Albums, Recensies

Kaiser Chiefs – Duck (★★): Saai, saaier, saaist

Als je in 2005 de vraag ‘Wat is jouw favoriete band?’ kreeg en daar dan ‘Kaiser Chiefs’ op antwoordde, bewees je dat je mee was met de populaire muziek én een leuke smaak had. Als je datzelfde antwoord nu geeft, kom je net iets anders over. Een dikke tien jaar geleden stond de britpopband uit Leeds aan de top van hun genre en scoorden ze hit na hit. Datzelfde recept, waarbij ze aanstekelijke melodieën met frisse instrumentals combineerden, bleven ze jammer genoeg elk album opnieuw gebruiken. Dieptepunt was dan Stay Together, waarmee ze vooral slechte beoordelingen oogstten. Het hield de band echter helemaal niet tegen; met Duck probeert de band achter Duracell-konijn Ricky Wilson nogmaals relevant te blijven. Dat de liveshows van de Chiefs ook niet meer hetzelfde zijn, mochten we met eigen ogen aanschouwen op Vestrock. Echt gunstig staan de sterren niet voor het vijftal, en daarom is de release van Duck belangrijker dan ooit voor de band. Nogmaals een draak van een album lossen zou zomaar eens de doodsteek kunnen betekenen voor de band, die nu al een schim is van wat ze ooit waren.

Het album openen met doorn in het oor “People Know How To Love One Another” is dan ook ver van een meesterzet. Geen probleem, we geven de heren een tweede opslag. Tweede nummer op de plaat heet “Golden Oldies”, een nummer dat best veel lijkt op zijn voorganger en eerlijk gezegd ook gewoon op Stay Together had kunnen staan. ‘I’ll show you to my room and we can get into tune’ komt wat vreemd over en voor we het weten zijn we al aan “Wait” toe. Meer van hetzelfde, al jaren lang. Saai, saaier, saaist. De beschrijving van “Target Market” laten we achterwege, je kan het al raden.

Met “Don’t Just Stand There, Do Something” trekt de band het niveau wat omhoog. Een nummer dat wat doet denken aan “I Predict A Riot”, waarbij de band een opstandige sfeer weet te creëren en de aandacht gewoon vasthoudt. Dat niveau kunnen ze aanhouden op “Record Collection”: een aangename verrassing. De prijs voor beste song van het jaar zullen ze hiermee niet winnen, maar dat moet ook niet. Leuk voor zolang het duurt, en hierna wordt onze opflakkerende hoop vakkundig uitgeblazen door nummers als “Lucky Shirt”, waarbij de ‘ooh ooh’s’ ons rond de oren vliegen, en “Electric Heart”, waarbij Wilson toont dat hij soms écht kan zagen. De enige stijgende lijn die ze maken, is die van de overtreffende trap van de saaiheid.

Met “Northern Holiday” laten ze op zich een plezante single op ons los, maar het kalf is al verdronken. Afsluiter “Kurt vs Frasier” vat de huidige staat van Kaiser Chiefs goed samen: strijden met alle wapens die ze hebben, maar gewoon te slap uit de hoek komen. Het lijkt allemaal zo hard op elkaar dat de aandacht onherroepelijk verslapt. Op enkele singles krijgt de band hun feestje wel aan de gang, maar dat is gewoonweg niet genoeg. Kaiser Chiefs zit vast in 2005 en ze weigeren mee te evolueren. De band lijkt helemaal de kluts kwijt en de enige richting waar de band nog naartoe wil, is radiovriendelijke pop. Interessant zijn zit er niet meer in.

Het verval van de band wordt misschien nog het meest duidelijk op hun Nederlandstalige Wikipediapagina. De info die je daarop terugvindt, dateert uit 2014. De interesse van het publiek voor deze band staat op het allerlaagste pitje ooit en de vraag blijft of ze zieltjes kunnen terugwinnen met het saaie Duck. Moest muziek een kleur hebben, was grijs een ideale keuze. Dat is bijzonder jammer voor een band die ooit het muzieklandschap kleurde met fijne nummers. Mooie liedjes duren niet lang en bij Kaiser Chiefs beginnen die ook nog te hard op elkaar te lijken om mooi te blijven.

29 juli 2019

About Author

Quinten De Seranno Alles kan, alles mag.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter