Albums, Recensies

Lee Ranaldo & Raül Refree – Names of North End Women (★★★★): Ook geweldig zonder gitaargeweld

Wie Lee Ranaldo zegt, zegt Sonic Youth en wie Sonic Youth zegt, zegt gitaarnoise. Die link zet je maar beter uit je gedachten alvorens je begint te luisteren naar Names of North End Women. Het nieuwe album van de inmiddels vierenzestigjarige Amerikaanse muzikant-kunstenaar. Veel gitaren komen er niet aan te pas. Dat ligt grotendeels aan de invloed van de Spaanse muzikant-producer Raül Refree waarmee Ranaldo samenwerkte, nochtans ook een gitarist. Zonder hem was het wellicht nooit tot dit resultaat gekomen.

Die samenwerking typeert Ranaldo. Net zoals zijn Sonic Youth-trawanten Thurston Moore en Kim Gordon, zocht hij doorheen zijn carrière inspiratie bij en coöperatie met de meest uiteenlopende muzikanten, componisten en kunstenaars. Volgens de gekende Sonic Youth-geschiedschrijving begon dat bij het avantgardistische gitaarensemble van Glenn Branca, en ging het vervolgens allerhande richtingen uit. Zo werkte Lee Ranaldo samen met onder andere regisseur Jim Jarmusch, jazzdrummer William Hooker, schrijver Jonathan Lethem en experimentele filmmaakster Leah Singer. Laatstgenoemde is tevens zijn echtgenote met wie hij onder de naam Drift audiovisuele installaties in mekaar bokst.

Ranaldo staat dus voor zoveel meer dan alleen de machtige gitaarnoise waar we zo dol op zijn. Zijn creatieve tentakels reiken verder dan de hals van zijn alternatief gestemde Jazzmastergitaar. Met die tentakels omarmde hij ook Raül Refree, die hij op tournée met Lee Ranaldo & The Dust leerde kennen. Hoewel het werk van de Spanjaard (onder andere voor de flamencozangeres Rosalía) mijlenver lijkt af te staan van Ranaldo’s audiovisuele wereld, was er toch een creatieve klik tussen de twee artiesten. Getuige hun eerste samenwerking op het mooie Electric Trim uit 2017. Waar Refree op dat album nog in een producersrol bleef, sloeg hij deze keer mee aan het componeren.

Het kostte hem weinig moeite om Ranaldo ervan te overtuigen drums, bas en gitaren in te ruilen voor een compleet andere instrumentatie bestaande uit vibrafoons, getweakte cassettespelers en analoog klinkende samples. Dat levert een heel verrassend album op dat enkele luisterbeurten vraagt om erin te geraken. Opener “Alice, Etc” geeft al meteen het signaal dat we de dissonante gitaarverwachtingen best laten varen, en geduldig onze adem moeten inhouden om ons te laten onderdompelen in een bedwelmende oceaan vol kleurrijke muzikale schepsels.

“Words Out Of The Haze” komt aangezwommen als een sacrale ode aan electropioniers Suicide, maar dan zonder identificeerbare synthesizers. Het pulserende ritme lijkt eerder van een organische bron te komen, al is dat misschien gehoorbedrog. Halfweg het nummer komt een zeldzaam akoestisch gitaartje onverwacht een dromerig net weven rondom Ranaldo’s Alan Vega-achtige mantra ‘When the night is open / When the sky is lightning / When the night is closing /  We are coming around the lightning’. Een pareltje.

In “New Brain Trajectory” komen Ranaldo en Refree voor het eerst in de buurt van iets wat aanvankelijk lijkt op een song in de traditionele zin van het woord, met een refreintje dat net zo goed van Eels had kunnen zijn. Maar de oorwurm weigert zich te laten kneden tot een liedje, want wat aanvoelde als een refrein, kronkelt een compleet andere kant op om nadien niet meer weer te keren.

Titelsong “Names of North End Women” is een niet op elektronica, maar op vibrafoon en marimba drijvende Underworld-track. Underworld meets Paul Simon zelfs, want wanneer een Afrikaans klinkend koortje van ‘We are like the snow’ begint te zingen, zetten we zowaar koers richting Graceland. Over de titel: de vrouwen zijn willekeurige straatnamen waarvan Ranaldo zegt dat hij ze tegenkwam op een doelloze wandeling doorheen een buurt in Winnipeg, Manitoba. Hij vroeg zich af waarom al die straten vrouwennamen droegen. Wie zijn ze en waar komen ze vandaan? Het is een terugkerende vraag. In het openingsnummer was het nog Alice en hier duikt Angelina op, verhuld in een mysterieuze waas van identiteitsloosheid.

‘I wanna look like a man / Who has nowhere to go / Nowhere he’s gotta be’, dicht Ranaldo in “Light Years Out”, waarna hij zich alleszins muzikaal nergens heen laat duwen. Toegankelijk is dit in tegendraadse percussie en scheve samples gedrenkt stukje poëzie geenszins. Wel mooi voor wie er wat moeite voor over heeft. Wie de schoonheid wil zien, moet onder de stekelige huid kijken. Weerbarstig doch ontwapenend is overigens hoe je het hele album zou kunnen omschrijven. Soms liefdevol en betoverend ook, zoals in afsluiter “At The Forks”, een met belletjes en tape-echo’s versierd slaapliedje waarmee Refree en Ranaldo ons zachtjes instoppen na een toch wel heel aparte luisterervaring.

Dat Ranaldo met zijn solo-albums iets minder succes oogst dan Thurston Moore is niet verwonderlijk. De experimenteerdrang van de twee mag dan even groot zijn, maar bij Ranaldo leidt die wellicht te ver weg van het Sonic Youth-universum om de fans in groten getale mee te krijgen. Dat neemt niet weg dat Ranaldo, ooit gesandwicht tussen het talent en charisma van Moore en Gordon, een minstens even grote creatieve kracht bezit als zijn voormalige collega’s. Dat bewijst hij nog maar eens op dit album.

Wil je Lee Ranaldo en Raül Refree live aan het werk zien, begeef je dan op 5 april naar het concertgebouw in Brugge.

Ontdek meer muziek op onze Spotify.

 

 

21 februari 2020

About Author

Tom Berth


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief