Albums, Recensies

Bring Me The Horizon – amo (★★½): Stijlbreuk die wat minder choquerend mocht zijn

Als je nu één band moet noemen die in de afgelopen tien jaar een opvallende metamorfose heeft doorgemaakt, dan zullen er veel mensen de woordencombinatie ‘Bring Me The Horizon’ in de mond nemen. De band uit Sheffield kwam ooit, in 2006 om precies te zijn, binnen met Count Your Blessings: een toonaangevend deathcore album dat het genre destijds naar hogere regionen stuwde. Die deur werd in 2015 met That’s The Spirit met een doffe knal toegegooid, maar de kentering was ook op de twee voorgaande albums al duidelijk. In een interview met Impericon gaf de band aan veel naar elektronische muziek te hebben geluisterd, dus waren we razend benieuwd naar de stempel die die invloeden op het nieuwe werk heeft nagelaten.

Vier singles kregen we al voorgeschoteld om ons een idee te vormen van hoe amo zou kunnen klinken, en dat was verdomd moeilijk. Er was namelijk niet echt een lijn te trekken door deze vier nummers. Op “MANTRA” hoorden we het Bring Me The Horizon dat we kenden van op That’s The Spirit, “wonderful life” was dan weer een nummer dat werd opgebouwd rond een riff voor Limp Bizkit, en dat moeilijk te definiëren viel, terwijl ze zich met “Medicine” volledig in elektronische pop stortten. “mother tongue” was dan weer een goedkoop staaltje pop, dat zowel muzikaal als op vlak van lyrics geen overtuigende boodschap wist te brengen. Ook de aanwezigen op het concert in de Lotto Arena hadden al wat meer kunnen proeven van het nieuwe werk, want de intro die destijds werd gebruikt zijn ook de eerste tonen waarmee amo van start gaat.

Wie het album voor de eerst beluistert, raden we aan om even te gaan zitten voor je het derde nummer “nihilist blues” een kans geeft. Die song begint namelijk met een synthpartij waarbij Regi het meer dan waarschijnlijk moeilijk krijgt om zijn kwijl binnen te houden. Dat nummer evolueert verder wel, maar blijft binnen de lijntjes van een groots EDM-geluid dat bij momenten aan Faithless doet denken. Ook “in the dark” is een nummer dat heel hard naar elektronische muziek neigt, maar waar interessante riffs en drumpartijen die wat aan Twenty One Pilots doen denken aan zijn toegevoegd. Ook strijkers zijn van de partij, en “MANTRA”-gewijs is er ook een digitale vrouwelijke stem die ons doorheen het nummer begeleidt. Wat ons betreft een nummer dat crossover weer op de kaart kan zetten.

Ook “sugar, honey, ice & tea” is zo’n nummer dat harde gitaren op een leuke manier weet te blenden met elektronisch geluid. Ondanks de duidelijk aanwezige poppy vibe, is het toch een nummer dat vettig klinkt, doordat de gitaren volledig worden opengedraaid. Oli Sykes haalt daarnaast screams uit zijn klankkast die wat doen denken aan de Suicide Season periode, inmiddels al meer dan een decennium terug. Maar bij momenten is de metamorfose ook helemaal niet geslaagd. Zo is “mother tongue” een plat popnummer dat alle clichés van het genre alle eer aandoet, en goedkoper gaat klinken dan het gegeven ‘pintjes aan nen euro’. We horen dan ook liever een Bring Me The Horizon dat de mosterd haalt bij platte pop, en zich erdoor laat beïnvloeden, dan wanneer de band zich zelf waagt aan het maken van zo’n songs.

Samenwerkingen met andere artiesten is iets wat de heren uit Sheffield ook voor dit album niet hebben geschuwd. Zo werd Dani Filth aangesproken voor “wonderful life”, is popzangeres Grimes te horen op “nihilist blues” en werd voor “heavy metal” beroep gedaan op beatboxer Rahzel. Op dat laatstgenoemde nummer richt Oli Sykes zich tot de ‘hipsters’ die niet tevreden zijn over de evolutie die de band doormaakt, en schopt hen eens flink tegen de schenen. ” ’Cause a kid on the ‘gram in a Black Dahlia tank says it ain’t heavy metal”; fulmineert Sykes. Het nummer begint met een synthpartij waarover een vette riff is gezet, en het stukje beatbox is een verrassende toevoeging. Om te eindigen geeft de band toch toe aan de ‘kids on the ‘gram’ door hen een seconde of vijf op een oldschool scream te trakteren. Het muzikale gaat echter volledig ten koste van het punt dat BMTH wil maken, en dat getuigt van een onnodige arrogantie.

Er valt heel wat te zeggen over de nieuwe van Bring Me The Horizon, en het was dan ook razend interessant om deze langspeler even onder de loep te nemen. Amo is het album waarmee de band ongetwijfeld het meest drastisch zijn sound heeft gewijzigd, en dat hoeft niet altijd slecht te zijn. Toch hebben we het gevoel dat de band met dit album wat té veel wilde choqueren, en dat gaat ten koste van de kwaliteit. Ondanks uitschuivers als “medicine” en “mother tongue”, is amo niet de afgang waar velen voor hadden gevreesd. Om relevant te blijven moet een band durven vernieuwen, en dat is precies wat Bring Me The Horizon heeft gedaan. Ze gaven aan op zoek te zijn naar een unieke sound, volgens hen een schaars goed in de rockmuziek, en daar zijn ze op amo gedeeltelijk in geslaagd. Vooral “sugar honey ice & tea” is écht wel een nummer waar ze een voorbeeld aan mogen nemen voor later werk.

Bring Me The Horizon speelt op vrijdag 28 juni op de Main Stage op Rock Werchter.

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

24 januari 2019

About Author

Matthijs Vandenbogaerde


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief