Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Wallace Vanborn: ‘We vervallen steeds vaker in zwart-witdenken’

Vijf jaar na hun laatste plaat kwam het Gentse Wallace Vanborn afgelopen herfst met een succesvolle opvolger aandraven. A Scalp for the Tribe zagen we de jongste dagen opduiken in allerhande eindejaars- en best of 2019-lijstjes. Eind november stelde de stonerrockband rond Ian Clement, Dries Hoof en Sylvester Vanborm hun nieuwste telg in een uitverkochte AB voor. Vergeten is muziekminnend België hen dus allerminst. Stilstaan bij het afgelegde parcours, de overwonnen demonen uit het verleden en de kwalen van deze tijd: een betere setting dan een frisse maandagochtend om 11.00 uur in koffiebar Het Moment kan een mens zich niet wensen. Dries en Ian bestellen thee (Sylvester laat even op zich wachten) want het bleek een zwaar weekend geweest te zijn. Dries: ‘Heb je vree toevallig macha thee? Zoiets, maar geen koffie best want ik heb al te veel gedronken’ (lacht). Pletwallace is grappiger dan je zou denken.

Na vijf jaar radiostilte komt Wallace Vanborn in 2019 op de proppen met een nieuw album. Hoe omschrijven jullie A Scalp for the Tribe?

(Sylvester arriveert en neemt plaats)

Ian: Je kunt de plaat het best omschrijven als een soort van melting pot of (met Engelse tongval) amalgamation, (met Gentse tongval) amalgamatie. Bestaat dat in het Vlaams?

Dries: Amalgaams?

Ian: Een samensmelting van de voorgaande drie albums dus. Ook op vlak van feel. The Orb We Absorb was redelijk dark; de eerste plaat bright en uptempo. Happy is misschien niet het gepaste woord, maar…

Dries: (onderbreekt) Enthousiast.

Ian: Voilà. Een soort jeugdig enthousiasme. Onze tweede plaat, Lions, Liars, Guns & God is een technisch, tight ding. De vierde plaat is een combinatie van die drie voorgaande stijlen.

Sylvester: We genoten ook twee masterclasses van twee mooie mensen. Dikke producers. Chris Goss en David Bottrill: twee uitersten op vlak van productie. Een schoon venster om tussen te zitten. (bestelt zwarte koffie)

Jullie keerden terug naar de roots. Free Blank Shots (2010) werd opgenomen in een tuinhuisje. Nu namen jullie de productie opnieuw zelf in handen met alle bagage die jullie de laatste jaren verzamelden.

Sylvester: Er staan deze keer geen ganzen op. De vorige keer zaten er ganzen in de achtertuin die ook op de plaat beland zijn. Nu staan er misschien wel BB guns op.

Ian: Al is de studio waar we opnamen (de Number Nine Studios in Gentbrugge, nvdr) in principe wel een tuinhuis. De DIY-geest van de eerste plaat is aanwezig, maar de studio, het materiaal en de kwaliteit van de techniek bij Scalp zijn echt wel van een ander niveau.

Sylvester: De productie hoeft niet onder te doen voor die van de voorbije twee platen.

Ian: Het is eerder de filosofie die we meegenomen hebben.

Was dat een bewuste keuze?

Sylvester: Dat verliep organisch. Je hebt die vorige plaat gemaakt, dan komen nieuwe nummers en heb je wel eens goesting om alles zelf te proberen. Dan doe je dat gewoon.

Dries: Jarenlang kennis opgedaan en zaken meegemaakt hebben spelen natuurlijk ook een rol. De eerste plaat was heel jeugdig en wat chaotisch. Alles kon. Daarna ontdekten we nieuwe energieën: woede en woestheid slopen in de nummers. We gingen weer op ontdekking en nu komen we eigenlijk gewoon terug. Ik vind de nieuwe plaat een soort rust uitstralen – rust voor ons, hé. Een volwassenheid waardoor we nu alles goed kunnen overzien. Het enthousiasme van de ene plaat, de serieusheid van de andere plaat, gecombineerd met alles: dat is A Scalp for the Tribe. Een soort van ‘Oké, nu kunnen we het zelf ook’. Uit de vorige platen hebben we alles geleerd. Het was inderdaad super organisch dat we zelf de studio inkropen – omdat we gewoon al die kennis hebben. Ook naast het podium: Ian en ik, en Syllie eigenlijk ook, zitten allemaal in de techniek.

Sylvester: (richt zich tot Dries) Jij werkt in de Vooruit als technieker en ik speel in bands. We hebben zo overal wel ons handje in.

Dries: Produceren, engineeren: ver heeft dat allemaal nooit gezeten.

Omdat jullie druk bezig waren met andere projecten, nam Wallace Vanborn een adempauze van enkele jaren. Gaf die de plaat mee vorm?

Ian: Wellicht wel. Uiteindelijk ben ik heel tevreden over de samenstelling van de tien nummers die het gehaald hebben. Die zijn niet allemaal in één brok geschreven. Voor elk nummer dat we al op plaat uitbrachten, hebben we er, bij wijze van spreken, sowieso vier in de frigo zitten. Af en toe doe je die frigo open en is het van ‘Hm, zit hier nog iets in?’. Dan probeer je daarnaar te kijken vanuit het perspectief van de producer, eerder dan vanuit het standpunt van een songwriter: ‘Hm, hier missen we nog wat kwaliteit’. Dat kan over tempo gaan bijvoorbeeld. Om het onnozel en concreet te duiden: ‘We hebben hier drie logge, zware tracks. Het zou goed zijn als we daar nog een frisse, snelle tussen hebben’. Vervolgens kijk je eens in je schuiven en denk je ‘Ja, dat is hier wel nog een interessante,’ en daarmee kun je aan de slag. Het laatste to do-thing op de lijst zijn voor mij altijd de lyrics. Je zorgt ervoor dat de tien tracks lyrically toch in een geheel samenhangen.

Waar komt de titel vandaan?

(gegniffel)

Ian: (gespeeld) Wat was het eerst? Iets anders? (ernstig) Nee, A Scalp for the Tribe duidt op het idee dat men anno 2019 – 2020 binnenkort – steeds vaker in een zwart-witdenken vervalt. Ik heb het dan niet uitsluitend over het politieke denken hé, maar over het feit dat men in het algemeen wegzakt in een soort hij-zij-denken. Het wijst erop dat men de moeite niet neemt om een debat aan te gaan. Dat men liever zijn tegenstander scalpeert en de scalp meeneemt als trofee, eerder dan op zoek te gaan naar een manier om het denkwerk dat onder de vijand zijn scalp zit, te veranderen. Dáár gaat het over.

De nieuwe nummers bevatten hoorbaar maatschappijkritiek. In “There’s No T in Errorism” schuilt precies een aanval op de media.

Dries: Voel je je persoonlijk aangevallen? (lacht) Het was niet persoonlijk, hoor.

Dat nummer gaat als volgt: ‘We turn the TV on / The media feeds you and me / While your governments pretend / To bonk the middle class in the ass’.

Ian: De media zijn ook onderhevig aan dat zwart-witdenken. Enfin, ik vermoed dat er veel mensen zijn binnen de media die wel snappen dat nuance van belang is. En gelukkig bestaan er nog goede outlets.

Sylvester: Er is dan even geen plaats meer voor nuance.

Ian: Daar gaat het inderdaad over: het sloganeske en de clicks. Men wil views, dus zorgt men voor sensatie. Doorheen de jaren is dat steeds verergerd. Ik heb het gevoel dat het van kwaad naar erger gaat. Niet in zoverre dat ik …

Sylvester: (valt in) …dat je daar iets aan kunt doen.

Ian: Ja. Of op de Trump car van (roept) ‘Fake news! Fake news!’ gaan staan. Daar gaat het niet over. Het blijft moeilijk om vertrouwen te hebben in wat je leest en dat is – vind ik – een gevaarlijke staat van zijn.

Sylvester: Daar gaat “There’s No T in Errorism” over.

Ian, in oktober bracht je een single uit voor de TeGek!?-campagne die het taboe rond geestelijke gezondheidsproblemen wil doorbreken. Vormden jouw psychoses inspiratie voor het nieuwe album?

Ian: Sowieso. (richt zich tot Dries en Sylvester) De eerste episode die ik meemaakte, was ook samen met jullie, tijdens de opnames van The Orb We Absorb. Veel van de nummers op dat album gaan tekstueel over het noodlot dat toeslaat, het einde van de wereld. Die plaat is met doemdenken doorspekt

Sylvester: Het full circle gegeven zit er ook wat in.

Ian: Die thematiek probeerde ik daarna bewust achterwege te laten. Ik wilde hoopvol schrijven. Op sommige nummers van A Scalp for the Tribe vertel ik vanuit het perspectief van de psychoot in mezelf – wat het is hij dacht meegemaakt te hebben met zijn broeders, zeg maar, aan de zijlijn. “Even a Broken Guru is Right at least Two Times” verwoordt eigenlijk mijn struggle, mijn haat-liefdeverhouding met Chris Goss. Hij was degene die me triggerde op dat vlak.

Best heftig dus.

Ian: Heftiger op het moment dat je het meemaakt dan nu aan de overkant – als je erover kunt vertellen. Dan valt het eigenlijk wel mee.

Sylvester: Het is belangrijk dat je daarover kunt vertellen. We hebben dat samen meegemaakt en dan kan je het daar ook over hebben; het geeft alleen maar meer diepgang. Dat is uiteindelijk waar muziek voor veel mensen om draait, ook voor ons.

Dries: Die periode was voor ons allemaal een orkaan. Nu is die gaan liggen en hebben we weer elk ons eigen perspectief over die dingen.

Sylvester: Nu komt die er uit per nummer.

Ian: Het is net alsof je met een lasso die orkaan vangt, opsluit en vervolgens is het van ‘wacht, wacht!’ en hup, los en vast.

Sylvester: En als hij er niet op tijd uit komt, ben je ambetant tegen je lief.

Ian: Dat was Sylvester. Ik ben nooit – (luid) nooit! – ambetant tegen mijn lief. (gelach)

Over wat gaat het nummer “Mastering Ascension”?

Ian: “Mastering Ascension” heeft het over het eindeloze leven van de ziel. Iedereen interpreteert dat natuurlijk op zijn eigen manier. De zin ‘If you think riches make a rich man / wear your body like a suit’ wijst erop dat alles wat tastbaar is, alsook het lijf, in het teken staat van de ziel en de expressie die je vanuit het ongeziene wil uiten. Ook al is het natuurlijk belangrijk dat je je lijf onderhoudt en zorg draagt voor jezelf, het lichaam staat in het teken van die expressie en niet van de behoefte aan tastbare rijkdom. De vergankelijkheid van het lijf en de onsterfelijkheid van de ziel, zeg maar.

Dansende Beren stelde een lijst samen met de 50 beste Belgische albums van het voorbije decennium…

Sylvester: (valt in) … ja, we stonden op 47!

Ian: Oh wow!

Lions, Liars, Guns & God prijkt inderdaad op plaats 47. Mag ik jullie om een reactie vragen?

Dries: (gespeeld teleurgesteld) 47?! Serieus? (lacht)

Sylvester: Ik was aan het scrollen en dacht ‘Ah right, op nummer vier. Ah ja, nee toch niet, het is omgekeerd’. (lachen)

Dries: Ik vind het wijs dat we in dat lijstje staan. Ik herinner me nog dat ik het tof vond dat een platform als Dansende Beren opkwam enkele jaren geleden. En ik ben blij dat ze ons nog altijd ‘kiezen’.

Sylvester: Vijftig is niet veel. Het is van een decennium.

Dries: Hartverwarmend is het. (lacht) Als een kerstpakje, vers onder de boom.

Sylvester: ’s Ochtends in je pyjama.

Afgelopen weekend namen jullie een nieuwe videoclip op?

Sylvester: Goh, ik heb zitten sukkelen met die video. Sorry dat ik laat was. Hij is bijna af.

Ian: Het wordt een meta ding.

Sylvester: Meta lyric video.

Ian: We hebben een lyric video en een video waarop wij kijken naar een lyric video.

Sylvester: Terwijl je die lyric video ook live afspeelt.

Dries: We zijn te veel aan het opgaan in onze DIY. Alles zelf opnemen, de cover zelf maken, de eerste videoclip zelf inblikken. Met de tweede single was het ook zo: ‘We hebben nog een videoclip nodig. Ah ja, ik ga iets maken: zoiets karaoke, lyric videoachtig’. Ik werk in de Vooruit. We huurden de zaal af en zaten daar met dat groot scherm. Gisteren toegekomen, alles zelf geïnstalleerd. Syllie met de camera, Ian met zijn laptop…

Sylvester: Action!

Dries: Het beeld is even droog zoals het in werkelijkheid was.

In de clip van “From A to Yellow” was het jullie manager die het gele mannetje speelde?

Dries: Alles, alles zelf.

Ian: Het gezicht op de cover is van onze andere manager. Ze vormen een duo en managen ons met twee, maar we vonden het leuk dat als de ene zich in de videoclip liet gaan, de andere op de albumhoes kon staan.

Dries: Het is meer familie dan band, hé. (lacht)

In het nummer “Devil in A Brother” lijkt ‘Post that Facebook post that Facebook post’ een aversie voor sociale media te bevatten?

Ian: Dat is geen aanval op Facebook, maar een aanval op mensen die te veel achter hun computer zitten. Het gaat ook in tegen het concept – ik weet niet of weekend warrior het goed omschrijft.

Sylvester: Zelfgerechtvaardigde goeddoener die eigenlijk ook maar gewoon mee post.

Ian: Dat is het idee dat je de wereld gaat verbeteren van achter je computerscherm door met je Facebookposts gewoon te ragen against the system. Is nogal dubbel, enfin. Zo’n dingen kunnen helpen om een bepaalde problematiek onder de aandacht van je dichte kring te brengen, maar meestal bestaat die toch uit gelijkgezinden en dan zit je gewoon in je eigen echokamer de revolutionair te spelen.

Dries: Wat was het indertijd, de zetelridder? Strijdend en megakwaad, maar dan kijk je naar die persoon en merk je dat die de hele dag eigenlijk gewoon niks zit te doen.

Jullie houden dus een pleidooi om…

Ian: Uit je fucking zetel te komen.

En naar jullie concert te komen.

Dries: Bijvoorbeeld.

Sylvester: Of concertén! Elk concert is anders.

Wallace Vanborn is gebaseerd in Gent. Voelt het specialer om hier te spelen?

Dries: Sowieso, door de vrienden die hier komen kijken. Maar Belgisch publiek vind ik nog altijd vree raar. Je thuispubliek tegenover een gewoon publiek in het buitenland… Britten staan soms te dansen en te springen.

Sylvester: Een thuispubliek kan dat wel doen, maar niet het Belgische – al is het altijd leuk om thuis te spelen.

Dries: Duitsers zijn bijvoorbeeld een uitbundig publiek. Die dansen keigraag. Veel leuker om te zien. Duitsers gaan naar een optreden om uit te gaan en willen daar precies alles uit halen. Mega wijs. Zo van ‘Ja, we hebben hier nu voor betaald, dit is onze uitgaansavond’ en ze beginnen te dansen en te doen. Daarna legt onze dj nog vijf nummers op en dansen ze nóg harder. Super leuk!

Sylvester: (droog) Zelfs op een dinsdagavond.

Dries: Hier heerst een zekere cool tijdens een optreden.

Ian: Gentenaars zijn gereserveerder. En dat is ook oké.

Sylvester: Maar het zijn allemaal muzikanten, hé. Ze staan daar allemaal te denken ‘Hm, ik zou dat zo doen’.

Dries: ‘Hm, welk bandje hebben jullie? Ah, een normaal.’ (lachen)

Met een zoveelste kwinkslag van de hartelijkste theeboys uit Gent sluiten we dit interview én het oude jaar af. Mocht je nog op zoek zijn naar een laat ik-kom-uit-mijn-zetel-nieuwjaarscadeau: tickets om Wallace Vanborn live aan het werk te zien zijn beschikbaar voor 7 maart in Turnhout (de Warande Kuub), 27 maart in Gent (Kunstencentrum Vooruit), 2 april in Opwijk (Nosta) en 9 april in Leuven (Het Depot). 

2 januari 2020

About Author

Aline Thomas


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief