Features, Interviews, Uitgelicht

Interview The Milk Factory: ‘Aandacht voor klank en voor elkaar is onmisbaar’

The Milk Factory is een Gentse band die je best zo snel mogelijk op je radar gooit. Wat dit zestal brengt, is namelijk uiterst puur en puur genieten. Op 10 januari komt hun debuutalbum Aula uit, boordevol beeldende nummers die voornamelijk binnen het genre van jazz te kaderen zijn. Vlak na de feestdagen stonden Edmund Lauret en Thijs Troch al paraat om het met ons eens te hebben over hun aanpak en het uiteindelijke resultaat dat binnenkort gereleaset wordt.

Volgende week is het tijd voor de release van Aula. Zijn jullie er klaar voor?

In koor: Helemaal klaar voor!

Ik heb de indruk dat het snel gaat voor The Milk Factory. In 2018 kwam jullie debuut-ep uit en zonder al te veel singlereleases tussendoor is jullie eerste langspeler daar, net in de aftrap van 2020.

Edmund: Aangezien we al even bezig zijn als band, hebben we wel degelijk onze tijd genomen. We hebben redelijk lang gewacht om een eerste ep op te nemen en de muziek te laten rijpen, om pas de studio in te gaan wanneer we er echt klaar voor waren. Snel daarna zijn we opnieuw de studio ingedoken voor een fullalbum. Dus het laatste jaar of twee zijn we een beetje sneller beginnen gaan.

Jullie zijn met dit project begonnen als duo.

Edmund: We hebben één concert gedaan als duo. We vonden het heel fijn en hebben daarna beslist om de bezetting uit te breiden met andere muzikanten.

Jullie spelen ook allebei in andere projecten (Thijs in Hypochristmutreefuzz en Edmund in Nordmann) met een heel andere insteek. Vanwaar kwam de beslissing om iets volledig anders te doen?

Thijs: Op dat duoconcert hadden we een aantal rustigere, mooiere nummers gespeeld en we vonden dat die het beste werkten. We bedachten dat we een project zouden moeten maken waarin we gewoon kalm blijven. (lacht) Rustige muziek spelen, maar dan wel met een grote bezetting. Die tegenstelling vind ik heel tof: we zijn misschien wel groots in volume qua aantal, maar klein in volume qua decibels.

Hoe is die uitbreiding van duo tot zestal er gekomen?

Thijs: De vier anderen zijn voornamelijk bevriende muzikanten. We hadden een paar mensen in gedachten en die zeiden allemaal ja, dus dat was gemakkelijk. We vonden wel dat we een bassist en een drummer nodig hadden, maar uiteindelijk zijn het ook gewoon muzikale persoonlijkheden die je erbij wil. We hadden alleszins niet het idee om een band te maken met saxofoon, dwarsfluit, piano, gitaar, contrabas en drum.

Edmund: Dat is uiteindelijk de bezetting geworden. Dwarsfluit en saxofoon als blazerssectie is eigenlijk niet zo typisch en gaandeweg is dat mee de groepsklank gaan bepalen. Dat was niet per se een bewuste beslissing, maar is gewoon zo gebeurd.

Waar komt de naam The Milk Factory vandaan?

Thijs: Er zit niets achter. We hebben die naam bedacht met een maat op café en vonden dat goed klinken.

Edmund: Het bekt goed en is gemakkelijk te onthouden.

Sorry, maar dat is eigenlijk niet zo’n goed verhaal.

Edmund: Een vree saai verhaal. (lacht)

Thijs: We konden dan eens een bandnaam verzinnen, dus dan was het tijd om los te gaan, hé. Het moest sowieso iets worden met ‘the’: The Beatles, The Rolling Stones… En melk is eerder braafjes. Er is dus toch over nagedacht. (lacht)

Vanwaar halen jullie de songtitels?

Edmund: Eerlijk gezegd komen de definitieve songtitels pas als we in de studio gaan of als de nummers al opgenomen zijn. In gezongen muziek is het veel gemakkelijker om een songtitel te vinden.

Thijs: Het is instrumentale muziek, dus het is moeilijk, want je wil er wel steeds een bepaalde sfeer mee weergeven. Ik bedenk vaak gewoon een woord dat ik leuk vind dat de sfeer een beetje aanduidt.

Dus je vertrekt nooit van een concept of een titel om dan daarrond te breien?

Edmund: Nee, dat zeker niet.

Thijs: Degene die het nummer gecomponeerd heeft, verzint er een titel bij.

Wie doet het componeren bij The Milk Factory?

Thijs: Meestal Edmund.

Edmund: Maar er is ook veel van Thijs en Kobe.

Thijs: Degene die zin heeft, schrijft. Daar komt het op neer.

Levert die persoon dan afgewerkte songs af of eerder een basis?

Edmund: Het gaat eerder om een basisidee: een melodie, akkoorden, een structuur. Maar het arrangement, hoe we het spelen als band, dat doen we samen. We proberen dingen uit in een repetitie en op die manier ontstaat er een arrangement.

Wanneer jullie vervolgens de studio ingaan, zijn jullie songs dan al volledig afgewerkt of wordt er nog gezocht en geïmproviseerd?

Thijs: Dat is moeilijk om te beantwoorden… Je improviseert binnen de rol die je opneemt in het nummer. Als mijn rol binnen een bepaald nummer bijvoorbeeld is om kleur te maken en dus meer te ondersteunen in plaats van te dragen, dan zal ik niet elke keer hetzelfde spelen, maar wel telkens diezelfde rol verzorgen. Vooral dat ligt vast. De structuren bepalen we dan weer wel al repeterend.

Edmund: De structuur ligt inderdaad vast, zowel live als in de studio. Sommige dingen kunnen iets langer duren of iets korter zijn…

Thijs: Er is wel improvisatie, maar dan binnen een strikt kader.

Wat zijn volgens jullie de aspecten die onmisbaar zijn in het brengen van dit genre vol subtiele elementen?

Thijs: Concentratie is heel belangrijk. ‘Erin zitten’ is eigenlijk het doel en het uitgangspunt tegelijk. Er moet een soort sfeer op het podium hangen, zodat je geconnecteerd bent met elkaar en niet afgeleid bent. Ook stilte is daar een bepalende factor bij. Wanneer mensen aan het praten zijn, is het heel moeilijk om die concentratie te vinden en gaat er bovendien veel verloren van wat de bedoeling is. Dit is geen muziek die je in het midden kan aanzetten en er in een vingerknip in mee zijn; je moet het verhaal echt meekrijgen. Daarom dat het misschien veeleisend is voor het publiek, maar ik denk dat ze dat wel aankunnen. (lacht)

Daarnaast is het ook essentieel om gewoonweg te luisteren naar elkaar en jezelf op dat moment aan te passen aan wat er gebeurt, zodat je in balans speelt. Ook dat is improvisatie. Mensen associëren improvisatie vaak met solo’s en jazzmuziek uit het verleden, maar uiteindelijk is het meer een manier van denken en werken. We gaan ook uit van een akoestische groepsklank en niet van wat er uit je monitor komt. Je moet de klank maken in de ruimte waarin je speelt.

Waarom is dat laatste zo belangrijk voor jullie?

Thijs: Als je nu in dit café muziek zou maken, is dat een groot verschil tegenover op een drum meppen in Vorst Nationaal. Wij gaan er vanuit dat we relatief dicht bij elkaar staan en dat iedereen elkaar akoestisch kan horen. In een ideaal scenario zou dat versterkt worden wanneer je in een grotere zaal staat. Samengevat: aandacht voor klank en voor elkaar is onmisbaar in wat The Milk Factory brengt.

Wanneer zijn jullie zelf tevreden van een nummer? Opnieuw: omdat de muziek boordevol subtiliteiten zit, kan er misschien wel eindeloos aan gesleuteld worden…

Thijs: Misschien wanneer iedereen zich comfortabel voelt bij het spelen van een nummer? Al is dat misschien een beetje egoïstisch…

Edmund: Enige afstand kunnen nemen van het stuk is belangrijk. Je kan nummers repeteren of live spelen en er een gevoel bij hebben, maar eigenlijk weet je niet hoe ze overkomen. Voor we naar de studio gingen, hebben we als voorbereiding ook wat preproductie gedaan en alles al eens deftig opgenomen. Zo konden we op ons gemak luisteren en de nummers in de mate van het mogelijke vanop een afstand bekijken.

Thijs: En er ook wat tijd laten overgaan; dat plaatst dingen in perspectief. Vaak kan je tijdens het repeteren een wow-gevoel bij iets hebben, maar wanneer je het dan opnieuw luistert, blijkt het maar niets. Of omgekeerd!

Wat gebeurt er met de nummers die de plaat niet haalden?

Edmund: Het gaat om heel veel nummers! Je weet nooit, misschien keert er wel nog eens iets terug, maar het is ook plezant om nieuwe dingen te doen. Dat houdt je fris.

Thijs: Toen we de ep gingen opnemen, waren er al gigantisch veel nummers. We hebben er toen vijf uitgekozen die het beste bij elkaar pasten. Nu staat er een nummer op Aula dat al zeker vier of jaar oud is: “Roundish”. Dat is een van de eerste nummers die we speelden; we hebben dat zelfs op dat duoconcert gebracht. Los daarvan zijn de nummers allemaal van het laatste jaar. Dat er niet té veel tijd over gaat, is leuk. Er zit vaak een jaar tussen het repeteren, opnemen en releasen, waardoor je het soms al beu bent wanneer je aan de releaseconcerten begint.

Waren jullie erbij tijdens het mixen?

Edmund: We hebben opgenomen bij Koen Gisen, die ook gemixt heeft. We zijn er met momenten bij geweest om een beetje te luisteren en mee te denken, maar uiteindelijk moet je hem vooral zijn werk laten doen. Natuurlijk kennen wij de composities wel beter en weten we wat de bedoeling is van sommige nummers. Soms is het dus wel belangrijk om kleine dingen mee te geven, maar uiteindelijk begrijpt hij de muziek wel.

Thijs: Koen is ook heel subtiel in zijn mixen. Het is niet zo dat hij gigantische veranderingen aanbrengt. Het is ook allemaal tezamen opgenomen, dus op zich moet het op dat moment zelf al goed klinken. Je kan er niet super veel meer aan doen tijdens het mixen.

Kunnen jullie iets meer vertellen over het artwork?

Edmund: Dat zijn twee foto’s van Aaron Lapeirre. Die heeft hij niet speciaal gemaakt voor ons, maar wij hebben die gekozen uit een reeks van hem. We vinden zijn werk mooi en passend bij de muziek.

Thijs: De beelden vragen niet te veel aandacht, maar toch ook weer wel. Als je inzoomt, kan je je er verschillende zaken bij inbeelden.

Edmund: Het artwork ligt ook in dezelfde lijn als dat van de ep. Toen had de moeder van Thijs een beeld gemaakt. Dat had ook een wit kader en we wilden iets gelijkaardigs. We hebben trouwens ook een witte vinyl, wat we heel grappig en cool vonden van onszelf.

Waarom is “Aula” de titeltrack geworden?

Edmund: Ja, we hadden een titel nodig voor de plaat. (lacht)

Thijs: Ik vind dat een schoon woord, dat open genoeg is om je van alles bij voor te stellen. Het zegt op zich weinig, maar tegelijk heel veel – net zoals het artwork. Ook is “Aula” een atypisch nummer, met enkel bas, drum en piano.

Edmund: “Aula” is inderdaad een kleine uitschieter. Dat kom je vaak tegen als titeltrack, ook op popplaten. Het is niet per se de grootste hit, maar wel iets dat goed klinkt en aansluit bij de plaat als geheel.

Waaruit bestaat de algemene lijn van Aula precies?

Edmund: We hebben gezocht naar iets coherents. Stilistisch ligt alles in dezelfde lijn, met dus een paar opvallendere nummers. We wilden voor voldoende variatie zorgen, zeker met instrumentale muziek… We wilden niet dat het saai zou worden. Allez, sommige mensen zullen het saai vinden, maar ik vind dat alleszins niet. Die variatie vind je bijvoorbeeld in “Aula” met een trio van bas, drum en piano en er is ook een exemplaar met een duo van gitaren. Via onze instrumentatie houden we het fris en we zagen er ook steeds op toe dat alle nummers aansluiting bij elkaar kunnen vinden.

Thijs: We spelen natuurlijk al lang genoeg samen om in functie van de band te schrijven. De composities liggen dus sowieso al redelijk dicht bij elkaar. Intussen is er een groepsklank met een lijn, die bestaat uit zachte en schone muziek – zonder daarbij te veel aan genres te denken.

Waaruit kunnen jullie inspiratie halen?

Edmund: Je wordt sowieso beïnvloed door de muziek waarnaar je luistert. Als ik muziek componeer, probeer ik daar zeker niet aan te denken. Maar het zit er in, hoe dan ook…

Thijs: Ik schrijf op akoestische gitaar voor The Milk Factory. Dan zit ik in de zetel met mijn akoestische gitaar te prullen tot ik iets vind. Als het de volgende dag is blijven hangen en ik vind het nog altijd goed, dan ga ik er een vervolg op maken. Het is dus niet dat ik het direct opschrijf. Ik schrijf op zich niet zoveel, omdat ik heel veel weggooi. Het moet eerst even rijpen – in de zetel. (lacht)

Edmund: Dat vind ik wel een goeie!

Hoe zien de komende maanden eruit voor jullie?

Edmund: We gaan heel wat concerten doen en daar hebben we super veel zin in.

Thijs: Ik ben trouwens ook enorm benieuwd naar de reacties op de plaat! We zijn nu duidelijk al even bezig geweest met Aula en de release mag er echt wel gaan komen.

Is er nog repetitiewerk?

Edmund: We hebben nog één repetitie gepland.

Thijs: Euh, wanneer?

Edmund: (lacht) De feestdagen zijn net achter de rug en we hebben elkaar even niet gezien, maar we kennen de muziek wel. Het is gewoon om elkaar nog eens te zien, dat kan geen kwaad. En dan beginnen aan de concerten!

Thijs: Dolle pret.

 

Aula verschijnt op 10 januari.

Je kan The Milk Factory live aan het werk zien op 14 januari in Flagey in Brussel op het Brussels Jazz Festival. Op 25 januari vind je hen in De Schakel in Waregem en op 1 februari in Arscene in Hansbeke. De Handelsbeurs in Gent passeren ze op 5 februari en Vrijstaat O in Oostende wordt aangedaan op 9 februari. Tot slot speelt The Milk Factory in de Lokerse Jazzklub op 9 mei.

Artwork Aula:

Aaron Lapeirre

8 januari 2020

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief