Albums, Recensies

Elbow – Giants Of All Sizes (★★★★): Heerlijk luisteralbum op de groei

Deze nieuwe Elbow plaat, hun achtste inmiddels, moet allerminst voor zijn zeven andere voorgangers onderdoen, maar reveleert een wat nieuwere, meer grillige richting voor de groep. Met Giants Of All Sizes onderneemt de groep uit Manchester een verdomd geslaagde poging om het stilaan gekende Elbowgeluid eindelijk een wat andere richting uit te duwen. Een tikkeltje anders, maar nooit in die mate dat de Manchester lads het eigen groepsgeluid onderuit halen.

Neem de fraaie opener “Dexter And Sinister” (met guest vocals van Jesca Hoop, al kom je dat natuurlijk niet te weten via een digitale download) er maar even bij, en wie goed luistert, hoort er ongetwijfeld een erg slim doorslagje in van “The Birds” (niet toevallig ook zo’n goed zeven minuten lang durende sleper van een song). Garvey orakelt op een bedje van optimistische, maar brutalere en kriskras op elkaar stotende gitaarriffs dat hij de here Jezus niet meer (her)kent. Tezelfdertijd wordt er goed toegewerkt naar een kamerbreed geluid vol prikkelende details en nuances (onder andere bluesy gitaarslides) die ook na verschillende luisterbeurten glorieus blijven nazinderen. En wat kan Garvey nog altijd vocaal uithalen. Wat een klok van een stem blijft die hebben.

Het markeert goed dat Elbow dezer dagen erg goed in zijn vel zit. Ondanks alles, want wie zich de moeite getroost om de soms cryptische teksten te doorploegen, stelt ongetwijfeld vast dat de groep hier sterk inzet op de creatie van schoonheid als contrast voor een steeds donkerdere, lelijkere en misselijk makende wereld. Het politieke getouwtrek rond Brexit, de ten top gedreven polarisatie, het verlies van familie en vrienden en het gevoel om te leven in een volstrekt losgeslagen tijdsgewricht vormen daarbij maar enkele van de aangesneden thema’s. En dat dus via een wat experimentelere, grilligere sound, waarbij in een korte tijdsspanne het allerbeste uit de muziekgeschiedenis, met getrouwe echo’s van onder andere The Beatles en Bowie, voorbijkomt.

Het album heeft duidelijk zijn meer poppy momenten, zoals onder meer blijkt uit het vileine “Seven Veils”. Een song die zachtjes voorbijglijdt, maar toch voldoende spankracht bevat om meerdere luisterbeurten te overleven. Tezelfdertijd merk je ook de inbreng van producer/muzikant Craig Potter die keyboardgewijs zijn stempel wat doordrukt. Dat gebeurt ook elders, zoals bij “Empires”, een song die onder meer in de percussie heil zoekt bij experiment. Bovendien weet de groep hier het manische enigszins met berusting te verzoenen ( ‘Empires crumble / fall all the time’), en dat is allesbehalve een gemakkelijke opdracht. Het is een duidelijk hoorbare uitdrukking van onmacht, van volstrekte wanhoop ook. Want ook hier valt er weer een dode (“How can a typical Tuesday be a Day Of The Dead?’).

Wat later is er het meer in folk gedrenkte “The Delayed 3:15”, waarin Garvey een treinrit beschrijft, iemand die zelfmoord pleegde door zich voor een trein te gooien, maar die in de snelheid der dingen naamloos bleef: ‘I tried to find your name / You didn’t make the news / You’re just the man whose blues / Stopped his heart beneath our shoes’. Een waarlijk pakkend moment, zoals er nog wel meer op dit album terug te vinden zijn. Onder andere op “My Trouble”, waarvoor ze de minimalistische blauwdruk en de manke speelgoedinstrumenten hoorbaar bij de vrienden van Radiohead zijn gaan lenen.

Tekenend voor de nieuwe(re) koers is onder meer het kwade, dwingende en uiterst urgent eruit sputterende “White Noise, White Heat” (met onder andere die lastig aanvoelende frase ‘I just want to get high’) waarin Garvey en co de zorgen omtrent sociale ongelijkheid op prikkelende, bijtende muziek weten te zetten. Een wat koortsiger, bij uitstek door woede en energie aangedreven moment dat naadloos overgaat in een speels, door handclaps en met sierlijke strijkers versierd “Doldrums”. Evenzeer geldt het ongetwijfeld op jeugdherinneringen gestoelde “On Deronda Road”, halfweg tussen folk, elektronica en ambient, als een hoogtepunt dat de nieuwe, experimentelere koersrichting en geluid goed demonstreert.

En dan belanden we bij de finale. En wat voor een! “Weightless” is misschien wel een van de allerbeste songs in de héle Elbow catalogus. Een drum die lekker binnenknalt, een bas die stevig vaart maakt en Elbow als groep in ongezien sterke vorm. Garvey & co die alles en iedereen naar huis spelen met een song die – voorzien van een wonderlijk goed geplaatste gitaarsolo – de subtielste dromerigheid en pure, naakte emotie perfect in balans weet te krijgen. Het type song waarvan je nu al wéét dat die in concertzalen en festivals voor een royale dosis kippenvel zorgt. Zelfs zonder dat je weet dat het hier gaat over de relatie tussen Guys recent ontvallen vader (‘He was weightless in my arms’), zichzelf en zijn zoon (‘You look like me / So we/ We look like him’). De cirkel des levens (en die van de plaat) is rondgemaakt. Een glorieus moment vol magie.

Het grotendeels live in Hamburg opgenomen Giants Of All Sizes (want helden – klein of groot – vind je echt altijd overal) bewijst dat Elbow nog steeds groeiende en zoekende blijft. Ook nu weer biedt de groep tegen de achtergrond van een dolgedraaid, in twee kampen uiteenvallend en verdeeld land en het verlies van familie en vrienden, een luisteralbum op de groei aan dat de nodige tijd van de luisteraar vraagt, maar daar bijzonder veel voor teruggeeft.

20 oktober 2019

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief