: bij “Fortress” lieten we het toch even afweten en ook “Broken Parable” was niet bepaald een hoogvlieger. We hadden deze noten en patronen precies al eens gehoord en de climax veroorzaakte niet zijn gewenste effect. We zijn ergens wel opgelucht dat we nog geen nieuw materiaal voor de kiezen kregen; Bear’s Den is absoluut goed in wat ze doen, maar uit zoveel talent kunnen nog meer en vooral nog talloze andere aspecten gehaald worden. 

En het publiek? Ondanks het soms leek alsof de Britten de connectie met de menigte kwijt raakten, volgden vaak toch oorverdovende applaussalvo’s: onverwacht bij een ogenschijnlijk onzichtbaar nummer als “Don’t Let the Sun Steal You Away”, meer dan verdiend naar het einde toe waar hun troefkaarten op tafel werden gegooid en ze hun duivels nog eens ontbonden. Dat ze over een serieuze Belgische fanbase beschikken die blijkbaar massaal naar Vorst was afgezakt, lijdt echter geen twijfel!

© CPU – Cédric Depraetere

Bear’s Den heeft in ieder geval bewezen dat ze Vorst Nationaal waard zijn: niet alleen om alle fans te kunnen herbergen, maar ook simpelweg omdat ze live ook puur en quasi foutloos zijn. Toch mogen ze niet op hun lauweren rusten, want het gevaar van vallen in eentonigheid loert om de hoek. Als ze volgende keer meer durf tonen en voor nog iets meer ambiance zorgen, kunnen we alleen nog maar onze duimen en vingers aflikken bij het zien van zo’n topband.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er veel meer!

Setlist:

Dew on the Vine
Broken Parable
Writing on the Wall
Think of England
Don’t Let the Sun Steal You Away
The Star of Bethnal Green
Only Son of the Falling Snow
Crow
Isaac
The Love We Stole
Red Earth and the Pouring Rain
Fuel on the Fire
Elysium
Evangeline
Fortress
Auld Wives
Laurel Wreath

Blankets of Sorrow
Above the Clouds of Pompeii
Agape

27 februari 2020

About Author

Simon Proost


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief