Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Johannes Verschaeve (The Van Jets): Stoppen met de borst vooruit

©CPU – Joost Van Hoey

Sinds hun doorbraak in 2004 is The Van Jets een deel geworden van onze rijkelijke Belpop geschiedenis. Hits als “What’s Going On?”, “The Future” en “Two Tides of Ice” maken deel uit van het collectieve geheugen en ook hun live reputatie is er één om ‘u’ tegen te zeggen. Maar we moeten het spreekwoord gelijk geven als die zegt dat er aan alle mooie liedjes een einde komt, want The Van Jets kondigde enige tijd geleden aan dat dit hun laatste jaar zal worden als The Van Jets. Hoog tijd dus voor een gesprek over het verleden, het heden en een toekomst na The Van Jets. Enkele maanden terug konden wij frontman Johannes Verschaeve strikken voor een openhartig gesprek en daaruit bleek dat een einde ook een nieuw begin kan zijn van iets veelbelovends.

Wist je bij je eerste muzikale noten al meteen dat je muzikant wou worden?

Toen ik begon met gitaar spelen luisterde ik vrij veel naar Nirvana. Hun verhaal als band intrigeerde mij wel en vaak had ik van die ‘slaapkamerillusies’, waarin ik mij inbeeldde dat ik even bekend zou worden als zij. Ik beperkte mij tot die onrealistische dromen, want ik moet eerlijk toegeven dat ik eigenlijk nooit echt de ambitie heb gehad om muzikant te worden. Op school was muzikale opvoeding bijvoorbeeld een ver van mijn bed show, terwijl ik mij wel kon uitleven in tekenen en schilderen. Ik was zowat een tekentalent en heb achteraf gezien wel spijt dat ik mij daar niet meer in heb verdiept. Dat is misschien iets waar ik me in de toekomst op wil richten. Het niet blindelings willen najagen zit ook wel in mij als persoon en dat vind ik bijvoorbeeld ook terug bij mijn ouders. Toen ik als tiener gitaar begon te spelen, was het voor mij moeilijk in te beelden dat ik een band zou vormen, optreden en platen zou verkopen en toch is dat hetgeen wat er is gebeurd. Het klinkt misschien naïef, maar alles wat ik heb bereikt is zowat per toeval op mijn pad gekomen. Ik kan het niet anders omschrijven.

De factor toeval blijkt een grote rol te hebben gespeeld in je carrière. Met dat idee in gedachten vragen wij ons af hoe je op die manier toch een succesvolle frontman bent geworden.

Toen ik op mijn veertiende gitaar begon te spelen had ik wel al meteen die motivatie om nummers te maken. Van zodra ik drie akkoorden kon spelen had ik eigenlijk al mijn eerste nummer af. We repeteerden wat voor het plezier bij ons thuis op het tweede verdiep. Dat was toen al met mijn broer en twee anderen. Eigenlijk kon je mij toen meer aanzien als de sidekick van de band, die samen met zijn broer nummers schreef. Mijn broer was de opvallendste van ons twee en hij leek daarom de logische keuze om frontman te zijn. Ik was dan weer de stille die zich altijd op de achtergrond begaf. Toen we verhuisden naar Gent begonnen we ons serieus te frustreren in de drummers. Zij leken niet echt te begrijpen wat ze moesten spelen en toen is mijn broer maar beginnen drummen. We werkten een tijdje met gastzangers, maar dat werkte eigenlijk ook niet echt. Toen ben ik maar gaan zingen en dat is daarna altijd zo gebleven. Als we het over toeval hebben, dan kan dat dus wel tellen, denk ik.

Van sidekick tot winnaar van Humo’s Rockrally 2004, hoe verklaar je dat?

Onze bassist was vrij gedreven en kwam als eerste met het idee om ons in te schrijven voor de Rockrally. Ik was zeker enthousiast en ging wat mee in die flow. We werkten samen aan een demo en zorgden voor een bijpassende bio. Ik nam dus wel initiatief, maar ben zeker niet het vuur aan de lont geweest. De Rockrally was voor mij ook niet het medium om mij te bewijzen, terwijl ik dat bij andere deelnemers juist wel heel erg zag. Wij bleven gewoon onszelf en beschouwden ons als een groep vrienden die muziek kwam spelen. Ook technisch gezien waren wij niet de sterksten, waardoor we ons de underdog voelden. Achteraf gezien was dat misschien onze sterkte en dat moet heel ontwapenend binnengekomen zijn. The Van Jets was die band die kwaliteit bracht op het podium, zonder het zelf te beseffen. Als ik nu zelf moet jureren voor een rockrally, dan is er voor mij niets irritanter dan een band die ervan uit gaat de beste te zijn. Geef mij maar die gezonde naïviteit.

Hoe heb je die overwinning beleefd? 

Je moet weten dat Humo’s Rockrally toen nog één groot monolithisch blok was. Er was toen nog geen sprake van De Nieuwe Lichting of Westtalent. Een overwinning betekende echt wel iets en bracht heel wat aandacht met zich mee. Dat stond in alle kranten en ik weet nog dat we de dag erna vroeg naar de radio moesten. De week na die overwinning was één grote wazige rollercoaster, waarbij ik gewoon niet uitgevierd raakte.

Zag het leven er na die overwinning plots anders uit voor jou en The Van Jets? 

Na de overwinning van de Rockrally gingen we meteen mee in het hele verhaal, maar ik liep niet te rap van stapel. Het was nu niet omdat we de Rockrally hadden gewonnen dat ik meteen mijn studies moest gaan opgeven. Ik moest ook realistisch zijn, want in het begin was het onmogelijk om daarvan te kunnen leven. Ik besefte wel al snel dat dit een deel van mijn leven zou gaan worden, waardoor we ons als band meer gingen verdiepen in het schrijven van nummers. Er gingen ook veel meer deuren open, want plots stonden we bijvoorbeeld op Leffingeleuren; iets wat ondenkbaar was geweest zonder die overwinning.

Van de ene op de andere dag kom je in een circuit waar er iets van je verwacht wordt. Is de harde muziekwereld een wereld waarin je meteen kon aarden? 

Buiten de puur zakelijke kant van het wereldje moet ik eerlijk zeggen dat ik alle andere aspecten van het muziek maken wel heel leuk vind. Dat gaat vrij breed: van het schrijven op zich tot het creatief omspringen met het promotiegedeelte. Je mag het zeker ook niet onderschatten, want het is hard werk dat veel vergt van je als persoon. Ook het directe contact met de mensen spreekt mij erg aan in de job en ik krijg vaak het gevoel dat ik door mijn muziek de wereld iets beter kan maken. Met alle respect, maar die zinvolheid vind je niet terug als je bijvoorbeeld ergens aan de lopende band aan het werk bent. Ik amuseer me rot en ben zeer dankbaar dat ik kan doen wat ik doe en dat zou ik nooit meer anders willen zien.

Je zegt dat je nooit zou willen terugkeren naar een ander leven, maar stel nu dat dat geen optie is. Waar zouden we Johannes dan terugvinden?

Ik heb filosofie gestudeerd en stond heel even in het onderwijs, waar ik filosofie gaf aan studenten kinesist. Het is natuurlijk moeilijk te zeggen waar ik op dit moment zou staan zonder The Van Jets, maar misschien zou je me wel ergens terugvinden in een of ander klaslokaal waar ik cursussen of workshops filosofie aan het geven ben.

In 2007 speelden jullie voor de eerste keer op het grote podium van Rock Werchter. Welk gevoel gaf deze ervaring jullie?  

Qua grootte is er in België niets te vergelijken met dat podium en dat is soms moeilijk te vatten. Het is zelf zo onbevattelijk dat het beangstigend wordt en je van een pleinvreeseffect zou kunnen spreken. Op het podium voel je de energie van de gigantische massa en daardoor lijkt het alsof je even aan de top van de piramide staat. Dat geeft een immense kick en dat geldt niet alleen voor de eerste keer op zo’n groot podium. Die kick voelden we trouwens niet enkel op Rock Werchter, maar we vonden die evengoed terug op de iets kleinere festivals. Er zijn ook wel wat negatieve gevolgen verbonden aan die grote podia. Je hebt bijvoorbeeld minder persoonlijk contact met het publiek, waardoor het wat abstract aanvoelt. Er gaat ook veel aandacht verloren bij het publiek, omdat niet iedereen onze nummers of band kent. Alles bij elkaar is spelen op zo’n groot podium niet per se het hoogst gerangschikte optreden voor ons als band.

Konden jullie jezelf nog opladen voor kleinere zaalshows als je bijvoorbeeld een maand eerder voor 10.000 mensen hebt gespeeld?

Rock Werchter en Pukkelpop zijn supergroot, maar je kan veel intensere shows spelen in zalen als de Handelsbeurs en de AB. We kozen er daarom bewust voor om ons laatste orgelpunt daar te spelen en dus niet op een of ander festival. Zaalshows zijn intenser omdat je een publiek hebt dat speciaal voor jou komt. Ze kennen de muziek en het contact met het publiek is veel persoonlijker. Ook de setlist ziet er bij clubshows anders uit. Op festivals speel je voor een publiek dat je repertoire niet kent, dus je moet het dan niet te moeilijk maken, terwijl je in clubshows al eens een vergeten nummer kan oprakelen. Bij clubshows neemt het publiek ook wel meer tijd en ruimte om de setting in zich op te nemen. We verlangen enorm naar die laatste shows, die trouwens allemaal uitverkocht zijn.

Welk optreden is jullie het meest bijgebleven?

Toen Soulwax in 2015 als curator werd aangesteld van Pukkelpop mochten wij vrij laat aantreden in de Marquee. De tent stond bomvol, wat in omvang misschien te vergelijken is met een halve Main Stage. De Marquee was als het ware één grote en overvolle cocon, waar wij onze nummers mochten spelen. Dat was echt ongelofelijk. We hadden ook het gevoel dat de mensen moeite deden om naar ons te komen kijken. Die hele ervaring bij elkaar was denk ik de beste live-ervaring die we ooit hebben gehad.

Ondanks alle successen stoppen jullie ermee, maar waarom juist?

Vooral op praktisch vlak begon alles wat moeilijker te lopen. Dat merkten we bijvoorbeeld bij de opnames van onze laatste plaat. Niet iedereen kon er altijd bij zijn. Dat is ook niet verwonderlijk als je weet dat de meesten van ons ook kinderen en een job hebben. Enkel Wolf (gitaar) en ik zijn fulltime bezig met muziek. Na de opnames van Future Primitives zijn we samengekomen om onze bekommernissen op tafel te leggen en toen namen we de moedige beslissing om te stoppen. Toen we ons afscheid aankondigden in de media wisten we eigenlijk al een jaar dat we zouden stoppen. We hadden dus de tijd om dat een plaats te geven. Het gebeurt niet vaak dat een band zijn einde bewust meemaakt, want veelal wordt dat einde zowat weggestoken in een donker hoekje. Het geeft ons het gevoel dat we kunnen stoppen met de borst vooruit. Ik vind het wel de max, dat we op een hoogtepunt kunnen eindigen in het volle licht. Of ik nu in tranen zal uitbarsten of niet, ik kan het wel aan.

Vond je een nieuwe soort creativiteit terug nadat de beslissing tot stoppen er kwam?

Ja, eigenlijk wel. Ik heb het altijd tof gevonden om iets te doen dat minder op de radar verschijnt. In dat aspect interesseert theater of beeldende kunst mij wel. Er zijn ook plannen waar ik nu al mee bezig ben. Binnen Compagnie Cecilia in Gent zal ik als muzikant werken in een theaterstuk met o.a. Koen De Graeve. Ik heb ook al een vrij concreet beeld van een soloproject, zonder dat daar weer al te grote ambities aan verbonden zijn. Dat idee laat ik nu wel even links liggen om nog volop te kunnen genieten van het laatste jaar met The Van Jets. Daarnaast ben ik ook bezig met producen voor de Gentse MC Spreej. Creatief ga ik mij alleszins niet vervelen, want mijn jaar zit al vol gepland.

Het doet ons deugd om te horen dat je bezig zal blijven met muziek, maar geldt dat ook voor de andere leden van de band?

Wolf (gitaar) blijft net als ik fulltime bezig met muziek. Dat doet hij met zijn eigen band Elefant en daarnaast werkt hij nog als producer. Mijn broer Michael (drum) heeft dan weer geen concrete plannen, maar ik denk dat hij op een of andere manier wel met muziek zal bezig blijven. Frederik (bas) is nu al bezig met het managen van artiesten en dat zal hij ook na The Van Jets blijven doen. We blijven natuurlijk wel contact houden met elkaar en als ik aan nieuwe muziek werk, dan zal ik dat naar hen sturen om hun mening te vragen. In ons hart zullen wij altijd die bende vrienden blijven die ooit The Van Jets vormden.

Heb je het gevoel dat je alles uit The Van Jets hebt gehaald?

Er zijn achteraf altijd wel dingen waarvan je denkt dat je ze misschien anders had moeten aanpakken. En dat geldt misschien vooral als we het hebben over het buitenland. Maar qua tijd en geld is het geen makkelijke opdracht om daar iets te betekenen. Ik denk dat wij daarvoor gewoon iets te down to earth waren. Maar er zijn ook andere aspecten, zoals kinderen. De vele tijd die je in het buitenland zou kunnen investeren, ging bij ons onder meer naar de kinderen. Mijn oudste zoon is ondertussen al negen jaar oud. Let wel, we hebben zeker ons plezier gehad in het buitenland, maar de grote doorbraak is er nooit echt gekomen – al heb ik daar wel vrede mee kunnen nemen. Muzikaal gezien heb ik dan weer wel het gevoel dat we er alles hebben uitgehaald.

Op reis met je muziekmaten brengt onlosmakelijk avonturen met zich mee. Wat is het mafste wat jullie hebben meegemaakt in het buitenland?

Toen we in Scandinavië aan het toeren waren, moesten we een ferry nemen die van Denemarken naar Finland vaarde. Dat is achttien uur varen op een boot die een wereld op zich was. Wat we daar allemaal hebben gezien, was gewoon niet normaal. Er was daar een school die de honderd dagen aan het vieren was. Die studenten lagen daar overal super dronken in de gangen. Dan had je ook een soort entertainment hoek, waar tal van sketchy zakenmannen zaten. Die dronken dan een cocktail met een of andere vrouw om zich daarna een half uurtje terug te trekken. Daarna kwamen die gewoon terug naar de bar. Er hing daar echt een heel rare sfeer, die we nog niet eerder waren tegengekomen. Als toeschouwer is het eigenlijk wel heel interessant om te zien. Alle muzikanten die ooit al op die boot hebben gezeten, kunnen die rare sfeer trouwens ook beamen.

In die vijftien jaar tijd is de sound van The Van Jets sterk geëvolueerd naar een meer elektronische sound. Dat verschil is duidelijk te merken aan Halo. Van waar kwam de noodzaak om jullie sound aan te passen?

We zijn begonnen als garagerockband en met dat concept hebben we door de jaren heen wat gespeeld. Dat is goed te horen als je onze platen na elkaar zou beluisteren. Die evolutie in sound voelde natuurlijk aan en die viel niet toevallig samen met de geboorte van mijn eerste zoon. Een kind krijgen betekent ‘ja’ zeggen aan het leven en ik voelde een ongelofelijke levenslust. Daarnaast had ik het ook wat gehad met de negatieve houding die rockmuziek dikwijls uitstraalt en daarom was ik op zoek naar iets fris en positief. In die periode kocht ik een Korg en een drumcomputer, waarmee ik dan experimenteerde. Zo is onze sound zowat geëvolueerd.

Waaraan mag het publiek zich verwachten tijdens jullie laatste shows in de Handelsbeurs en de AB?

Het moet sowieso iets speciaals worden. We willen misschien wel mensen op het podium roepen die belangrijk zijn geweest voor onze carrière, maar de ervaring leert ons dan weer dat de flow op die manier te veel uit een show gehaald kan worden. De mensen willen vooral The Van Jets zien en de nummers horen, denk ik. De setlist zal ook iets speciaal worden. Het zal een mooie combinatie zijn van de bekende nummers en de songs die we al lang niet meer hebben gespeeld. Maar eerlijk gezegd weten we het allemaal nog niet zo goed.

Jullie brachten recent de allerlaatste single van The Van Jets uit. Wel gevoel gaf het jullie om aan “Who Does?” te werken?

Als ik muziek schrijf, ga ik meestal instinctief te werk. In die zin wou ik geen nummer schrijven waarbij het afscheid er te dik op lag. Ik vertrok met het idee dat ik een nummer wou schrijven dat zomaar op de volgende plaat terecht kon komen. De eerste schrijfsessies dateren nog uit de tijd dat we aan Future Primitives werkten, maar het paste toen niet echt op de plaat en het klonk helemaal anders. Uiteindelijk maakte ik een akoestische versie, die we later met de band hebben gevormd tot wat het nu is. Het schrijven zelf gaf me wel een raar gevoel, omdat ik wist dat het de laatste keer was, denk ik. Het opnemen en het werken in de studio was dan weer erg leuk om te doen. Het zou heel leuk zijn als “Who Does?” zou aanslaan en veel gedraaid zou worden. Op die manier stoppen we tenminste niet onopgemerkt.

Wat moeten de mensen vooral onthouden als ze aan The Van Jets willen terugdenken?

Als de mensen een nummer van ons moeten onthouden, dan is dat misschien wel “Two Tides of Ice”. Ik ben tevreden van de hele productie rond dat nummer. Dat gaat van sfeer tot het tekstuele gedeelte. “Two Tides of Ice” is ook de perfecte ontmoeting tussen de twee grote invloeden van de band en dat zijn enerzijds de gitaren en anderzijds de keys. Dat nummer bezit een jongensachtige branie met een knipoog richting het relativerende, en dat is zowat de definitie van The Van Jets. Wat de mensen van ons als persoon moeten onthouden, is dat we ondanks alles onszelf zijn gebleven en dat het uiteindelijk allemaal heel speels is gebleven.

12 augustus 2019

About Author

Jasper Laureyssens


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter