Albums, Recensies

Villagers – The Art of Pretending To Swim (★★★★½): Heerlijk verdrinken in melancholie

Het dorp van Conor O’Brien raakt stilaan druk bevolkt met kleurrijke personages en evenveel intriges als een gemiddelde aflevering van Thuis. Op zijn debuut Becoming A Jackal presenteerde hij zijn project nog als een eenmansband waarbij kale gitaarliedjes ingekleed werden met net genoeg arrangementen en instrumenten om ondertussen al acht winters lang te overleven. Maar met ieder volgend album werd de sound van Villagers meer gedefinieerd en klonk het steeds minder desolaat. Was Darling Arithmetic het opstapje, dan is zijn nieuwste The Art Of Pretending To Swim de overtreffende trap.

Met zijn negen nummers is The Art Of Pretending To Swim wat aan de korte kant, maar daar stelt O’Brien heel uitgepuurde ervaring tegenover. Aan zowat elke song is zorgvuldig gebeiteld en gewerkt, dat je bij elke luisterbeurt nieuwe details kan ontdekken. Zelfs al denk je alle arrangementen weg, dan heb je nog steeds negen geweldige nummers over. Want O’Brien kennende zullen ook deze song in hun blootje zeker en vast overeind blijven. 

“Again” en “Long Time Waiting” zijn meteen de goeie voorbeelden van hoe Villagers anno 2018 kan klinken en hoe rijk en weelderig O’Brien zijn nummers durft in te kleuren en te verpakken. Er wordt gefoefeld met audio-opnames, synths, jazzy drums, blazers en zowaar meeuwen. Onder al die verschillende laagjes zitten er natuurlijk ook gewoon sterke nummers die ergens over gaan. ‘What will you do when the shit hits the fan?’ vraagt O’Brien ons terwijl hij ons zelfvertrouwen helemaal in vraag stelt. Problemen oplossen doe je zelf en daarvoor hoef je niet steeds bij iemand anders aan te kloppen. Of dat is toch wat hij ons wil vertellen. ‘Don’t need no validation from anyone and any cause,’ sneert hij al meteen. Ook al hebben we niets dan lof voor de nieuwe plaat van Villagers, O’Brien gaat alvast onze review niet lezen. 

“Sweet Saviour” wentelt zich dan weer in subtiele orgeltjes, hemelrijkende synths en een baslijn die ons doorheen dit alles leidt. Even verder neemt “Love Came With All That It Brings” ons mee op een enkeltje richting het diepste van zijn gevoelens. Op het eerste gehoor klinken die nummers misschien wat doordeweeks, maar breng er wat meer tijd mee door en ze openbaren zich als zo’n magische doos waar veel meer uit te halen valt dan je op het eerste zicht zou verwachten. Zeker met de koptelefoon op is het heerlijk verdrinken in de mooie strijkersarrangementen en O’Brien’s smachtende stem. We vragen ons al af hoe hij zo’n gedetailleerde nummers gaat vertalen naar een live optreden.

Eerste single “A Trick Of The Light” legde de verwachtingen al meteen hoog. Het nummer klinkt tegelijk tijdloos en uit een andere tijd en staat los van alle verwachtingen en trends. Drie verschillende zanglijnen zingen door elkaar en wisselen elkaar af. O’Brien gaat hoog, laag en wisselt beide moeiteloos af maar vervalt nooit in clichés. Tweede single “Fool” vat de thema’s van het album perfect samen en is dan ook de sterkste single van The Art Of Pretending To Swim. O’Brien heeft het op zijn immer eloquente manier over liefde, overgave en teleurstelling. ‘So here is my bleeding heart. Will you be my falling star? Will you take the pain away?’ vraagt hij haast smekend. Het is misschien niet geheel toevallig dat “Fool” halverwege het album valt en als een keerpunt het album doet kantelen. 

Het gefrunnik met electronica op “Real-Go Getter” blijft vooral op de achtergrond, al had een al out electronummer als “The Waves” zeker niet misstaan op deze plaat. O’Brien heeft duidelijk geleerd wat doseren is en kan nu als een ware songsmid perfect inschatten wat elk nummer nodig heeft om te schitteren. Zo nemen de violen het voortouw in het echoënde “Hold Me Down” dat dreigend en onheilspellend klinkt als een spookhuis waarin geesten door de gangen zweven. “Ada” combineert alle voorgaande elementen tot een zes minuten lange trip down memory lane. We horen natuurgeluiden, strijkers, synths en die steeds terugkerende gitaar van O’Brien terwijl zijn stem ons doet terug denken aan Ada, wie dat ook mag zijn.

The Art Of Pretending To Swim klinkt als een combinatie van zijn laatste twee platen, maar is tegelijk ook zoveel meer dan dat. Darling Arithmetic was al een zorgvuldig geconstrueerd meesterwerkje, waarna hij op Where Have You Been All My Life? zijn eigen nummers helemaal van nul terug opbouwde. Op zijn vijfde plaat lijkt het alsof O’Brien hetzelfde concept toepastte op zijn nieuwe nummers. Waar hij op zijn debuut nog de metamorfose van brave Ier naar een huilende jakhals doormaakte, lijkt een terugkeer naar een mak lammetje heel onwaarschijnlijk. Ook al is deze plaat opnieuw doorweekt van de melancholie en onbeantwoorde verlangens, toch zit er heel veel zelfkennis en kracht in zijn nummers. In plaats van medelijden op te wekken, hebben we alleen maar ontzag en bewondering voor de manier waarop O’Brien zijn eigen gevoelens weet te presenteren en te relativeren zonder schroom of schaamte. ‘Love came with all that it brings, including the fact that it stings like a motherfucker.’ En zo is het maar net.

The Art of Pretending To Swim verschijnt op 21 september en op 1 november staat Villagers in La Madeleine in Brussel.

21 september 2018

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief