Albums, Recensies

Ty Segall – First Taste (★★★★): Eindeloze fantasie van een workaholic

Hoe start je de introductie van iemand die al sinds 2004 aan de lopende band albums produceert (21 om precies te zijn), een vinger in de pap heeft bij een even impressionante berg aan bands en nevenprojecten, en zich ondertussen met overtuiging de prins van de garagerock mag noemen? Juist ja, je zegt: ‘Ty Segall? Die heeft geen introductie meer nodig.’

Het zou niet eens een leugen zijn. Na afgelopen jaar te verschijnen in de credits van maar liefst zes albums, waaronder Joy, Fudge Sandwich en het verschroeiende Freedoms Goblin, kaapt de Californische workaholic nu wederom onze aandacht met zijn nieuwe langspeler First Taste. Tot niemands verbazing eigenlijk, aangezien het album in de lente van dit jaar al kort verscheen op de streamingdiensten van Apple en Amazon, waarna het even snel weer verdween. Nu het eindelijk officieel zover is, is het hoog tijd voor het verkennen van de ‘Tydentity’ die de man zich deze keer op zijn nieuwe album heeft aangemeten.

Het ijs gewelddadig breken doet Ty met “Taste”, een garagerockplaat gesluierd onder een dikke laag fuzz die de gitaren volledig versplintert. Ondanks de herkenbaarheid van Segalls stemgeluid, klinkt het nummer nieuw en fris; een eigenschap die ook “The Fall” fel draagt. Het klinkt als de sequel van de primus van het album, waarop bovenal geëxperimenteerd wordt met meer percussie.

“Whatever” doet het dan weer low and slow. Met zijn blazers die recht uit een rokerige bar geplukt lijken, meet het nummer zich meteen een soort cool-factor aan. Die houdt stand, ondanks de eerder onorthodoxe instrumentatie en vocale experimenten, waarbij Ty’s stem geregeld de hoogte opzoekt. Een kudde wilde dwarsfluiten dartelt tot slot nog kort, maar wild in het rond alvorens de rangen gesloten worden.

De stem van Ty is een essentieel onderdeel van de muzikale fundering van dit album. Vaak worden de vettige riffs achterwege gelaten en is het Ty zelf die vocaal een nummer maakt of kraakt. Op “When I Met My Parents pt.3” bijvoorbeeld is het de stem die helderheid schept in een met noise overgoten nummer. Het is echter op het oorverdovend bescheiden “Ice Plant”, volledig a capella, dat Ty Segall bewijst zelfs geen instrumenten nodig te hebben om een bloedmooi nummer in elkaar te boksen. Het meerstemmige nummer meandert zich een weg tot in je kleinste bovenkamer, en voelt op onverklaarbare wijze aan als thuiskomen.

Het tegengestelde bestaat echter ook op First Taste: een volledig instrumentaal nummer. “When I Met My Parents pt.1” slaat de bal mis, omdat vertrokken wordt vanuit dezelfde instrumentale mentaliteit die de andere nummers vaak typeert, zonder de stem die het nummer kleurt. De weinige virtuositeit die het nummer te bieden heeft, wordt niet gecompenseerd door de nochtans uitstekende ritmesectie en is daarbij goed voor welgeteld één luisterbeurt.

Op “I Worship The Dog” wordt de sound bevreemdender, de instrumentatie exotischer, en de sfeer dreigender. Ty volgt hier en daar een microtonale kronkel die je in combinatie met de duistere akkoorden meevoert naar ergens diep in een godvergeten jungle tussen de wilde dieren. “The Arms” is dan weer een opwindend, futuristisch psych-folk nummertje. Het is een van de hoogtepunten van het album, waar goeie songwriting samenvloeit met een constant gevoel van extase dat in crescendo gaat naar het einde toe.

In dezelfde sfeer baadt trouwens “I Sing Them”, met de fijne toevoeging van de verdwaalde kudde dwarsfluiten die we dachten kwijtgespeeld te zijn ergens in het begin van het album. Om toch even tot rust te komen na al dat geweld, zoekt “Radio” het in hogere sferen. Het nummer huppelt en danst over een laag zacht satijn met wierookstokjes in de handen. Het is een constant gevoel van opstijgen, zweven, en soms zelfs wat turbulentie wanneer de sitar die het nummer brandmerkt besluit dat het wel wat harder mag.

Ook op dit album: paniek. Meer bepaald wanneer je luistert naar de vrolijke trippeltrappelplaat die “Self Esteem” heet, en plots overdonderd wordt door een decibelvloedgolf aan blazers. Zwetend van desoriëntatie huppelt het nummer erna weer strak ritmisch verder tot de hypnose compleet is, om uiteindelijk met een dikke streep ruisende white noise te eindigen.

En het moet gezegd: wie vroeger al eens durfde te kijken naar Dieren In Nesten op zaterdagavond, herkent in “Lone Cowboys” ongetwijfeld flarden van de soundtrack van dat programma. Dat het de gierende stem van Ty is die erbovenuit torent en niet die van Kris Dusauchoit, is natuurlijk alleen maar positief. Het is een verdraaid catchy nummer, en wanneer op het einde de twangy mandoline van stal gehaald wordt, blijf je maar met één gevoel achter: Ty Segall heeft het weer voor elkaar. Voor de tweeëntwintigste keer. Waar een artiest als hem in uitblinkt, is niet het eindeloos perfectioneren van waar hij al goed in is, maar vooral het doen van zijn eigen boerengoesting. First taste smaakt exotisch, excentriek, soms zelfs wat naar zilte tranen, maar bovenal naar meer.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

2 augustus 2019

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief